Eeuwige verstrengeling

Op Eerste Kerstdag zond de BBC een mooi portret uit van Vera Lynn, die eerder dit jaar 100 was geworden. De ‘Forces’ Sweetheart’ zat zij-aan-zij met haar 72-jarige dochter Virginia, die haar moeder hielp bij het ophalen van kostbare herinneringen. De zangeres was in felrood gekleed, droeg een parelsnoertje en zong met zwakke stem dé tophit uit haar rijke repertoire: ‘We ‘ill meet again’.

Het was een ontroerende mix tussen podium en privé. Familiefilmpjes (‘kijk papa daar weer eens gek doen’) wisselden af met hoogtepunten uit Lynn’s zangcarrière: haar BBC-radioprogramma ‘Sincerely Yours’ in de oorlog, haar optreden voor de Britse troepen in Birma, haar tv-shows in de jaren zestig en zeventig en haar laatste publieke performance in 1995, bij de herdenking van 50 jaar vrede.

Andere grote artiesten zongen haar lof. Paul McCartney: “Ze is familie, ook voor hen die haar nooit hebben ontmoet.” Songwriter Tim Rice: “Ze weet de boodschap van een lied exact over te brengen.” Barry Humphries (‘Dame Edna’): “Haar stem was samen met die van Winston Churchill de belangrijkste van de Tweede Wereldoorlog.” Britse veteranen schoten vol toen zij die stem weer hoorden.

De eeuweling maakte een gelukkige indruk. Ze relativeerde en lachte. En maakte grapjes over haar ‘White cliffs of Dover’: “Bluebirds bestaan helemaal niet in Engeland.”

Als onverhoopt haar laatste uur is gekomen, zal ze, vermoedelijk, tevreden en dankbaar op haar bestaan terugkijken. Ze zal het leven in sterven. En niet het leven uit. Ik trof die nieuwe werkwoorden in het boek ‘Mijn heldere afgrond’, dat een Trouw-collega mij leende. In dat boek probeert de ‘moderne gelovige’ en poëet Christian Wiman nieuwe inzichten te bieden in sterven en dood.

Zo vertelt hij over het sterfbed van Gerard Manley Hopkins, een dichter en priester, die in 1899 op 44-jarige leeftijd overleed met: “Ik ben zo gelukkig. Ik heb gehouden van mijn leven.” Die liefde voor het bestaan op het moment van doodgaan noemt de auteur: het leven in sterven. En dat is veel meer dan als nabestaande een dierbare herinnering blijven koesteren, schrijft Wiman. Het is dieper en duurzamer.

Hij denkt terug aan het sterfbed van zijn grootmoeder, die in een ontvolkt en door stofstormen geteisterd stadje in Texas woonde. Ze verzorgde er haar verstandelijk gehandicapte zus Sissy, en na haar heengaan was het met grootmoeder ook snel gedaan. Aangrijpend beschrijft Wiman haar dood: “Haar geest stortte zich uit over het gebarsten stukje land van haar familie, als een helende regen (…). In die reikwijdte van haar leven moet ik geloven, en niet in het vreselijke en abnormale ogenblik van haar dood (…). De wereld heeft haar teerste binnenste geopend en haar binnengelaten.”

Op Tweede Kerstdag stierf ‘Nieuwsuur’-collega Joost Karhof. Plotseling, nog maar 48 jaar oud. De necrologieën waren lovend:   vakman, ijverig, dienstbaar, sympathiek. Voor zijn geliefden hoop ik dat ook Joost het leven in is gestorven en niet er uit.

Een semantisch spelletje? Wimans inzicht gaat, denk ik, verder dan dat. Het heeft te maken met een onpeilbare, onzegbare diepte, een besef van eeuwige verstrengeling. En bovenal met troost in een tijd waarin nog maar weinigen kunnen geloven in een letterlijk ‘We ‘íll meet again’ na dit aardse bestaan.

Met zwakke stem zong de 100-jarige Vera Lynn: ‘We ‘ill meet again’

https://www.trouw.nl/home/de-liefde-voor-het-bestaan-op-het-moment-van-doodgaan~a70945b1/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *