Heerlijke honing van Brands

Wim Brands met 'Boeken'.
Wim Brands met ‘Boeken’.
Ter nagedachtenis van Wim Brands mijn Trouw-column van 18 -10-2010.

’Boeken’ (VPRO) is een geschenk op de zondagochtend. Het is inhoudsvol zonder hoogdravend te zijn, down to earth en meeslepend tegelijk. Presentator Wim Brands wekt een verlangen naar het boek door het te verbinden met de maatschappij. Anders dan zijn verre voorganger Adriaan van Dis kijkt hij niet vanuit het literaire circuit naar de samenleving, maar omgekeerd. Ofschoon dichter, is niet het Boekenbal zijn referentiepunt, maar het Lezersfeest: wat is er in de maatschappij aan de hand en hoe vinden we dat terug in de literatuur?

Waren in ’Hier is Adriaan van Dis’ de conversaties intellectuele krachtmetingen over literaire schoonheid, in ’Boeken’ zien we een gulzige bij, die op zoek naar honing eerst het hele weideveld overziet om uiteindelijk in langzaam cirkelende bewegingen te landen op een prachtige blauwe distel. Zoals gisteren toen hij het gesprek met kunsthistorica Mariette Haveman (’De vrouwenvanger’) opende met: „Beschrijf de omgeving eens waar je woont.” Haveman probeerde meteen een link te leggen naar haar roman – „De Achterhoek heeft mij geïnspireerd” – maar zo ver was Brands nog lang niet. Hij had nog maar juist de rand van de bloemenwei bereikt en zoemde samenzweerderig: „Is het, om met Armando te spreken, een schuldig landschap?”

En verder ging het: over de jaren zeventig toen de christelijke moraal werd ingewisseld voor eikeltjeskoffie, communes en Bhagwan. Over de morele verwarring die die jaren kenmerkte. Dat is een geregeld terugkerend thema. Ook vorige week met P.F. Thomése (’De weldoener’) ging het over de turbulente tijdgeest, waarin mensen het kwaad voornamelijk buiten zichzelf zoeken. Wilders kwam voorbij, het regeerakkoord en de boerka-dracht. „Terug naar het boek”, herinnerde Brands zich juist op tijd. „Eigenlijk gaat het over een man die controle wil houden over het leven”, besloot Thomése verbluffend eenvoudig.

Door literatuur die in principe tijdloos is te relateren aan actualiteit, maakt Brands het boek groter dan het is, en dat is knap. Toen de Vlaamse filosofe Ann Meskens aanschoof om te vertellen over ’Een kwestie van kijken’ (over de Franse acteur Jacques Tati), lukte het Brands de conversatie te verbreden tot de marxistische denker Guy Debord, die met zijn ’Spektakelmaatschappij’ de huidige consumptiedrang en bijbehorende vervreemding voorspelde. Maar tenslotte kwam het gesprek op miraculeuze wijze toch weer op Tati. Hoe hij vanaf het terras de wereld bijna zintuiglijk observeerde. Een knappe bijenvlucht.

Het gaat bij Brands zelden over literaire techniek, wel over de persoon achter de auteur. „Hoe zit het met je eigen vader?”, wilde hij eind september weten van Peter Buwalda, die een zedenroman, ’Bonita Avenue’, schreef over de generatiekloof.

Niet zelden weet deze presentator mij te verlokken tot een gang naar boekwinkel of museum.

De honing van Brands smaakt altijd naar meer.

Er was heel veel wat ik verzweeg

Opstappen van Daan Roosegaarde bij 'College Tour' haalde deze rubriek nooit.
Opstappen van Daan Roosegaarde bij ‘College Tour’ haalde deze rubriek nooit.

Een paar dagen geleden stapte kunstenaar Daan Roosegaarde op bij ‘College Tour’ (NTR). Een voorval dat deze rubriek nooit haalde. En zo zijn er veel meer tv-incidenten waarover ik u de afgelopen zes jaar niets vertelde. Zoals het tuimelen van Eva Jineks iPhone, juist op het moment dat ze een refo-jongere vroeg of zij echt vond dat het vallen van een mobieltje een teken Gods is.

Waarmee we, in mijn laatste recensie, zijn aangekomen bij de vraag: hoe ging die selectie van tv-programma’s in haar werk? Wel, daar had ik een heel systeem voor, wat ik u vorige zomer al eens uitlegde – zoals: publieke omroep gaat vóór commerciële, binnenland voor buitenland enz.- maar in het geval Roosegaarde hanteerde ik een ander criterium: morgen is iedereen het weer vergeten, ik neem liever iets substantieels. Dat voorkomt tevens het soort keuteligheid waarvoor ik deze rubriek altijd heb willen behoeden.

Tenzij ik zo’n voorval kan plaatsen in een groter geheel. Welnu, dat had ik al eens gedaan: op 12 november 2010 een hele column over zin en onzin van het opstappen. Dat Roosegaarde na achttien minuten terugkeerde, gaf voor mij de doorslag: geen aandacht aan besteden.

Die affaire Roosegaarde heeft in sommige media wel een heel vervolg gekregen. Hoe ver mag een presentator – in dit geval Twan Huys – gaan met het vertonen van kritische fragmenten, de reden waarom de kunstenaar vertrok? Zo bezien was het misschien toch wel weer een column waard geweest. U ziet, elke keuze is arbitrair.

Ik koos die dag voor iets anders: de start van regio-blokken in de middag-Journaals. Niet alleen omdat ik dat een leuker onderwerp vond – waarbij zij aangetekend dat ‘leuk’ voor mij nooit als enig criterium heeft gegolden -, maar ook omdat het blijvender leek dan zo’n lege stoel bij ‘College Tour’.

Natuurlijk heb ik wel eens iets geschreven wat ik naderhand betreurde. Mijn recensie van 23 augustus 2010 bijvoorbeeld. Ik voorspelde het nieuwe presentatie-duo Beau van Erven Dorens en Marc-Marie Huijbregts een gouden toekomst. Maar ik was wel zo ongeveer de enige. Al na vier afleveringen verdween hun ‘Zaterdagavondshow’ (SBS 6) van de buis.

En soms was ik door de hete adem van de deadline niet geheel volledig. Zo schreef ik dat van alle actualiteitenrubrieken alleen ‘Nieuwsuur’ en ‘Brandpunt’ ertoe doen. Daarbij vergat ik ‘EenVandaag’. Een laagdrempelige, toegankelijke AvroTros-rubriek, een beetje volks zelfs. Een prima programma in een omroepbestel dat pluriform wil zijn. Meer dan één miljoen kijkers.

En nu ik toch aan het rechtzetten ben: in mijn geestdrift kwamen sommige kwalificaties bij nader inzien misschien net wat te fel over. Dat geldt met name Caroline Tensen en Anita Witzier. Ik ben nog steeds niet dol op al hun shows, maar ik had de dames, geloof ik, geen ‘tranentrekkende theetantes’ hoeven noemen. En dat Sven Kockelmann op een doperwt zou lijken, gaat natuurlijk helemáál alle perken te buiten!

Ziezo, schoon schip. Van de week vroeg een collega: wat vind je van de nieuwe ‘Rijdende rechter’? Ik dacht: had ik zijn voorganger al niet eens gerecenseerd? En val ik nu dan niet in recidive? Ik laat hem lekker doorkarren naar mijn opvolger. Ik ben voortaan weer net als u: een vrije kijker.

Ik houd ermee op, en wel hierom!

De tv-recensent in vol bedrijf.
De tv-recensent in vol bedrijf.

Na zes jaar, 6000 uur kijken en achthonderd kritieken legt Trouw-tv-recensent Willem Pekelder zijn pen neer. Heeft hij nieuwe inzichten gekregen door al dat kijken? Niet echt. Was het de moeite waard? Toch wel.

Ik houd ermee op, en  wel hierom!  Dat ik een paus heb zien aftreden (uniek) en een nieuwe heb zien nederdalen. Dat ik de koningin heb zien abdiceren en de koning heb zien inhuldigen. Dat ik  Amerikaanse presidentsverkiezingen heb meegemaakt. En Kamerverkiezingen (twee keer), provinciale verkiezingen (ook twee keer) en gemeenteraadsverkiezingen. Zelfs waterschapsverkiezingen. Dat ik een kabinet heb zien vallen.

Dat ik oorlog heb aanschouwd en vrede, barmhartigheid en terreur. Dat ik ‘Je suis Charlie’ heb geroepen voor het tv-toestel. Dat ik heb gehuild toen IS 21 weerloze Kopten onthoofdde en hun laatste woorden waren: “Mijn Heer Jezus.” Dat ik heb gelachen om de scherpe ironie van Jeroen Pauw en de grappen van Herman Finkers. Maar laat ik een punt zetten achter mijn imitatie van kritisch Avro-lid Cor van der Laak (‘Mijn naam is Cor van der Laak en wel hierom. Dat ik….’, enz., enz.).

Ik stop simpelweg omdat het genoeg is. Zou ik nog langer doorgaan, dan dreigt de herhaling, en daar hebben we de tv al  voor. Neemt niet weg dat ik de columns met erg veel plezier heb geschreven.  Mijn doel was steeds:  meer doen dan verslag uitbrengen van een avondje tv kijken. Ik ben op zoek gegaan naar verbindingen tussen programma’s, onderstromen in de samenleving. Wat zegt het tv-aanbod over Hilversum? En over ons? Welke tijdgeest spreekt er uit het toestel?

In elk geval een heel zorgelijke. Hilversum is een tobberig oord geworden, dat ons overstelpt met ziektes, gebrek, verval en verlies. Ik heb het eerder geschreven: na een beetje tv-avond heb je de halve medische encyclopedie in je hoofd, inclusief zeldzame aandoeningen als het Syndroom van Dandy Walker. ‘De Wandeling’ (KRO) ging vorig weekend over een man bij wie de kanker was teruggekeerd, ‘Kruispunt’ (ook KRO) over erfelijke ziektes in Volendam. En dan ook nog elk jaar, vaste prik, de onvermijdelijke Week van de Euthanasie (met als voorlopig dieptepunt de editie van dít jaar, waarin een dementerende vrouw met man en macht de euthanasie werd ingerommeld).

Hilversum doet aan informatie en preventie, heet het.  En de (eenzame) patiënt heeft een uitlaadklep. Tuurlijk. Maar ziekteshows zijn ook gewoon  goedkoop en, in hun sensatiezucht, goed voor de kijkcijfers. Daarbij: de farmaceutische industrie lust er wel pap van. Tranen, tranen, tranen.  Vooral bij de KRO, NCRV en EO. Zou het, bij gebrek aan duidelijke identiteit, een wanhoopspoging zijn de christelijke naastenliefde ‘eigentijds’ te vertalen?

Begrijp ik het leven beter na 6000 uur tv-kijken? Niet echt. En zeker niet dankzij de prime time-programmering. Oké, ik kan nu eindelijk een kruimige appeltaart bakken (dankjewel, Jan Slagter!), ken alle finesses van de openhartoperatie, en snap ietsje meer van de burgeroorlog in Syrië (geloof ik).  Maar vaak als ik na de late night talkshow (hé, Peter R. de Vries!) de tv uitzette, dacht ik: waarlijk, er zijn veel actualiteiten. En ego’s. En meningen. En ruzietjes. En ijdeltuiten. En leegtes. Maar dat wist ik al. Waar zijn de dieptes?

Talkshows zijn overladen met (steeds weer dezelfde)  Bekende Nederlanders. Zozeer zelfs dat ik er beleid achter vermoed.  Hebben redacties opdracht om onderwerpen zoveel mogelijk te BN-iseren, vraag ik telefonisch aan NPO-baas Henk Hagoort. “Daar gaan wij niet over, dat beslissen ze zelf”, zegt hij vanuit zijn ski-vakantieoord.  Zelf. En hoe! Ik noem slechts één uitzending van Eva Jinek. Eentje! Die van 1 februari j.l.  We zien daar Jan Mulder over hersenbeschadiging. Waarom in hemelsnaam Jan Mulder? Omdat hij ambassadeur is van de Hersenstichting? Waarom geen neuroloog?

Bij de 100ste Nijmeegse Vierdaagse geen gesprek met wandelaars maar met Fons de Poel en Harm Edens. Omdat ze er een programma over maken. En bij de VS-verkiezingen Rick Nieman en Charles Groenhuijsen.  Met alle respect , deze beroemde collega’s zijn eind jaren tachtig uit de VS vertrokken!  Waar is Amerika-deskundige prof. Oldenziel gebleven? Eva Jinek, je kan zoveel beter. Waarom toch steeds diezelfde Hilversumse incrowd?

En dan zijn ook nog Ikon, RKK en de boeddhisten wegbezuinigd, levensbeschouwelijke omroepen die ons verder deden kijken.  Die ons stilte en rust boden, in plaats van herrie en hypes, en eeuwige waarden als vriendschap, liefde, overgave, vergeving en verzoening.  Ik wil niet beweren dat ik zelf in al die deugden zo uitblink. Daarom valt er voor mij destemeer te leren. Bijvoorbeeld van Pulitzerprijs-winnares Marilynne Robinson  “Je moet in goedheid verdergaan dan de omstandigheden van je vereisen. Dat is genade”, sprak ze treffend in ‘De Nieuwe Wereld’(ex-Ikon, nu EO) Kijk, dáár word je wijzer van. Je kunt je de volgende ochtend voornemen: Ik maak er een genadig dagje van.

Ook de Trouw-lezer is steeds naar die verdieping op zoek. Ik heb het de afgelopen jaren gemerkt aan de vele reacties. Die bijna altijd inspirerend, inhoudsrijk en bemoedigend waren. Ook nu weer bij mijn ‘pensioen’ als tv-recensent (overigens geen echt pensioen, zoals sommige lezers denken, ik blijf als ZZP’er actief in de journalistiek).

De ene lezer is me gaan beschouwen als een persoonlijke vriend, de andere heeft uit mijn stukjes troost geput, de derde noemt mij ‘misschien wel de beste tv-recensent van Nederland’, de vierde hult zich vanwege mijn vertrek zelfs een dag in het zwart (niet doen hoor, trek maar weer snel iets fleurigs aan). De reacties hebben me zeer ontroerd. Ik heb niet elke schrijver persoonlijk kunnen bedanken. Bij deze dus.

Ik heb de Trouw-lezer nog op een andere manier leren kennen. Hij/zij nodigde mij uit voor lezingen in kerk, vereniging of club.  De Trouw-lezer  staat in mijn geheugen gegrift als een zachtmoedig menstype met een open, kritische geest . We wisselden van gedachten over reality ( hoe meer iets reality heet, hoe minder echt het is), de Hilversumse mores, documentaires en drama.

De documentaire die me het meest is bijgebleven is ‘Het Nieuwe Rijksmuseum’, een NTR-vierluik van Oeke Hoogendijk. En dat niet alleen omdat de maakster laat zien hoe een nieuwbouwplan een autonoom voortrazend monster wordt waar geen sterveling meer greep op heeft (een eindeloos horrorscenario waarin heen en weer wordt geplonsd  in halfduistere, onder water gelopen bouwputten). Nee, ook en vooral omdat dit het langdurigste docu-project is geweest van de afgelopen jaren: negen jaar voorbereiding. Door die lange tijdspanne gaat Hoogendijks serie over iets groters dan alleen een restauratie. Ze vertelt ons hoe stroperig en onwerkbaar het Hollandse poldermodel is geworden. Een terechte Nipkow-winnaar.

Ik mocht als jurylid ook meehelpen aan een Zilveren Nipkowschijf voor ‘Ramses’, een prachtig Avro-drama met natuurtalent Maarten Heijmans in de titelrol.  Even een adviesje tussendoor:  stel als publieke omroep één dramapot in en bekostig daaruit jaarlijks drie goede series. Daarmee voorkom je dat iedere omroep zijn eigen plas wil doen, zelfs wanneer er door geringe affiniteit met het dramagenre weinig te plassen valt, zoals de EO bewees met de mislukte reeks over Willem Aantjes.

Verder heb ik de afgelopen zes jaar veel kwalitatief hoogstaand drama gezien: ‘Annie M.G.’, ‘Volgens Jacqueline’, ‘De Prooi’ (alledrie Vara)  ‘Bloedverwanten’(Avro), ‘Hollands Hoop’ (Vara, VPRO, NTR), ‘Bernhard, schavuit van Oranje’ (VPRO) en ‘Bagels & Bubbels’(Net 5). Waar al die topseries, hoe verschillend van inhoud ook, in overeenkomen is dit: sterke vrouwen, zwakke mannen . Annie M.G. Schmidt haalde ijzerenheinig de eindstreep, maar Ramses Shaffy ging ten onder aan drank en drugs. In ‘Bloedverwanten’ is Esther haar ex-man Anton duizendmaal de baas, en trouwens de rest van haar familie ook. Jacqueline staat in de gelijknamige serie sterker in haar schoenen dan ex-man Robert. En dan zwijgen we nog maar over prins Bernhard (de titel zegt genoeg), Rijkman Groenink die in ‘De Prooi’ ABN Amro naar de rand van de afgrond helpt en psychiater Fokke die in ‘Hollands Hoop’ hetzelfde doet met zijn gezin. Nee dan Noa, die in ‘Bagels & Bubbels’ een carrière beleeft als topmodel. En het aanlegt met een eenvoudige bakkersknecht. De man als loser.

Behoort de tv-recensent binnenkort ook tot de losers? Met andere woorden: gaat het vak verdwijnen, nu iedereen op de sociale media zijn mening over televisie klaar heeft? Ik denk het niet. Er blijft altijd iemand nodig die er vanuit kennis en vakmanschap over schrijft. Dát doet maar een enkele blogger op internet. Iemand ook die u bij de hand neemt in het woud van tv-zenders, een persoon op wiens oordeel u vertrouwt (ik kreeg wel eens te horen: ik ga pas kijken nádat u erover heeft geschreven). De rol van de criticus zal zich wel steeds meer uitbreiden naar internet, waar veel nieuwe series (en niet de slechtste) hun première beleven, en kijkers hun eigen pakket samenstellen. De hoofdtaak van de televisie zal, in het verlengde daarvan, meer en meer verschuiven naar  live-verslaggeving: bij rampen, feestelijkheden en herdenkingen.

Zo, dit ei wilde ik kwijt. Ik heb de afgelopen zes jaar, zoals gezegd, 6000 uur gekeken en achthonderd kritieken geschreven. Ik ben twee kilo aangekomen en heb één vriend verloren. Kom ik tot de volgende rekensom: 800  recensies + 2 kilo – 1 vriend x 6 jaar: 6000 uur = kijkcijfer 0. Stoppen dus. Het ga u allen goed. Adieu!

 

Het feest dat de val van de sjah inluidde

Prins Bernhard begroet sjah Reza Pahlavi en keizerin Farah Diba.
Prins Bernhard begroet sjah Reza Pahlavi en keizerin Farah Diba.

Het was het grootste feest ter wereld. En misschien ook wel het idiootste. Midden in de van ongedierte vergeven woestijn van Persepolis liet de Iraanse sjah in 1971 een gigantisch tentendorp bouwen om het 2500-jarig bestaan van het Perzische Rijk te vieren. Er moest een snelweg worden aangelegd en een vliegveld. Het Parijse toprestaurant Maxim’s deed de catering: 2500 flessen champagne, 12.000 flessen whisky, 25.000 flessen wijn, 360.000 eieren, 1000 kilo kaviaar.

Er werden 50.000 zangvogels ingevlogen, maar die waren binnen drie dagen dood omdat ze niet tegen het klimaat konden. “Waar beginnen we aan, met al die slangen en reptielen?!”, had ceremoniemeester Ansari nog wanhopig uitgeroepen. Geen probleem. Een gebied van dertig kilometer rond Persepolis werd met gif bespoten, en het ongedierte met een vrachtwagen afgevoerd.

De VPRO zond deze week de schitterende Amerikaanse documentaire ‘The Greatest Party on Earth’ uit. Wie hem niet heeft gezien, moet beslist even terugkijken op Uitzending Gemist. Niet alleen omdat je adem stokt bij het zien van zoveel pracht en decadentie, maar ook omdat het met drank overgoten feest de aanzet was tot de islamitische revolutie in 1979. En niet in de laatste plaats vanwege de hilarische details.

Zo vormde zich onder de 600 gasten zo’n enorme wachtrij dat de helft buiten de feesttent stond, waar een hevige zandstorm losbarstte. Kapsels in de war, opwaaiende jurken, kronen vasthouden, zand in de ogen. Het gezelschap was een krankzinnige mix van communisten, monarchen, staatshoofden uit arm Afrika en presidenten. Keizer Haile Selassie nam 75 man personeel mee en zijn schoothondje met diamanten halsband. En bijna niemand kende elkaar. “Dus stonden ze in die grote tent maar wat naar elkaar te koekeloeren”, memoreerde society-verslaggeefster Sally Quinn van de Washington Post.

Prins Michael van Griekenland was evenwel in gesprek geraakt met een paar communisten. “Dat ging geweldig”, blikte hij lachend terug. “Ja, ze hebben heel wat Russische vorsten over de kling gejaagd, maar dat is historie, zullen we maar zeggen.” Hij was meegevlogen met de Scandinavische vorsten en het Griekse koningspaar, die samen één vliegtuig hadden gecharterd (lekker goedkoop, moet je maar denken). “Aan boord vertelde koningin Anne-Marie dat ze ’s avonds smaragden van de Romanovs zou dragen”, herinnerde de Griekse prins zich, “waarop ik zei: Ach, vergeleken met de juwelen van Farah Diba is dat peanuts.”

Verbijsterend om te zien dat tout le monde present was op de party van Mohammed Reza Pahlavi (ja, ook prins Bernhard), terwijl iedereen toch wist hoe het Iraanse volk werd onderdrukt. Daar leken de feestgangers zich niet druk om te maken. “Je pakte een stoel en ging lekker voor je privé-tent zitten”, vertelde Quinn. “Zo kon prins Philip naar de koning van Denemarken zwaaien of naar Grace Kelly: ‘Hallo, leuk je te zien, hoe is het?’ Zoiets heeft zich daarna nooit meer voorgedaan.”

Wie er na het zien van de film nog geen genoeg van heeft, moet het smeuiige artikel lezen van Maarten van Bracht deze week in de VPRO Gids: “Tito at een hele kalkoen, Haile Selassie een eend, en Sovjet-politicus Podgorny moest aan twee kanten worden ondersteund.”

Je eigen dood is onvoorstelbaar

Connie Palmen in 'Adieu God?': "De dood is een verschrikking."
Connie Palmen in ‘Adieu God?’: “De dood is een verschrikking.”

Na alle commotie over de Levenseindekliniek (vorige maandag op tv) was het goed om eens wat mensen over de dood te horen die hopelijk nog lang te leven hebben. Schrijfster Annejet van der Zijl vertelde Ivo Niehe dat de vroege dood van haar tweelingbroertje haar aanzette tot een leven voor twee. “Als ik bezig ben met een biografie dan heb ik dat gevoel van twee levens zeer sterk.” Ze had het al eerder gezegd in ‘Zomergasten’, maar het kon geen kwaad het nog eens te horen: hoe de dood tragisch als hij is je toch kan inspireren tot een zinvol bestaan.

De auteur van prachtige boeken over o.a. prins Bernhard en Annie M.G. Schmidt had het idee dat haar laatste schepping, ‘De Amerikaanse prinses’, vooral een les in óverleven was. “Hoe Allene Tew (die prinses dus, W.P.) zich niet liet definiëren door wat haar was overkomen. Altijd maar doorgaan. Ze was ook in die zin een echte Amerikaanse.”Tew, een suikertante van Bernhard, trouwde vijf keer, waaronder eenmaal met een Duitse prins, en verloor haar beide kinderen. Ze stierf, 82 jaar oud, in een prachtige villa aan de Côte d’Azur.

In ‘Adieu God?’(EO) zagen we een andere auteur, Connie Palmen. Als kind was ze gebiologeerd door het graf. Zozeer zelfs dat ze tijdens de mis haar knieën extra hard in de knielbank (‘zonder kussentje’) drukte om de dood te bezweren. “Ik dacht: als ik goed mijn best doe, blijft de dood nog wel een tijdje weg. Bovendien bood het geloof een oplossing: het hiernamaals.” Op haar achttiende, na lezing van Sartre, viel Palmen definitief van haar geloof. “God bestaat niet, schreef hij, en ik wist dat dat waar was. Ik dacht: je kunt het dus ook opschrijven.”

Ze omschreef de dood als een verschrikking, ‘zeker voor iemand als ik die elke ochtend juichend opstaat.’ Toch was haar angst voor het slotakkoord gaandeweg minder geworden. “Het is goed dat er een einde komt aan het menselijk bestaan, al is een beetje gezonde doodsangst niet erg.” Net als Annejet van der Zijl sprak ze louter over de dood van anderen: die van haar partners Ischa Meijer en Hans van Mierlo. Logisch, “want”, zei Palmen (1955), “je eigen dood is onvoorstelbaar. Je kunt je verbeelding er niet op loslaten.”

De reformatorische studenten uit ‘Na de zomer’ denken daar vast anders over. De EO-documentaire, vanwege de zondagsrust om tien over twaalf zondagnacht uitgezonden, gaf blijk van een sterk geloof in hemel en hel. Op zich niet verrassend, zij het dat dit soort jongeren zich zelden zo openlijk op tv uitspreekt. Maakster Ingrid Kamerling koos voor een originele, intieme vorm: de jongeren in gebed. We hoorden zinnen als: “Here God, ik wil u danken dat ik nog leef, want ik heb zó gezondigd.”

Je vroeg je af wat deze uiterst brave lieden toch op hun kerfstok hadden. Hoe erg moet het voor sommigen van hen zijn om met zo’n last op de schouders ooit de dood tegemoet te gaan? Met de mogelijkheid immers van een strenge, straffende God daarboven? Kun je je leven niet beter spiegelen aan de dood van anderen, zoals Van der Zijl en Palmen doen, dan aan die van jezelf, dacht ik bij het naar bed gaan? Dood ben je alleen voor een ander, sprak Harry Mulisch eens. Je eigen dood als een voor jezelf onvoorstelbaar fenomeen.

Bestaat de regio eigenlijk wel?

Sinds kort in het Journaal: Cindy de Koning met het regionieuws.
Sinds kort in het Journaal: Cindy de Koning met het regionieuws.

Veel reacties kreeg ik op mijn column over het bovengemiddeld aantal Amsterdammers in ‘Jinek’ en ‘RTL Late Night’. Een van de reflectanten schreef dat die talkshows daarmee in feite regionale programma’s zijn. Zo ver wil ik niet gaan, maar die reactie heeft me wel aan het denken gezet over  wat nu eigenlijk regionaal nieuws is. En van welke factoren het afhangt of we een gebeurtenis  regionaal of landelijk noemen.

Die kwalificaties hebben niet altijd te maken met de grootte van een stad. Een kroegruzie (zonder doden) in de hoofdstad, is regionaal en geen landelijk nieuws.  Maar de opvang van zeshonderd asielzoekers in een middelgrote stad als Ede is dat wél. Zeker ook vanwege het Pegida-protest. Terecht bracht de NOS de kwestie  zaterdag prominent in het Journaal. Aard en actualiteit van het onderwerp vereisten dat.

Maar er zijn natuurlijk tal van onderwerpen waar de regionaliteit van afdruipt. Bijvoorbeeld vissorteerders in Urk die naar de rechter stappen uit onvrede met de nieuwe regels van de visafslag. Of een rally van goedkope auto’s in Gorinchem. Het zijn items die zomaar zouden kunnen opduiken in regiorubrieken als  ‘Hart van Nederland’ (SBS 6), ‘Editie NL’ (RTL 4) of ‘Hallo Nederland’ (Max).

Dat deden ze echter niet. Ze zaten in ons landelijke Journaal. Sinds vorige week plakt de NOS vijf minuten regionaal nieuws aan de bulletins van 12.00 en 15.00 uur. Je zou kunnen zeggen: voor ‘nieuws uit eigen achtertuin’ hebben we genoemde rubrieken toch al? En verder telt elke provincie een regionale omroep. Dus, vanwaar dit plan?

Maar het ligt anders. Met de start van de regio-blokken geeft NOS-hoofdredacteur Marcel Gelauff een wezenlijk signaal af: dat hij regionale journalistiek – waar ‘de Randstad’,  geheel ten onrechte, vaak een beetje op neerkijkt – serieus neemt. Plaatselijke verslaggevers dringen door tot Hilversum. De provinciale zenders zijn er maar wat blij mee. “Belangrijk streeknieuws krijgt nu een prominente plek op de landelijke tv”, juicht hoofdredacteur Renzo Veenstra van Omroep West.

Twee Brabantse journalistes – Cindy de Koning en Susanne de Kroon – zijn aangetrokken om de regioblokken beurtelings te presenteren. Ze zitten naast de nieuwslezer van dienst, waarmee, overdreven gezegd, de Journaal-dubbelpresentatie uit de jaren tachtig een beetje terug is. Toen al snel afgeschaft wegens te stijf. Hoe is het nu?

Eerlijk gezegd lijkt het of Cindy, die deze week de primeur had, al jaren achter één desk zit met Rik, Jeroen en Dionne. Het loopt soepel en er is een goede chemie, al zijn de bruggetjes  tussen wereld en regio soms wat geforceerd. Jeroen Overbeeke: “’Zes leeuwen ontsnapt in Nairobi. Nu het regionieuws.” Cindy de Koning: “Bij ons geen Nairobi, maar ’t gaat wel over dieren.” Waarna een item volgt over een wereldberoemde Amerikaanse dierenarts, die op bezoek is in zijn geboorteprovincie Drenthe. Tsja…

Streeknieuws heeft wel eens de naam kneuterig te zijn. En inderdaad is een rally in Gorinchem geen wereldbrand. Maar veel vaker als ik die regioblokken zie, denk ik: is er eigenlijk wel zo’n groot verschil met  landelijk nieuws? Zes jaar voor Nijmeegse aanrander, gebiedsverbod voor tegenstanders AZC in Heesch. Hoezo regio?

Lofzang op Reagan, hoe kan dat plots?

Charles Groenhuijsen prijst Ronald Reagan bij 'Jinek'.
Charles Groenhuijsen prijst Ronald Reagan bij ‘Jinek’.

En zo vielen we plots in een lofzang op Ronald Reagan. Charles Groenhuijsen, in de jaren tachtig Journaal-correspondent in de VS, kwam bij ‘Jinek’ woorden tekort: “Beleefd, beschaafd, begaafd en blij.” Voorts: “Reagan legaliseerde miljoenen illegalen, en sloot met de Sovjet-Unie een vergaand raketten-akkoord.”

Met gêne blikte Groenhuisen terug op het beeld dat media destijds schetsten van de oud-president: “We noemden hem een B-acteur – hoe Nederlands – en vonden hem oppervlakkig en dom. Nou, ik vind die analyses oppervlakkig en dom.”

In documentaires zie je al een paar jaar een herwaardering van Reagan. Dat is dus niets nieuws. Waar ik als kijker steeds mee blijf zitten is de vraag: hoe kan het dat al die schakeringen pas jaren na Reagans dood tot uiting komen? En ook: hoe dacht Groenhuijsen eertijds zelf over hem? Was dat ook alleen maar negatief?

Ik geef toe: ik zat toendertijd, zoals zovelen, boordevol met clichés over Reagan. Ik ben dus geen haar beter. Wat ik echter, geloof ik, wel heb geleerd is dit: wees je als journalist bewust van framing, en vooral van het automatisme ervan. Probeer los te komen van vooroordeel, en eerder ‘voortschrijdend inzicht’ te kweken, hoe tegenstrijdig dat laatste ook klinkt.

Voorbeeld. De huidige paus kan in de media geen kwaad doen. Toch veroordeelde hij samen met de patriarch van Moskou het homohuwelijk. Het was nauwelijks een item. Waarom niet? Omdat de paus in een populair frame zit? Zelf dacht ik: nu hebben ze duizend jaar kunnen peinzen over iets originelers, en dan komen ze met dit. Krijgen we ook over Franciscus pas ná zijn ‘troonsafstand’ de nuances te horen? Zoals bij Reagan?

Republikeinen worden na verloop van tijd opgepoetst (ja, zelfs Nixon), Democraten (Kennedy, Clinton) afgedroogd. Benieuwd hoe Donald Trump ooit te boek zal staan. Nu alleen maar als rechtse houwdegen maar misschien straks wel als een heel wijs staatsman. Wie zal het zeggen? Ik bedoel: waarom is het nooit normaal in de media? Waarom alles zo zwart-wit?

Van Lubbers bestaan ook allerlei frames: vrouwengek, ritselaar, wollig. Zal stuk voor stuk een kern van waarheid in zitten, maar op een gegeven moment weet je het wel, en word je benieuwd naar ‘de andere Lubbers’. Welnu, die liet zich van de week zien. In ‘De strijd om het einde’ (KRO-NCRV) onthulde de katholieke oud-premier dat hij lid is van de NVVE. “Een mooie vereniging”, vond hij. Lubbers vertelde verder dat zijn moeder 90 jaar oud genoeg vond. “Ze vroeg aan haar arts of hij wat rek in de medicijnen kon brengen. Dat kon. Wij Lubbersen kunnen goed praten.” Stervenshulp, noemde Lubbers het, geen euthanasie.

In de nieuwe dramareeks van Ger Beukenkamp, ‘Land van Lubbers’, wordt de oud-premier fantastisch gespeeld door Guy Clemens (jong) en Huub Stapel (oud). Mimiek, motoriek en dictie, alles prima in orde. Van Agt (Ferdi Janssen) en Den Uyl (Joop Keesmaat) komen in deze AvroTros-serie nog wat minder goed uit de verf.

Ik laat de definitieve kritiek – nog drie delen te gaan – graag over aan mijn opvolger. Eén ding kan ik echter nu al zeggen: voordeel van een scenarioschrijver als Beukenkamp is dat hij binnen de grenzen van het geloofwaardige nooit vastzit aan frames.

Euthanasie op tv blijft vervreemdend

Ans (100) is klaar met leven en wil dood.
Ans (100) is klaar met leven en wil dood.

Tijd  voor een ontboezeming: ik stop als tv-recensent. Geheel vrijwillig. Na deze maand is het afgelopen, en draag ik mijn eervolle baan over aan een ander. In een groter artikel zal ik nog terugbikken op mijn zes jaar voor de buis, maar nu, zoals vanouds, het aanbod van de afgelopen dagen.

De Vlaamse tv toonde een vrouw die op haar 100ste een computer kocht en een blog begon.  Nu, op haar 103de, heeft deze Zweedse Dagny Carlsson één miljoen volgers.  Ze is inmiddels een nationale beroemdheid, en wordt gevraagd voor talkshows en congressen. “De mensen om wie het gaat , komen niet aan het woord”, zegt ze op een ouderencongres. Ad rem is ze en scherp.  

Dat is wel eens anders geweest.  De blogster omschrijft zichzelf als iemand die het jarenlang ontbrak aan zelfvertrouwen. “Ik was stil en gesloten.” Van studeren kwam het niet, haar eerste man was alcoholist en bij haar tweede was ze te oud voor kinderen. Nu staat ze op een datingsite en zoekt ‘een leuke man om mee te dansen.’  “Ik heb nog een paar jaar te gaan. Ooit moet je toch jezelf kunnen zijn, niet?”  Een ontroerend ‘Koppen XL’-portret over een hoogbejaarde voor wie de dood nog ver weg lijkt: “Geef nooit op!”

Wat een contrast met ‘Panorama’, ook op de Belg. We zagen een radicale Londense moslimgroep, die totaal niet aan het leven hecht. Tijdens demonstraties roepen ze luidkeels: “Het echte leven komt hierna.” Centraal  stond ene Abu, eerst springkasteelverhuurder, nu IS-strijder in Syrië. Wat je noemt een hele sprong.

Hoewel de Britse maker Jamie Roberts de groep twee jaar volgde, lieten ze niet het achterste van hun tong zien. Niemand zei bijvoorbeeld dat hij het eens was met IS. Om niet achter slot en grendel te geraken, vermoedde Roberts. “Wij hebben hier geen vrijheid van meningsuiting”, bracht een radicale moslim daar tegenin.

Maar de beelden zeiden genoeg. Twee radicalen bekeken al etend en lachend executie-video’s van IS. “Kijk ze zitten in een kooi . Ze zullen verdrinken. Haha. Moet je zien, bij die komt het schuim uit z’n mond. Wauw!” Homo’s moesten van hoge gebouwen worden gegooid. “Op drukke plaatsen, met veel getuigen. Haha. Dat schrikt wel af.” Vooral dat voortdurende ‘ge-haha’ was huiveringwekkend.

Zo kwamen we van Carlssons ademloze liefde voor het leven terecht in een regelrechte minachting van het bestaan. De meeste mensen zitten er, denk ik, zeker op hogere leeftijd, een beetje tussenin: het leven is mooi (geweest), maar de dood hoort er nu eenmaal bij.

Zo’n vrouw zagen we in ‘De Levenseindekliniek’, een NTR-docu in de Week van de Euthanasie. Ans (100) had een stapeling van ouderdomsklachten en wilde niet meer leven. Hoe invoelbaar ook, toch blijft zo’n tv-euthanasie een nare, vervreemdende kijkervaring. Ans was juist nog naar het strand geweest en had ervan genoten. Ze vond het op dat moment zelf raar dat ze dood wilde. Was ze niet gewoon heel eenzaam? En was daar misschien nog wat aan te doen? Die vragen werden niet gesteld, laat staan beantwoord.

Een laatste glaasje met schoondochter en arts (‘ ja, wij proosten nog één keer’), en vervolgens de injectie. De onnatuurlijkheid van het ritueel, ik geloof dat ik aan dit soort programma’s nooit wen, tv-recensent of niet.

 

Geef mij maar Amsterdam

 

Talkshows, zoals die van Humberto Tan, zijn overladen met Amsterdammers.
Talkshows, zoals die van Humberto Tan, zijn overladen met Amsterdammers.

Een lezer sms’te mij: “Waarom zitten er nooit Rotterdammers in al die talkshows? Alleen maar Amsterdammers.” Ik heb er nooit zo op gelet, daarom besloot ik een week lang alle Nederlandse gasten van ‘Jinek’ en ‘RTL Late Night’ , de twee belangrijkste late praatshows, te turven.

Bij Eva Jinek vorige maandag vier gasten, van wie drie uit Amsterdam: Jort Kelder, Caroline Tensen en Francien Regelink. Dinsdag de geboren Amsterdamse Simone Kleinsma, evenals de Amsterdamse komiek Martijn Koning met wat collega’s van ‘De Grote F*CK Valentijn Comedy Show’(RTL 5). Verder Frits Wester (RTL) en Thijs Niemantsverdriet (NRC). Woensdag gaat de hele show over het ‘Correpondents’Dinner’ in Amsterdam, met o.a. weer Jort Kelder.

Donderdag staat het succes van de Amsterdammer Jaap van Zweden centraal (nu gast-dirigent in de VS). Verder, zoals gebruikelijk, weer veel show: Dennis Weening en Gers Pardoel over ‘hoe maak ik een hit?’ en Filemon Wesselink met allerlei tv-sterren over the 90th’s. Voorts minister Plasterk met twee bedreigde raadsleden: eentje uit Hilversum (!) en eentje uit Wormerland (hemelsbreed toch altijd nog zo’n 15 km van Amsterdam).

Vrijdag eindelijk een Rotterdammer, maar ja die is dan wel naar LA geëmigreerd: danser Timor Steffens. Verder de Utrechtse zedenzaak, alsook boer Tom uit ‘Boer zoekt vrouw’(geen Amsterdammer, wel Noord-Hollander: Nieuwe Niedorp). Nog meer onvermijdelijke incrowd: Thijs Zeeman met ‘Gestalkt’ (SBS 6).

Dan Humberto Tan. En verdraaid, hij begint de week met Rotterdam: Patricia Paay en Yvonne Keeley. Maar álle andere gasten die avond zijn gelieerd aan Amsterdam of Hilversum: Simon Keizer, Joost van Bellen, Johnny Heitinga, Peter R. de Vries en John van den Heuvel. Dinsdag: actrice Noortje Herlaar (woonboot in Amsterdam), de Amsterdamse regisseuse Will Koopman (o.a. ‘Gooische Vrouwen’) en de Hilversumse fotograaf William Rutten. Anita Elberse is een twijfelgeval. Studeerde in Amsterdam, maar is nu hoogleraar in Boston. Minister Asscher zelfde laken een pak: is Amsterdammer, maar praat over sociale media. Tot slot zowaar een ‘boerenitem’: gezonde voeding.

Woensdag weer een ouderwets avondje Amsterdam: de helden van de Sloterkade. Verder: Frits Wester en Jan Jaap van der Wal over het ‘Correspondents’Dinner’. Enige uitzondering is Zoni Weisz met zijn boek over de Holocaust. Donderdag warempel een Rotterdammer: BNN-ster Jan Versteegh. Maar hij heeft het wel over Amsterdam: de schrijver Hendrik Groen. Vervolgens de Amsterdamse rapper Lil’ Kleine, de Amsterdamse stress-expert Kilian Wawoe (VU) en de Amsterdamse komieken Wilko Terwijn en Andrew Moskos over het Amsterdamse ‘Correspondents’Dinner’.

Vrijdag tot slot Xaviera Hollander (bekend van haar B&B in Amsterdam) en de zangers Do (Amsterdam) en Xander de Buisonjé (ex-Amstelveen). En zowaar twee gasten uit Brabant: Tim en Steffen Haars (’Maaskantjes’).

Conclusie na één week: de gasten van Jinek en Tan (beiden woonachtig in Amsterdam, waar ook hun shows worden opgenomen, zoals overigens ook ‘DWDD’) komen meestal uit de hoofdstad of het Gooi. Gevolg is dat de gesprekken vaak gaan over tv en show of Randstad-gerelateerde zaken. En Rotterdam dan? Die stad bestaat gewoon niet.

Het werd een echt Hollands feestje

Rake grappen van premier Rutte tijdens 'Correspondents'Dinner'.
Rake grappen van premier Rutte tijdens ‘Correspondents’Dinner’.

Was het ‘Correspondents’Dinner’ geschikt voor tv? Met andere woorden: was het leuk? En dan niet alleen voor de incrowd, maar ook voor de doorsnee-kijker? En: Mogen parlementaire pers en Binnenhof voor het oog der natie zo dicht tegen elkaar kruipen, ook al nemen ze elkaar op de hak? Jazeker mag dat, mits niet vaker dan één keer per jaar. Journalisten en politici zijn geen robots en zitten buiten de camera ook vaak genoeg met elkaar te borrelen, dus waarom zou je daar schimmig over doen? Dat de uitgenodigde pers nu ineens niet meer kritisch zou kunnen zijn over premier Rutte, lijkt me onzin.

Vermakelijk was het zeker. Rutte is een geboren causeur, zijn grappen waren raak. Eerlijk gezegd vond ik hem amusanter dan Dolf Jansen. Het hardst heb ik gelachen om: “Veel journalisten zeggen dat ik geen visie heb. Dat zie ik niet.” Beginnen met zelfspot, daarna hard toeslaan, was het advies van beroepskomiek Andrew Moskos in ‘EenVandaag’. Precies wat Rutte deed. Gek genoeg vertelde de nieuwsrubriek er niet bij dat Moskos de premier had geholpen bij zijn conference. Staatsgeheim?

Voor de zekerheid meldde de Rijksvoorlichtingsdienst: “Rutte betaalt zijn komieken uit eigen zak.” De RVD had het er maar druk mee: Halina Reijn zit niet naast Rutte, omdat Rutte dat wil, zoals Halina tegen Matthijs zei, nee Halina zit naast Rutte omdat Twan dat wil. Ja, het was Holland op z’n smalst daar in de Beurs van Berlage. In meerdere opzichten. Herman Pleij, een van de gasten, beklaagde zich na afloop over ‘dominee’ Jansen.

Voor het publiek geen probleem. Het live-diner, door Twan Huys (NTR) geïmporteerd uit de VS, was het best bekeken programma: 2,7 miljoen kijkers. Helaas was geen van hen present bij Eva Jinek (zoals u weet wordt alles op tv voor- en nabeschouwd: van voetbal tot weer, van IS tot cabaret), waar alleen maar weer tv-sterren zaten. Nu werd het Hilversum op de vierkante millimeter: eerst Jort naast Jinek in Berlage, daarna Jort naast Jinek in ‘Jinek’.

Dominique van der Heyde leek de enige aan Jineks tafel met een bewustzijn dat verder reikte dan het Mediapark. Vereisten sommige grappen niet te veel voorkennis van de kijker, vroeg ze zich af? Zoals die over politiek verslaggever Xander van der Wulp. “Je moet dan wel weten dat Xanders vader directeur was van de RVD.” Persoonlijk betwijfel ik of de Trouw-lezer, toch geen roddelfan, het geintje over Max-baas Jan Slagter begreep. “De dochter van Jan Marijnissen krijgt mediatraining van Max.” Slagter liet na afloop via het ANP weten dat hij de grap niet kon waarderen.

Dat was wel te zien ook. Met uitgestreken gezicht hoorde hij de bak aan. Ongeveer zoals Donald Trump toen die te verstaan kreeg dat hij makkelijk een vice-president zou kunnen kiezen uit zijn eigen Miss USA-harem. Dat was tijdens het ‘Correspondents’Dinner’ in Amerika.

Het is de vraag of het diner hier, zoals in de VS, een jaarlijkse traditie zal worden. Zie je de beelden, dan valt toch weer op hoe mediageniek Amerikanen zijn. Reagan, Bush, Clinton, Obama, allen hebben een hoog entertainmentsgehalte. Bij Nederlandse politici is dat anders. Rutte heeft het, maar wat als hij straks geen premier meer is? Krijgen we dan een conference van Hans Spekman?