De Arabische Lente heeft vele dochters

Gevaarlijke missie van Sinan Can: vlakbij het IS-kalifaat.
Gevaarlijke missie van Sinan Can: vlakbij het IS-kalifaat.

Hoe kon de Arabische Lente ontaarden in een Arabische Storm? Vara-journalist Sinan Can doet een verdienstelijke poging om die vraag te beantwoorden. Hij reist successievelijk de landen af waar jonge generaties demonstreerden voor een betere toekomst.

Can begint in Tunesië, startpunt van de ‘omwenteling’. Hier stak marktkoopman Mohammed Bouazizi, de pesterijen van ambtenaren en politie beu, zichzelf zo’n vijf jaar geleden in brand. Can maakt aanschouwelijk, ook in deel twee over Egypte, hoe ingewikkeld zo’n Arabische revolutie in elkaar zit. Moslims, christenen en atheïsten, iedereen gaat de straat op tegen het oude regime, maar hoe het nieuwe eruit moet zien, daarover is niemand het eens. De één wil een islamitische staat, de ander een seculiere democratie. Maar bij ieder zit de islam diep in de genen. Een Egyptische seculiere rebel dankt Allah voor de 22 miljoen handtekeningen destijds tegen Morsi.

Probleem met de Arabische Lente voor deze kijker is steeds geweest: wie is het gezicht? Natuurlijk is er die marktkoopman, maar van hem is letterlijk niets meer over, helaas. En wie kent nog Hamada Ben Amor, de rapper van de revolutie? Hij is nu eigenaar van een café in Tunesië, dus verdwenen uit ons collectieve geheugen, voorover hij daar al in zat. De kracht van het Arabische oproer, de sociale media, is tevens zijn zwakte: op twitter was iedereen revolutionair, en daardoor niemand.

Er zijn, naar mijn gevoel, geen Havels of Dubčeks. De Arabische Lente lijkt in die zin op Occupy: geen eenduidige leiding of politieke agenda. Of beklijven die Arabische namen eenvoudigweg minder goed bij ons westerlingen?

Des te knapper dat Can zich staande weet te houden in het Arabische wespennest. Of misschien is dat voor hem ook wel wat makkelijker dan voor een ander. Hij is opgevoed als moslim en daardoor bekend met de taal en cultuur. Toch laat hij de kijker zo nu en dan met prangende vragen achter. Zo vindt Can dat het goed gaat met Tunesië, maar hoe goed is goed als jongeren massaal werkloos thuiszitten en Tunesië de grootste leverancier is van jihadisten? Je zou eerder kunnen spreken van een zeer wankel evenwicht.

Niettemin blijf ik Sinan Can volgen op zijn reportagereis. Hij doet in ‘De Arabische Storm’ iets wat je op tv zelden ziet. Hij confronteert moslimgeleerden met de gruweldaden van IS – ook die beweging is een kind van de Arabische Lente – en vraagt hun in hoeverre de Koran daarin een rol speelt. Dat levert spannende beelden op. Bijvoorbeeld in de Al-Azhar-moskee in Caïro, ‘het intellectuele hart van de soennitische islam’.

Daar is sjeik Ahmed de ondervraging van Can al snel zat. “Ik word hier moe van”, verzucht hij, nadat de Vara-reporter hem heeft geconfronteerd met uitspraken van de grootmoefti van Egypte: “Terroristen verdienen kruisiging en het afhakken van handen en voeten.” “Is dat niet precies hetzelfde geweld als dat van IS?”, vraagt Can. Einde interview.

Tijd voor de volgende islamkenner, Mohamed Mehanna. Die komt met het volgende antwoord: “Straffen mogen niet gewelddadig zijn, maar moeten wel afschrikken.” Inderdaad, daar kun je alle kanten mee op, maar toch goed dat de interpretatie van de Koran eens open en bloot op de tv komt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *