Bommen wél bestemd voor Wilton-Fijenoord

De Amerikaanse bommenwerpers die in 1943 de wijk Tussendijken aanvielen, dachten wel degelijk dat ze de Schiedamse scheepswerf Wilton-Fijenoord in het vizier hadden. Dat blijkt uit nieuw archiefonderzoek voor een boek dat volgend voorjaar uitkomt.
Het 'vergeten bombardement' van maart 1943.
Het ‘vergeten bombardement’ van maart 1943.

Niet een bewuste keuze voor een uitwijkdoel, maar een noodlottige identificatiefout was oorzaak van het Amerikaanse bombardement op 31 maart 1943 op de dichtbevolkte woonwijk Bospolder-Tussendijken.

Tot nu toe werd aangenomen dat die tragedie het gevolg was van het op het laatste moment kiezen van uitwijkdoelen, zoals o.a. Hans van der Pauw beschrijft in zijn standaardwerk ‘Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog’ (2006). Door de dichte bewolking boven Schiedam zou inderhaast zijn besloten niet Wilton-Fijenoord te bombarderen, maar doelen ten oosten van die scheepswerf, richting Merwehaven. Door de sterke wind zouden de bommen echter niet dáár zijn terechtgekomen, maar nog oostelijker in Bospolder-Tussendijken (Rotterdam-West).

Nieuwe research van de schrijvers Jac. Baart en Lennart van Oudheusden leert evenwel dat de bommenwerpers wel degelijk dachten dat ze Wilton-Fijenoord aanvielen. ,,We hebben vijf jaar onderzoek gedaan in militaire archieven in Londen, Washington en Freiburg en daaruit blijkt dat de leidende bombardier van de305de Bomb Group niet anders wist dan dat hij de scheepswerf in het vizier had. In een verklaring vertelde hij dat hij het doel bij toeval in het oog had gekregen. Hij was volgens zijn bevelhebber ook de enige van de Group die het doelwit had gezien”, vertelt Van Oudheusden. ,, Bovendien was het bombarderen van gelegenheidsdoelen in de bezette landen inmiddels verboden, mede naar aanleiding van burgerslachtoffers die in 1942 al waren gevallen bij Amerikaanse bombardementen in Frankrijk. De opdracht was óf Wilton Fijenoord bombarderen óf helemaal niets.”

Wilton Fijenoord was een belangrijk doelwit van de Eight Air Force, omdat de scheepswerf volop werkte voor de Duitse Kriegsmarine. In werkelijkheid echter koersten de Amerikanen af op de Keile-, Lek- en IJselhaven, enkele kilometers ten oosten van Wilton-Fijenoord. Daar werden de bommen afgeworpen. ,,Eén man, de leidende bombardier, maakte een catastrofale identificatiefout, en de andere vijftien bommenwerpers van de 305de Bomb Group volgden. Het had te maken met een combinatie van slecht weer – bij Hoek van Holland waren al vier van de zes Bomb Groups teruggekeerd -, de methode van bombarderen en persoonlijke inschattingsfouten”, legt Van Oudheusden uit. Het boek van Van Oudheusden en Baart komt rond 31 maart volgend jaar uit bij uitgeverij Boom.

Waarin de verhalen van Van der Pauw en Van Oudheusden/Baart samenkomen, is het dramatische slot: door de storm misten de bommen doel en vielen ze uiteindelijk in Bospolder-Tussendijken. Daar kreeg het drama in de loop der jaren de naam ‘het vergeten bombardement’, omdat het nooit officieel werd herdacht. Daarin kwam dit jaar voor het eerst verandering. Gisteren was er bij het oorlogsmonument van Matthieu Ficheroux in Tussendijken een plechtige herdenking voor de ruim 400 doden en 400 gewonden die in de twee minuten van het bombardement vielen.

Een van de sprekers was ooggetuige Jacques Stoppelenburg (81), met wie we enkele dagen eerder een wandeling maakten door het destijds getroffen gebied. De familie Stoppelenburg, met naast Jacques één jonger zoontje (Henk), woonde aan de Schiedamseweg 243 waar vader de kost verdiende als hulppolitie. Stoppelenburg vertelt: ,,Ik zat op de Mariaschool in de Schaepmanstraat toen om kwart over één op 31 maart 1943 het luchtalarm af ging. We spoedden ons direct naar de schuilkelder, maar we waren er amper of mijn opa, die bij ons inwoonde, kwam binnenlopen en commandeerde: mee jij. Via het Marconiplein haastten we ons naar mijn ouderlijk huis, waar mijn moeder en broertje radeloos onder de trap scholen. Snel werkte mijn opa hen naar buiten. Het huis was niet gebombardeerd, maar stond wel deels in de fik als gevolg van overspringend vuur door de westerstorm.”

Jacques Stoppelenburg
Jacques Stoppelenburg bij het monument 31 maart 1943.

Acht jaar oud was Jacques Stoppelenburg destijds, maar hij ziet het allemaal weer voor zich: het gehuil, het geschreeuw en gejammer. Vallende bommen, doden langs de weg, rokende puinhopen, mensen brandend over straat. ,,Hier op Schiedamseweg 199b zat onze groentenboer”, wijst Stoppelenburg. ,,Hij had een vrouw en acht kinderen. Allemaal omgekomen, behalve de groentenboer. Toen moest ik wel even huilen. Ik deed er vaak samen met mijn moeder boodschappen. Ik besefte: zo wreed is dus de oorlog.”

De gepensioneerd opzichter gebaart naar de overkant waar op nummer 260 dokter Vader spreekuur hield met een wachtkamer vol patiënten. ,,Er plofte een voltreffer op dat pand. Je kunt je wel voorstellen wat daarvan de gevolgen waren.”

De familie Stoppelenburg trok in bij familie, eerst in Kralingen, daarna in Amsterdam. Vervolgens vonden ze weer een eigen huis in Rotterdam-Zuid, waarvandaan ze op de dag van het Zweedse wittebrood (27 februari 1945) vertrokken naar hun definitieve woning aan de Van Heusdestraat in Delfshaven.

,,Als kind heb ik een paar jaar lang nachtmerries gehad van de zeventig duizendponders die in 1943 naar beneden kwamen. Nu geef ik les over de oorlog op scholen in Rotterdam-West. Ik zeg dan: die acht kinderen van de groenteboer die hadden bij jullie in de klas kunnen zitten. Opdat niemand ooit vergeet het vergeten bombardement van 31 maart 1943.”

‘Ik besefte: zo wreed is dus de oorlog’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *