Aan tafel

Firas Alroz (39), vluchteling uit Damascus, bestiert het Syrische restaurant Shaami Huis in Rotterdam. In de keuken zeven medewerkers, eveneens Syrische vluchtelingen.

 

Amir (21), Ali Eid (35), Firas Alroz (39) en Mohammed Aljabi (30) v.l.n.r. in Shaami Huis. Foto Jörgen Caris
Amir (21), Ali Eid (35), Firas Alroz (39) en Mohammed Aljabi (30) v.l.n.r. in Shaami Huis. Foto Jörgen Caris

“Op 11 maart 2014 kwam ik in Nederland. Mijn vrouw Allaa en zoontje Mohammed waren hier al vier maanden eerder. We zijn gevlucht voor de burgeroorlog, die mij dwong opnieuw het leger in te gaan. Eerst zijn we opgevangen in asielzoekerscentrum Sweikhuizen in Limburg. Na twee maanden konden we een huurhuis betrekken in Boxmeer.

Nu zoek ik een woning in Rotterdam, want daar heb ik sinds november vorig jaar een Syrisch restaurant aan de Schiedamseweg. Het is een beetje ver om elke dag 300 kilometer heen en weer te rijden. Ik werk van tien uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds, en soms nog langer. Vaak kom ik pas ver na middernacht thuis.

Mijn medewerkers en ik beginnen de dag met een gezamenlijk ontbijt. We eten dan calzones, dat is gevuld brooddeeg , of baba ganoush, gegrilde aubergine met knoflook, granaatappel en citroen

Aan tafel praten we over ons vaderland, maar ook over hoe het restaurant nog beter zou kunnen draaien. We maken nu een kleine winst. ’s Avonds tussen zes en acht is het ’t drukst, en ook online begint het aardig te lopen.

In Syrië was ik civiel ingenieur. Als ik dat in Nederland ook wil worden, moet ik opnieuw vier jaar naar de universiteit. Nou, dan werk ik liever als restauranthouder. Ik wil geen uitkering, maar mijn eigen brood verdienen.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *