Een kijkje in het brein van Fellini

Scène uit het Oscarwinnende 'Amarcord' van Federico Fellini.
Scène uit het Oscarwinnende ‘Amarcord’ van Federico Fellini.

Wie de naam Federico Fellini hoort, denkt aan de steracteurs Giulietta Masina (tevens echtgenote), Marcello Mastroianni en Anita Ekberg. Of aan filmcomponist Nino Rota. Edoch, geen van die grootheden komt aan het woord in ‘In Fellini’s footsteps’. Goed, ze zijn overleden, maar er moet toch boeiend archiefmateriaal voorhanden zijn, zou je denken.

Documentairemaker Gerard Morin maakte een andere keuze : naaste medewerkers. Allerlei creatieve geesten, die jarenlang met Fellini werkten, dwarrelden gisteravond over het scherm: persoonlijk asistenten, cameramannen en productieontwerpers. En niet in de laatste plaats Morin zelf, langjarig vriend en assistent. We zagen, met andere woorden, Fellini van binnenuit, we keken regelrecht in zijn brein. En ontwaarden daar wellicht meer dan menig acteur ons had kunnen tonen. In die zin valt Morins keuze ruimschoots te billijken. Al was het aardig geweest als hij ons wat (meer) fragmenten uit Fellini’s beroemde oeuvre had laten zien. Zelfs van ‘La dolce vita’ ontbrak elk spoor.

Maar terug naar de hersenpan. Wat troffen we daar aan? Eén grote warboel. Op ironische wijze vertelden zijn medewerkers hoe Fellini altijd maar met een half oor luisterde (‘je moest alles in een paar seconden vertellen, anders was hij weg’), decors drie keer liet overmaken, en zelfs tijdens de opnames nog allerlei nieuwe scènes verzon. Het mooiste verhaal kwam van Magali Noël, een van de weinige beroemheden in deze Avro-docu (Gradisca in ‘Amarcord’). “Om half drie ’s nachts ging de telefoon. Federico. ‘Ik heb een mooie rol voor je in ‘Amarcord’, zei hij. ‘Morgenochtend tien uur in Studio 5.’ ’Maar hoe kom ik zo snel aan een vliegticket?’, stribbelde ik tegen. ‘Maak je geen zorgen, Magalotta’, antwoordde Federico ‘ik weet dat je er zult zijn.”

Zo ging dat dus in Cinecittà. Fellini hield niet van scenario’s. Hij werkte vanuit beelden in zijn hoofd, die op hun beurt weer waren gebaseerd op zijn dromen, angsten en obsessies. Ook in die zin een uniek regisseur: de verbeelding van het eigen ik ten top. Iedereen die wel eens een Fellini-film heeft gezien, kan erover meepraten: fantastische, groteske scènes waarin op superieure wijze de spot wordt gedreven met kerk, politiek en society, en waarin de acteurs karikaturen lijken van zichzelf. Een surrealistische wereld, met niet altijd een helder lineair relaas, maar wel steeds betoverend, ontregelend en sociaal-psychologisch.

“Zijn hoofd was de camera”, vertelde cameraman Piero Servo, “de beelden in zijn brein waren complete filmscènes.” Zijn acteurs ried hij aan: “Als er iets in je opkomt, zeg het gewoon. Spreek vanuit je hart.” En zo leerden we, ondanks de geringe rol van acteurs in deze docu, toch nog iets over de eisen die Fellini aan hen stelde.

Hoewel hij daar zelf anders over dacht, was Fellini een wonderdoener: vanuit een wanordelijk hoofd creëerde hij films die tot het culturele werelderfgoed behoren. En zo was hij kunstenaar in optima forma: hij die orde schept uit chaos. Maar of het Italiaanse genie († 1993)daarmee ook zijn eigen ik vond – waarnaar hij altijd op zoek was, met name in ‘Roma’, ‘Amarcord’ en ‘Casanova’- daar kreeg de kijker helaas geen antwoord op.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *