Niet van Mars

In de Süddeutsche Zeitung lees ik dat de paus er zijn hand niet voor zou omdraaien om Marsmannetjes te dopen. Tijdens de ochtendmis in Casa Santa Marta verkondigde Franciscus I dat de ‘groene mannetjes met hun lange neuzen en grote oren’zelfs récht hebben op de heilige doop, ‘mits ze het zelf wensen.’

Ik moest meteen aan Wim Eijk denken, onze kardinaal from outer space. Het aartsbisschoppelijk paleis is sinds zijn aantreden een  buitenaardse planeet, met daaromheen gelovigen en media als wanhopig rondcirkelende satellieten. Waar de paus de hele wereld en nu zelfs het universum tot zijn werkgebied rekent, vindt Eijk die paar vierkante meters in Utrecht al hemels genoeg.

Leo Fijen van de KRO mocht hem bij zijn installatie in 2007 precies één vraag stellen: of hij van zins was veranderingen door te voeren in zijn staf. Eijk wees op de bisschopsstaf in zijn knuist en mompelde dat die er nog goed mee door kon. En hij maakte zich snel uit de voeten. Het was zo’n beetje Eijks laatste tv-optreden.

Laten we eerlijk zijn: nog best een aardige grap voor een bisschop. Maar leuker is het repertoire van Simonis. “Er was eens een man met een erg slecht huwelijk”, schijnt Eijks voorganger op feesten en partijen voor te dragen. “De vrouw van die man werd betrapt op de diefstal van een blik perzikken. De rechter vonniste dat ze zes dagen de cel in moest, voor elke perzik één dag. Waarop haar man: Maar ze heeft ook een blik doperwten gejat!”

Het is Simonis’ favoriete grap, bezwoer diens hulpbisschop De Korte me ooit in een interview voor De Groene Amsterdammer. “Ja, en dan dist Simonis zo’n mop met smaak op, hè”, vertelde De Korte. “Van hoe slecht dat huwelijk wel niet was, en hoe die rechter tot zijn vonnis kwam .” Het was in de tijd dat aan de Utrechtse Maliebaan nog geen onbereikbare ster zetelde maar een bisschop van binnen de dampkring.

Je kon als leek Simonis gewoon tegenkomen in de gangen van het paleis. Zoals mij overkwam, na mijn interview met De Korte. “Kom, we gaan even wat drinken”, stelde de kardinaal voor toen De Korte en ik hem bij de lift aantroffen. “Die receptie kan nog wel even wachten”, zei hij, gebarend naar de fles cadeauwijn in zijn hand. Simonis ging ons voor naar zijn privé-vertrekken, liet koffie en koek aanrukken, en als ik me goed herinner ook een glas wijn.

Toen ik vertelde dat ik bezig was met een portret over hem voor de Groene Amsterdammer, sloeg dat bij de kardinaal niet in als een meteoriet. Wat zijn bescheidenheid sierde, vond ik. Hij was al die publiciteit wel gewend. “Het liefst zit ik bij de EO”, fluisterde hij. “Je hebt dan echt het idee dat je met mede-christenen zit te praten.” “En de KRO?”, maakte ik meteen van de gelegenheid gebruik. “Tsja, de KRO….”, verzuchtte de oude kerkvorst. “Wilt u nog iets drinken?”

Een beminnelijke en gemoedelijke man, herinner ik mij van die middag. Zeker, conservatief en recht in de leer, maar beslist niet van Mars.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *