Een lied van verdriet

Han Peekel aan de telefoon. Het leven heeft hem zwaar toegetakeld. Zijn vrouw overleden, zijn dochter ernstig ziek en hijzelf voor de dood weggehaald.
Han Peekel

Een afspraak op het terras van Moeke Spijkstra in Blaricum. Waar de tv-producent vertelt dat hij zich een jaar lang een zigeuner voelde: eenzaam en ontheemd. Zijn vrouw Theya stierf aan kanker en hijzelf balanceerde op het randje van de dood. Zijn vitale lichaamsfuncties vielen uit, een coma volgde. Samen lagen ze in hetzelfde ziekenhuis en samen gingen ze naar huis, in twee ambulances achter elkaar. Zij om te ontslapen, hij om haar ziel te voelen wegglippen. ‘Je stierf in omhelzing, en verdween met de warme zuiderwind.’

Dat zingt Peekel in een van de liederen die hij over die periode maakte. “Theya was de zon van mijn leven, 48 jaar lang. Een warme vrouw, begenadigd schilderes, en – in tegenstelling tot mezelf – zonder enige geldingsdrang.” Een half jaar na haar dood kreeg Peekels dochter Cato-Margo, moeder van vijf kinderen, te horen dat ze beenmergkanker had en leukemie. Het gaat nu tamelijk goed met haar, ze krijgt een beenmergtransplantatie, zegt Peekel.

Zijn werk (‘Tv Monument’) houdt hem fysiek op de been, weet de programmamaker. Zijn chansons doen dat geestelijk. “Verdriet heeft geen gewicht, maar is loodzwaar. Mijn liederen zijn gestolde emoties.” De verzen gaan over de tragiek van het menselijk bestaan, vaak mooi verwoord, en op muziek gezet door Arie Kuipers. Op 6 oktober, op zijn 70ste verjaardag, brengt Peekel de liederen op cd uit. Daarmee is hij terug bij zijn eerste vak – zanger – maar belangrijker vindt de Blaricummer dat lotgenoten zich mogelijk in de tekst kunnen herkennen.

Zo zingt hij: ’De seconde dat wij leven is zonder enig belang.’ “Wie heeft het nog over Theya?”, vraagt Peekel retorisch. “Alleen de inner circle. We zijn kruimels in de eeuwigheid. Die gedachte maakt me niet depressief. In tegendeel. Ze schenkt me een soort zorgeloosheid.”

De eerste dagen na de begrafenis voelden als een onwezenlijke tussenwereld, zonder enig houvast. Muren werden schuivende panelen, de ondergrond doorzichtig glas. ‘Je droeg mijn naam’, zingt Peekel in de titelsong, ‘je droeg mijn bestaan, je droeg mijn kind, je verdroeg mijn grappen en mijn eindeloos gezeur.’

“Ja, ze verdroeg zelfs mijn gewicht, terwijl ze een bloedhekel had aan dikke mannen”, grinnikt de tv-maker op het terras. Toen de ergste rouw voorbij was, kwam de levenslust langzaam terug. “Ik geniet weer van het leven, hoe gek dat misschien ook klinkt. Ik slurp het weer op, gulzig als ik ben, met een zekere hebberigheid en allure.”

Het dorp Blaricum, waar Peekel sinds kort woont, helpt hem. Rik Felderhof die langs Moeke Spijkstra loopt en hem uitnodigt voor een wijntje. Of Johhny de Mol die hem pas een kop koffie aanbood. Maar het zijn niet alleen de BN’ers in het rijke villadorp. Ook onbekende mensen. De serveerster die naar Cato-Margo vraagt, of de bakker om de hoek, die zegt: als je niet kunt slapen, kom ’s nachts gerust naar de bakkerij om kadetjes te kneden. Peekel: “Misschien doe ik dat wel. De geur van vers brood geeft me elke ochtend weer een onredelijk blij gevoel.”

Han Peekel: ‘Verdriet heeft geen gewicht, maar is loodzwaar’

https://www.trouw.nl/home/een-lied-van-verdriet~a501c8a0/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *