De lange arm van Ankara loopt via de VVD

Bij het gedwongen vertrek van de  Turkse Kamerleden Kuzu en Öztürk uit de PvdA klonk het weer: Ankara zou via vooraanstaande Nederlandse Turken negatieve invloed proberen uit te oefenen op de integratie. Niets nieuws onder de zon. In september 2005 slaagde de uiterst conservatieve Nederlandse Islamitische Omroep erin de moslimzendtijd in handen te krijgen. De lange arm van Ankara liep toen via het Turkse VVD-Kamerlid Fadime Örgü. Lees wat ik ten tijde van Örgü’s stille coup erover schreef in Broadcast Magazine van april 2005.
Tekening Joep Bertrams
Tekening Joep Bertrams

Het Turkse VVD-Kamerlid Fadime Örgü, tot 1998 redacteur bij de Nederlandse Moslim Omroep, doet haar best de islamitische zendtijd over te hevelen van haar voormalige werkgever naar het Contactorgaan Moslims en Overheid: een club die ze zelf heeft helpen oprichten en die banden onderhoudt met Ankara.

In haar c.v. staat dat ze tussen 1994 en 1998 televisiejournalist was, maar concreter geformuleerd werkte de Turkse moslima Fadime Örgü in die jaren als redacteur bij de Nederlandse Moslim Omroep (NMO). Nu probeert Örgü als kamerlid van de VVD de moslimzendtijd weg te halen bij haar voormalige broodheer.

Op 22 november diende Örgü een mede door D66 en het CDA ondertekende motie in waarin ze haar oud-werkgever afschilderde als `weinig representatief voor de Nederlandse moslimgemeenschap.’ Ze verzocht mediastaatssecretaris Medy van der Laan (D66) de zendmachtiging over te dragen aan het in februari 2004 opgerichte Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). Pikant detail: Örgü hielp in haar functie van vice-voorzitter van de Stichting Islam en Burgerschap dit orgaan zelf ter wereld.

Bij de Moslimomroep wordt volop gespeculeerd over de beweegredenen van de VVD-mediaspecialiste. “Als het CMO de zendmachtiging krijgt, wordt zíj de nieuwe televisiedirecteur. Mark my words”, zegt NMO-directeur Frank William. De Nederlandse Moslimraad (NMR), die tot nu toe de licentie in handen heeft en de zendtijd uitbesteedt aan de NMO, heeft evenzeer haar vermoedens. “Toen zij bij ons werkte, heeft Fadime Örgü zich zeer sterk gemaakt voor een dominantie van de Turkse programma’s. Via het CMO, waarvan het bestuur voor tweederde bestaat uit Turken, wil ze die Turkse invloed verder verstevigen”, denkt NMR-voorzitter Derwisj Maddoe. Hij herinnert zich dat Örgü met haar Turkse ambities de nodige spanningen veroorzaakte op de redactie. Pas zou ze zich tegenover een medewerkster van de moslimomroep hebben laten ontvallen dat ze met haar motie een bom heeft willen leggen onder de NMO.

Het VVD-Kamerlid reageert verbaasd. “Spanningen? Ik heb alleen maar met heel veel plezier bij de NMO gewerkt. Persoonlijke belangen? Ik heb bij de oprichting van het CMO slechts een coördinerende rol gespeeld.” Örgü beklemtoont de `werkelijke redenen’ van haar motie. “Ik ken zowel de NMR/NMO als het CMO van binnenuit en weet daardoor dat de NMR niet representatief is. De raad vertegenwoordigt hooguit enkele tienduizenden islamieten, het CMO al gauw zeshonderdduizend.”

De lobby van Örgü lijkt vruchten te gaan afwerpen. Het Commissariaat voor de Media, dat elke vijf jaar de zendtijd voor geestelijke stromingen opnieuw moet toewijzen, heeft officieel nog geen besluit genomen over wie de uren vanaf september mag gaan invullen, maar de narrige brief die voorzitter Jan van Cuilenburg op 18 maart aan de NMR schreef, spreekt boekdelen. ‘Het Commissariaat heeft overwogen dat de NMR niet loyaal wenst mee te werken aan de spoedige oprichting van een Stichting Verzorging Islamitische Zendtijd (waarin bij wijze van compromis beide kemphanen zouden moeten samenwerken, W.P.) en is daarmee in de positie gebracht dat het een keuze moet maken voor een van beide aanvragers.’ De schuldige is dus bekend, rara wie de zendtijd mag gaan vullen… De uiterst conservatieve Nederlandse Islamitische Omroep, verlengstuk van het CMO, staat al te trappelen.

Wat is het CMO? Een overlegclub, waarin (althans op de dag van oprichting) zes Marokkaanse, Surinaamse en Turkse moskeekoepelorganisaties samenwerken. Een belangrijke participant is de Islamitische Stichting Nederland (ISN), een organisatie die zich, blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel Haaglanden, bezighoudt met het verzorgen van uitvaarten, reizen, bouwactiviteiten en handel in levensmiddelen. Veertien van de éénentwintig ISN-bestuursleden (ofwel driekwart van het bestuur) zijn woonachtig in Turkije, zo blijkt uit datzelfde handelsregister. Op zich niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat de ISN in nauw overleg met het Turkse directoraat voor godsdienstzaken (Diyanet) imams benoemt voor de 140 Turkse moskeeën die de stichting in Nederland rijk is.

De kans is groot dat door Turkije benoemde imams een rol zullen spelen in de programmering van het CMO, zo beaamt voorzitter Ayhan Tonca. De lange arm van Ankara in Nederland? “Onzin! Wat maakt het uit of een Turkse imam de koran reciteert, een Duitse of een Britse? De koranverzen veranderen er niet door. Kijk, iedereen weet dat de ISN de poot van de Diyanet in Nederland is. Daar hoeven we helemaal niet geheimzinnig over te doen. Maar verder dan het reciteren van de koran, wat overigens nu ook al bij de NMO gebeurt, wil ik de imams niet laten gaan. Pas zodra Nederland zijn eigen imams opleidt, denk ik aan een bredere inzetbaarheid van moslimgeestelijken, bijvoorbeeld in programma’s over maatschappelijke onderwerpen.”

Het CMO is zeer ontevreden over de vrijzinnige wijze waarop de moslimzendtijd tot nu toe wordt ingevuld. `Het lijkt de NPS wel’, heeft Tonca zich ooit laten ontvallen. De NMO waarschuwt er op zijn beurt voor dat onder het bewind van het CMO de verlichte islam van het scherm zal verdwijnen. Liberale moslimstromingen als alevieten en ahmadiyya, hoeven bij het CMO niet op zendtijd te rekenen, “want”, zegt Tonca, “de islam kent maar twee stromingen: soennieten en sjiieten. Overigens woedt er al sinds mensenheugenis een dispuut over de vraag of de ahmadiyya überhaupt wel tot de islam behoort.”

Ofschoon er onder het CMO een andere wind zal gaan waaien door de moslimprogrammering  en de commissie Blok begin vorig jaar waarschuwde dat de Diyanet een steeds grotere invloed probeert uit te oefenen in Nederland, lijkt de staatssecretaris zich nog niet erg druk te maken. Kritische Kamervragen van de LPF over de buitenlandse bemoeienis met het CMO en het uitsluiten van liberale moslimstromingen lagen wekenlang onbeantwoord in haar postvakje. Vragen van de PvdA, gedateerd begin maart, troffen hetzelfde lot. De sociaal-democraten begrijpen niet hoe het mogelijk is dat een op initiatief van de Nederlandse overheid opgericht orgaan kan worden aangemerkt als een genootschap op geestelijke grondslag, een voorwaarde om voor de moslimzendtijd in aanmerking te komen.

Geïnformeerd naar het oordeel van de staatssecretaris, zegt haar woordvoerster dat de bewindsvrouw niet op de beantwoording van de Kamervragen vooruit wil lopen. Ondertussen staat het Commissariaat op het punt de moslimzendtijd voor de komende vijf jaar toe te kennen.

Laat het ene overheidsorgaan (het Commissariaat) zijn oren hangen naar het andere (het CMO)? Woordvoerder Bart Bijvank van het Commissariaat vindt de uitdrukking `oren laten hangen’ niet op zijn plaats, maar erkent wel dat het CMO een `belangrijk orgaan’ is. “Het is niet zomaar een club, maar gesprekspartner van minister Verdonk.”

Is het geen probleem dat het CMO liberale stromingen niet erkent? “Dat is zeker een probleem”, zegt Bijvank. “Vandaar dat wij van het begin af aan hebben aangedrongen op samenwerking van CMO en NMR in een gezamenlijke stichting, zodat alle stromingen aan bod zouden komen.” Hoe gaat het Commissariaat voorkomen dat de Diyanet straks de dienst uitmaakt bij de moslimomroep? “Van buitenlandse invloed mag natuurlijk geen sprake zijn. Van CMO-voorzitter Tonca hebben wij begrepen dat er geen vertegenwoordigers van de buitenlandse overheid in zijn bestuur zitten.”

Waarom heeft het Commissariaat niet van aanvang af gekozen voor de NMR, die de zendtijd immers al jaren verzorgt? “Heel veel moslims vinden de NMR te liberaal. Zij willen meer aandacht voor imams en de moskee. Aan die geluiden kan het Commissariaat bij het toewijzen van de zendtijd niet voorbijgaan.”

Als het Commissariaat kiest voor het CMO, zal de NMR zeker in beroep gaan, zegt William. Een soortgelijk geluid klinkt in een woning in Utrecht, waar de Samenwerkende Islamitische Koepel (SIK) kantoor houdt. De SIK was de derde gegadigde voor de moslimzendtijd, maar voorzitter Bea Lalmahomed vindt dat het Commissariaat haar stichting als oud vuil heeft behandeld. “Van het begin af aan was één ding duidelijk: de zendmachtiging moest en zou naar het CMO gaan. Het Commissariaat heeft ons voorgehouden dat we in de race zaten, maar het bleek allemaal bedrog”, zegt ze boos. “Ik heb daar op een hoorzitting gezeten, als enige vrouw tussen allemaal mannen met baarden. Dat die baardmannen vrouwen niet altijd serieus nemen weet ik, maar dat het bij het Commissariaat niet anders ligt, was voor mij een bittere verrassing.”

Ze wijst op een brief van het Commissariaat van 30 november waarin de `omroeppolitie’ schrijft dat niet de omvang maar de breedte van de achterban, alsmede het openstaan voor substromingen doorslaggevend zullen zijn bij het toekennen van moslimzendtijd. “Wat schetst mijn verbazing als ik op 17 maart, na wekenlang geen antwoord te hebben gekregen op mijn brieven, van het Commissariaat te horen krijg dat mijn aanvraag is afgewezen omdat ik niet heb kunnen aantonen hoe groot mijn achterban is. Dat is toch wel zeer in strijd met de brief van november. Het Commissariaat vertrapt zijn eigen wetten.”

Dat de SIK breed is, staat voor Lalmahomed als een paal boven water. “Wij verenigen soennieten, sjiieten, alevieten en ahmadiyya. Wij hadden de licentie moeten krijgen. In plaats daarvan lokt het Commissariaat twee moslimorganisaties uit tot een bloedig gevecht. En dat in een tijd dat islamieten in Nederland toch al zo’n slechte naam hebben. Het Commissariaat heeft er alles voor over om de zendtijd terecht te laten komen bij het CMO.”

Naschrift 19 november 2014: In september 2005 kwam de moslimzendtijd mede dankzij de VVD inderdaad terecht bij het CMO, preciezer gezegd bij zijn verlengstuk de uiterst conservatieve Nederlandse Islamitische Omroep.

One thought on “De lange arm van Ankara loopt via de VVD

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *