Culturele duik in magnifiek zwembad

Er is nog altijd een klein deel van noord-Frankrijk waar vanouds Frans-Vlaams wordt gesproken. Weliswaar door een slinkende minderheid van vooral ouderen, maar toch. Roubaix, in het uiterste noordwesten, houdt die Vlaamse taaltraditie in ere door boven de parkeergarages niet alleen een bordje ‘bon accueil’ te hangen maar ook ‘welkom’. En wie het Musée d’art et d’índustrie bezoekt, kan een folder in het Nederlands krijgen. Nou ja, Nederlands… “Het museum heeft altijd een boontje gehad voor beeldhouwkunst.”

Een boontje? Mijn Frans-Nederlandse gastvrouw en ik kijken elkaar fronsend aan. “Straks maar even opzoeken in het woordenboek”, mompelt ze. Maar eerst het museum. Dit is echt prachtig. En dan hebben we het alleen nog maar over het gebouw: een voormalig zwembad uit 1932 in art deco-stijl . Het ontwerp van de Rijselse architect Albert Baert sloot in 1985 de deuren, waarna het vele jaren later, in 2001, heropende als museum La Piscine. De architecct: Jean-Paul Philippon, die ook Musée d’Orsay ontwierp.

La Piscine is een weldaad voor de zintuigen. Een monumentale Neptunes-fontein spuit water in een bassin dat zich wentelt in de zachte gloed van glas-in-lood, voorstellende de op- en ondergaande zon. Een Moorse poort en Arabisch mozaïek aan het einde van het bad doen met enige fantasie denken aan het Alhambra in Granada. De oorspronkelijke omkleedhokjes zijn adembenemend. Wat moet het hier heerlijk baden zijn geweest. Zwembadgeluiden op een bandje versterken het authentieke effect.

De geëxposeerde kunst is een ander verhaal. Het is werkelijk een allegaartje. Van beeldhouwwerken van Rodin en Claudel tot regionale kunstenaars als Rémy Cogghe met zijn schilderij ‘Hanengevecht’. Dan ineens een heuse Mondriaan (‘boerderij in het Gooi’) of een Van Dongen (‘le bateau du Havre à Trouville’). Met de tentoongestelde stoffen eenzelfde laken een pak. Regionaal textiel flankeert jurken van Yves Saint Laurent of Christian Lacroix. Rijp en groen door elkaar, maar La Piscine zal het wel eclectisch noemen.

Een glas fris in het museumrestaurant. Samen met mijn gastvrouw en -heer, sinds kort woonachtig in Roubaix, bewonderen we het originele decor uit 1932 en vooral de bar van acajou. Roubaix, zo vertellen ze mij, is vanouds een rijke industriestad, vooral dankzij de textiel. Maar die vertrok naar China, waarna de verpaupering inzette. Over bleef een van de armste steden van Frankrijk, met veel werkloosheid en criminaliteit.

Maar er is ook een ander Roubaix, zo verzekeren ze mij. In de oude textielfabrieken zijn appartementen gekomen of opleidingen. Sowieso is de textiel niet helemaal weg, getuige Le Vestiaire, een modepassage pal naast La Piscine, met deze zondagmiddag tal van workshops.

Al wandelend bedenk ik me dat La Piscine ook duidelijk uit de rijke tijd van Roubaix stamt, evenals het majestueuze stadhuis uit 1911 aan de Grand Place. Vermoedelijk werd er toen, begin twintigste eeuw, meer Frans-Vlaams gesproken dan nu, ofschoon de Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele zich nog altijd inspant die taal weer ingang te doen vinden.

Wie weet, hadden ze het destijds wel dagelijks over ‘een boontje hebben voor dit of voor dat’. We kauwden er de hele middag op, maar het boontje bleef zwaar op de maag liggen. Totdat mijn gastvrouw thuis het Vlaams-Nederlandse woordenboek opensloeg en het mysterie verbrak. “Een voorliefde hebben voor”, sprak ze triomfantelijk.

De geëxposeerde kunst is een ander verhaal, werkelijk een allegaartje

https://www.trouw.nl/cultuur/la-piscine-een-prachtig-museumzwembad-in-art-deco-stijl~aae0eafb/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *