Bachs emoties

In 1987 ging ik voor het eerst naar de Matthäus Passion. Het werd een muzikale ervaring die ik vóór die tijd nooit had beleefd, en daarna ook nooit meer zóu beleven. Direct al bij het openingskoor ‘Kommt ihr Töchter, helft mir klagen’ werd ik uit mijn stoel geblazen. Alsof je buiten de tijd werd geplaatst in een vacuüm van eeuwigheid. De hemel opende zich, engelen daalden neder. Ik wist niet wat me overkwam.

Twee majestueuze koren met elkaar in dialoog, en daar ingenieus doorheen geweven een apart koraal voor het jongenskoor: ‘O Lamm Gottes, unschuldig’. Niks voorzichtig aftasten, nee Bach trekt je met overdonderende kracht hup meteen het lijdensverhaal in. Na 1987 ben ik elk jaar rond Pasen teruggegaan naar de Matthäus Passion, en telkens openbaarden zich nieuwe parels.

De schone droefheid in tekst en melodie in het duet van sopraan en alt ‘So ist mein Jesus nun gefangen’. Of het ‘Erbarme dich’, waarin het leed van de hele wereld lijkt samengebald. Je kan het roepen tot God, zoals bij Bach, maar ook tot elkaar: zie mij aan, heb medelijden. De aria ‘Aus Liebe’, waarin de sopraan de noten lijkt op te zuigen uit het diepst van haar ziel. En dat alles in dat mooie, melancholisch-poëtische Duits.

En ach, zo kan ik nog wel even doorgaan. Bij ‘Sind Blitze, sind Donner’ zie je als het goed is de bliksemschichten door de zaal flitsen, en opent zich voor je ogen de vurige afgrond waarover het in dit koraal gaat. Alleen bij ‘Komm, süsses Kreuz’ dommel ik vaak een beetje in. Dat komt niet door de viola da gamba-speler, maar door de tekst. Wel vaker in de Matthäus is het vooral de muziek die het verhaal moet vertellen.

Als je om je heenkijkt in de concertzaal laat het oratorium niemand onberoerd. Ik was eens met een vriend die zich atheïst noemde en desondanks een traan wegpinkte bij ‘Aber Jesus schriee abermals laut und verschied’. Dat is niet zo verbazingwekkend als we wijlen Martin van Amerongen mogen geloven. In z’n essay ‘Zijn bliksem, zijn donder’, dat ik pas opduikelde, probeert hij uit te zoeken waarom ook  ‘ongelovigen’ zich door de Matthäus laten grijpen.

Van Amerongen haalt Nietzsche aan die God dood verklaarde, maar wel verrukt was van Bachs meesterwerk. Vervolgens het communistische dagblad De Tribune, dat zich in het interbellum hels maakte over ‘de verkrachting van Bachs muziek’ door dirigent Willem Mengelberg. En ten slotte de gereformeerd opgevoede Maarten ’t Hart, die zich in dat essay uit 1997 afvraagt of wellicht Bach, Mozart en Schubert zijn nieuwe, heilige drieëenheid zijn geworden.

Maar overtuigende antwoorden zijn het nog niet. Dat komt pas uit de mond van Van Amerongens vriend  ‘dirigent W.’ Die vertelt dat hij Bachs koralen tracht te laten klinken als een optelsom van individuele emoties waarin elk koorlid zichzelf kan vinden. “Joden, christenen en agnosten, zowel de jonge vrouw die net haar eerste, prille liefde beleeft als de man die zojuist zijn echtgenote ten grave heeft gedragen.”

En zo is het voor het grootste deel van het  publiek vermoedelijk ook: geen levensbepalend credo meer, maar een verhaal passend in de emotiecultuur: Meine Seele ist betrüpt bis an den Tod.

De Matthäus Passion is van levensbepalend credo veranderd in emotiecultuurhttps

https://www.trouw.nl/cultuur/elk-jaar-openbaarden-zich-nieuwe-parels-in-de-matthaus-passion~aa358409/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *