Draaglijke lichtheid

Ze floept het er tussen neus en lippen uit: “Ja, ik ben gelovig.” En beng, daar ligt het zware woord reeds aan de voeten van haar schare seculiere bewonderaars. Gelovig? Twee vrouwen achterin de zaal stoten elkaar veelbetekenend aan. Een vrouw voorin vertelt dat ze zich er he-le-maal niets bij kan voorstellen. Verbinding en heelheid, oké, maar geloof…

Glimlachend hoort schrijfster Esther Gerritsen het ongeloof aan. “God is de ruimte tussen u en mij”, beantwoordt ze de sceptica. “En die ruimte is misschien belangrijker dan wij. Daar word ik heel blij van. U hoeft niets van mij te vinden, en ik niets van u. Het oordeel is aan God. Daar zijn wij te klein voor.”

Gerritsen is te gast in de Rotterdamse discotheek Worm, vanwege haar nieuwe roman ‘De Trooster’, waarin het geloof een grote rol speelt. Ook wie Gerritsen niet direct begrijpt, heeft wellicht het vermoeden dat ze iets diepzinnigs zegt. Iets relativerends en menselijks: we hoeven elkaar niet te be- en veroordelen. Dat geeft ontspanning.

Het is dezelfde lichtheid waarmee Gerritsen de pen voert in haar columns in de VPRO Gids. Deze week schrijft ze over haar dochter die onomwonden vertelt wat ze vindt van moeders gezicht, billen en borsten. De auteur wordt soms humeurig van die aanmerkingen, en nu is de afspraak dat dochterlief stopt met haar kritiek en ‘pinguin’ roept zodra ze chagrijn ontwaart in moeders gezicht.

Het is weer zo’n kostbaar miniatuurtje over de gewone belevenissen van een bijzondere vrouw. En als je ‘pinguin’ vertaalt met ruimte, snapt die vrouw op de voorste rij misschien beter wat Gerritsen met God bedoelt.

In Worm wil presentator Ernest van der Kwast weten of religie in haar oeuvre een vaste rol zal gaan krijgen. Zoals bij Vonne van der Meer en Gerard Reve. Hij had er nog meer kunnen noemen: Willem Jan Otten, Stephan Sanders en, meest recent, Yvonne Zonderop. Allemaal (her)vonden ze het katholieke geloof. Het is van alle tijden. Ook Oscar Wilde overkwam het, ofschoon wel een tikkeltje laat: op zijn sterfbed.

“Tja”, antwoordt Gerritsen, gekleed in elegante bolletjesblouse, “ik weet het niet, hoor. Soms ben ik bang dat het geloof een bevlieging is, dat het op een bepaalde dag ineens verdwijnt. Het is moeilijk om in je eentje te geloven. Vooral in Amsterdam.” Onder tafel wipt ze met haar voet. Zoals ze dat steeds doet bij moeilijke vragen. De frutsels aan haar schoeisel dansen vrolijk mee.

Makkelijker praat ze over het ambacht. Hoe ze bij aanvang van elk nieuw boek alle te schrijven woorden deelt door het aantal dagen tot de deadline, zodat ze exact weet hoeveel woorden per dag ze moet halen. “Schrijf ik er eens wat meer, dan heb ik een dag vrij. Gelukkig zijn mijn boeken dun.”

Zoals De Trooster, slechts 224 pagina’s. “Ach, het geloof is een raar, onbegrijpelijk verhaal”, vindt de schrijjfster. “Wat ik bij vrienden niet kwijt kan, leg ik in mijn  personages.” Ze slaat De Trooster open, bij de passage waarin klooster-conciërge Jacob zich herinnert hoe hij lang geleden met zijn mismaakte gezicht voor de spiegel stond en zich realiseerde dat het Gods liefde moest zijn die hij voelde. “Gods liefde voor mij.”  En het is stil in Worm.

Het geloof is een raar, onbegrijpelijk verhaal, vindt Esther Gerritsen

https://www.trouw.nl/cultuur/ach-het-geloof-is-een-raar-onbegrijpelijk-verhaal~aa1087b8/

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *