‘Soms een beetje Pippi Langkous’

De grootste organisatie van Nederland is niet de ANWB, maar de Raad van Kerken, met op papier een achterban van zo’n zes miljoen leden. Maakt dit van de Raad ook een machtig instituut? We vragen het aan Christien Crouwel, sinds 1 januari secretaris van de Raad.

Christien Crouwel (1965) begon haar kerkelijke loopbaan twintig jaar geleden als protestants predikant in het Brabantse Boxmeer-Vierlingsbeek. In 2009 verhuisde ze naar Nuenen, waar ze voorganger werd van de plaatselijke PKN-gemeente. Voor haar benoeming tot secretaris van de Raad van Kerken was ze ruim een jaar drugspastor in Amsterdam.

Even over dat drugspastoraat. Waarom heeft u dat zo kort gedaan?

“Laat ik voorop stellen: het was mooi en zinvol werk. Nee, niet te zwaar. Ik heb, denk ik, een hart voor mensen aan de rafelrand van de samenleving: daklozen, drugsverslaafden, prostituees. Veel schrijnende verhalen gehoord. We hebben samen gehuild, maar ook gelachen. Op een gegeven moment miste ik wel een beetje de intellectuele uitdaging. Vandaar dat ik heb gesolliciteerd naar de functie bij de Raad van Kerken.”

Wel een overstap: van voeten in het bluswater naar een intellectuele bureaufunctie.

“Toen ik hier voor het eerst kwam, was het doodstil op kantoor. Ik dacht: jeetje, wat een verschil met de Wallen. Maar ik geloof dat ik het allebei ben: een pastor met compassie en een creatief denker.”

Bent u de oecumenische paus van Nederland?

“Nee, die status heb je als secretaris niet. Je bent meer een samenbindende figuur en het gezicht naar buiten. Dus je faciliteert de achttien lidkerken in het onderlinge geloofsgesprek, en daarnaast ben je gesprekspartner van de overheid, bijvoorbeeld over vluchtelingen, klimaat, duurzaamheid en armoede.”

Hoe staat het met de oecumene?  De Rooms-Katholieke kerk blijft vasthouden aan het verbod op intercommunie.

“Het toegroeien naar institutionele eenwording, is niet het doel van de Raad.  Pas hoorde ik een mooie vergelijking:  de kerken staan rond een binnentuin, en die tuin is de Raad. Met andere woorden: we zijn een ontmoetingsplek, waar kerken leren van elkaars traditie en genieten van elkaars veelkleurigheid. Overigens is plaatselijk in vieringen veel mogelijk op oecumenisch gebied.”

Als de bisschop een oogje toeknijpt?

Aarzelend: “Ach ja,natuurlijk…, maar het gaat om veel meer dan alleen vieringen. Lezingen, thema- en filmavonden, gespreks- en geloofskringen. Jarenlang heb ik in Nuenen met pastoraal werker Jos Deckers de gespreksgroep geloof en leven geleid. Dat was een groot succes. Gewoon op  woensdagavond.”

En de oecumene met moslims?

“De Raad heeft drie grote beraadgroepen, waarvan één over interreligieuze ontmoeting gaat .Verder maken wel deel uit van ‘In vrijheid verbonden’, een overlegorgaan van verschillende religies dat één keer per jaar een publiekslezing organiseert. Daarnaast noem ik nog het Overleg Joden, Christenen en Moslims.”

Klinkt wel bureaucratisch. Net zoals deze tekst op de website: ‘De Raad van Kerken besprak het rapport Christenen in Nederland tijdens zijn 427ste vergadering’…

“Tja, we hebben te maken met instituten. Dat was ook wel een beetje de aarzeling toen ik solliciteerde. Zelf ben ik niet heel erg van het institutionele. Meer van: waar stroomt het?”

Dus u gaat de Raad veranderen?

“Het zou vanuit deze functie te ver voeren om te zeggen dat instituten een noodzakelijk kwaad zijn. Je hebt ze nodig om gesprekken te krijgen. Ook met de overheid, die, zoals bekend, niet met individuen spreekt. Tegelijkertijd denk ik dat wat mensen ervaren aan geloof niet binnen de kerkmuren blijft.”

Wat is uw agenda voor de komende jaren?

“Ik heb een persoonlijke en thematische agenda. Mijn persoonlijke is een pelgrimage langs de achttien lidkerken. Afgelopen zondag heb ik de eerste etappe afgelegd: de Syrisch-Orthodoxe kerk. Mijn vraag is: wat is  jullie schat, waar bruist het in jullie traditie? Daar komt geen beleidsnota aan te pas.”

En uw thematische agenda?

“De vragen die in de samenleving spelen kun je ophangen aan de thema’s van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Kijk je naar vrijheid, dan kun je denken aan biotechnologie. Waar ligt de ethische grens, bij het klonen bijvoorbeeld? Of: waar begint en eindigt mijn privésfeer? Hoe gaan we om met onze democratische vrijheden? Bij gelijkheid gaat het over de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk. Zo’n kleine 400.000 gezinnen in Nederland leven onder het bestaansminimum, terwijl de ouders baantjes stapelen. Je kunt het ook hebben over gendergelijkheid en gelijkheid van homoseksuelen. Dan broederschap. Mensen zijn heel erg het gevoel van verbondenheid kwijt. Daaraan gelinkt: eenzaamheid.  Ik denk dat kerken op het vlak van verbinding veel kunnen  betekenen.”

Is het mogelijk om namens achttien kerken te spreken? De Rooms-Katholieke kerk en het orthodoxe deel van de PKN hebben weinig op met gendergelijkheid. Evenmin met het homohuwelijk.

“We kunnen inderdaad  alleen verklaringen afleggen over zaken waar consensus over bestaat, zoals het voornemen de kerk tot veilige plek te maken voor mensen die seksueel zijn misbruikt. In 2014 hebben we over die ambitie een verklaring getekend. Over gevoelig liggende onderwerpen zoals Nashville of voltooid leven zullen we geen grote uitspraken doen, maar we kunnen wel het gesprek daarover toerusten. Vorig jaar bijvoorbeeld heeft de Raad een brochure uitgebracht over het vrijwillig levenseinde, waarin de verschillende kerkelijke standpunten werden verwoord.”

Als ik met een ongelovig oog de website van de Raad lees zou ik kunnen denken: dit is een progressieve beweging met goede bedoelingen. Wat onderscheidt de Raad van een politieke partij?

“We starten vanuit de Bijbel: de God die er is voor de wees, de weduwe en de vreemdeling. Als je die rode draad serieus neemt, betekent dat iets voor je handelen in de wereld. Op de site staat overigens ook genoeg inhoudelijk liturgisch materiaal.”

Heeft de Raad, naar uw smaak, voldoende entree bij de overheid?

“Zeker. Over het kinderpardon hebben we met staatssecretaris Harbers en CDA-kamerlid Van Toorenburg gesproken. Met de laatste overigens pas na de draai van haar partij.”

Is de Raad machtig?

“Als je aan tafel zit met een minister heb je een zekere macht. En het klopt dat het kinderpardon mede door onze inspanningen tot stand is gekomen. Maar ook dankzij Inlia, Vluchtelingenwerk Nederland, Defence for Children, Tim Hofman van BNNVARA, en zoveel anderen. We hebben invloed, dat woord gebruik ik liever dan macht.”

Veel mensen in uw achterban stemmen CDA. Hoe belangrijk is die partij voor de Raad?

“Zeer belangrijk. Of het ook mijn partij is? Nee. Ik ben een zwevende kiezer, maar op het CDA heb ik nog nooit gestemd. Wat wel? Ha, dat houd ik voor me. Maar over het CDA. Die partij heeft twee achterbannen: de klassiek-conservatieve en de vooruitstrevende die wat wil bereiken op het gebied van duurzaamheid, klimaat en sociale gerechtigheid. Dat is ook de CDA-achterban die in de kerken nog altijd actief is en dicht bij de Raad staat.”

Van waaruit leeft u?

“Vanuit een groot vertrouwen dat dingen goed komen, maar ook ten diepste al goed zijn. Daarmee wil ik niet de status quo legitimeren, maar wel zeggen dat ik geloof dat we in Gods hand zijn.”

Zes miljoen leden in de achterban, maar uw voorganger Klaas van der Kamp, die tien jaar secretaris is geweest, was geen publieke persoonlijkheid. Wanneer komt  u bij ‘Pauw’ of ‘Jinek’?

“Nou, ze denken in Hilversum echt niet: Oh, even Christien bellen. Nee. Ik snap dat ook wel. We zijn een koepelorganisatie, die niet altijd met één stem kan spreken. Als er iets is met kerkasiel in een protestantse kerk, zoals laatst in de Bethelkerk in Den Haag, wordt terecht PKN-scriba René de Reuver gevraagd. Persoonlijk zou ik graag willen dat kerken daarnaast zouden mogen meedoen aan het gesprek van de dag. Dus niet alleen over seksueel misbruik, ‘christengekkies’, kerkasiel, enzovoort.”

Er zijn mensen die vinden dat ook kerken zich gewoon aan de spelregels van de rechtsstaat hebben te houden. De katholieke kerk stond zeer gereserveerd tegenover het kerkasiel van de Armeense familie Tamrazyan.

“Klopt. Niet alle leden van de Raad waren het met dat kerkasiel eens. Persoonlijk vond ik het een legitieme actie, vanwege het omzien naar wees, weduwe, wees en vreemdeling. Het kerkasiel is geen trucje geweest, maar valt, in mijn ogen, onder het profetisch spreken van de kerk.”

De grens tussen kerk en staat wordt tegenwoordig, met name door liberale partijen, nogal scherp getrokken. Hoe moeilijk is dat voor de Raad?

“Kerken moeten zich meer in de aanbieding durven gooien, in de zin van: ho eens even, hierover hebben wij ook nagedacht, wij willen meepraten. Anders blijft de buitenwacht denken dat het in de kerk alleen maar om de zondagsvieringen gaat, en dat geloof dus een privézaak is.”

Een van uw lievelingsboeken is De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren, omdat daarin ook mededogen aan de dag wordt gelegd met mensen met kwade bedoelingen. Doet u dat zelf ook?

“Ik denk niet dat er mensen bestaan die honderd procent verdorven of slecht zijn. Je kunt mensen op hun gedrag aanspreken of het zelfs veroordelen, maar daarmee hoef je nog niet de persoon zelf af te schrijven. Een voorbeeld? Toen ik predikant was heeft een kerklid me midden in de supermarkt voor rotte vis uitgemaakt. Dat raakte me enorm. Aan de andere kant wist ik: ze heeft borderline. En hoe dan ook: ze is kostbaar in Gods ogen, beeld en gelijkenis van de Eeuwige. Ook als ik een enkele keer niet zoveel zin had in een pastoraal bezoek bedacht ik me op de fiets: hij of zij is kostbaar in Gods ogen.”

En wat doet dat besef met u?

“Het maakt me nederig: wat mooi dat we elkaar mogen ontmoeten. Misschien heb ik dat meegekregen van mijn vader, die hervormd predikant was, een enorm zachtmoedige man. Mijn moeder was vooral kritisch en organisatorisch ingesteld. Ik heb van allebei iets goeds geërfd.”

Als ik u zo zie denk ik: er zit ook een heel andere kant aan Christien Crouwel dan vergaderen en maatschappelijke thema’s op de agenda zetten. Dartel? Brutaal zelfs? U ziet er niet uit als een saaie bureaucraat.

“Dat vind ik een compliment. Van nature ben ik vrolijk en ja, in de kerk mag er meer gelachen worden. Brutaal? Soms een beetje Pippi Langkous-achtig. Ik ben niet heel erg gevoelig voor gezag en autoriteit. Op de lagere school mochten in de pauze  alleen de jongens voetballen, waarop ik een protestactie heb georganiseerd: meester, dit is onrechtvaardig, meisjes willen ook voetballen. In mijn huidige functie kan ik misschien niet al mijn creativiteit kwijt, maar wel mijn vermogen tot verbinden. En ik zoek ook naar de ontspanning in het geloofsgesprek”

Over ontspanning gesproken, wat is uw favoriete zonde?

“Goeie vraag…. Laat ik de zonde noemen die het dichtst bij me ligt: ongeduld. Ik kan moeilijk tegen trage processen. Een interessante zonde. Met een erg onhandige kant: je ongeduld kan zich tegen je keren. Maar ook een handige: door een tik op de kont van het paard te geven, kun je processen versnellen. Bij de Raad zou ik echt vaart willen zetten achter het project van de kerk als veilige plek.”

Waar staan de kerken ideaal gesproken over vijf jaar?

“Alive and kicking midden in de samenleving. Niet meer dat beschroomde. We hebben dan vrijmoedig en vanzelfsprekend onze plek ingenomen, zonder te beweren dat we de waarheid in pacht hebben.”

Want dat heeft alleen Jezus?

“Hij heeft gezegd dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. Een Bijbeltekst waar veel misbruik van is gemaakt, maar ik denk wel dat Hij de waarheid voorleefde.”

Houdt u van Hem?

“Ik houd van waar Jezus voor stond, wat Hij heeft gedaan en heeft gezegd. Jezus roept ons op allemaal kinderen van God te zijn, zoals Hij dat bij uitstek was.”

‘Nou, ze denken in Hilversum echt niet: Oh, even Christien bellen’

Christien Crouwel: ‘Ik ben geen oecumenische paus’

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *