Ach ja, de kerk…

Het is vandaag exact 67 jaar geleden dat mijn ouders huwden. Mijn moeder had het vaak over die 19de oktober 1951. Het was een zonnige herfstdag geweest vol romantiek: met vader in een koetsje van de Ernst Casimirlaan naar het stadhuis, en ’s avonds, dankzij tante Jo, fanfare op het feest.

 

Maar er hing ook een sluier van droefenis over die blije dag. Mijn moeder sprak er wel eens over, maar zo summier dat ik nog steeds denk: wat is er nu precies gebeurd voorafgaand aan die 19de oktober? Omdat ik het mijn ouders niet meer kan vragen, toog ik op een snikhete julidag naar het regionaal archief in Groningen in de hoop daar het mysterie te ontraadselen.

Mijn ouders woonden, voordat ze naar Rotterdam gingen, beiden in die stad , en mijn moeder was er lid van de gereformeerde kerk vrijgemaakt, een streng-orthodoxe afsplitsing van de ‘grote’ gereformeerde kerk.  In de notulen van die vrijgemaakte kerk zou ik het antwoord moeten vinden. Had mijn moeder immers niet gezegd dat de kerkenraad haar kerkelijk huwelijk had geblokkeerd? Precies!

Al bladerend kwam ik terecht in lang vervlogen tijden, toen de vrijmaking (anno 1944) nog vers was. Nog niet alle vrijgemaakten hadden zich volledig aangesloten bij hun nieuwe zuil, want ouderlingen troffen tot hun schrik soms het Nieuwsblad van het Noorden aan in plaats van het Gereformeerd Gezinsblad. Ook bleken gelovigen nog altijd lid van de ARP, en niet van het pas opgerichte GPV.

Maar hoe ik ook bladerde, ik vond niets over het afgewezen huwelijk van mijn ouders. Hoe dat kan weet de kerk mij, bij navraag, niet te vertellen. Wel trof ik een verslag dat veel opheldering verschafte: een kerkenraadsbezoek aan mijn moeder in de Oranjewijk. Het moet in de loop van 1951 zijn geweest, want de wijkouderling maakt zich grote zorgen over de verloving van mijn moeder met een ‘buitenkerkelijk iemand’( mijn vader was overigens hervormd dooplid , maar dat telde voor de vrijgemaakten, zijnde de ‘enige ware kerk’, blijkbaar niet mee).

Mijn moeder is in die dagen voornemens belijdenis te doen.  “Maar”, dreigt een deel van de kerkenraad, “zij kan, gezien haar zondige verloving, niet worden toegelaten tot het Heilig Avondmaal.”  Een ander deel vindt dat te ver gaan. Niettemin is de druk op mijn moeder zo groot dat ze zich bereid verklaart de verloving te verbreken, indien mijn vader niet, zoals zij, belijdenis wenst te doen in de vrijgemaakte kerk. Ik ben verbijsterd: bijna het huwelijk gestrand, dat wist ik niet!

Uiteindelijk houdt de verloving stand, en mag mijn moeder naar het Heilig Avondmaal, zij het onder de afgedwongen belofte dat mijn vader zich serieus gaat voorbereiden op zijn belijdenis. Dat laatste is dus niet gelukt, anders waren mijn ouders wel kerkelijk getrouwd. Die 19de oktober moet voor hen deels een verdrietige dag zijn geweest. Vooral voor mijn diepgelovige moeder. Niettemin bleef ze  trouw aan de kerk.

Anders zat dat bij mijn vader. Die had als officier op de koopvaardij weinig natuurlijke aandrang tot kerkgang. Pas in 1956, vijf jaar na de bruiloft, werd hij ‘om praktische redenen’ vrijgemaakt. Een tijdelijk lidmaatschap. Rond 1970, na de zoveelste binnenkerkelijke twist, pakte pa zijn biezen. Uiteindelijk werden we gereformeerd synodaal, nu PKN. Een liberalere kerk, maar hun ontstolen  huwelijk voor God kregen mijn  ouders er niet mee terug.

Er hing altijd een sluier van droefenis over mijn ouders’ huwelijksdag

https://www.trouw.nl/home/willem-pekelder-wil-opheldering-over-de-huwelijksdag-van-zijn-ouders~a2db4875/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *