De eekhoorn en de kraai

Op de avond van Tweede Kerstdag dronk ik koffie bij een vriend, die vroeg: “Mag ik je iets voorlezen?” Hij pakte ‘Ik zal altijd’ van Toon Tellegen, een bundel dierenverhalen die hij voor de Kerst cadeau had gekregen. “Over de eekhoorn en de kraai”, mompelde mijn vriend ernstig, en stak van wal: “Ik voel me zo mismoedig, eekhoorn, zei de kraai op een ochtend tegen de eekhoorn. Ze zaten naast elkaar in het gras aan de rand van het bos. De eekhoorn zweeg. En jij, vroeg de kraai? Ik niet, zei de eekhoorn. Hij wist niet precies wat mismoedig was, maar hij geloofde niet dat hij het zich voelde.”

Met groot inlevingsvermogen ging mijn vriend voort. Over dat de kraai zich zo alleen voelde in zijn mismoedigheid, en of de eekhoorn misschien ook niet een beetje mismoedig wilde worden. Maar de eekhoorn wist niet hoe dat moest, waarop de kraai verheugd enkele tips gaf. “Je schouders laten zakken, en je hoofd.” Het verhaal eindigt ermee dat de eekhoorn een eigenaardig dof gevoel in zijn hoofd krijgt, en denkt dat dát misschien wel mismoedigheid is. “Wat ben je nú mismoedig!, kraste de kraai, en opgetogen en wanhopig sloeg hij een zwarte vleugel om de eekhoorn heen.”

“Kijk”, zei mijn vriend, “het mooie van dit verhaal is dat het zo mild is. Zwaarmoedigheid wordt niet veroordeeld als een gebrek. Je hoeft er niet vanaf, zoals van een haar uit je neus.” “Het is hooguit een zwakte”, opperde ik. “Ja, of een onhebbelijkheid”, reageerde mijn vriend, “maar wel eentje die genadig wordt omarmd.”

Niettemin, was de manier waarop de kraai zijn depressie probeerde te delen niet egocentrisch en dwingend? “Ja, zo zwaar kun je het zien”, reageerde mijn vriend, “maar uit dat egoïsme ontstaat wel iets moois, namelijk vriendschap en solidariteit. Je bent niet meer alleen in je zwaarmoedigheid.”

U begrijpt, er ontvouwde zich een wijs herengesprek, daar bij de kerstkoffie. Zozeer zelfs dat ik, eenmaal thuisgekomen, nog geruime tijd over onze conversatie nadacht. Allereerst vermoedde ik dat de vertelling meer indruk op me had gemaakt dan wanneer ik haar zelf zou hebben gelezen. Sinds mijn kindheid is me weinig meer voorgedragen, en nu ontdekte ik weer hoe heerlijk het was: het voorgelezene is alleen voor jou bestemd, wat een eer. Je luistert des te ingespannener.

Vervolgens bedacht ik me hoe goed Tellegens beproefde vertelvorm was: dieren zijn veel directer dan mensen. Als Henk depressief is, zal hij Ingrid nooit bevelen: “Word jij het nu ook, dan zijn we het samen.” Misschien zou Henk via ingewikkelde omwegen proberen zijn smart te delen, maar dat leest dan meteen weer zo problematisch. Terwijl je bij die eekhoorn en kraai denkt: wat lief eigenlijk én hoe eenvoudig kan het zijn?

Een fabel zou ik het niet willen noemen, want die heeft een eenduidige moraal. Tellegens dierensprookje is veel meer een multi-interpretabele levensles. Is egocentrisme altijd verkeerd? Is het eekhoorntje te soft? Of juist een voorbeeld van ultieme naastenliefde? En kun je opgetogen en wanhopig tegelijk zijn, zoals de kraai?

Enfin, u snapt, ik ben tot ver na Oud en Nieuw zoet met de eekhoorn en de kraai.

Is het eekhoorntje te soft? Of juist een voorbeeld van ultieme naastenliefde?

https://www.trouw.nl/home/de-eekhoorn-en-de-kraai~affccde2/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *