Monthly Archives: August 2016

Badgasten maakten Schouwen katholiek

In Schouwen waren katholieken van oudsher onzichtbaar. Totdat in 1959 de toeristenkerk in Haamstede verrees, en de katholieke kerk er stevig voet aan wal kreeg. Maar die bloeitijd is voorbij. En ’s winters gaat de kerk waarschijnlijk dicht.

Strandkerk Haamstede. Dat klinkt zonnig en ontspannen. En zo is de sfeer ook deze zondagmorgen in Onze Lieve Vrouw op Zee. De gelovigen zijn zomers gekleed, sommigen zelfs in korte broek en op slippers. Vóór ons zit een Duits gezin met twee kinderen. Ze zijn, net als het merendeel van de honderd aanwezigen, op vakantie in Schouwen.In zijn preek voelt priester Verdaasdonk de vakantiestemming feilloos aan: “De buurman die tijdens je vakantie op je huis past, mag je zien als een engel van God. ” En in de voorbede bidt lectrice Henny Wichgers: “Wilt U ook zijn met hen die niet op vakantie gaan. Dat ze in hun omgeving toch iets van mensenliefde mogen ervaren.” Een sobere viering. Zonder koor, en zelfs zonder organist (heeft zich die ochtend afgemeld, zo horen we). Tijdens de collecte klinkt vanaf een bandje wel het ‘Ave Verum Corpus’ van Mozart.

Speciaal voor katholieke vakantiegangers werd in 1959 deze strandkerk gebouwd. Voor de autochtone eilandbewoners, bijna zonder uitzondering protestant, was het wel even wennen, zo’n enorm katholiek godshuis in het dorp. En het bleef niet bij Haamstede. Ook in Renesse verscheen in 1968 een katholieke toeristenkerk. “Zonder badgasten hadden we nooit zulke grote kerken kunnen bouwen”, vertelt Verdaasdonk (86) na de mis.

In 2009, toen de strandkerk een halve eeuw bestond, schreef hij een aardig herdenkingsboekje onder de wat cryptische titel: ‘Veertig jaar en meer ‘kerken’ in Haamstede’. Het is tevens een geschiedschrijving van het katholicisme in de Westhoek, zoals dit deel van Schouwen heet.

De eerste ‘officiële’ katholieken, zo blijkt uit het werkje, deden in 1935 hun intrede. Het waren barbier-kleermaker Anthon Simons en zijn vrouw. Bij de geboorte van hun dochtertje werd een priester opgetrommeld uit Zierikzee die het kind ten huize van de ouders doopte. Deze heilige mis in Haamstede was de eerste sinds honderden jaren in de Westhoek.

In de oorlog arriveerde een nieuwe groep katholieken: arbeiders uit Brabant die door de Duitsers op Schouwen te werk waren gesteld. Dominee Saraber van Burgh was zo aardig om de consistoriekamer van zijn kerk voor missen beschikbaar te stellen. Maa r niet alle hervormde predikanten waren zo soepel, weet Verdaasdonk. “Dominee Den Hollander in Haamstede was stroef en terughoudend. Hij wilde geen missen toestaan.” In Renesse konden de dwangarbeiders wel in de hervormde kerk terecht, zij het, zo noteert de emeritus, onder typisch protestantse voorwaarden: geen beelden, en wierook alleen als ‘wij’(de hervormden) er geen last van hebben.

Een eigen kerkgebouw was nog ver weg. Na de oorlog volgde een lange zwerftocht langs garages, hotels en bakkerszaken. Totdat in de jaren vijftig als een geschenk uit de hemel de katholieke badgast uit Brabant, Duitsland en in mindere mate Limburg zijn intrede deed. “Destijds was slechts vier procent van de Schouwenaren katholiek. Het is aan de toeristen en de voorgangers te danken dat het katholicisme hier een beetje is ingeburgerd”, zegt Verdaasdonk. Kerkbestuurder Piet Remijn (79) haast zich te verklaren dat de verhouding tot de protestanten nu uitstekend is. “We werken in de Westhoek met acht kerken samen.”

Maar destijds ging de bouw van de strandkerk niet van een leien dakje. Grond werd moeizaam verworven, en toen er eindelijk aan de Kloosterweg een terrein was aangekocht, mocht er niet worden gebouwd. Architect Van der Lubbe schreef in augustus 1955 ten einde raad aan toenmalig pastoor Dekker: “Ik meen dat het nu toch – al is dit niet uitgesproken – pertinent duidelijk is dat men in het protestantse Haamstede beslist geen katholieke nederzetting wil dulden.” De kerkeraad van de christelijk gereformeerde kerk tekende zelfs bezwaar aan vanwege angst voor geluidsoverlast.

Maar in juli 1959 was het wonder dan toch daar. Bisschop Baeten van Breda zegende het nieuwe godshuis (kosten 200.000 gulden) aan de periferie van Haamstede plechtig in. Het rijke Roomse leven op Schouwen kon beginnen. “Och, wat een tijd was dat”, herinnert Verdaasdonk zich verheugd. “We hadden drie of vier missen op een zondag met in totaal soms meer dan vierduizend gelovigen. Acolieten uit Zierikzee kwamen hier het verkeer regelen.” Rond 1960 werd zelfs aan de Rotterdamse Tramweg Maatschappij gevraagd of de lijndiensten niet wat beter op de mistijden konden aansluiten. Het antwoord was: alleen als je ervoor betaalt.

De strandkerk pikte nog net het laatste graantje mee van de katholieke bloei. Na 1965 ging het gestaag bergafwaarts met de kerkgang. “Ach ja, het Tweede Vaticaanse Concilie”, mijmert Verdaasdonk, “katholieken pakten hun vrijheid.” Van de vierduizend bezoekers van vroeger zijn er nu nog zo’n kleine honderd over. Hoe lang zal de Onze Lieve Vrouw op Zee nog bestaan? Zusterkerk De Ark in Renesse ging in 1996 al definitief uit de vaart. In hetzelfde jaar werd de Stichting Katholieke Toeristenzielzorg in Zeeland opgeheven.

Lectrice Wichgers (72), ooit in Haamstede begonnen als badgast en er blijven plakken, is niettemin optimistisch. “Eigenlijk gaat het hier nog steeds best goed. Dat geldt ook voor de andere strandkerken buiten Schouwen: in Vrouwenpolder, Dishoek, Westkapelle en Cadzand.” Kerkbestuurder Remijn: “En de collectes zijn prima, hoor. Toeristen geven veel. Een Duitse badgast heeft ons zelfs een glas in lood raam van Maria op Zee geschonken.” Verdaasdonk: “Het zit hier zomers voller dan in de ‘gewone’ katholieke kerk in Zierikzee, dat klopt, maar ik denk dat we de strandkerk ’s winters niet langer kunnen openhouden. Met twintig autochtone Haamsteders in de mis red je het niet.”

Hoe anders was het toen. Gelovigen verdrongen zich op de patio buiten de kerk. “Zoals alle Zeeuwse toeristenkerken was dit een openluchtkerk”, legt Wichgers uit. Zichtbaar is nog de open hof met de rondgaande overdekte galerij. Maar de glazen deuren achter het altaar zijn vervangen door metselwerk. “Vroeger gingen die deuren zondags open en kon je vanaf de patio de dienst volgen”, memoreert Wichgers. Remijn: “Mijn vrouw en ik stonden hier met onze dochter in het reiswiegje.” Wichgers: “Het was een heel speciale sfeer, dat buiten zingen in het zonnetje, moeders met spelende kinderen. Echt vakantie.”

Maar nu. De files en parkeerproblemen rond de kerk zijn reeds lang voorbij. En in de winter gaat het godshuis vermoedelijk dicht. De katholieken in Haamstede worden weer onzichtbaar. Net als in de tijd van barbier Simons en zijn vrouw.

PKN kent geen strandkerken

De Protestantse Kerk in Nederland kent geen speciale strandkerken zoals de katholieken in Zeeland. Woordvoerster Marloes Nouwens zegt dat het aan de plaatselijke protestantse gemeenten is om al dan niet iets voor toeristen te doen. “Over het algemeen zullen gemeenten badgasten uiteraard van harte welkom heten, maar hoe en wat dat wordt plaatselijk beslist.” Wel zijn er de RCN Vakantieparken, in 1952 opgericht vanuit de Nederlandse Hervormde kerk, waar zomers protestantse kerkdiensten worden gehouden. Het dichtst in de buurt van de katholieke strandkerk komt misschien de toeristenkerk in Gulpen (Zuid-Limburg). Die is zomers goed gevuld met vakantiegangers, zozeer zelfs dat de kerkruimte moet worden vergroot. “Zou het zo zijn dat katholieke Limburgers naar de strandkerk in Zeeland gaan, en protestantse Zeeuwen naar de toeristenkerk in Limburg?”, vraagt Nouwens zich af.

De katholieke kerkprovincie meldt dat afgezien van de strandkerken, ‘die voor iedereen toegankelijk zijn’, er geen apart toeristenpastoraat bestaat.

Iedere preek is een gevecht

De kerk is voor iedereen, maar sommige kerken lijken vooral te worden bezocht door een kleine elite. In een drieluik brengt Willem Pekelder een paar van die kerken in beeld. Vandaag tot slot de protestantse Thomaskerk in Amsterdam. “God is met een natte vinger te lijmen.”

Ging het vorige week over een kerk met een eigen radiozender (Bloemendaal), deze zondag belanden we in een godshuis met zelfs een eigen theater: de Thomaskerk in Amsterdam. Vanaf de opening in 1966 was hét doel van deze (van oorsprong) hervormde gemeente: verbinding zoeken tussen religie en cultuur.

Evert Jan de Wijer: "De hemel is hier nog niet op aarde." Foto Werry Crone
Evert Jan de Wijer: “De hemel is hier nog niet op aarde.” Foto Werry Crone

Na de kerkdienst bezoeken we met ds. Evert Jan de Wijer de theaterzaal. “Dit was destijds state of the art”, zegt hij wijzend naar de studio. “Het was de bedoeling dat de Ikon zou uitzenden wat hier gebeurde.” Na verloop van jaren raakte het Thomastheater in het slop, totdat oud-VPRO’er Klaas Vos, thans predikant in Ossendrecht, het culturele programma nieuw leven inblies. Dat was 2007. Nu wordt de zaal nog steeds gebruikt voor films, lezingen, boekbesprekingen en debatten.

Zo stond in februari Michel Houellebecqs nieuwste roman ‘Onderworpen’ op het programma. De Wijer: “Wat houdt onze lege westerse vrijheid nog in, was de vraag die voor lag. Terug naar de religieuze beknotting van vroeger wil niemand. Maar wat dan wel? Misschien de humaniteit van de Bijbel, waar weduwe en wees hun recht krijgen? Let wel, ik zeg dat niet met een autoriteitsclaim. It ain’t necessarily so, om met Porgy en Bess te spreken. Maar een begaanbare weg is het misschien wel.”

Volgens de PKN-predikant hebben religie en cultuur elkaar veel te vertellen, omdat ze in wezen over hetzelfde gaan: kwetsbaarheid van de mens, maatschappijkritiek en schoonheid. De vijftig jaar oude kerk – naar een fuctionalistisch ontwerp van Karel Sijmons – ademt in al haar voegen die symbiose van kunst en godsdienst uit. Vanuit het met marmer geplaveide voorportaal (‘geld van de goudkust Oud-Zuid’) leiden zeven traptreden – hoe Bijbels – naar de kerkzaal met zandstenen vloer, die op zijn beurt weer verwijst naar de tocht van het volk Israël door de woestijn. Het golvende dak ten slotte symboliseert de Rode Zee, waar God Mozes en de Israëlieten veilig doorheen loodste.

Toch, is het niet een beetje deprimerend om als kerkganger elke zondag in zo’n ‘woestijn’ te zitten? “Ha”, reageert De Wijer, “helemaal niet. Het is juist dynamisch. Je bent al bevrijd – zie het golvende dak -, maar nu zit je nog tijdelijk in de woestijn, al worstelend met de elementen en met elkaar. Zoals je ook tijdens de preek in gevecht bent: ik preek en het volk mort, of omgekeerd. De hemel is hier nog niet op aarde. Het is een tussenstop.”

De Avondmaalstafel lijkt meer een eindstation. Ze staat in een aparte ruimte, onder een lager plafond, wat een intieme ambiance schept. Zonnestralen beschijnen deze ochtend het tafelblad. “Je moet er naar toe lopen”, legt De Wijer uit, “we zijn er dus nog niet. Dáár is de plek waar we eenmaal zullen aanzitten als alle tranen zijn gedroogd.”

Het klinkt behoorlijk Bijbelvast en dat is het ook. In het koffie-uurtje na de kerkdienst horen we van enkele oudere gelovigen dat de jubilerende Thomaskerk bepaald geen vrijzinnige hap is. “Je krijgt hier geen slagroompunt, maar stevig roggebrood. In de traditie van theologen als Miskotte, Deurloo en Breukelman: dicht op de tekst, maar niet fundamentalistisch.”

De Wijer zelf formuleert het na zijn verkondiging zo: “Soms heb ik een prachtige preek in gedachten, maar dan laat ik de Bijbeltekst goed tot mij doordringen en concludeer ik: die tekst zegt wat anders. Ik geloof erg in Breukelman dat je de tekst niet in de rede moet vallen. Zoals vanochtend over het ‘leer ons bidden’ uit Lucas 11. Als je het nauwkeurig leest is het God die wakker moet worden geroepen. Voor mij een verrassing. Hij is de slaperige man. Bidden is: God het vuur na aan de schenen leggen. Dan is Hij met een natte vinger te lijmen. Dat is ook het joodse denken in mij: God en mens zijn gelijkwaardig.”

In zijn preek parafraseerde De Wijer Voltaire: “Prier est son métier”(over het ambt van predikant). “Je kunt wat kennis betreft uitgaan van een hoog instapniveau ”, preciseert de dominee na afloop. “In die zin is het hier een elitekerk, ja. Oud-Zuid, de Concertgebouwbuurt, veel academici , well- to- do. Je kan er ook niet zonder, vind ik: die intellectuele sociale laag.”

Een heel ‘cohort hoogleraren’ is lid van de Thomaskerk, onder wie de emeriti Theo de Boer (wijsgerige antropologie, UvA), Karel Deurloo (Bijbelse theologie, VU) en Johan van Hulst (pedagogiek, VU). Van Hulst, tevens oud-CHU-voorzitter, is ongetwijfeld ook het oudste lid van de PKN-gemeente: 105 jaar. Er is zelfs een kerkzaal naar hem vernoemd, maar die deur is – gek genoeg en hopelijk tijdelijk – overgeschilderd. Van een jongere lichting is NCRV-programmamaker Wilfred Scholten, auteur van de gelauwerde biografie ‘Mooie Barend’ over oud-ARP-premier Barend Biesheuvel.

“Maar”, zegt De Wijer, “ik preek natuurlijk niet alleen voor de culturele bovenlaag. Mijn preken hier zijn niet anders dan toen ik in de dorpskerk van Zoeterwoude stond. Er zit denkkracht in, zeker, maar daar hoef je niet mee te koop te lopen. Ik onderschat de kerkleden niet. De melkboer begrijpt mij even goed als de hoogleraar.”

Buiten aan het kerkgebouw wappert de regenboogvlag. De homo’s horen er dus ook bij.

Bloemendaal: Netwerken vanaf de kleuterschool

De kerk is voor iedereen, maar sommige kerken lijken vooral te worden bezocht door een kleine elite. In een drieluik brengt Willem Pekelder een paar van die kerken in beeld. Vandaag deel 2: de protestantse gemeente van Bloemendaal/Overveen. “Het netwerken begint hier al als kleuter.”

Als je een zondagje in Bloemendaal vertoeft, moet je niet raar opkijken dat je Hans Klok ontwaart bij de benzinepomp. Of Bastiaan Ragas in de Dorpskerk. Bloemendaal, een van de rijkste gemeenten van Nederland, is een el dorado voor welgestelden. Godfried Bomans woonde hier en Michel van der Plas.

Ad van Nieuwpoort in zijn Dorpskerk: "Evangelie is juist voor de rijken."
Van Nieuwpoort in de Dorpskerk: “Evangelie is juist voor de rijken.” Foto Werry Crone

De voorspoed van Bloemendaal begon in de Gouden Eeuw toen blekers er gingen werken voor de Haarlemse linnen-, – zijde- en damastindustrie. Daarnaast kochten kooplieden uit de stad er buitenplaatsen om de zomermaanden door te brengen. In 1632 namen die rijke handelaren het initiatief tot de bouw van een hervormde kerk. Een juweeltje dat tot de dag van vandaag dienst doet als godshuis.

De bankiersfamilie Borski, eigenaar van landgoed Elswout in Overveen, kerkte hier vroeger en had, net als de andere notabelen, haar eigen kerkbank. Eind negentiende eeuw maakte Bloemendaal een onstuimige groei door dankzij de komst van een treinstation. Rijke forenzen uit Haarlem en Amsterdam lieten villa’s bouwen en brachten de kerk tot grote bloei.

Degene aan wie we dit stukje geschiedenis ontlenen, Joan Patijn-Bijl de Vroe, actief in de historische Stichting Ons Bloemendaal, komt zelf ook uit Amsterdam. En is samen met haar man, de Alkmaarse rechter Patijn, – inderdaad, broer van Schelto Patijn – lid van de Dorpskerk.

De protestantse gemeente herbergt nog altijd een zekere elite, met name van hervormde zijde, maar predikant Ad van Nieuwpoort doet zijn best de kerk een plaats van betekenis te doen zijn voor heel Bloemendaal en Overveen. Na afloop van de dienst zegt hij: “Na de restauratie in 2015 heb ik hier de plaatselijke Rotary uitgenodigd voor een black tie-diner bij kaarslicht. Er was een harpiste en poëzie van Herman de Coninck en Gerard Reve. Sommige Rotarians kregen een brok in de keel. Zo kun je op seculiere wijze mensen iets laten ervaren van de kracht van een eeuwenoud godshuis, zeer verwant met wat wij hier elke zondagochtend doen met Bijbelverhalen.”

Voor ‘ongelovigen’ is er verder een maandelijkse Bijbeltafel, waar veel belangstelling voor is, en, eveneens één keer per maand, ‘Areopagus Bloemendaal’: een gesprek met een bekende Nederlander. De genodigden staan steevast op de voorpagina van het glossy-achtige kerkblad: Huub Oosterhuis, Alexander Münninghoff, Alexander Rinnooy Kan. “Door deze bijeenkomsten wordt de kerk steeds meer een plaats waar heel verschillende mensen even kunnen ontstijgen aan de waan van de dag”, zegt Van Nieuwpoort. Hij kan daarbij putten uit een groot netwerk, en anders kunnen zijn 1200 kerkleden dat wel.

Dankzij dat netwerk treedt deze zondagochtend de befaamde mondharmonica-speelster Hermine Deurloo op. Een feestelijke dienst, want er wordt een kind gedoopt: een telg uit de bekende baggersfamilie Van Oord. De Schriftlezing gaat over de beproeving van Abraham (Genesis 22): “God zei tot Abraham: Neem je zoon Isaac, ga naar het land Moria en doe hem daar opgaan ten brandoffer.” Voorwaar, geen gemakkelijke tekst bij een doop.

Maar dan openbaart Van Nieuwpoort zich als theologisch exegeet: oude verhalen, met een literair oog gelezen, nieuwe betekenis geven voor gelovigen en ‘ongelovigen’. Die beproeving, preekt hij, moet je lezen als vervolg op het gebod aan Abraham om zijn land te verlaten. In beide gevallen gaat het om hetzelfde: leren loslaten, zowel verleden als toekomst. “Als we werkelijk mens willen worden, moeten we vertrouwen op wat we niet in de hand hebben. Dat geldt ook voor de dopeling. De doop symboliseert dat hij is weggehaald bij al die machten die hem tot slaaf maken van het geplande.”

De kerkgangers hebben nog kunnen grinniken ook, want Van Nieuwpoort nam met ironie de Bloemendaalse mores onder het mes. “Het netwerken begint hier al als kleuter. Je moet bij de goede hockeyclub, wat niet meevalt zoals u weet, en daarna, net als je vader studeren in Leiden. En dan word je, net als je vader, advocaat. In zo’n mooi, duur kantoor met een lease-auto voor de deur. En dan zeg je op netwerkborrels dat je bij De Brauw werkt. Bij De Brauw? Geweldig. Maar wat wil je nu eigenlijk echt?”

Bij het koffiedrinken in de kerktuin verdringen de gelovigen zich om de doopouders te feliciteren. Het was bomvol in de kerk. “Zo gaat dat in Bloemendaal/Aerdenhout. Is er een happening, dan ben je er bij”, zo vernemen we.

Na afloop mijmert Van Nieuwpoort dat rijken het evangelie misschien nog meer nodig hebben dan armen. “Ik preek ook tegen mezelf. Ik kan zo opgaan in mijn werk dat ik andere fundamentele dingen soms vergeet. Zo ligt er al twee weken een rouwkaart op mijn bureau van iemand uit mijn vorige gemeente. Lul, denk ik dan! Dáár gaan mijn preken dus over. Dat wij als bevoorrechten gestoord moeten worden in onze voorspoedige leventjes . Succes is prachtig, maar je moet geen slaaf worden van de gevestigde orde. Blijf solidair met de armen, en blijf openstaan voor het ongewisse.”

Mooi, mooi, mooi, maar de dominee zal het toch ook wel aardig vinden dat de katholieke acteur Bastiaan Ragas (floepte vanochtend op het laatste moment binnen) en zijn hervormde vrouw Tooske (oud-‘Popstars’-presentatrice) geregeld onder zijn gehoor zitten. En dat Tooske met kerst voorleest voor de kinderen. Van Nieuwpoort: “Natuurlijk. Ik heb hun kinderen gedoopt. En als ze in een blad zeggen dat ze veel inspiratie halen uit de kerkdiensten alhier, vind ik dat uiteraard heel prettig.”

Kijk, zo is Ad van Nieuwpoort dan ook wel weer.