Een tropisch weekje in Parijs

Het was heet in Parijs. In Quartier Latin stonden alle ramen en deuren wijd open. Op straat vermengde zich de geur van pasta, moussaka en couscous met benzinedampen en urine- en zweetlucht. Een zwaar bouquet. Niet het parfum waarover Patrick Süskind schrijft in zijn gelijknamige bestseller uit 1985. Dat was immers een onweerstaanbaar odeur, geschapen door Jean-Baptiste Grenouille, de Parijse parfumeur met zijn delicate reukorgaan.

Toch zou Grenouille het in tropisch Parijs fantastisch hebben gevonden. Net als in ‘Het Parfum’ was hij er op jacht gegaan naar de geur der geuren. En dat niet alleen uit liefde voor zijn vak. Nee, er zat een duistere kant aan de Neus van Parijs: om een eigen lichaamsodeur te bemachtigen – dat had hij namelijk niet – moest hij met dodelijk geweld mensen van hun geur beroven.

Wat een goed idee om in de stad van het parfum Süskinds schitterende en moordlustige boek te herlezen. En jezelf daarbij fris te houden met deodorant en eau de toilette. Want airconditioning is er niet in het hotel, net zomin als in de meeste horecazaken van Quartier Latin. De rode wijn moet vaak eerst even in de koelkast eer hij op tafel kan.

Die avond zit in een restaurant aan de Rue Saint-André-des-Arts een oudere man met zonnebril. Artistiek type, dat zie je zo. Bruin geverfd, krullend haar, wijdvallend wit overhemd en grijze, zijden shawl. Hij moppert over de straatmuziek die luid binnendringt. Lijdt de man onder de hitte of is hij gewoon chagrijnig van nature? “’L’addition!”, klinkt het in een Frans zoals alleen Amerikanen dat beheersen. “Een schilder uit de Verenigde Staten”, verklaart de kelner na afloop.

Hebben we de Amerikaanse Karel Appel aanschouwd? In elk geval bezoeken we de volgende dag de Appel-expositie in het heerlijk koele Musée d’art moderne. Op een filmpje zien we de Cobra-schilder aan het werk met zijn karakteristieke forse halen. En altijd vrolijke kleuren. Een van de kunstwerken is getiteld: De ongewenste dynamische sprong in de geluidloze ruimte van het paard. Het lijkt een zomerse droom van geluk.

De temperatuur loopt nu met de dag op: 36, 37, 38 graden. Richting de 40. De receptioniste van het hotel heeft op de radio gehoord dat het sinds 2003 niet meer zo heet is geweest in Parijs. In Le Marais, wijk van joden en homo’s, wuiven terrasbezoekers zichzelf met meukaarten koelte toe. Café Le bouquet des archives heeft een andere manier bedacht om het publiek te verkwikken. Via een ingenieus systeem van leidinkjes worden de terraszitters besproeid met verneveld water. Binnen kun je je laten behandelen met een plantenspuit.

De volgende dag is het 21 juni, en breekt de zomer officieel aan. Traditiegetrouw zijn er muziekbandjes overal in Parijs. Er wordt gedanst, gelachen en gedronken, een uitbundige boel. Met een fietstaxi ga ik van de Notre Dame naar de feestelijkheden rond Centre Pompidou. De ‘chauffeur’, een student, vertelt dat hij minstens vijf liter water per dag drinkt.

Paar uur later, terug in het hotel. Het slot van ‘Het Parfum’ wacht. Een tafereel op de Cimetière des innocents in Parijs: wonderschoon, gruwelijk en ontregelend tegelijk. Lees het maar. Een tropisch weekje Lichtstad valt erbij in het niet.

De rode wijn moet vaak eerst even de koelkast in eer hij op tafel kan

https://www.trouw.nl/home/in-de-stad-van-het-parfum-las-ik-suskinds-moordlustige-boek~aa7d5838/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *