Beter geen euthanasiewet

Dankzij medisch-wetenschappelijke vooruitgang leven we steeds langer, maar misschien sterven we daardoor ook steeds moeilijker. Wat is christelijke ethiek in een getechnologiseerde gezondheidszorg? Ethicus Theo Boer: “Probeer de zelfbeschikking niet uit de hand te laten lopen.”

Een christelijk ethicus is vooral terughoudend, vindt dr. Theo Boer. “Dwaal liever aan de zijde van de voorzichtigheid.” Helaas vindt hij van die behoedzaamheid te weinig terug in de medisch-ethische discussie. Theoloog en ethicus Boer (1960) staat bij het grote publiek vooral bekend als euthanasie-scepticus.

Onze medische techniek is zo ver voortgeschreden dat mensen niet altijd meer ‘vanzelf’ overlijden. Is alleen daardoor al euthanasie geen bittere noodzaak?

“Het klopt dat we mede door het voortschrijden van de techniek euthanasie hebben gekregen. Dat is het gevolg van, wat Heleen Dupuis noemt, de behandelimperatief van de medische stand. Een dierbaar iemand van me die onlangs overleed, kreeg tot aan zijn 96ste chemokuren, terwijl iedereen wist dat hij stervende was. Ik zou zeggen: maak dankbaar gebruik van de natuurlijke dood als die zich als mogelijkheid aandient, bijvoorbeeld in de vorm van een longontsteking.”

Bestaat  er in dit technologische tijdvak nog wel zoiets als de natuurlijke dood?

“Zonder de hulp van de technologie waren zeer velen van ons al jaren terug overleden. In die zin is onze hoge leeftijd sowieso al een element van onnatuurlijkheid. Maar ik pleit ervoor dat we de technologie vooral gebruiken om onze ‘natuurlijke levensspanne’ ten volle te benutten en als dat niet lukt, een dood te sterven die zo natuurlijk mogelijk is. Het leven eindeloos rekken of het juist actief beëindigen zijn twee zijden van eenzelfde medaille, die ik onnatuurlijk zou willen noemen.”

Wat is christelijke ethiek ten opzichte van de technologische mogelijkheden rond euthanasie?

“Van mijn helaas te vroeg overleden collega Gerrit de Kruijf heb ik geleerd twee keer te denken. Eerst op het niveau van de brede moraal, dat zijn het Oude en Nieuwe Testament tezamen, en daarna op dat van de smalle moraal, dat is de consensus die je deelt met de samenleving. Op grond van de brede moraal zou ik zeggen: nooit euthanasie. Ik sluit me aan bij Augustinus die zei: ik kan me voorstellen dat mensen in bepaalde omstandigheden niet meer willen leven, maar de dood moet wel van elders komen. Er zit in christelijke traditie heel sterk de intuïtie dat je de dood niet zelf actief moet bewerkstelligen. Maar op het terrein van de smalle moraal is er zo’n groot maatschappelijk draagvlak voor actieve levensbeëindiging, dat ik daaraan niet voorbij kan gaan. In Nederland zeggen we: actief doden blijft strafbaar, en euthanasie moet per geval achteraf worden beoordeeld. Dat is op zich een teken van beschaving, al vind ik zelf de huidige euthanasiewet te liberaal.”

Is de Bijbel is tegen euthanasie?

“Ik denk dat je actieve levensbeëindiging krachtens de Bijbel, de brede moraal dus, niet kunt verdedigen. Aan de andere kant is de Bijbel ook een boek van barmhartigheid. Als een chauffeur met zijn vrachtauto tegen een muur botst, klem komt te zitten en mij, als mede-passagier, vraagt of ik hem wil doodschieten voordat hij in vlammen opgaat, dan zou zo’n daad bijbels gezien gerechtvaardigd zijn, al zou ik erna wel meteen naar mijn biechtvader gaan en zeggen: eerwaarde, ik heb gezondigd. Zo zie ik het ook met euthanasie. Het is niet iets goeds, maar een noodzakelijk kwaad. Met Luther en Augustinus zeg ik dan: zondig dapper.”

Maar wat zegt u tegen zieken die niet willen wachten op die brandende truck?  Is het geen daad van christelijke barmhartigheid om hun een vroegere dood te gunnen?

“Laat er geen twijfel over bestaan dat euthanasie een daad van barmhartigheid kan zijn. Maar wel één met schaduwzijden, bijvoorbeeld dat je het leven ook te vroeg kunt opgeven. Of dat er ook in lijden ervaringen van troost en groei kunnen zijn. Het actief beëindigen van een mensenleven is per definitie een uiterste redmiddel.”

U zou zelf nooit euthanasie overwegen?

“Alleen in de situatie van de brandende truck.”

U heeft negen jaar in de regionale toetsingscommissie euthanasie gezeten. Had u daar  problemen mee als christelijk ethicus?

“Nee, want ik respecteer de uitkomsten van een democratisch proces, dus ook de euthanasiewet. Bovendien zou ik het onwenselijk vinden als in zo’n commissie alleen maar mensen zaten die geen moeite hebben met actieve levensbeëindiging. Overigens had ik bij mijn entree in die commissie niet door welke ruimte de wet in de praktijk zou bieden. En niet alleen ik trouwens.”

Hoe ruim is de euthanasiewet?

“Nou, de begrippen terminaal en nabije dood staan er bijvoorbeeld niet in. Daardoor zou je zelfs voltooid leven makkelijk onder deze wet kunnen scharen, ware het niet dat de Hoge Raad daar een stokje voor heeft gestoken. Die bepaalde in 2002 in het Brongersma-arrest dat levensmoeheid geen rechtsgeldige reden is voor hulp bij zelfdoding. Er moet altijd een medisch kwalificeerbare aandoening zijn. Maar goed, ook dat is natuurlijk weer ruim geformuleerd. Ik heb zo’n tien à twintig dossiers onder ogen gehad die naar mijn gevoel voltooid leven waren, maar waarbij de arts de euthanasie wegschreef op een medisch kwalificeerbare aandoening.”

U heeft vierduizend dossiers beoordeeld. Welk was voor u als ethicus het moeilijkst?

“Dat was het dossier over een niet eens zo hoogbejaard iemand die zich erg eenzaam voelde. Tot dan toe hadden we alleen ‘traditionele euthanasie-zaken’ onder ogen gekregen, dat wil zeggen: als middel om een ellendige dood te voorkomen. En toen die patiënt. Die had één keer per twee weken een gezellige avond met vrienden, maar voor de rest was het stil. In feite een dossier voltooid leven. Maar deze patiënt was tevens slechtziend, een medisch kwalificeerbare aandoening, en vond het vervelend dat mensen getuige waren van de neergang. Euthanasie had bij deze persoon met trots te maken, iets dat je steeds vaker ziet opduiken in de euthanasie-discussie. Ik heb toen als enige in de toetsingscommissie tegen gestemd. Ik dacht: hier gaat het de verkeerde kant op. Voor de rest stemden we bijna altijd unaniem.”

Nederland was in 2001 het eerste land ter wereld met een euthanasiewet. En dat na decennialange discussie. Hoe kan het dan dat een belangrijk criterium als  ‘nabijheid van de natuurlijke dood’ niet in de wet staat?

“Dat spoedige levenseinde is ooit als criterium in discussie geweest, maar doelbewust niet in de wet opgenomen. Betrokkenen wilden op die manier voorkomen dat mensen met een langdurig ziekteproces, zoals chronische patiënten, geen beroep zouden kunnen doen op de wet. Niettemin is in de toetsingscommissies tot circa 2008 bij euthanasie voornamelijk aan terminale situaties gedacht. Was er een dossier dat daarvan afweek dan gingen de alarmbellen rinkelen.”

Nu nog?

“Nee, nu niet meer. Vroeger begonnen we bij psychische problematiek altijd zeer te fronsen, en kon de dienstdoende arts rekenen op een uitnodiging voor een toelichting. Evenzo bij gevallen waarin een patiënt nog lang te leven had of waarin er geen arts-patiëntrelatie was. Uiteraard worden die complexe dossiers nog steeds besproken, maar ze krijgen makkelijker een paraaf dan vroeger.”

Toch is er volgens D66 een wet voltooid leven nodig. Komt die er volgens u?

“Ik denk het niet. 95 procent van de intelligente bijdragen in de media is kritisch. Bovendien zou zo’n regeling de huidige euthanasiewet voor iedereen boven de zeventig overbodig maken. En ten derde: we zouden in het buitenland een modderfiguur slaan. Ze zijn daar verbijsterd over welke kant het in Nederland dreigt op te gaan. En terecht. Waarom zou je van een ander mogen verwachten dat hij jou helpt te sterven als jij dat wilt? En dat een overheid suïcide wettelijk faciliteert, terwijl we tegelijk een suïcide preventiebeleid hebben?”

U wilt een minder maakbare euthanasiewet?

“Om de vijf jaar wordt de wet geëvalueerd. Daarbij zou een goede vraag zijn: wat doet deze wet met onze maatschappelijke omgang met lijden, kwetsbaarheid, eigen regie en dood? Pas als over die vragen een nieuwe consensus ontstaat, zou je de wet eventueel kunnen veranderen. Vooral geen haast maken, want de materie ligt zeer gevoelig. Dat laat onverlet dat ik als ethicus grote moeite heb met de dood als antwoord op zo’n beetje al het ondraaglijke lijden. Nederland lijkt een gericht onvermogen te hebben om lijdenstragiek een plek en een zin te geven. Zonder druk van buitenaf – hoewel dat ook voorkomt – gaan mensen geheel uit zichzelf om euthanasie vragen, omdat ze er heilig van overtuigd zijn dat het beter is voor henzelf  en hun omgeving om te sterven. Daar heeft de bestaande ruime wet aan meegeholpen.

Hadden we dan beter geen euthanasiewet kunnen hebben?

“Nogmaals, als democratisch burger accepteer ik deze wet, maar ik denk dat het onverstandig is geweest euthanasie te legaliseren. Wat we hadden moeten doen is, zoals in bijna alle andere landen, mensen die een vreselijke dood tegemoet gaan voorzien van voldoende pijnstillende en rustgevende middelen. En mochten die leiden tot een versneld sterfbed, dan zij het zo. Er zijn 195 landen in de wereld en we begrijpen nog steeds niet dat 190 daarvan euthanasie niet willen legaliseren. Wij denken pioniers te zijn, en vinden dat andere landen achterlopen, maar in werkelijkheid zijn we loners.”

In hoeverre vinden uw opvattingen als christelijk ethicus weerklank in de seculiere maatschappij?

“Als ethicus probeer ik de christelijke geloofsleer niet aan een seculier publiek te slijten. Maar de christelijke moraal heeft wel degelijk een woord voor de wereld: een ethiek van behoedzaamheid. Je zou het conservatisme kunnen noemen, wat in mijn ogen een deugd is. ‘Dwaal liever aan de zijde van de voorzichtigheid’, luidt een Engels spreekwoord. Ik denk dat dat een welkom tegenwicht is tegen het liberale maakbaarheidsgeweld. Neem het leven zoals het is. Probeer de zelfbeschikking en de menselijke bemoeienis met het leven niet uit de hand te laten lopen.”

Geldt die terughoudendheid wat u betreft voor het volledige terrein van de voortschrijdende  technologie?

“Zeker. Een goede beschaving, het woord zegt het al, schaaft zichzelf bij. Een samenleving die dat niet doet bijt zichzelf uiteindelijk in de staart. Neem de informatietechnologie. Op zich een prachtige vinding, maar mede daardoor zijn mensen steeds minder in staat langere teksten te lezen en te bevatten, wat niet anders dan tot vervlakking kan leiden. Om nog maar te zwijgen over privacy- en verslavingsproblematiek. Aan de ene kant verhoogt de informatietechnologie de kwaliteit van leven, maar aan de andere kant verlaagt ze die juist.”

Hoe voorzichtig moeten we volgens u zijn op het gebied van medisch-ethische technologie?

“Ook daar geldt dat op zich positieve ontwikkelingen zich tegen ons dreigen te keren. Denk aan de NIPT, de niet-invasieve prenatale test. Zwangere vrouwen kunnen daarmee laten onderzoeken of hun ongeboren vrucht gezond is. Een mooie uitvinding, want daardoor kan een kind soms in de baarmoeder al medische therapie krijgen. Maar wat zie je in landen waar die test standaard wordt aangeboden, zoals IJsland en Denemarken? Dat het aantal geboren Down-kinderen vrijwel nul is. Als onze definitie van wat een leefbaar leven is smaller wordt, zal dat uiteindelijk ook onszelf treffen. Ander voorbeeld: IVF-bevruchtingen. Sinds 1978 is in Nederland zo’n behandeling mogelijk bij subfertiliteit, dat is gedeeltelijke onvruchtbaarheid, bijvoorbeeld bij langzaam zwemmend sperma. Inmiddels is één op de dertig kinderen in ons land een IVF-baby. De kans bestaat dat we door IVF een verveelvoudiging krijgen van subfertiliteit. Ik zou daar graag meer onderzoek naar willen. Is het wel verstandig om met deze reageerbuisbevruchtingen door te gaan?”

Maar is het juist niet mooi en humaan dat ouders die anders ongewild kinderloos zouden blijven nu dankzij de technologische vooruitgang toch kinderen kunnen krijgen?

“Absoluut. Vanuit het perspectief van individuele ouderparen acht ik de vraag om IVF voor honderd procent invoelbaar, maar als ethicus moet je ook oog hebben voor perspectieven die het individu overstijgen.”

Dan hebben we het nog niet over embryo-onderzoek.

“Ook daar is een enorme haast. Tot nu toe mag alleen met embryo’s van niet ouder dan twee weken worden geëxperimenteerd. En ze mogen niet voor onderzoek worden gekweekt. Maar die beperkingen moeten stante pede worden afgeschaft om allerlei ziektes te kunnen bestrijden, vinden wetenschappers. Dan denk ik: ga nou eens rustig achterover leunen, wacht eerst eens af wat we de komende twintig jaar op het terrein van alternatieven kunnen bereiken. Ontdek met behulp van dierlijke embryo’s wat voor mogelijk ongewenste bij-effecten er op dit gebied zijn, en kijk dan weer eens verder. We moeten niet alles doen simpelweg omdat het kan. Dat zou een gevaarlijke tendens zijn.”

Maar wat zegt u tegen zieken die misschien niet zo lang de tijd hebben om op de uitkomsten van embryonaal onderzoek te wachten?

“Zolang er nog geen nieuwe technologie beschikbaar is, zullen we het moeten doen met wat er aan alternatieven wél beschikbaar is. Zo is het altijd geweest.”

‘Probeer de zelfbeschikking niet uit de hand te laten lopen’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *