Altijd weer die angst

Ter ere van Frank Houtappels, scriptschrijver van ‘Schaep ahoy’ (KRO), hierbij een interview dat ik in april 2009 met hem hield voor Broadcast Magazine.
Riek (Jenny Arean) en scheepsjongen Barend (Guy Clemens) in de stuurhut.
‘t Schaep Ahoy’, morgenavond weer op tv.

Hij groeide op in Noord-Limburg, maar wist als puber al dat hij naar de grote stad wilde. In Amsterdam groeide hij uit tot een begenadigd toneel-, film-  en tv-schrijver. Frank Houtappels:  “Altijd weer die angst dat het compleet uit je handen klettert.”

Frank Houtappels (1968) schiep samen met Joan Nederlof  Hertenkamp (VPRO),  bewerkte het script van ’t Schaep met de vijf pooten (KRO) en schreef daarna ’t Vrije schaep. Tevens is hij een van de tekstschrijvers van Gooische Vrouwen (RTL 4) en Koefnoen (AVRO). Maar hij begon ooit als toneel- en tv-acteur. Het interview vindt plaats kort na de première van Houtappels nieuwste toneelstuk Hotel Atlantico over vier homoseksuele boezemvrienden op vakantie in Portugal..

Wanneer wist je zeker dat je acteur wilde worden?

“Dat is nooit een bewuste keuze geweest. Ik ben opgegroeid in Weert en was als puber maar met één ding bezig: zo gauw mogelijk naar de grote stad. Ik heb daar mijn studie op uitgezocht.  Het moest iets creatiefs zijn, dat stond vast. Uiteindelijk werd het de toneelschool.”

Waarom wilde je zo graag weg uit Weert?

“Ik was homo en dacht: I’m the only gay in the village. Een eenzaam gevoel, hoewel ik niet kan zeggen dat ik een ongelukkige jeugd heb gehad. Ik kom uit een warm nest. Mijn ouders maakten van mijn homoseksualiteit geen probleem.”

Misschien werd je acteur omdat je na je `onzichtbare’ homo-jeugd wilde opvallen?

“Ik wilde zeker in the spotlights staan, maar of dat daarmee te maken heeft…  Het acteurschap vloeide meer voort uit mijn voorliefde voor zingen.  Als jongen zat ik op het kerkkoor en bij Johnny Hoes, die in Weert zijn studio had, zong ik voor het schlagerfestival de kinderstemmetjes in.  In het Duits, jawel.  We zongen met drie kinderen, maar onze stemmetjes werden gedubt zodat het leek of er een compleet kinderkoor optrad. Ken je Wij zijn twee vrienden van Dennie Christiaan met de Marsipulami?  Dat ‘hoebahoebahoebahophophop’  ben ik.”

Je hebt aardig wat toneel- en tv-rollen gespeeld, maar bent geen acteur gebleven. Was je niet goed genoeg?

“Ik maak mezelf heel graag wijs dat als ik me ertoe had gezet,  ik een groot acteur had kunnen worden, maar ik vond schrijven interessanter.  Ik kon me met mijn pen ook beter onderscheiden, vermoedde ik. Bovendien was het heel vervelend om altijd maar te moeten wachten op telefoontjes. Je had in die tijd één groot castingbureau, Kemna Casting. Speciaal voor hen schafte je een antwoordapparaat aan.  Mijn debuut  – ik zat nog op de toneelschool –  was overigens niet onverdienstelijk. Het was een mimevoorstelling van Nieuw West en tijdens het repeteren viel voor mij langzamerhand alles op zijn plek.  De repetitieperiode was aanvankelijk rampzalig.  Schrijver Rob de Graaf had zijn stuk niet op tijd af voor de eerste try out en mij werd steeds verweten dat ik `niets van mezelf liet zien’.  Bij de  try out dacht ik: dikke schijt, ik doe gewoon alsóf ik mime kan spelen en alsóf ik kan dansen.  En het lukte. Voor mij stond vanaf dat moment vast: Als je acteert hoef je niet per se het hele drama te herleven.”

Terwijl ik  nou juist altijd dacht dat je je diepste zelf moest laten zien.

“Ik ken die verhalen. Op de toneelschool  maakten we kennis met  method acting van de Russische regisseur Stanislavski, waarbij je als acteur moet putten uit zelf ervaren belevenissen en stemmingen.  Ik ben niet van die school. Acteren begint met gêne overwinnen en jezelf aanpraten dat je het kan.  Ach, over de kunst van acteren is eigenlijk geen zinnig woord te zeggen.  De één doet maar wat en het ziet er altijd beeldig uit en de ander moet honderd toeren uithalen en het is nog niets. Mijn leraar op de toneelschool Ton Lutz zei altijd:  Acteren is denken.  Je moet je rol denken. ”

Je had graag klassiek toneel gedaan, met name Tsjechov.

“Klopt. Ik baal ontzettend dat het er nooit van is gekomen, want ik heb een heel  goede tekstbehandeling.”

Je hebt een voorliefde voor de rol van Trepljov, de jonge toneelschrijver uit De Meeuw van Tsjechov. Trepljov worstelt in dat stuk met zijn schrijverschap. Herkenbaar?

“Nee. Het schrijven gaat me vrij makkelijk af. Natuurlijk moet je, nadat je een eerste versie op papier hebt gezet, voortdurend schaven en bijpunten, maar dat vind ik alleen maar leuk. “

Mis je de spotlights van het acteren?

“Geheel niet. Ik hoef niet herkend te worden op straat. Liever niet zelfs. Wat ik veel belangrijker vind is dat ik waardering krijg als vakman. Dat men na het zien van een tv-serie of toneelstuk zegt: Dat was een echte Houtappels. Zoals een echte Maria Goos wordt herkend.”

Is er ooit een moment dat je tevreden bent over een script?

“Niet als je het inlevert, dan ben je altijd onzeker.  Maar als het eenmaal  wordt gerepeteerd en je ziet dat de regisseur je tekst intact laat en erop vertrouwt, zoals Kees Prins bij mijn laatste toneelstuk Hotel Atlantico heeft gedaan, dan ben je tevreden. Maar er komt steeds weer een moment dat je denkt:  Kut, ik had het anders moeten doen.  Ik zorg er altijd voor dat ik tijdens de eerste twee weken van de repetitie op vakantie ben.  Dan kunnen ze rustig zeggen: wat een rotstuk, wat moeten we hier mee? Ja, zo gaat dat, ik ben zelf acteur geweest.  Bij de eerste lezing vinden acteurs het stuk prachtig, maar dan moeten ze het gaan veroveren en blijkt het toch taaier dan ze hadden gedacht. Als ze na een paar weken vragen om veranderingen, hebben ze meestal gelijk.  Van schrappen wordt een stuk bijna altijd beter.“

Hotel Atlantico geeft een nogal triest beeld van het homoleven: vier eenzame, narcistische homo’s van middelbare leeftijd die maar zitten te piekeren over zichzelf.

“Misschien zit er wel een heel treurige kant aan het homoleven, hoewel, wat mij betreft,  niet treuriger dan aan het hetero-leven.  Een verschil is wel dat ouder wordende homo’s heel erg moeten oppassen voor blikvernauwing.  Ze hebben over het algemeen geen kinderen en kunnen daardoor hun leven helemaal inrichten naar hun eigen wensen. Ik heb ervoor gekozen om die egocentrische kant uit te vergroten. Het stuk is gebaseerd op een vriendenclubje van mij. Pas zijn we gaan skieën en  vroegen ze: Heb je het niet wat overdreven? Nou, ammehoela.  Ik denk dat achter Hotel Atlantico de existentiële angst van veel homo’s  schuilgaat: eenzaam oud worden.  Hoewel ik al jaren dezelfde vriend heb, is dat ook míjn angst.”

En je  grootste angst als schrijver?

“Dat je een première hebt en er niets gebeurt in de zaal, dat wat in de repetitieruimte er zo mooi uitzag  op het moment suprème totaal niet overkomt. Bij de première van Uit liefde had ik het idee: het klettert compleet uit mijn handen. Achteraf bleek dat reuze mee te vallen. Iedereen was enthousiast. Maar toch heb je altijd weer die angst. Bij de première van Hotel Atlantico was ik aan de diarree van de zenuwen. Ik ben op een plek gaan zitten waar ik direct de zaal kon verlaten. Waar ik ook niet goed tegenkan is slechte kritieken. Een mevrouw van de Volkskrant had in een recensie, die zo te zien in een kwartier was geschreven, opgemerkt dat Hotel Atlantico het niveau van een gemiddelde comedy niet overstijgt. Zoiets maakt me onzeker.  Je krijgt acht goede kritieken en één mindere. Die laatste blijft hangen. Het is bijna masochistisch.”

Wat is het grote verschil tussen schrijven voor toneel en  tv?

“Als ik een script schrijf voor tv ben ik me altijd veel meer bewust van het publiek dan voor toneel. Kijk, toneelpubliek heeft een kaartje gekocht en blijft wel zitten, een televisiekijker kan elk moment wegzappen.  In élke tv-scène moet daarom iets gebeuren:  spanning, een grap, ruzie. Bij toneel kun je scènes veel meer uitspinnen.  Het grappige is:  Bij toneel gaat het om gecomprimeerde tijd, maar je hoeft nooit een tijdsaanduiding te geven.  Niemand die zich bij het zien van Hotel Atlantico afvraagt hoe lang die mannen op dat vakantie-adres in Portugal hebben doorgebracht, maar in `t Vrije schaep moet ik wel uitleggen dat Doortje de vorige zomer in Spanje heeft  gezeten, anders raakt de kijker de draad van het verhaal kwijt.  Bij tv, waar je door het aantal afleveringen `eeuwig’  de tijd hebt, moet je voor de kijker dus steeds duidelijk maken `hoe laat’ het is. ”

Wanneer is een dialoog goed?

“Als het erop lijkt dat de acteur hem ter plekke verzint.  Een groter compliment, zoals ik pas ontving van een echtpaar van ver in de tachtig dat naar Hotel Atlantico was geweest, kan men mij niet maken.”

De eerste reeks van ’t Schaep met de vijf pooten was gebaseerd op de oorspronkelijke serie eind jaren zestig van Eli Asser.  In hoeverre heb je door jouw bewerking je eigen stempel erop kunnen drukken?

“Ik heb dat eerste Schaep heel erg naar me toe getrokken. Je moet je voorstellen dat de serie destijds maar eens per maand werd uitgezonden. Er zaten daardoor veel minder doorlopende verhaallijnen in dan in de serie die ik ervan heb gemaakt.  Zo kwam Opoe Withof maar in één aflevering voor.  Bij mij in alle. Dat heb ik vooral gedaan omdat Carry Tefsen die rol ging spelen.  Ook de sluimerende liefde tussen Doortje en Kootje, die maar geen liefde wil worden,  is in elke aflevering aanwezig. ”

En Lukas Blijdschap, gespeeld door Marc-Marie Huijbregts, is,  zeker in de tweede reeks, veel explicieter homoseksueel dan Leen Jongewaard in de oorspronkelijke reeks ooit is geweest.  Frederik Fluweel wordt Blijdschap genoemd.

“Ja, of meid met een handvat, zoals Kootje hem betitelt. Het Bargoens is voor mij een rijke bron geweest bij het schrijven.  Avonden lang heb ik me ermee vermaakt. Wat dacht je van stangenpoetser, Bargoens voor hoer? Voor mij is ’t Vrije schaep echt een ode aan taal. Ik heb met woordenboeken in de hand de serie geschreven.”

Er is natuurlijk ook een groot verschil in liedjes?

“Zeker. In de eerste reeks zaten we vast aan de liedjes die Eli Asser en Harry Bannink hadden uitgekozen.  Daar zaten prachtige nummers bij, maar ook liedjes die we geen van allen om te pruimen vonden zoals Waar vind je tegenwoordig nog een goede timmerman?  Nu konden we zelf de liedjes uitzoeken. Een mer à boire. De jaren zeventig waren rijk aan mooie nummers.”

De eerste reeks van ’t Schaep trok gemiddeld 1,4 miljoen kijkers, de tweede zelfs vaak meer dan twee miljoen. Wat doen zulke getallen met jou?

“Niet zo heel veel.  Wat ik wel leuk vind is dat als ik op maandagochtend naar de Noordermarkt ga het kan gebeuren dat ik twee vrouwen achter mij letterlijk hele gedeelten uit de laatste aflevering hoor navertellen, in de trant van: Toen zei Kootje zus en daarop reageerde Doortje zo.  Of een martkoopman roept mij toe: ‘Als je iets over de Jordaan wilt weten, moet je mij bellen , hoor. Ik ben een echte Jordanees.’ Wat echt Jordanees is?  Elkaar keihard de waarheid vertellen, maar  je ook gedragen als een warm mens.  Beide zie je terug in ’t Schaep.”

Waar doe jij je inspiratie op?

“Het kan uit de eigen vriendenkring komen,  zoals bij Hotel Atlantico, maar ik laat me ook inspireren door wat ik hoor op straat, of door een boek of film.  Zo heb ik voor mijn nieuwe toneelstuk Hulp voor alle dagen, dat ik voor Kitty Courbois wil schrijven, inspiratie opgedaan bij Michiel van Erp, een goede vriend van mij. Zijn nieuwste film, die nog niet uit is, heet Angst en gaat over mensen met een angststoornis.  Kitty Courbois wordt, als ze in mijn stuk wil spelen, nu een vrouw die binnen zit met een angststoornis. Bij Gooische vrouwen is Linda de Mol een geweldige inspiratiebron. Zij vertelt wat zij of mensen in haar omgeving hebben meegemaakt. Daar hoef je soms niets meer bij te verzinnen. ”

Toch een eenzaam beroep: je schrijft alleen en als het script eenmaal af is, gaat het buiten jou om een geheel eigen leven leiden.

“Klopt. De leden van de cast bouwen tijdens de opnames een enorme band met elkaar op en jij bent er niet bij. Dat vind ik wel jammer van mijn vak.  Soms heb je het gevoel dat ze jouw verjaardag vieren en jij achter een dikke ruit staat. Aan de andere kant: ik werk graag in mijn eentje, zonder een baas boven me. Toen ik twee jaar geleden een uitstapje maakte naar het toneel, bij Mugmetdegoudentand, en ik de regisseur hoorde zeggen doe dat ‘es zus en dat ‘es zo, dacht ik: Nee, dat ben ik toch geheel ontwend. En dan dat eeuwige wachten als acteur…”

Wat is het overkoepelende thema in jouw werk?

“Ik denk eenzaamheid of, beter gezegd, de angst voor eenzaamheid, zoals ik die zelf ook voel. Ik ben dol op mijn vriend, maar als hij onder de tram komt, ga ik wel door met leven.”

Zoals Loes Luca na de plotselinge dood van haar geliefde gewoon moest doorgaan als Doortje Lefèvre in ’t Vrije schaep?

“Op dat moment moest de laatste aflevering nog gedeeltelijk worden opgenomen. Loes heeft stralend-blij ’t Is weer voorbij die mooie zomer meegezongen. Hoe moeilijk moet dat voor haar zijn geweest, zo kort na de begrafenis. Op zo’n moment is het een gruwelijk vak:  the show must go on. “

Is er verschil of je voor de VPRO schrijft (Hertenkamp) of voor RTL 4 (Gooische vrouwen)?

“Nee, eigenlijk niet. Hooguit had je bij de publieke omroep meer geld tot je beschikking, maar dat is nu ook niet meer het geval. Vroeger groeiden bij de VPRO de bomen tot in de hemel. Met Hertenkamp zaten we voortdurend in België, waar we voor de hele ploeg een hotel afhuurden . Dat is nu geheel ondenkbaar.  Bij het eerste Schaep merkte ik dat ik een extra set nodig had voor Riek en Arie. Er was geen geld meer, dus verzon ik een heel goedkope oplossing: een slaapkamerachterwand met een bedhoofd. Dat zijn mijn dierbaarste scènes geworden. ”

Wat is er mislukt in je carrière?

Bergen binnen, de opvolger van Oppassen.  Sigrid Koetse en Ingeborg Elzevier speelden bejaarden die in huis woonden bij een jonger stel.  Het wilde maar niet leuk worden. Het script was wel aardig, maar op de één of andere manier zat overal het Oppassen-sausje overheen.”

En nu?

“Ik hoop dat we door mogen met ‘t Schaep. Ik heb er zo’n zin in. De netmanager hoeft alleen maar groen licht te geven.”

Naschrift 27 maart 2015: Over dat laatste hoeft Frank Houtappels zich geen zorgen te maken. ‘Schaep ahoy’is  inmiddels zijn vijfde ‘Schaep’-serie voor de KRO.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *