Iedereen zijn eigen Erasmus

Vandaag precies 550 jaar geleden werd Desiderius Erasmus geboren. Wat heeft de Rotterdamse wijsgeer ons in het Erasmusjaar nog te zeggen? Veel. Vooral dat de mens wezenlijk niet verandert.

Je hebt het over de pronkzucht van zestiendeeeuwse pausen en bisschoppen en zie wat daar voorbijvaart: een patserig plezierjacht van drie verdiepingen. ,,Ach, ja”, glimlacht theoloog Mark-Robin Hoogland C.P., “pronkzucht is van alle eeuwen, en niet alleen voorbehouden aan tijdgenoten van Erasmus.”

We fietsen langs de Hollandsche IJssel, de rivier die je met enige verbeelding de levensader van Erasmus zou kunnen noemen. Immers, de verbinding tussen Rotterdam en Gouda, de twee steden waar de wijsgeer ooit woonde. Al zal het wel eeuwig een twistpunt blijven waar ‘Erasmus van Rotterdam’, zoals hij zichzelf noemde, precies werd geboren.

Hoogland denkt Gouda. ,,Maar Erasmus hield het liever op Rotterdam. Dat kwam omdat hij als onwettig kind zijn afkomst wilde verdoezelen, evenals zijn precieze geboortejaar. Beter voor de carrière. Ach, er is weinig veranderd. Ook vandaag word je nog altijd op je afkomst afgerekend. Zie André Hazes junior, die het steeds maar weer over het drankmisbruik van zijn vader moet hebben.”

Het is een rustige maandagmiddag aan de Hollandsche IJssel: fluitende vogels, kabbelend water. Jarenlang hield Hoogland langs deze rivier speciale Erasmustochten, waarbij hij citeerde uit diens bekendste werk Lof der Zotheid (1511). Ter gelegenheid van de verjaardag van de filosoof stapt Hoogland , groot liefhebber van Erasmus’ oeuvre, vandaag nog één keer op de fiets voor een rit door de Krimpenerwaard.eramus-2We beginnen, hoe kan het anders, bij de Erasmus Universiteit. ,,In 2007 ben ik met de Erasmustochten begonnen – toen wandelend – en al snel merkte ik dat ze in een behoefte voorzagen. Veel studenten van de universiteit wisten weinig of niets van Erasmus. Op deze ontspannen wijze kwamen ze toch iets over hem aan de weet.”

Niet zozeer door onderweg iets te bekijken, want er is nog maar weinig wat aan Erasmus’ leven herinnert. Zo is het Augustijnerklooster bij Haastrecht, waar hij enkele jaren woonde, allang tegen de vlakte. Maar wel om in de sfeer van Erasmus te komen. je kunt je voorstellen dat hij vanuit zijn klooster de Krimpenerwaard ontdekte. Het moet voor hem vertrouwd gebied zijn geweest.

Het is een beetje miezerig najaarsweer deze oktobermiddag, maar Lof der Zotheid maakt een hoop goed. Het spotschrift is niet alleen nog steeds zeer leesbaar maar ook nog altijd bijzonder geestig. Luister maar eens wat we te horen krijgen in Capelle, onze eerste stop. Misstappen, geflikflooi en leugens, het hoort allemaal onverbrekelijk bij het huwelijk. Hoogland (47): “Tja, en dan hoor ik tegenwoordig mensen zeggen: we zijn op elkaar uitgekeken of onze relatie is niet perfect. Luister naar de oplossing van Erasmus, zou ik adviseren: laat de dwaasheid toe in je huwelijk.”

We staan bij het Capelse monument ter nagedachtenis aan het doorsteken van de dijk in 1574, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Een oorlog die Erasmus (1466-1536) net niet meemaakte, maar die hij als pacifist en humanist ongetwijfeld ook een dwaasheid zou hebben genoemd.

We stappen weer op de fiets en Hoogland doceert: ,,Erasmus heeft het over twee soorten dwaasheid: de variant die je bij jezelf er- en herkent en de dwaasheid waarbij dat niet het geval is. De eerste dwaasheid hoort bij het leven en moet je, volgens Lof der Zotheid, met open armen verwelkomen. De tweede niet. Die gaat over mensen die zichzelf té serieus nemen. Die zijn pas écht dwaas.”

Al fietsend praten we over de correspondentie tussen Erasmus en Luther. ,, Ook Erasmus wilde de kerk hervormen, terug naar de bron”, zegt Hoogland. ,,Verschil alleen met Luther en later Calvijn was Erasmus’ ondogmatische geest. Tot dan toe was het kerkelijk leergezag hét antwoord op alle vragen, maar Erasmus zocht contact met voor-christelijke filosofen als Aristoteles en Seneca, en schiep daarmee ruimte voor onafhankelijk denken.”  We trappen in flink tempo voort tot Nieuwerkerk aan den IJssel, waar we een theepauze inlassen bij café Rustwat. Hoogland slaat Lof der Zotheid open bij het hoofdstuk Philautia (eigenliefde, of in dit verband beter: nationalistische zotheid). Over de muzikale trots der Engelsen gaat het, de pronkzucht der Schotten en over de Grieken met hun voorbije helden. Het is alsof je de EU hoort over de Brexit en eerder over de dreigende Grexit. ,,Erasmus was de eerste Europeaan”, denkt Hoogland.

Of, zoals Adrie van der Laan, conservator van de Erasmuscollectie in de Centrale Bibliotheek Rotterdam, enkele dagen later zou zeggen: ,,Erasmus wordt altijd geïnterpreteerd door de ogen van de tijd. Ook de onze. Iedereen z’n eigen Erasmus.” Hij zou Johan Huizinga noemen, die Erasmus betitelde als een man die geen keuzes kon maken, een opvatting die sterk was beïnvloed door de behoefte aan stoerheid in het politiek onzekere Interbellum. En Stefan Zweig wiens Erasmus-biografie meer leek op een zelfportret van Zweig dan op een levensbeschrijving van de wijsgeer. ,,Erasmus zeggingskracht is blijvend. Nog altijd komen wetenschappers uit de hele wereld hem hier bestuderen.”

Vervolgens zou de classicus voor ons het heilige der heilige openen: de kluis waar zich ’s werelds grootste collectie boeken van en over de wijsgeer bevindt: zo’n vijfduizend in getal. Alleen al van Lof der Zotheid, liggen hier meer dan tweehonderd exemplaren: van een derde druk uit verschijningsjaar 1511 tot een piepkleine uitgave uit 1629 (Willem Blauw, Amsterdam) en een Friese vertaling uit 2001: De lof fan de Healwizens.

Van der Laan (50) zou Colloquia (Gesprekken) van de plank halen en zeggen: ,,Dit schreef Erasmus om zijn studenten Latijn te leren. Het gesprek is een goede leervorm vanwege de mogelijkheid tot afwisseling met synoniemen en stijlfiguren.”

Tastbaar was Van der Laans hoop dat zoveel mogelijk Rotterdammers e.a. het Erasmusjaar zouden aangrijpen om zich verder in de wijsgeer te verdiepen. Bijvoorbeeld in diens Studia Humanitatis. ,,Volgens Erasmus was je pas een geciviliseerd mens als je de vijf vakken van beschaving had bestudeerd. Dat wil zeggen: grammatica, retorica, geschiedschrijving, poëzie en ethiek. Die vakken zouden aan de basis moeten staan van elke scholing, vond Erasmus, zodat je kennis van gedrag en taal kon ontwikkelen. Om die thema’s ging het hem als humanist: gedrag en taal. En geloof natuurlijk, maar dat was in die tijd vanzelfsprekend.”Maar terug naar café Rustwat waar de thee inmiddels is afgerekend en we onze tocht voortzetten. We rijden het mooie plaatsje Moordrecht binnen, waar de winkels al gaan sluiten. Nu krijgen de theologen ervan langs: uiterst prikkelbare iezegrimmen die critici in eskaders aanvallen en hen dwingen hun woorden in te slikken. Er is niet veel veranderd, denkt Hoogland. ,, Als een dominee, zoals Hendrikse een aantal jaren geleden, beweert dat God niet bestaat, wordt hij meteen verketterd. Weinig theologen die zich dan afvragen: wat verstaan we eigenlijk onder God en onder het begrip bestaan?”

Hoe kon het dat Lof der Zotheid ondanks felle kritiek op de kerk tijdens Erasmus’ leven nooit op de index kwam? Hoogland: ,,De allegorie zit heel slim in elkaar. De verteller, de Zotheid zelf, pakt eerst de mens aan en zijn sociale relaties, vervolgens individuele groepen zoals middenstanders en rechters, en aan het eind pas de kerk. Door die voorzichtige opbouw ontsprong Erasmus de dans. Bovendien was het boek slechts één steen in de vijver. De kerk was al volop in beroering.”

Na vier uur fietsen arriveren we in Gouda, het eindpunt van de tocht. Hier krijgen paus en bisschoppen een oorvijg. ,,Bisschop betekent opziener”, citeert Hoogland , ,,maar ze zien er uitsluitend op toe dat ze geld binnenhalen, en daarbij houden ze hun ogen wijd open.” Onze reisleider zet zijn fiets tegen de Gouderakse sluis en mijmert: ,,Erasmus vroeg aandacht voor het welzijn van de mens in plaats van alleen voor het zieleheil. Dat was in die tijd nieuw. Hij was daarmee een wegbereider voor wat we later het humanisme zijn gaan noemen.”

En zo is Erasmus van alle tijden.

Trappen en happen in Rotterdam

Fietsen is leuk, maar fietsen met onderweg een hapje en een drankje nog veel leuker. Dat moeten Laura en Paul Fitzpatrick uit Blijdorp hebben gedacht toen ze vorig jaar augustus begonnen met Bike & Bite.

Er zijn inmiddels vier verschillende tochten te boeken: een korte (35 euro p.p), een lange, eentje ‘buiten de gekaande paden’ (beide 50 euro) en een op maat gemaakte (op aanvraag). Zelf je fiets meenemen mag, eentje huren bij Bike & Bite kan ook: 5 euro.

We nemen de proef op de som en kiezen voor de korte trip (‘kort en machtig’). Op een enigszins grauwe zaterdagochtend verzamelen we bij CS, waar Laura (36) een groepje fiets-Friezinnen welkom heet.

De eerste culinaire stop volgt al binnen een kwartier: lunchcafé Buiten aan de Nieuwe Binnenweg, waar we worden verblijd met een vers klaargemaakt fruit-/yoghurtdrankje. Die eerste halte blijkt illustratief voor de hele tour van 2,5 uur: niet de geijkte Rotterdamse adressen, maar frisse startups.

Laura: ,,Paul en ik hebben heel leuke zaakjes ontdekt, zoals Man met Bril, een koffiebar aan de Hofbogen. We delen onze favorietje plekjes graag met onze gasten. Bovendien helpen we op die manier andere ZZP’ers.”

Onderweg vertelt Laura over Rotterdam, en ook hier is de formule niet standaard. Niet over de Euromast en de diergaarde (‘daar gaan mensen toch wel heen’), maar bijvoorbeeld wel over Schorem, de barbier voor alleen maar mannen, en over Dr. Rotterdam, waar je via internet ‘op recept’ een cocktail kunt bestellen. En natuurlijk horen we ook over De Rotterdam en de jarige Erasmusbrug.

,,Ik houd het bewust een beetje kort, omdat ik onze gasten niet wil overladen met feitjes”, legt Laura uit. Bovendien gaat het natuurlijk vooral om het lekkere eten en drinken. Aan tafel leer je elkaar immers het beste kennen, meent Bike & Bite. De tweede culinaire stop is bij de Fenix Food Factory op Katendrecht, waar ons een Marokkaanse tapas wacht met cider (foto).

20161015_124042

Bike & Bite mag gemiddeld op twee à drie toertjes per week rekenen, en Laura (stewardess) en Paul (muziekdocent) hopen er hun beroep van te maken. Op die wens zeggen we bij de derde en laatste culinaire stop – kaas en port in de Markthal – van harte proost. Of, zoals onze Friese fiets-vriendinnen zeggen: Tsjoch!