Achteruitpraatzwemster

Van mijn goede voornemens voor 2016 heb ik er in elk geval drie volbracht: dagelijks mediteren, vaker naar mijn broers en zwemmen. Met het eerste begon ik op 30 januari in een clubje bij mij om de hoek. Helaas bleek het meer een praat- dan een meditatiegroep (‘wat gaat er door je heen?’, enz.), waarop ik besloot met stille trom te vertrekken. Mediteren kun je immers ook thuis.

Sindsdien plof ik iedere ochtend en avond twintig minuten neer om me over te geven aan het Al: concentreren op je ademhaling en telkens tellen tot tien. Daarbij elke gedachte die voorbijkomt uit elkaar laten spatten als een zeepbel. In het begin maakte ik soms als vanzelf een prikgebaar in de lucht, maar dat bleek nergens voor nodig. Bovendien kreeg ik pijn in mijn armen. Heb ik trouwens nog steeds. Komt het door de ongemakkelijke meditatie-houding? RSI door Zen? Hoe dan ook, sinds enkele maanden doe ik het niet meer op een miniscuul kussentje, maar vanuit een comfortabele armstoel. Een doodzonde, ik weet het, maar wel zo lekker.

Dan mijn broers. Ze wonen ver weg: de jongste in Arnhem, de oudste in Frankrijk. We vonden gedrieën dat we elkaar te weinig zagen en brachten daar, zeker na de dood van onze moeder in juni, verandering in. Met als hoogtepunt de 60ste verjaardag van mijn oudste broer in oktober: een etentje met de hele familie in een Frans restaurant.

Elke verandering in je leven betekent onderaan de ladder beginnen. Met je broers leer je weer spreken over waar het écht om gaat, met mediteren keer je terug naar de stilte van de baarmoeder en met zwemmen accepteer je dat je in de langzaamste baan moet starten. Inmiddels ben ik gepromoveerd tot de op één na langzaamste strook, wat me een beter overzicht geeft over de logistiek in het zwembad. Ik zie nu immers al spartelend twee banen tegelijk: de langzaamste links en de iets snellere (dan de mijne) rechts.

Je hebt met andere woorden tegenliggers. En die ontmoet je elke week weer op je vaste zwemuurtje: de oudere vrouw die bij elke slag een vriendelijk knikje maakt, de volslanke man die met forse meppen het water doet opspatten en vóór hem de jonge vrouw die wel een heel speciale techniek heeft. Zoiets is nog nooit vertoond: ze zwemt met haar hoofd omgekeerd naar de man toe. Aan één stuk door praat ze. Ik vang flarden op over solliciteren, uitkeringen en Kerst. Het is knap: zwemmen met omgedraaid hoofd en toch niet botsen. Ze doet het vast al jaren, dat ‘anti-synchroon’-zwemmen.

Best gezellig in het zwembad. Een soort vijfbaansweg – want zoveel banen zijn er -, maar dan zonder uitlaatgassen en agressie. Een volledig gesegregeerde wereld, waarin volop wordt ‘gediscrimineerd’(langzamen bij langzamen, snellen bij snellen), maar waarbij alle verschillen wegvallen in het stoomhok.

Je praat nauwelijks maar leert elkaar door het zwemritueel toch een beetje kennen. En je gaat ze missen als je een weekje overslaat: de knikkende vrouw, de achteruitpraatzwemster en de volslanke man. Zo is het met alle rituelen, ook met mediteren en familiebezoek. Ze raken aan een diep verlangen naar verbinding dat het geluksgevoel bevordert, zonder dat je precies onder woorden kunt brengen hoe.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *