Badplaats zonder files

Wat deed me toch zo terugverlangen naar Oostvoorne? Was het de belofte van een stevige duinwandeling in de voorjaarsstorm? Of simpelweg nostalgie naar het begin van mijn journalistieke loopbaan?
De Donselaer in Oostvoorne.

Afgelopen maandagochtend reisde ik af naar het badplaatsje aan de Noordzee. Het was er stil, de meeste winkels waren nog dicht. Het enige geluid kwam van een machine die nabij het Dorpsplein asfalt verwijderde. Bij de lokale slager hoorde ik dat er ouderwetse klinkers voor in de plaats zouden komen. Het plein krijgt een opknapbeurt. Het wordt autoluw en er verschijnen terrassen.

Midden op het plein, omringd door oude beukenbomen, staat nog altijd het monument voor oud-burgemeester Abraham Bolwidt, geschonken door de burgerij bij zijn afscheid eind 1979. Oostvoornaren praten, zo weet ik uit de tijd dat ik hier journalist was, met liefde over hun oud-burgervader. Diens entree in 1968 was al heel feestelijk: een tochtje per open koets door het dorp, begeleid door fanfare en politie-escorte. Het was nog in de tijd dat Oostvoorne een autostrand had. Het strand was door aanslibbing zo breed dat de zee alleen per auto bereikbaar was.

Ik wandelde langs de hervormde kerk met haar uivormige spits, de Jacobaburcht – ooit buitenverblijf van Jacoba van Beieren -, landgoed Mildenburg en het monumentale Huis Overburgh. Het was guur, maar de Japanse sierkers stond hier en daar al in bloei. En hé, het VVV-kantoor was verdwenen.

Op de Donselaer met zijn oude villa’s (foto) begreep ik weer waarom Oostvoorne het Wassenaar van Rotterdam wordt genoemd. In het verlengde, aan de Zeeweg, staan de nieuwere landhuizen. Weer even verderop, in de duinen, bevindt zich hotel-restaurant ’t Wapen van Marion. Gesticht door een belangrijk geslacht op het eiland Voorne: de Van Marions, mede-grondleggers van het toerisme.

Mijn gedachten gingen terug naar begin jaren tachtig toen ik de hoogbejaarde Jan van Marion interviewde. Hij sprak over een familiegeschiedenis in de plaatselijke horeca, die in 1901 begon met Het Wapen van Rotterdam, bestierd door zijn vader. In 1926 startte zoon Jan zijn eigen café-lunchroom in villa Zeerust, in 1956 gevolgd door het huidige Wapen van Marion.

Ik ging er wat eten, en vroeg de serveerster of het nog steeds een familiebedrijf was. Tien minuten later zat Jan van Marion jr. aan mijn tafel, achterkleinzoon van de pater familias. “Ik ben de vierde generatie Van Marion in de horeca”, stelde hij zich voor. “Of, op z’n Oostvoorns, Jan van Jan van Jan van Jan van ’t strang.”  Het strang, dialect voor strand, is sinds 2004 verboden voor auto’s, vertelde de hotel-eigenaar (foto). “Dat is beter voor de natuur.”

Jan van Marion

Oostvoorne is niet meer de badplaats van vroeger, zei Van Marion. “Toen stonden de files bij mij voor de deur. Er is alleen nog een klein strandje aan het Oostvoornse Meer, de andere badgasten gaan naar Rockanje. Het zijn nu kitesurfers en wandelaars die hier komen. Gelukkig dat wandelen hip is geworden en niet alleen meer voorbehouden aan geitenwollensokkendragers.”

De wandelaars zijn een nieuwe groep overnachters voor het hotel, naast de werknemers van de Maasvlakte die er vanouds door de week logeren. Ik nam afscheid van Jan van Marion en liet, voortgeblazen door de storm, het charmante Zuid-Hollandse kustplaatsje achter me.

Oostvoorne is nu vooral in trek bij kitesurfers en wandelaars

https://www.trouw.nl/home/oostvoorne-is-niet-meer-de-badplaats-van-vroeger~aa83e6b8/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *