Digi-diarree krijg je ervan

foto4-bij-digitaliseringDigitalisering handig? In tegendeel. Minstens één keer per week heb ik digi-diarree.

Plons, zegt mijn mobieltje op Nieuwjaarsmorgen. Hij tuimelt, bij het opnemen, pardoes in het glas water naast mijn bed. En lijkt subiet overleden. “Geen probleem”, roept vriendin R. bij wie ik Oudjaar heb gevierd. “Je legt hem gewoon in een mandje rijst. Dan droogt de batterij, en daarna doet hij het weer.”

Thuisgekomen fabriceer ik een rijstkorrelbed. Gezellig in de eeuwige rijstvelden, in de hoop der verrijzenis.

Maar dan. 2 januari, de ING: “Uw overboeking voor uw opstalverzekering is niet gelukt vanwege te weinig saldo.” Vervelend, want die verzekering is op 1 januari ingegaan, en het bedrag had dus al bij Achmea moeten zijn. Even bellen. Gelukkig heb ik mijn vaste lijn nog. “Kunt u 1000 euro overmaken van mijn spaarrekening naar mijn betaalrekening?’’ ”Ja, dat kan”, zegt de ING-beambte. “En van die 1000 euro graag 370 naar Achmea.” “Nee, dat moet u zelf doen.”

Goed, dan maar per computer. Ik groet in het voorbijgaan nog even mijn verzopen batterij (“lig je lekker, jochie?”) en begin aan de overboeking. “De tancode wordt naar uw mobiele telefoon gestuurd”, zegt de computer. Koortsachtig sleutel ik m’n smartphone in elkaar. Nog steeds zo dood als een pier. Geen tancode, dus geen overboeking. Een gevoel van wanhoop maakt zich van mij meester: die volledige afhankelijkheid van digitale duivels!

Naar de bank dan maar? Maar die is dicht, het is zaterdagavond. Wat nu? Papieren overschrijvingskaarten heb ik niet meer. Wachten tot maandag? Paniek siddert door mijn lijf. Het zal toch niet zo zijn dat uitgerekend dit weekend m’n huis in de fik gaat . Onverzekerd. En dat allemaal door zo’n natte smart!

Maandagochtend, een spurt naar de bank. “Een spoedbetaling, graag!”, hijg ik. “Natuurlijk, dat kan”, zegt de baliedame doodkalm, “kost wel acht euro extra.” Straks toch maar een nieuw mobieltje kopen, bedenk ik gejaagd, want morgen met vriend K. op vakantie naar Spanje. Je hebt verdorie niet eens meer tijd om rustig een rijstkorrelziekbed af te wachten!

foto2-bij-digitalisering

In het digitale tijdperk is de eenvoudigste handeling een drama geworden. Onlangs drie uur bezig geweest om me in te schrijven bij de Speakers Academy. Steeds liep ik stuk op de digitale handtekening. Account aanmaken, wachtwoord verzinnen. Wachtwoord werkt niet, geen handtekening.

Wachtwoorden! Mijn DigiD-code heb ik om gezondheidsredenen uitbesteed aan mijn boekhouder. De andere wachtwoorden verzamel ik voorin een roman in mijn boekenkast (kan ik nu dus meteen veranderen wegens inbrekersrisico). Pas moest ik het wachtwoord hebben van mijn Vodafone-rekening. Boek zoek. Hartkloppingen. Gestolen? Mijn hemel, dan kan de dief in al mijn accounts! O, wacht, vriend R. zat er pas in te bladeren. Misschien op een andere plank teruggezet? Zoeken, zoeken, zoeken. Ah, daar is het! Wachtwoord Vodafone, het lijkt de Da Vinci Code wel, zo lang. Tikken, tikken, tikken. Wachtwoord werkt niet. Zie ik de ‘o’ aan voor een nul? En is dat daar een &#$ of een &@$? Een ijselijke kreet ontsnapt aan mijn keel: @#$%^&**!!! Mijn Vodafone-factuur krijg ik inmiddels weer ouderwets per post. Die 2,80 euro extra heb ik er graag voor over. Ben ik meteen af van dat storende ge-sms op zondagmiddag: Uw telefoonrekening staat online. Ja, wat kan mij dat schelen, ik ben met vrienden aan het biljarten.

Het digitale tijdperk vereist van de burger bovennatuurlijke perfectie: wachtwoorden netjes bewaren en ontcijferen, steeds nóg onmogelijker varianten verzinnen wegens phishing, op tijd printinkt aanschaffen of verstrikt raken in tot radeloosheid stemmende voorkeuzemenus.

Vorige maand moest ik een ellenlang digitaal ING-formulier invullen voor de overdracht van het Nipkow-secretariaat. Dat ging per vel. Ik belde de bank. “Kijk, ik wil het best doen, maar kan ik het formulier tóch per post krijgen, zodat ik in elk geval een totaaloverzicht heb over de gegevens die u van mij en mijn opvolgers verlangt?”Het antwoord luidde: “Nee, dat kan niet, u moet maar bij elk vel uw opvolgers bellen.”

Maar goed, de vakantie. De ochtend van vertrek speelt zich een nieuw digitaal inferno af. Ik probeer een verzekering af te sluiten voor verlaging van het eigen risico op onze huurauto. Helaas, eeuwig blijft het cirkeltje met de balletjes voor mijn ogen ronddraaien: overschrijving in voorbereiding. Woedend schop ik het rijstkorrelbed door mijn werkkamer. Smerige, gruwelijke, digitalisering! Ik mis straks nog mijn vliegtuig!

“Kunt u niet gewoon een andere server gebruiken?”, spreekt een Vlaamse dame van huurautoverzekering.com me kalmerend toe. Hè, wat een praktisch idee toch. Via Google Chrome lukt het. En nu gauw naar Andalusië. Daar aangekomen probeer ik vriend V. te bellen in Nederland. Lekker met mijn nieuwe smartphone. “U bevindt zich buiten het bereik van een netwerk”, meldt het apparaat. “Ik zal je verzuipen, kreng!”, sis ik. “Ik zal je in het diepste der wateren onderdompelen, tot je blauw ziet.”

foto-bij-digitalisering

Terug in Nederland spoed ik mij naar de telefoondokter. Hij friemelt wat met het scherm en zegt: “Nu moet ‘ie het doen.”Niet dus, zo blijkt de zondag er op als ik ga ik eten bij mijn vriend L. “M’n deurbel weigert dienst”, spreekt hij in op mijn vaste nummer , “dus neem vanavond je mobieltje mee.” Als ik bij L. op de stoep sta, toets ik zijn telefoonnummer in: “U bevindt zich buiten het bereik van een netwerk.”

Het klamme zweet breekt mij uit. Ik vraag een voorbijgangster of ik haar smartphone mag lenen. Ze kijkt me wantrouwend aan, en loopt door. Dan maar aanbellen bij de buren. ”Kunt u op de overloop alstublieft even aankloppen op de deur van mijn vriend ?”, kreun ik. Even later trekt L de buitendeur open. Ouderwetse burenhulp werkt een stuk beter dan digitalisering!

Een paar dagen later blijkt dat de eerste overboeking naar huurautoverzekering.com toch is gelukt. Dankzij de digitalisering dus 65 euro te veel betaald. Tot twee keer toe stuur ik een mail naar de verzekeraar, maar die houdt zich van de domme.

Ik zijg ter aarde, hef mijn handen ten hemel en prevel: “Lieve Ziggo, Vodafone, Samsung en ING. Verlos mij van mijn digi-diarree. En geef mij mijn bakelieten telefoon terug. Mijn overschrijvingskaarten en mijn enveloppes. Dank u.”

foto4-bij-digitalisering

 

Het wordt nog veel erger

“Een zeer herkenbaar verhaal”, zegt Liesbeth Hop over het digi-drama elders op deze pagina. Volgens de directeur en docent van de Nationale Academie voor Media en Maatschappij lijdt een toenemend aantal mensen aan digitale stress. En niet alleen ouderen. “Met onze groeiende mobiliteit is de afhankelijkheid van de smartphone voor iedereen enorm groot geworden. Is het apparaatje zoek of kapot, dan raken we in de stress. We kunnen ‘niets’ meer: niet meer bellen en niet meer bankieren. Voor jongeren dreigt daarnaast nog: buiten de groep vallen doordat de sociale media niet meer bereikbaar zijn.”

Op haar academie heeft Hop bijna dagelijks te maken met mensen die boos of gefrustreerd zijn over haperende digitalisering. Of mensen die, de wanhoop nabij, om oplossingen vragen. “Die afhankelijkheid zorgt ervoor dat er geen tijd meer is om een kapotte smartphone te laten opsturen voor reparatie. Mensen eisen ter plekke herstel. Anders gaan we de winkel niet uit, dreigen ze. Repareren terwijl u wacht, is de nieuwe dienstverlening.”

Een weg terug is er niet meer, denkt Hop. “De afhankelijkheid zal alleen maar groter worden. De digitalisering gaat ons zelfs letterlijk overnemen. Binnen een paar jaar zullen we chips laten implanteren, waardoor we via ons eigen lichaam online zijn. Onze handen zijn dan het toetsenbord.”

En dat alles zonder enige reflectie of maatschappelijke discussie, meent Hop. “De smartphone-revolutie heeft zich in drie jaar tijd voltrokken. We zijn er gewoon ingestapt, zonder enig besef van de gevolgen. Wat digitalisering betreft zijn we een collectief puberende maatschappij geworden.”

Wat de gevolgen kunnen zijn van digi-stress blijkt volgens Hop uit Amerikaanse studies. “Mensen kunnen er ronduit psychotisch van worden. Niet meer tot enig functioneren in staat.”