Arie is een ster in het verzinnen van problemen

Moeders hebben het moeilijk met hun moslima-dochters in 'Van hagelslag naar halal'.
Moeders hebben het moeilijk met hun moslima-dochters in ‘Van hagelslag naar halal’.

Arie Boomsma is er een ster in om maatschappelijke problemen te detecteren waarvan niemand ook maar het geringste vermoeden had. Bijvoorbeeld: de bekering van Nederlandse meisjes tot de islam, en wat hun moeders daarvan vinden. Getallen zijn er niet, want nieuwe moslims worden niet geregistreerd. Dus, wat doe je dan? Je slaat er een slag naar. “Honderden gevallen per jaar”, roept Boomsma.

Let wel: die hypothese slaat op mannelijke en vrouwelijke bekeerlingen sámen. Laten we even aannemen dat van die schatting de helft uit meisjes bestaat. Dan zou het jaarlijks om tweehonderd bekeringen kunnen gaan. Vervolgens moet je moeders vinden die het er moeilijk mee hebben. Hoeveel zouden dat er zijn? Vijftig? Maakt niet uit, heeft Boomsma vast gedacht, we hebben een getal, dus een misstand.

Je zou denken: een bekering is een privé-zaak. Mocht de familie het daar moeilijk mee hebben, dan praat je er samen over, buiten het bereik van camera’s. Desnoods schakel je een imam in. Maar nee, besloot Boomsma, nadat hij eenmaal zijn ‘misstand’ achter het bureau had verzonnen: dit is zo erg, dit moet heel Nederland zien. Na stap één volgde automatisch stap twee: de reis. Want een moeder-dochter ruzie kan uiteraard alleen in een heel ver buitenland worden opgelost. Jordanië, daar moet het gebeuren!

En zodoende maakt het KRO-NCRV-talent, vlak voor zijn vertrek naar SBS, de zesdelige reeks ‘Van hagelslag naar halal’, met als einddoel de Abu Darweesh moskee in Amman. De titel allitereert natuurlijk smakelijk, maar is de serie, afgezien van voornoemde bezwaren, daarmee ook het kijken waard? Het intro stemt al weinig hoopvol: gesnik en gesnotter. En warempel, na vijf minuten zitten we reeds middenin de eerste echte huilbui: Marcia weent om de nikab van dochter Lorena.

Er is ook al gekibbel in de groep: bovengenoemd duo zondert zich te veel af, vinden de anderen. En de bedoeinentent waarin ze moeten slapen is een ‘kutding’, scheldt Marcia. Zo dreigt deze realityshow geheel te voldoen aan de missie van de christelijke omroep (afgekeken van de commerciëlen): de kijker zoveel mogelijk verdriet en geruzie voorschotelen van anderen. “Volgende week vechten Marcia en Lorena elkaar de tent uit!”, belooft Boomsma ons verlekkerd in een ronkende voice over.

Op twitter levert de serie vooral racistisch getier op. “Die meiden zijn zwaar ziek”, “landverraders”, “arme moeders”, enz. Waar bemoeien die mensen zich mee? Een bewijs temeer dat je van zoiets persoonlijks als een bekering nooit een publieke zaak moet maken. Behalve natuurlijk wanneer je als omroep uit bent op sensatie (onder de vrome dekmantel van het bevorderen van wederzijds begrip).

Omroep Max heeft in elk geval een groter en beter traceerbaar maatschappelijk probleem bij de kop: eenzaamheid. Uit onderzoek blijkt dat 3,5 miljoen Nederlanders zich eenzaam voelen. In ‘Nooit meer alleen’ probeert Martine van Os vijf van hen – van wie de jongste 55 jaar – uit hun isolement te verlossen. Verdriet te over, maar tranen trekken lijkt hier niet het doel. Toen Tini (68) het deze week over haar overleden zoon had, zei ze: “Ik word een beetje emotioneel nu.”Daar bleef het bij. En tot nu toe alles gefilmd in Nederland. Zo kan het dus ook.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *