Een wonderlijk verhaal, dat kun je wel zeggen ja

Bekeerd en verzoend: conservator en kunstdief (r) in de Vredeskerk.
Bekeerd en verzoend: conservator en kunstdief (r) in de Vredeskerk.

De EO had er vroeger patent op: bekeringsverhalen. Het genre is nu wat uit de mode, maar af en toe duikt het nog op. Zoals zondagavond. Andries Knevel interviewde ene Hani, een moslim die zich tot het christendom had bekeerd. Hani was niet zijn echte naam, en zijn land van herkomst mochten we niet weten. Allemaal om veiligheidsredenen.

Begrijpelijk, maar de kijker had daardoor geen idee wie Knevel nu eigenlijk tegenover zich had. Wie was deze man? Wat was zijn vluchtverhaal? Hoe zag zijn leven in Nederland er uit? Had hij werk, een gezin? Het bleef allemaal in het vage.

Voor de EO geen probleem: elke bekering is er immers één. Knevel ging ouderwets vol op het orgel. “Dus de enige weg om in het wahabisme tot God te komen, is geweld?” “Ja”, knikte Hani. “Jihadisme dus?”, herhaalde Knevel. “Ja, jihadisme.” Het werd een heerlijk simpel zwart-wit-verhaal over de boze islam versus het lieve christendom. Waarbij Hani rijkelijk uit de Bijbel citeerde. Dat is op zich al redelijk zeldzaam op tv, zelfs bij de EO, maar een ex-moslim die een psalm van David voordraagt mag gerust een aardverschuiving heten.

Een stichtelijke avond, die zondag. In ‘De pelgrim’ (EO) een bedevaart van een zenboeddhist (dat is het laatste beetje Ikon-invloed in de EO) naar Franciscus van Assisi. Pelgrim Maarten nam geen slaapzak mee, zodat hij gedwongen was bij anderen te overnachten. “Het gaat om de ontmoeting. En het wonderlijke is: niet alleen ik ben dankbaar, ook het gastgezin.” Maarten zag veel overeenkomsten tussen Boeddha en St. Franciscus, maar bleef zelf lekker boeddhist.

Bij de KRO ging het wel over bekeringen, zij het minder vroom dan bij Knevel. Het woord ‘God’ viel zelfs niet in de relazen van Fred Leeman en Roy Peters. ‘Een onwaarschijnlijk verhaal’, beloofde ‘Kruispunt’. En daar was geen woord aan gelogen.

Peters was 25 jaar geleden het meesterbrein achter een van de grootste (overigens snel opgeloste) kunstkraken: die in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Hij zat bijna vijf jaar in de cel, waar hij, naar eigen zeggen, volwassen werd. Leeman was rond die tijd conservator in het museum, en noemde de diefstal het werk van een ‘egoïstische klootzak’.

Jaren later kwam Leeman die ‘egoïstische klootzak’ voor het eerst in het echt tegen. In de Vredeskerk in Amsterdam. Hij kende de kunstdief niet, dus was die eerste kennismaking uiterst verwarrend. “Ik heb uw museum beroofd”, vertelde Peters hem na de mis. “Oh, was u dat? Maar u lijkt me zo’n aardige man.”

Beide heren hadden zich vlak na elkaar bekeerd tot het katholicisme. Peters omdat hij geraakt was door de Latijnse mis (‘een gevoel van thuiskomen’) en Leeman vanwege de schoonheid van religieuze kunst. De ‘baas en de boef’ waren nu goede bekenden, en bezochten tot slot van de uitzending samen een Van Gogh-expositie in het Amstel Hotel. “Hebben ze díe ook gestolen?!”, riep Peters uit bij het doek Amandelbloesem. “Zeker”, antwoordde Leeman. Peters: “En ik had nog zó gezegd: laat dát schilderij hangen voor de bezoekers. Het is té mooi.”

Een even ontroerende als wonderlijke geschiedenis. “We stonden destijds aan de twee uiteinden van een kunstroof”, mijmerde Leeman, “en nu zijn we op dezelfde kar gesprongen.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *