Monthly Archives: June 2016

De ultieme regisseur

Ter gelegenheid van de benoeming van Hans Laroes tot interim-hoofdredacteur van KRO-NCRV hierbij een portret dat ik in juli 2005 over hem schreef in de VPRO Gids: de ultieme regisseur.

hans laroes

Hans Laroes wordt superhoofdredacteur. Alle NOS radio-, tv- en internet-afdelingen die met nieuws te maken hebben, vallen vanaf oktober onder zijn leiding. Portret van de machtigste nieuwsman van Nederland.  

Toen Hans Laroes eind 1991 werd neergestoken op Het Binnenhof was het eerste wat hij riep: `Geen foto’s in de krant.’ Geen emoties, geen tranen. ‘Denk erom, hij is een nuchtere Zeeuw. Hij laat zich door niets van de wijs brengen’, weet omroepcollega Ad van Liempt. Een voormalig parlementair verslaggever herinnert zich: ‘De redactie leek na die steekpartij meer van slag dan Hans zelf.’

Laroes (49), geheel in rustgevend wit gekleed, is ook deze middag een toonbeeld van beheersing. ‘Ik ben na dat voorval drieëneenhalve week thuis geweest en daarna weer aan het werk gegaan. De eerste twee avonden heb ik een collega gevraagd met mij mee te lopen naar de parkeergarage. That’s it.’ Toch moet zo’n steekpartij je leven veranderen. Het scheelde maar twee millimeter of het mes had Laroes dodelijk getroffen in de aorta. ‘Een steekpartij is een ultieme poging van iemand anders om jouw leven over te nemen. In dit geval ging het om een verwarde WAO’er, die wilde afrekenen met, zoals hij het noemde, het politieke complex: Ruud Lubbers, Flip de Kam en ik. Ik heb altijd mijn eigen leven en emoties willen regisseren. Die aanval heeft die wil alleen maar versterkt.’

Hij is er achterdochtig van geworden, fluisteren sommigen op de redactie, en wijzen op het achteruitkijkspiegeltje dat Laroes op een goede dag op zijn beeldscherm plakte. Zijn privé-adres is geheim, weet een ander. ‘Oh, dat spiegeltje’, lacht de hoofdredacteur. ‘Dat hebben we een jaar of vijf geleden cadeau gekregen van British Telecom. Het is allang van mijn beeldscherm afgevallen. En wat mijn adres betreft: het afgelopen halfjaar stond ik wegens privé-omstandigheden niet in het redactieboekje. Maar zodra ik een definitief adres heb, kom ik er gewoon weer in.’

Geen paranoia bij de hoofdredacteur van ’s lands toonaangevende nieuwsfabriek. Wel de ijzeren wil om `niet onopgemerkt voorbij te gaan.’ Toen hij nog maar net op de parlementaire redactie van het NOS Journaal werkte, riep hij al: ‘Ik word hoofdredacteur en René Went mijn adjunct.’ Nu, vijftien jaar later, is het zo ver. ‘Ik zal dat vast hebben gezegd, maar dat was meer bravoure. Zoals Lucille Ball altijd riep na een ontslag: Ik koop deze tent. Ik zit zo in elkaar dat ik me graag met alles en iedereen bemoei. Dan ligt het in de lijn om hoofdredacteur te willen worden. Velen gingen er ook zondermeer vanuit dat ik ooit op die stoel terecht zou komen. Toch moet je met die ambitie ontspannen omgaan, want negen van de tien keer komen dergelijke wensen niet uit.’

Bij hem dus wel. Onder oud-parlementair redacteuren herinnert men zich Laroes als een man die genoot van het politieke machtsspel. En meer dan dat: hij groeide zelf uit tot een behendig strateeg, een man die wist hoe hij van A naar B moest komen, desnoods via een omweg langs C. ‘Ik weet dat ik bekend sta als iemand die van machiavellistische spelletjes houdt, maar ik kan naar eer en geweten verklaren dat ik die alleen speel als Het Journaal in gevaar zou komen. Toen Gerard van der Wulp halverwege de jaren negentig vertrok als hoofdredacteur, heb ik in alle openheid gezegd dat ik hem graag wilde opvolgen. Niks geen spelletjes. Ik ben het toen niet geworden, maar Nico Haasbroek. Zo simpel ligt het.’

Al snel nam Haasbroek Hans Laroes als adjunct op in de hoofdredactie. En toen gebeurde er iets merkwaardigs. Na drie jaar de op één na hoogste man te zijn geweest bij het belangrijkste nieuwsmedium van Nederland ging de loodgieterszoon uit Walcheren solliciteren als hoofdredacteur van een regionale krant: De Gelderlander. Hij schopte het tot de laatste ronde, maar bleef toch bij Het Journaal, waar hij plotseling werd gepromoveerd tot ‘operationeel hoofdredacteur’, naast algemeen hoofdredacteur Haasbroek. Was die sollicitatie misschien bedoeld om een weg naar boven te forceren? ‘Absoluut niet. Ik heb mede bij De Gelderlander gesolliciteerd om te kijken hoe ik in de markt lag. Bovendien wilde ik graag eindverantwoordelijkheid voor een journalistiek product. Toen ik als laatste kandidaat bij De Gelderlander was overgebleven, is adjunct-hoofdredacteur Bernadette Slotboom naar toenmalig NOS-directeur Ruurd Bierman gestapt en heeft geroepen: Over my dead body, jij gaat iets regelen voor Hans. Vervolgens zijn Ruurd en Nico gezamenlijk met het voorstel gekomen om mij operationeel hoofdredacteur te maken.’

Enkele jaren later was Laroes de enig overgebleven hoofdredacteur, want Haasbroek werd door Bierman naar huis gestuurd. Met steun van Laroes. ‘Een Judas, een echte slechterik’, noemt Haasbroek zijn toenmalige collega in zijn boek `Journaaljaren.’ Stoïcijns hoort Laroes de beschuldigingen aan. ‘Het doet me niets. Het boek is meer een portret van Nico dan van mij.’ Moest Haasbroek weg omdat hij in zijn verwoede pogingen om Pim Fortuyn op de redactie-agenda te krijgen zich verdacht had gemaakt onder zijn overwegend linkse collega’s? ‘Nee’, schudt Laroes het hoofd. ‘Dat LPF-stempel heeft hij pas na zijn vertrek gekregen. Nico moest weg omdat hij er nooit was. De magie tussen hem en de redactie was geheel uitgewerkt. Hij heeft zijn vertrek aan zichzelf te wijten.’

Wel geeft de hoofdredacteur van NOS Nieuws toe dat de Journaal-redactie in de aanloop van de verkiezingen van 2002 het verschijnsel Pim Fortuyn ernstig heeft onderschat. In zijn notitie Ten Aanval, die hij in het najaar van 2002 publiceerde, omschrijft Laroes Het Journaal als een instituut dat te veel deeluitmaakt van de progressieve elite. Met de bijbehorende automatismen. Laroes: ‘Vroeger hoefde Greenpeace maar met een bootje op de Oceaan te dobberen of we waren aan boord met een cameraploeg. Een Shell-directeur zou niet snel diezelfde aandacht hebben gekregen. Ik vind dat je beiden met dezelfde combinatie van onbevangenheid en achterdocht moet bekijken.’ Zelf hoopt hij over niet al te veel automatismen meer te beschikken. Politiek is hij links noch rechts, eerder een zwever. Een kleine test: Was hij het eens met Bush’ inval in Irak? Geen antwoord. ‘Zulke vragen moet je niet aan de hoofdredacteur van het NOS Journaal stellen. Wat ik ook antwoord, de kijkers zullen altijd zeggen: Nu begrijp ik waarom Het Journaal onderwerp zus altijd zo en zo brengt.’ Dus de hoofdredacteur van dé nieuwsorganisatie van Nederland heeft zelf geen vrijheid van meningsuiting? ‘Het is in mijn functie verstandig om daar niet al te uitbundig gebruik van te maken. Het Journaal is oneindig veel belangrijker dan mijn individuele opinie.’

We moeten de straat met de staat verbinden, was de verfrissende conclusie, die Laroes in Ten Aanval trok. Komt dat al een beetje uit de verf? ‘Ik denk dat we op de goede weg zijn. We gaan relaxter met de multiculturele samenleving om dan vroeger. Jazeker, de vraag of er in Nederland ruimte is voor nieuwe immigranten, kan nu gesteld worden. Vroeger was dat ondenkbaar. Toen heerste hier een goedbedoelde politieke correctheid, een soort opvoedideaal.’

Is dat niet nog steeds het geval? Toen op koninginnedag in Amsterdam een Amerikaanse homo-journalist in elkaar werd geslagen, spraken verscheidene kranten over Marokkaanse daders, maar Het Journaal had het over een groepje jongeren. ‘Ik vind dat je afkomst moet melden als het relevant is. Groepen die de tolerantie bedreigen moeten bij naam en toenaam worden genoemd of het nu om Marokkanen of Tsjetjenen gaat. Dat we dat bij dat homo-zoen-protest niet hebben gedaan, komt omdat de politie niet de informatie van het COC wilde bevestigen dat het om Marokkaanse daders ging.’

Niet opiniëren, maar uitleggen is volgens Laroes de taak van Het Journaal. Zijn ideale Journaal-uitzending is er één waarvan de kijkers na afloop zeggen: Nu snappen we wat er aan de hand is in Nederland en de wereld. Het Journaal als Aha-Erlebnis. Ooit zei hij in een redactievergadering: Niet de Tweede kamer, maar het Journaal moet de maatschappelijke discussie in Nederland bepalen. Riekt dat toch niet een beetje naar opiniëring? ‘Ik denk dat ik die uitspraak heb gedaan ten tijde van een verkiezingscampagne. De politiek zet soms bepaalde thema’s nadrukkelijk niet op de agenda. Dat doen wij dan maar, want ook Het Journaal heeft een idee over wat de agenda van Nederland is. Ik heb geprobeerd het begrip nieuws een bredere invulling te geven dan gebruikelijk bij Het Journaal. Nieuws is niet alleen iets wat je aangereikt krijgt in een persbericht, maar tevens iets wat je zelf ontdekt. Tegels lichten en kijken wat er zich onder beweegt.’

Met de nieuwe organisatie NOS Nieuws, waarin op 1 oktober het NOS Journaal, NOS Actueel, het Radionieuws, Met het oog op morgen, het Radio 1 Journaal, Teletekst en NOS Internet gaan samenwerken, hoopt Laroes de eigen research verder uit te breiden. Nu rennen er zes NOS’ers naar de telefoon wanneer er iets belangrijks gebeurt. Dankzij de samenwerking is dat er straks nog maar één. De vrijkomende medewerkers kunnen hun tijd steken in andere zaken, bijvoorbeeld graaf- en spitwerk. `Dankzij NOS Nieuws zullen we een grotere pluriformiteit krijgen’, voorspelt Laroes. ‘We kunnen meer eigen verhalen brengen.’

En aan de top van die pluriforme nieuwspiramide staat één man, omringd door zes adjuncts. Zonder die messteek van ’91 had hij niet op deze stoel gezeten? ‘Het zou raar zijn om dat verband zo direct te leggen’, vindt Laroes. ‘Hooguit kun je zeggen dat een eigenschap waarover ik al beschikte versterkt is. Ik ben graag de ultieme regisseur.’

Compassie kun je doorgeven

Paulo Gomes, filiaalhouder van Ookami.
Paulo Gomes, filiaalhouder van Ookami.

Het is een woord dat meedrijft op de adem van de tijd: compassie. Een woord van eeuwigheidswaarde, stammend van het Latijnse com pati: samen lijden. Het waait door de wereld, door stad en land: we moeten meer compassie hebben met elkaar.

De Britse religiewetenschapster Karen Armstrong blies het oude parool in 2011 nieuw leven in met haar boek ‘Compassie’: een twaalf stappenplan naar medemenselijkheid. Drie jaar later landde het woord in de gemeenteraad van Rotterdam, waar moslimpartij NIDA voorstelde voortaan een stad van compassie te zijn. Burgemeester Aboutaleb omarmde de motie als een geschenk uit de hemel.

En zo dwarrelde het woord verder en verder, totdat het vorige maand neerdaalde op de bovenste verdieping van het Groothandelsgebouw. Daar zette de burgemeester zijn handtekening onder het Handvest voor Compassie. Mededogen is vanaf nu de kern van het gemeentelijk handelen. Haat en minachting worden bestreden, culturele en levensbeschouwelijke verscheidenheid gestimuleerd. Rotterdam is de 68ste stad in de wereld die het Handvest onderschrijft.

Erbarme dich, roept de Coolsingel tot zijn burgers. Maar kun je erbarmen opleggen? Moet het niet al sluimeren in de spelonken van de stad, zodat je het slechts hoeft wakker te kussen? Op de hoek van het Burgmeeester Meineszplein is het woord vlees geworden. Hier verrees vorig jaar mei, op initiatief van sociaal makelaar Rodney van den Hengel en jeugdcoördinator bij de politie Marco den Dunnen, het koffiehuis Ookami.

Heilige Rotterdamse Boontjes, heet het project, een knipoog naar de werkers die het koffiehuis draaiende houden: straatschoffies, boefjes en achtergestelden. Kortom, kwetsbare jongeren die moeilijk aan een baan komen. Filiaalhouder is Paulo Gomes, een 42-jarige Kaapverdiaan. “Je moet het zo zien”, zegt hij, “dit is een voorportaal van de arbeidsmarkt. Jongeren krijgen een leerwerktraject van vijftig weken, waarin ze worden opgeleid tot koffiebrander, barista en distribiteur. Met die werkervaring kunnen ze makkelijker en met meer succes solliciteren op de arbeidsmarkt. We hebben contact met meer dan vijftig bedrijven, zoals Feyenoord, Boskalis en Albert Heijn. Bij sommige AH-filialen ligt onze koffie zelfs in de schappen.”

Een project tegen draaideurcriminaliteit, met subsidie van de gemeente. Paulo heeft nu de A-status bereikt. Hij leerde op tijd op z’n werk komen, de kassa bedienen en mag nu leiding geven. In de kelder toont hij de rauwe Braziliaanse koffiebonen en de brandmachine. “Boven worden de bonen gemalen. Of niet. Sommige klanten komen hier geen koffie drinken, maar nemen een zak bonen mee naar huis.”

Ookami is een trefpunt van de wijde omgeving geworden. Op het terras zit een jongerenwerker uit Zuid, politieman Den Dunnen komt al telefonerend voorbij en binnen zien we een jonge wijkbewoonster. Paulo: “Mensen die het echt niet kunnen betalen geven we gratis koffie. Daarvoor hebben we een speciale pot, de Verbonden Rotterdammer, waar iedereen geld in kan stoppen. Eenzame mensen helpen we. Wat kan ik voor je doen? Boodschappen? Medicijnen halen?”

En zo blijkt, niet alleen de kansarme jongeren wordt compassie betoond, zij betonen het op hun beurt ook weer aan hun klanten. Barmhartigheid is een woord dat je door kunt geven, een werkwoord vooral. Heilige Rotterdamse Boontjes won de Compassieprijs 2016.