Een vogelnest is pure architectuur

In mei legt elke vogel een ei. Ook in het Kralingse Bos wemelt het van de broedende paartjes. Een excursie met natuurgids Marius Huender.

Hoe wonderschoon de wereld van de stadsvogel. Het tuut-tuut-tuut-tuut van de koolmees, het tak-tak van de vink en het getjiftjaf van de tjiftjaf. Meimaand broedmaand, het Kralingse Bos is een klankkleur van gezang en een eldorado van ontluikend leven.

Natuurgids Marius Huender herkent elk getjilp en gekwinkeleer, en weet waar de nesten zijn. Van de merel en de mus, de winterkoning en de waterhoen. En iedere vogel bouwt zijn nest weer anders. De specht holt het uit in een boom, het liefst een dode, want dan is het hout wat zachter, de ijsvogel graaft het in een steile wand en de mees werkt het sierlijk af met mos. Vandaag zien we de staartmees, die zijn nest bouwt onder klimop, en spinrag gebruikt als lijm.

Op de Kralingse Plas heeft een meerkoetenstel een nest gefabriceerd temidden van drie lisdoddes. De stengels van de plant fungeren als steunpilaren. Een architectonisch hoogstandje, het nest met jong deint op en neer als een waterbed.

Op het vasteland broedt trots een zwaan. Eigenlijk is het een eilandje in een sloot, ontstaan door gebagger van de vrijwilligersgroep van het Kralingse Bos. Zo helpt de mens de natuur: de zwaan broedt graag op het verlaten eiland, want is daar veilig. Elk jaar mei keert zij of een van haar zusters er terug.

Iedere vogel let bij nestbouw op veiligheid voor eieren en jonkies. Roofvogels en vossen moeten op afstand blijven. Niet voor niets graaft de ijsvogel een gang van vijftig centimeter. En de grote bonte specht – we zien hem vandaag – strijkt na het foerageren eerst even neer op een tak vlakbij het nest. Een blik links, een blik rechts. Geen roofdier in de buurt? Dan hup, snel het nest in.

Niet geheel toevallig heeft de reiger aan de Kralingse Plas het grondbroeden afgezworen. Uit angst voor de bunzing broeden de reigers nu hoog. In de bomen achter de plasmolens bevindt zich een hele kolonie. En bij de kinderboerderij broedt de huismus. Daar ligt volop stro, en lekkere poep om uit te pikken.

Ja, in mei legt elke vogel een ei. Behalve de koekoek en de griet…. Nee, schudt Huender (74) het hoofd, ook de koekoek. Hij hergebruikt weliswaar het nest van de rietzanger of de kleine karekiet, maar wel in mei. Net als de halsbandparkiet, ook zo’n parasiet. Het is niet zozeer luidheid als wel onkunde. Ze kunnen het gewoon niet, zelf een nest bouwen. En de bosuil broedt al in februari, maar daar zijn er maar vijf van in het Kralingse Bos.

Boven ons hoofd cirkelen de gierzwaluwen. Ze foerageren in het bos om later met het voedsel terug te keren naar hun jonkies in de stad. Ze broeden niet in het bos, want van oorsprong gewend om dat te doen in rotsspleten voelen zij zich meer thuis onder de dakpannen in de bewoonde wereld. Zo blijkt: de plaats van nestvorming wordt niet alleen bepaald door veiligheid, maar ook door evolutie. Voor veel vogels is niet de natuur, maar de stad de natuurlijke habitat, weet Huender. Niet alleen de gierzwaluw, ook de holenduif en de slechtvalk zijn echte ‘stadsmensen’. Ja, het gaat al tijden weer goed met de slechtvalk, al schreef GroenLinks Rotterdam er in 2012 nog zorgelijk over.

Alle vogels zijn de natuurgids lief. Zelfs de meerkoet, ofschoon dat een vreselijke etter is. Hij maakt met iedereen ruzie, net als de roodborst, ook al zo’n plaag voor de buren. Nee dan het ijsvogeltje: klein, snel en fantastisch mooi. Die bewoner van het Kralingse Bos is Huender het dierbaarst. Daar wil hij helemaal niet omheen draaien.

De reiger aan de Kralingse Plas heeft het grondbroeden afgezworen

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/19/een-vogelnest-is-pure-architectuur-9337982-a1559350

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *