De kerk in al haar glorie en zwakte

IJzersterke dialogen in 'Churchmen'. Hier kardinaal Roman.
IJzersterke dialogen in ‘Churchmen’. Hier kardinaal Roman.

Zondagavond na elven – lekker laat zodat niemand er ‘last’ van heeft – zendt de AvroTros een mooi Frans drama uit over de rooms-katholieke kerk. Waarom mooi? Omdat het de kerk laat zien in zowel haar grootsheid als kleinheid, en dat verpakt in ijzersterke dialogen.

‘Churchmen’ heet het drama, en het volgt vijf jongemannen die priester willen worden. Ze treden toe tot de kapucijnen in Parijs – de elite van de Franse Kerk -, waar de progressieve prior Étienne Fromenger de baas is. Rond hem ontspint zich een belangrijke dramatische verhaallijn. Hij ligt voortdurend overhoop met de geslepen, ijdele kardinaal Joseph Roman. De heren voeren ijzige gesprekken in de trant van: “Iedereen weet dat het kardinaalsgewaad u een maatje te groot is.” Waarop Roman: “Ik zal bidden dat God u niet te hard zal treffen.”

Waar gaat deze ruzie over? Fromenger, charismatisch en bot tegelijk, wil zijn Dag van de Roeping niet verplaatsen ten bate van Romans Actie voor de Armen. Het conflict loopt zo hoog op dat de kardinaal afreist naar de Eeuwige Stad om Fromenger te laten ‘wegpromoveren’ (‘laten we een onderzoek starten, we vinden altijd wel wat’). Zelf kan hij Fromenger niet aanpakken, omdat deze als prior van een kloosterorde direct onder Rome valt.

Gekonkel in het Vaticaan, ach we kennen het uit de media. Hier toont de serie de kerk in al haar kleinmenselijkheid. Maar tussen die benepenheid door schittert toch ook iets groots: belangenloze hulp aan de armen. Met dit laatste past ‘Churchmen’ geheel in de geest van Franciscus I, die bij de totstandkoming van de reeks (2012) overigens nog geen paus was.

Die glans blijkt ook uit de acceptatie van José als priesterstudent. Hij heeft een moord gepleegd en in de bak gezeten. Toch laat Fromenger hem toe tot de opleiding. José is tot nu toe mijn favoriete seminarist. Dat komt door zijn kwetsbaarheid en, hoe gek het in zijn geval wellicht ook klinkt, zijn oprechtheid. Eigenschappen die excellent tot uiting komen tijdens de gezamenlijke filosofie-colleges met seculiere studenten. Een aantal van hen wil, geheel in lijn met de Franse laïcité, de ‘zwartrokken’ eruit gooien. Maar dan staat José op en zegt: “Wat moeten wij als de echte wereld zich steeds aan ons onttrekt? Wij willen deeluitmaken van die wereld en ons door haar laten overweldigen.” José toont zich daarmee bewust van de marginale rol van de kerk in de moderne maatschappij. En tegelijkertijd laat hij de kerk op haar Paasbest zien: nederig, open, en menselijk in de nobele zin van het woord. Datzelfde beeld doemt op wanneer de depressieve seminarist Emmanuel opbiecht dat hij een mannelijke prostitué heeft bezocht. Het wordt hem vergeven.

De kracht van de serie is dat ze van de kerk en haar dienaren geen heiligen maakt: Raphaël tracht de rechtsgang rond zijn superrijke, frauderende familie te beïnvloeden, Yann heeft gevoelens voor een meisje en Guillaume is de zoon van een promiscue moeder. Vanuit die wirwar van menselijke emoties, en ondergedompeld in prachtige beelden van de katholieke rituelen en de studentikoze romantiek van Parijs, proberen de vijf hun persoonlijke weg naar God te vinden. Het is die eenzame worsteling die ‘Churchmen’ tot een pareltje maakt op de (te late) zondagavond.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *