Een nieuw leven met kanker

Joanne Ellenkamp, drecteur van Pameijer Rotterdam, kreeg ongeneeslijke kanker, vertrok naar de Achterhoek en putte nieuwe levenskracht uit het dorpsleven.
Joanne Ellenkamp bij haar huis in Ratum. Foto Koen Verheijden

Een klein landgoed. Zo zou je de woonboerderij van Joanne Ellenkamp en Carolien Nijhuis in de Achterhoek kunnen noemen. Een mooie boerenhofstede uit circa 1850, geflankeerd door een gastenverblijf en een keramiek-atelier met veranda. Een flinke lap grond, met rondfladderende kippen op het erf.

Toen het echtpaar in november 2017 de idyllische entourage zag, was het besluit snel genomen: hier moeten we gaan wonen.  “Het was een oergevoel van geborgenheid”, zegt Joanne. Carolien: “Vrijdag is er een   nieuwjaarsborrel in het verenigingsgebouw, compleet met foxtrot. Daar gaan we natuurlijk naar toe.” Joanne: “Een receptie is hier geen verplichting, maar een ervaring.”

‘Hier’ is Ratum, een 368 inwoners tellend buurtschapje bij Winterswijk. Ervoor woonden Joanne en Carolien ruim dertig jaar in Rotterdam, waar Joanne directeur  was van zorginstelling Pameijer. Daarnaast bekleedde ze in de stad allerlei andere maatschappelijke functies: van homo-ambassadeur tot voorzitter van de anti-discriminatieraad, van het Fonds Bijzondere Noden tot Volkskracht.  En tussen 1994 en 2000 raadslid van de PvdA. Ze deed het allemaal.

Tot nu. Nu schildert ze, zingt bij een operakoor, kookt als vrijwilliger voor andere kankerpatiënten, schrijft gedichten, leest filosofen. “Het paradoxale van kanker”, zegt Joanne (59), “is dat er ook een mooie kant aan zit. Ik ontdek nieuwe, onvermoede lagen in mezelf, die zonder de ziekte misschien verborgen waren gebleven. Ik ben dankbaarder. Ik voer de kipjes, hark de bladeren. Als iemand me vijf jaar geleden had verteld dat zulke kleine dingen genoeg voor mij zouden zijn om te leven, had ik diegene voor gek verklaard. Maar het ís genoeg.”

In 2008 werd borstkanker vastgesteld. Ze genas en ging weer aan de arbeid. Maar de ziekte keerde terug.”Ik  deed regelmatig yoga voordat ik naar mijn werk ging. Totdat ik in de zomer van 2015 ineens de helft van de oefeningen niet meer kon meedoen, vanwege enorme pijn in mijn borst- en longgebied. In de kleedkamer heb ik meteen de huisarts gebeld. Drie dagen later volgde in het ziekenhuis de diagnose: uitzaaiingen in de longen. ‘Je kunt dit niet winnen’, zei de longarts, ‘we geven je nog een paar jaar.’ Eerst wilde ik gewoon doorgaan met mijn werk, maar uiteindelijk heb ik, in overleg met Carolien en de bedrijfsarts, alles losgelaten.”

Ook Carolien (66), tot voor kort manager ouderenzorg in een Dordts verpleeghuis, besloot haar baan op te zeggen. Ze is deze ochtend druk met een man die een vlaggenmast komt bezorgen in de tuin. Het is het landelijke leven waaraan de vrouwen inmiddels verknocht zijn geraakt. “We hebben dit huis op traditioneel Achterhoekse wijze ingewijd”, vertelt Joanne. “Buurtmaken heet dat hier. Je nodigt omwonenden – in ons geval  zo’n twaalf gezinnen – uit voor een kop koffie en een borrel, en dat is meer dan een vrijblijvende kennismaking. Je belooft er in feite mee dat je er voor elkaar zult zijn. Naoberschap zeggen we in de Achterhoek. Het grappige is: je vraagt ze van drie tot zes, en ze komen ook precies van drie tot zes.”

Het directeurschap van Pameijer ligt nog maar drie jaar achter haar, maar het lijkt langer, zegt Joanne. “Als je me vraagt wat mijn functie inhield, merk ik dat ik gewoon even moet nadenken. Oké, bij Pameijer draait het om mensen met  een verstandelijke beperking of psychische problemen. Je zoekt met hen naar werk, huisvesting of betekenisvolle activiteiten. Prachtig werk, dat ik met veel plezier en inzet heb gedaan, veertien jaar lang, minstens zestig uur per week. Ik had Pameijer voor geen goud willen missen, maar achteraf denk ik: toen wérd ik vaak geleefd, nu leef ik zelf. Ik ga niet meer promoveren. Het is goed zo.”

Joanne serveert een lunch met eieren van eigen erf. Carolien komt binnen met de hond Juno en vertelt een mooi verhaal: “Pas kieperde ons aanhangwagentje in de sloot. We zijn meteen naar de achterbuurman gegaan, en die heeft hem met een trekker eruit gehaald. Hij had daar veel plezier in.”Joanne: “We leven mét elkaar. Lesbisch zijn is hier geen probleem. Wat telt is dat je meedoet.  In Ratum is het de gewoonte om als buren elkaar minstens één keer per jaar te bezoeken. Dus, gaan wij twaalf keer op visite en ontvángen wij één keer per jaar die twaalf gezinnen. Als ik sterf weet ik dat de buren aandacht zullen hebben voor Carolien.”

Al voor de eindigheid haar werd aangezegd, dacht ze na over de dood. En nu hij dichterbij is gekomen, vecht ze er niet tegen. “Natuurlijk blijf ik stiekem hopen op een wonder, maar ik aanvaard het lot zoals het zich aandient. Met mijn zus, met wie ik niet zo’n makkelijke verhouding had, heb ik  goede gesprekken gevoerd over zaken uit het verleden, zeg maar van die typische zussendingen. Voorzover ik weet ben ik nu met iedereen in het reine. Het blijft jammer om te moeten sterven, maar met Simone de Beauvoir zeg ik: het is goed dat er eens een eind komt aan het leven. Onze intensiteit zit in onze tijdelijkheid. Ja, ik ben klaar om te sterven, al is het bij mij wat vroeg. ”

Carolien: “Ik probeer niet aan Joanne’s dood te denken. Ik wil me er geen zorgen over maken, er geen beelden bij hebben. Als het zo ver is, is het zo ver. Ik denk wel dat ik hier zal blijven. Hier woont mijn ziel.” Joanne: “Carolien en ik zijn hier veel diepgaander gaan leven.”

Het dorpsleven is Joanne Ellenkamp niet vreemd. Haar leven begon in 1960 in Geldrop. Vader werkte bij Philips, moeder was thuis. Een protestants-christelijk gezin, waar werd gebeden en uit de Bijbel gelezen. Joanne: “Ik ben weer gaan bidden. Niet om genezing. Dat is me te plat, in zo’n God geloof ik niet. Ik bid uit dankbaarheid, ook voor mijn leven nu. Ik ben een vrolijke bidder.”

Om haar nieuwe leven in Ratum te vieren, nam ze ook een nieuwe naam aan: Joanne.”Dat betekent: God is genadig. Mijn roepnaam Joke had dezelfde betekenis, maar met Joanne maak ik een nieuwe start. Ik voel de genade elk moment van de dag. Dat ik adem, dat ik leef, al zesendertig jaar met Carolien ben, dat we in dit verstilde landschap zijn terechtgekomen, we in ons leven zulke fijne mensen hebben ontmoet. Hier zeggen ze: het lijkt wel alsof jullie al heel lang een van ons zijn. En zo voelt het ook. We zijn veel meer met elkaar verbonden dan we doorhebben.”

“Of ik christen ben…?  Laat ik zeggen dat ik getroost word door prachtige Bijbel-verhalen over naastenliefde, zoals de Barmhartige Samaritaan. Vooral omdat het goede in die gelijkenis uit onverwachte hoek komt.  Dat leert mij: oordeel niet te snel. Verder heb ik veel steun aan filosofie. Hannah Arendt met haar steeds opnieuw geboren worden, Levinas met zijn Menselijk Gelaat: je aangesproken en geraakt voelen door de ander. En Spinoza met zijn pantheïsme. In dit kleine plaatsje Ratum ervaar ik al die filosofieën aan den lijve. Het voelt hier zo oer.”

En wat nu als straks het Uur U zal luiden?  “In Rotterdam zat ik bij een boeddhistische leesgroep, waar ik  leerde: om te sterven moet je echt leven, en door goed te leven, weet je hoe je moet sterven. Ik vind het heel verdrietig dat Carolien straks alleen achter blijft, maar ik weet dat Ratum haar zal verzorgen. Ik wil graag sterven in vredigheid, met dierbare mensen om mij heen. Om me daarna, zoals de zen-boeddhisten zeggen, over te geven aan het grote niet-weten.”

‘Ik ben klaar om te sterven’, zegt Joanne Ellenkamp

https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/hoe-joanne-onvermoede-lagen-in-zichzelf-ontdekte-door-haar-ziekte~a95e3146/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *