Puntkomma verdient uitroepteken!

Met een gerichte zwaai mikte hij het blad op de leestafel: Puntkomma. Ik blikte achterom en zag Hugo Bongers, voormalig zakelijk directeur van Boijmans. “Een krant over kunst en cultuur in Rotterdam”, mompelde hij. “We zijn een beetje anoniem.”
Hugo Bongers

Dat klopt, ik had nog nooit van Puntkomma gehoord. Maar toen ik eenmaal begon te lezen,vrat het blad mij op. Alles wat van mij overbleef was een hoopje bewondering. Voor de schoonheid van de taal, de eruditie van de schrijvers en de edelmoedigheid van het doel: onderscheid maken in de culturele wereld en tegelijkertijd verbinden. Vandaar de titel Puntkomma, het leesteken dat scheidt en verbindt.

Zelden een blad gezien dat zijn doelstelling zo waarmaakt. Neem het openingsverhaal met beeldend kunstenaar Arie van Geest. Daarin legt hij verband tussen allerlei boeken die zijn kunstenaarschap hebben bepaald. Van Alice in Wonderland van Lewis Carroll tot The invention of solitude van Paul Auster. Steeds draait het om het bouwen van een eigen wereld in het hoofd, dé inspiratiebron voor de kunstenaar. Of, zoals Van Geest het zelf verwoordt: “Alles is met alles verbonden, maar telkens gaat het om het isolement in een zelfbepaalde ruimte.”

Het is een lang, eclectisch verhaal, dat enig instapniveau vereist, maar dat niettemin leest als een trein. Waar vind je nog zulke artikelen, waarin zowel interviewer (Bongers) als geïnterviewde over een ijzersterk cultureel geheugen beschikt, zodat een betoverende reis door de kunsthistorie mogelijk wordt. De opera Einstein on the Beach, in 1976 opgevoerd in Rotterdam, wordt besproken alsof hij gisteren is aanschouwd. En als je zo’n avontuur dan ook nog naadloos weet te laten overlopen in het actuele, zuinige cultuurbeleid van Rotterdam, dan ben je een Meester van het Woord.

Jammer dat Bongers (foto) Puntkomma niet wat ruimer verspreidt in onze gesegregeerde stad met 170 nationaliteiten. Vooral omdat het blad over zo veel meer gaat dan kunstzinnige binding in enge zin. Ook de relatie tussen etniciteiten – deze keer een verhaal over Kaapverdiaanse cultuur – en tussen jong en oud speelt een rol. Zo schrijft Rotterdammer Kees Weeda, oud-secretaris van de Raad voor Cultuur, een boeiend essay over hoe het klassieke concert de jeugd kwijtraakte, en alleen de ouderen overhield. Het heeft te maken met de belevingscultuur van jongeren, waarbij kunst uitgaan is geworden en niet meer bijdraagt aan betekenisgeving. Maar ook met musici, die – en hier maakt Weeda een interessante draai – louter lijken te spelen voor hun eigen plezier.

Ik dacht terug aan een recente ontmoeting met Ted Langenbach, de bebaarde Rotterdamse partygoeroe. Zittend op zijn vouwfietsje vertelde hij dat hij in de stad een nieuwe club wil beginnen voor alle culturen, leeftijden en geaardheden. Een soort vrijstaat waarin kunst, mode en design een podium zouden krijgen, zoals in zijn vroegere ‘Now & Wow’. Korte tijd later zat Langenbach een uur lang in ‘Nooit meer slapen’ van de VPRO. Daarin betreurde hij dat de stad is verbrokkeld in monoculturen, waarin de ironie volledig lijkt verdwenen. Op zijn manier wil Langenbach een puntkomma zijn: onderscheiden (‘iedereen moet kunnen zijn zoals hij is’), maar tegelijk verbinden.

En goed beschouwd is ook dit stukje een puntkomma: Bongers en Langenbach onverwacht samengebracht.

Met Puntkomma maak je een betoverende reis door de kunsthistorie

https://www.trouw.nl/cultuur/het-tijdschrijft-puntkomma-verdient-uitroepteken-~ad551a15/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *