De minst gelukte VS-president ooit

Nu morgen met Trump een van de meest omstreden VS-presidenten ooit wordt geïnaugureerd, denk ik terug aan 1994 toen ik tijdens een rondreis door Amerika kennismaakte met een aantal grote voorgangers van The Donald. Om te beginnen natuurlijk Amerika’s eerste president, founding father George Washington, die een heldenrol speelde bij het verjagen van de Britten.

We bezochten zijn neo-klassieke woonhuis Mount Vernon, prachtig gelegen aan Potomac River, constateerden dat het deed denken aan Het Loo, en genoten van southern comfort. We gingen naar Monticello (kleine heuvel), residentie van Amerika’s derde president Thomas Jefferson, opsteller van de Onafhankelijkheidsverklaring.

Onze gids omschreef hem als een genie: politicus, filosoof, architect en uitvinder tegelijk. Jefferson had zelf Monticello ontworpen. Maar aan de andere kant hield de president, ondanks zijn mooie woorden over vrijheid en gelijkheid, tweehonderd slaven.

Op een winterse ochtend waren we op Arlington, waar de erewachten oorwarmers droegen tegen de vrieskou. We stonden aan het graf van John F. Kennedy, en hoorden dat hij met zijn idealisme en jeugdig elan een van de grootste presidenten van de twintigste eeuw was.

Was dat zo? Hoe langer hij dood is, hoe meer de meningen uiteenlopen. Rik Kuethe, correspondent van Elsevier in de VS, houdt in zijn recent herdrukte boek ‘Alle 45 Amerikaanse presidenten’ de kerk in het midden. Kennedy had succes met zijn aanpak van de Cuba- en Berlijn-crisis, maar was een aarzelaar met zwarte burgerrechten en ronduit omstreden met zijn Vietnampolitiek.

Het is een alleraardigst maar ook handzaam boekje. Van elke president lezen we kort over karakter, leven en loopbaan, en eventuele banden met Nederland. Tot de beste presidenten rekent de oud-diplomaat, naast Washington en Jefferson, Abraham Lincoln (hield de Unie bij elkaar en schafte de slavernij af) en Franklin D. Roosevelt (New Deal en briljant oorlogspresident).

Maar net zo boeiend is het om te lezen over Amerika’s zwakste presidenten. Bijvoorbeeld Franklin Pierce (1853-1857). ‘Met zijn zwart krullende haar een aantrekkelijke, charmante man’, schrijft Kuethe (1942), maar als politicus alleen maar uit op ‘bijval en instemming.’ Verder vooral ‘een ideale man op de barkruk.’ Zwaar aan de drank kreeg hij zo weinig voor elkaar dat de Democratische Partij hem niet eens een tweede termijn gunde.

Dan komt in 1909 William Howard Taft. Die was zo dik (137 kilo) dat als hij aan Washington telegrafeerde dat hij een inspectietocht te paard goed had doorstaan, hij als antwoord kreeg: ‘En hoe is het met het paard?’ Om politiek gaf hij niets, hij zat liever in het Hooggerechtshof (wat hem uiteindelijk ook lukte). Legendarische uitspraak van Taft: ‘Als iemand vraagt naar de president kijk ik om me heen waar Roosevelt is’(zijn voorganger Theodore).

Warren G. Harding
Warren G. Harding

Maar de minst gelukte VS-president ooit is volgens Kuethe Warren G. Harding (1921-1923): beperkt intellect, geen leiderschapskwaliteiten en corrupte medewerkers. ‘Een bescheiden man, met veel om bescheiden over te zijn.’ Net toen op 2 augustus 1923 eindelijk een positief artikel over hem verscheen in The Saturday Evening Post, gebeurde er iets dramatisch. Zijn vrouw las het voor aan zijn ziekbed en Harding zei ‘prima, lees nog wat verder.’ Toen de first lady dat wilde doen, blies de president de laatste adem uit.

Benieuwd in welk rijtje Donald Trump uiteindelijk terechtkomt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *