Chatten over suïcide, de laatste strohalm

Waarrschijnlijk hebben u en ik iemand in onze directe omgeving die denkt aan zelfdoding, zonder dat we daar ook maar iets van merken. Die schokkende conclusie drong zich aan mij op na het zien van ‘Strohalm’. Een half miljoen Nederlanders loopt met suïcidale plannen rond, maar erover praten is taboe. We weten dus van niets. Maar dankzij ‘Strohalm’ nu wel iets meer.

De Human-documentaire, geproduceerd door Michiel van Erp, laat vier mensen aan het woord die een eind aan hun leven willen maken. We zien hen niet, horen slechts hun stem. Uit mijn tv-gids begrijp ik dat sommige geïnterviewden best gefilmd wilden worden, maar dat maakster Lian Priemus zelf koos voor onzichtbaarheid. De reden is dat de docu tevens gaat over 113Online, een chatservice die anonimiteit als principe heeft.

Priemus’ insteek doet niets af aan de zeggingskracht van de film. In tegendeel. Nu de kijker niet wordt afgeleid door gezichtsuitdrukkingen of kleding komt de geestelijke worsteling van de sprekers des te indringender over. Bij het ene verhaal zien we een lege achtbaan, bij het andere een flatgebouw. De associaties liggen voor de hand: eenzaamheid, isolatie, springen.

De sprekers hebben één ding gemeen: ze vechten al jaren tegen hun kwelgeest. Bij Anna (achtbaan) begon het rond haar elfde. “We gingen naar Euro Disney. Ik dacht: Oké, daarna maak ik er een eind aan.” Anna is nu 31 en wil nog steeds dood. Pijnlijk voor de kijker om te ervaren hoe iemand al twee decennia lang zit opgesloten in hetzelfde destructieve denkpatroon. Wordt die vicieuze cirkel verbeeld door de draaiende wasmachine, die bij het relaas van Inger (38) in beeld komt? Of is dat een net iets te gemakkelijke link? Het kan ook dat Priemus doelt op het dagelijkse leven, dat hoe dan ook altijd doorgaat. Daar zit weer troost in.

Waarom deze mensen niet meer willen leven, blijft onduidelijk. Slechts bij Erik (41) wordt een tip van de sluier opgelicht: failliet gegaan, van zijn vrouw af, een kind vroeg overleden, en geen contact meer met de andere kinderen. Bij Sylvia (18), Anna en Inger is het gissen naar hun verdriet. Misschien wordt de oorzaak expres in het vage gehouden, om anonimiteit te waarborgen. Of zit het (aangeboren?) lijden zo diep verstopt dat de slachtoffers er zelf niet bij kunnen? Terwijl sommigen toch ook weten hoe het wél moet. “Het leven is zo klein als een baby die zich uitrekt, maar wij maken het zo groot”, beschrijft Anna haar onontwarbare knoop.

Ze laat 113Online weten dat ze af en toe nog wel kan genieten, bijvoorbeeld van Vivaldi’s ‘Nisi Dominus’. “Maar het gaat dan echt om dát moment. Mijn leven blijft olie op water: het wil maar niet mengen.” De kijker krijgt de indruk dat het aan 113Online is te danken dat het viertal nog in leven is. Want met de eigen omgeving erover praten, lukt niet. Inger vertelt met overslaande stem dat ze er met haar ouders niet over wil spreken om hen voortijdige angst te besparen.

We zien hoe de vrijwilligers geïnstrueerd worden tot luisteren zonder oordelen. Een hoopvol teken dat niet alleen professionals, maar ook ‘gewone’ mensen zoveel kunnen betekenen voor chatters met een doodsverlangen. Voor hen is 113Online de laatste strohalm.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *