De eenzame christen

 

Meer dan tachtig procent van de Nederlanders ziet nooit een kerk van binnen. Christen-zijn wordt daarmee een uitstervend ‘beroep’. Maar is dat erg? Of is het juist vruchtbaar om als christen existentieel eenzaam te zijn?
Bisschop Gerard de Korte

Een woord- en communieviering in de katholieke parochie van Rotterdam-Blijdorp. Een twintigtal gelovigen, van wie het merendeel vergrijst, vult de kerkbanken. De voorgangster houdt niettemin de moed erin. “Net als de leerlingen van Jezus, moeten we geestdriftig getuigen van het geloof”, verkondigt ze. En: “Met Jezus is de hemel een stukje dichter bij de aarde gekomen.” Gelaten schuivelen de kerkgangers ter communie.

Ons land lijkt terug in de begintijd van het christendom: Jezus met de twaalf discipelen. Volgens de enquête God in Nederland (2016) gaat 82 procent van de bevolking nooit naar de kerk, noemt 68 procent zich buitenkerkelijk en gelooft nog maar 14 procent in een persoonlijke God.

Het KRO-programma Kruispunt ging onlangs op zoek naar de laatste christenen in Almere-Poort. Daar wonen 10.000 mensen, van wie er precies 80 staan ingeschreven bij de PKN. Een kerkgebouw is er niet. De laatste gelovigen komen bijeen in een SRV-wagen. “Wanneer er twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn, ben Ik in hun midden”, declameert een kerkgangster hoopvol, en steekt een kaars aan.

Volgens bisschop Gerard de Korte van ’s-Hertogenbosch is de christen eenzaam vandaag. Juist daarom is het belangrijk dat hij, als deel van een slinkende minderheid, een hechte relatie onderhoudt met zijn mede-gelovigen, vindt de kerkvorst. “Dat kan bijdragen aan zijn weerbaarheid in de moderne cultuur. En dan nóg zal het niet altijd meevallen om staande te blijven”, denkt De Korte. “Je stuit op grenzen van taal en begrip. Maar als iemand op het bedrijf is overleden, is het een juist moment om het geloof ter sprake te brengen. Ga daar waar de mensen zijn, zegt paus Franciscus, wat ook mijn motto is als bisschop. Maar blijf wel in innig contact met je geloofsgemeenschap.”

Esmé Wiegman, directeur van de christelijke Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV), beaamt dat : “Als gelovige heb je in de kerk een solide netwerk om je heen. Als dat wegvalt, bijvoorbeeld vanwege je leeftijd, kan aansluiting bij de seculiere wereld moeilijk worden.”

Er zijn existentiële verschillen van opvatting. Over de zorg bijvoorbeeld. Wiegman: “Daar staan zelfbeschikking en eigen regie voorop. Dat kan botsen als je gelooft in de afhankelijkheid van God. Idem als je, ondanks de mogelijkheid tot prenatale screening, je gehandicapte kind tóch ter wereld laat komen. Je kan dan het idee krijgen dat je je daarover schuldig moet voelen.”

Peter Roelofsma, Pinkstergelovige en psycholoog aan de van oorsprong gereformeerde VU spreekt van een christelijk isolement. “Aan de Vrije Universiteit is het klimaat ten opzichte van christenen niet vriendelijk. Ik ken gelovige studenten die de VU daarom hebben verlaten. Net als bij andere universiteiten voert bij de VU kennis tot macht, terwijl in het christelijke denken kennis juist tot liefde en nederigheid zou moeten leiden. Als ik een collega voorzie van informatie, hoef ik niet meteen als co-auteur op de rol. In het competatieve universitaire klimaat wordt zo’n houding als iets bijzonders gezien, al ben ik blij dat ik hier wekelijks mag voorgaan in een gebedsdienst, wat bij veel andere universiteiten ondenkbaar zou zijn.”

Is de christen eenzaam? Uit NPV-onderzoek uit 2013 blijkt dat dat geldt voor gemiddeld één op de drie. Van alle eenzame gelovigen zijn de evangelischen het eenzaamst: 51 procent. Wiegman: “Het zou kunnen dat je je juist door de blijdschap van evangelischen eenzaam voelt wanneer het met jezelf wat minder goed gaat.“ Na de evangelischen volgen de katholieken (47) en gereformeerden (45). Het onderzoek gaat vooral over sociale eenzaamheid, het gebrek aan contact met anderen. Met andere woorden: letterlijk alleen zitten. Wat dat betreft zitten christenen in hetzelfde schuitje als ongelovigen, die ongeveer net zo eenzaam zijn. Maar sociale eenzaamheid is iets anders als waar wij het in dit stuk over hebben: het niet meer begrepen worden als snel krimpende maatschappelijke minderheid.

Als je de persoonlijke getuigenissen van bisschop De Korte, Esmé Wiegman en Peter Roelofsma hoort, wordt het christelijk waardenpatroon door grote delen van de moderne samenleving niet meer gesnapt. Anders gezegd: een christen is existentieel eenzaam. Maar is dat erg?

Niet echt, vindt geestelijk verzorger Jean-Jacques Suurmond. In lezingen moedigt hij gelovigen zelfs van harte aan om de ‘woestijnervaring van de existentiële eenzaamheid’ uit te houden. “Dan zal je groeien als mens en ontdekken dat je geloofsleven zich verdiept. Achter existentiële eenzaamheid zit altijd het verlangen om thuis te komen bij wie je echt bent, bij wie de ander echt is, bij wie God is.”

Suurmond bevindt zich in goed gezelschap. Thomas a Kempis meende dat isolement voor een christen zelfs noodzaak was. Wanneer hij te veel onder de mensen had verkeerd, voelde de Augustijner monnik zich vies en besmet. Al die nieuwtjes, geruchten en overbodige praatjes. “Het strekt een godvruchtig man tot eer wanneer hij zich niet meer dan noodzakelijk in het openbaar vertoont”, schrijft hij in De navolging van Christus (15de eeuw) “Hoe vaak gebeurt het niet”, vraagt hij zich af, “dat we vol blijde verwachting uitgaan naar visites en verjaardagen, en terugkeren met een hart vol droefenis?” Daarom, zegt de mysticus, trek je terug in eenzaamheid en vind daar de godsvrucht die je in het gewoel der wereld maar al te vaak verliest.

Thomas a Kempis

Thomas a Kempis had De navolging van Christus nooit kunnen schrijven zonder zijn ‘vriendin, de stilte’. Het werk behoort nog steeds tot de meest gelezen boeken uit de religieuze wereldliteratuur. Evenals De christenreis van de eenzame Britse auteur Jonh Bunyan. Je hoeft geen bewonderaar te zijn van Bunyans 17de eeuwse allegorie om te erkennen dat die onder zeer zware omstandigheden tot stand kwam: in de cel, waar Bunyan vanwege zijn geloof was opgesloten. Zijn boek verkoopt, naar verluidt, nog altijd even goed als de Bijbel.

Ook Eenzaam maar niet alleen (1955) is, getuige enkel al de titel, vrucht van langdurige afzondering. Ook afzondering van de kerk. “Zij heeft geen rol van betekenis gespeeld in mijn leven”, schrijft Wilhelmina in haar boek. Een solist wás ze. Al op cathechisatie hield Wilhelmina zich doof, omdat ze ‘deze bemoeizucht met haar individuele geloofsleven’ onverdraaglijk vond. Maar haar liefde voor Christus was legendarisch, en daarmee stak ze, vanuit haar gouden kooi Het Loo, menig gelovige een hart onder de riem. Al komt haar vroomheid, wanneer je Eenzaam naar niet alleen nú leest, enigszins gezwollen, maar vooral ook wereldvreemd over. Toen ze aan de schepping begon te twijfelen, verklaarde de oud-vorstin simpelweg ‘de oorlog aan de wetenschap.’ “Ik keerde mij ijzende af van hen die de wetenschap als het hoogste huldigden.” Ziezo, probleem met de evolutietheorie opgelost.

Intellectueler maar minstens zo’n Einzelgänger was de hooggeleerde lutheraan Dag Hammarskjöld. Overdag zat hij de hele wereld voor, maar privé was de secretaris-generaal van de VN een teruggetrokken vrijgezel. Een niet erg makkelijke man in de omgang bovendien. Weliswaar was hij rechtschapen en fijngevoelig, maar hij bewonderde zichzelf en keek op anderen neer. Tot warme vriendschappen was de VN-topman moeilijk in staat.

In 1963 schreef hij Merkstenen, voor Hammarskjöld een uitputtende worsteling om los te komen van zijn veeleisende ik en zijn ziel één te laten worden met God. Hij noteert: “Het is in de nacht van Gethsemane, waarin de laatste vrienden slapen, alle anderen je ondergang zoeken en God zwijgt dat die eenwording zich voltrekt.” Inderdaad, in de grootst mogelijke eenzaamheid. Zoals dat ook met Jezus gebeurde. Aan het kruis een volstrekt eenzaam man – volgens Oscar Wilde in De Profundis zelfs een individualist in opperste vorm -, maar inmiddels wel met 2,2 miljard navolgers.

Dag Hammarskjöld

Je ziet het vaak met geïsoleerde wijzen: ze inspireren de wijde wereld om hen heen. Hammarskjöld zat vast in zichzelf, maar zette met zijn boek de deuren open naar talloze christenen, mystici, filosofen en politici. Dietrich Bonhoeffer liet zich ter aarde vallen in het concentratiekamp, hield zijn handen op en bad. Zijn brievenboek vanuit de cel, Verzet en overgave, wordt tot het aangrijpendste van zijn hele oeuvre gerekend.

Het gekke lijkt: hoe kleiner de leefcirkel , hoe ruimer de blik. Bonhoeffer heeft het in Verzet en overgave al over de secularisatie die eraan zit te komen en over een a-religieus christendom. Leo Tolstoj zat opgesloten in depressies en zelftwijfel, maar tovert in Mijn kleine evangelie (1883) wel een voor die tijd revolutionair nieuwe Jezus tevoorschijn. Tolstoi heeft het niet over de Zoon van God en diens wonderen, maar over iemand die maar één ding wil: dat we goed doen aan alle schepselen zonder onderscheid. Als ‘dank’ wordt de schrijver in 1901 geëxcommuniceerd door de Russich-Orthodoxe kerk. En bij zijn dood in 1910 weigeren de prelaten hem kerkelijk te begraven.

Zo blijkt, de eenzame christen is van alle eeuwen, zelfs toen ‘iedereen’ nog gelovig was, zoals in de tijd van Tolstoj. Maar buiten de kerk was de romancier inspiratiebron voor velen: van de hindoe Mahatma Gandhi tot de atheïst Maxim Gorki (‘zolang de woorden van Tolstoj blijven bestaan, is geen mens tevergeefs op deze wereld geweest’). Met zijn ‘ontwondering’ katapulteerde Tolstoj Jezus voorbij kerk en christendom, en liet hij hem met een enorme smak midden tussen de mensen landen, ongeacht geloof of levensbeschouwing.

En als je nu géén Tolstoj bent, of Thomas a Kempis of Hammarskjöld, waar moet je dan heen met je existentiële eenzaamheid? Doe dan als de vrome monnik Anselm Grün in De kunst van het alleen zijn (2014). Hij weet zich geborgen in een geloofsgemeenschap, in zijn geval de Benedictijnen in Beieren, en zet zich daarnaast vol overgave in voor diaconale arbeid buiten het klooster. Maar zo nu en dan laat hij de allenigheid aan zijn ziel knabbelen en is hij een existentieel eenzame christen. “Ik concentreer me op mijn lichaam en voel waar de droefheid zit. Ik laat haar toe, ze mag er zijn. Dan dring ik door tot de bodem van mijn ziel, en daar vind ik stilte. Daar woont God in mij.”

De eenzame christen is van alle eeuwen

Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, 28 april 2017.

https://www.nd.nl/nieuws/opinie/essay-de-eenzame-christen-is-van-alle-eeuwen.2664848.lynkx

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *