Dankzij Sunny Bergman snap je Pieten-debat beter

Sunny Bergman schminkt zichzelf als Zwarte Piet
Sunny Bergman schminkt zichzelf als Zwarte Piet
Ik had me heilig voorgenomen er geen letter over te schrijven: het Zwarte Pieten-debat. De hele krant staat er al vol mee, en bovendien is de discussie zo uit de hand gelopen, beschamend en grimmig dat me bij voorbaat elke schrijflust vergaat. Geen enkele relativering, van geen van beide partijen. Je wacht smachtend op iemand als Herman Finkers, die met wat droge humor de gemoederen zou kunnen bedaren. Maar hem hoor je niet.

Nee, wij hebben Sven Kockelmann. Pas ontving hij in ‘Oog in oog’(KRO) anti-Pieten-betoger Quinsy Gario voor een interview, of beter gezegd een inquisitoir proces. Gario zou flink geld verdienen met zijn anti-racisme (zo wilde hij 500 euro voor een spreekbeurt bij CDA-jongeren), en tegelijkertijd andere actievoerders het brood uit de mond stoten. Verder had hij op Twitter Andries Knevel een fascist genoemd, omdat die een tijdelijk demonstratieverbod zou hebben geëist.

Kockelmann kreeg het voor elkaar dat ik me voor het eerst meer stoorde aan zijn gast dan aan hem, en dat mag een paradigma-wijziging heten vergelijkbaar met die ten tijde van de ontdekking van de oerknal. Vanwaar die omgekeerde ergernis? Omdat Gario ongeveer drie keer in elke zin het woord ‘aangeven’gebruikte, het meest tuttebellige schooljuffrouwswoord dat bestaat. Kijk, en nu trap ik in precies dezelfde valkuil als veel Pieten-debaters. Ik bewandel glibberige zijpaden en word grimmig.

Zou Sunny Bergman me weer op het rechte pad kunnen krijgen? De gelauwerde filmmaakster produceerde voor de VPRO ‘Zwart als roet’, een ‘zoektocht naar mechanismen achter de Pieten-discussie.’ Ze vertelde eerlijk dat ze partij was, want, samen met Gario, aanspanster van een anti-racisme rechtszaak. Haar docu was dan ook in de eerste plaats een activistisch pamflet, waarin pro-Piet-debaters nauwelijks aan het woord kwamen.

En tóch had ‘Zwart als roet’een soort prettige, verhelderende objectiviteit. Dat kwam vooral door de stortvloed aan proefondervindelijk onderzoek. Bijvoorbeeld: Bergman liet een autochtone en een allochtone jongen een fietsslot forceren in het Vondelpark. In het eerste geval vermoedden voorbijgangers zonder uitzondering verlies van een fietssleutel, in het tweede geval meteen diefstal. Wetenschap is het natuurlijk niet, maar dergelijke reacties zeggen misschien wel iets over hoe diepgeworteld onbewuste vooroordelen blijkbaar zijn. Het gaf deze kijker in elk geval een idee van hoe zwarten zich door blanken bekeken kunnen voelen.

Gelukkig kwam ook de andere kant aan bod, zij het (te) summier: hoe zien zwarten blanken? Een wetenschappelijke test van Harvard University wees uit dat zelfs Gario min of meer automatisch de voorkeur geeft aan blanken. Dat geldt ook voor Bergman, zo bleek. Onthullend. White privilege, noemde de filmmaakster het. Langzamerhand werd helder hoe beeldvorming rond etniciteit als een onbenoemde emotie schuilgaat achter het Pietendebat. Het is goed dat Bergman die sluimerende stereotypering heeft blootgelegd. Het Pieten-debat werd voor mij direct stukken duidelijker.
En dat bereikte Bergman zonder zichzelf te etaleren als de Moeder Teresa van de anti-racismebeweging. Ook dat was prijzenswaardig en knap.

One thought on “Dankzij Sunny Bergman snap je Pieten-debat beter

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *