Monthly Archives: December 2015

Als een afgepelde citroen

Ontbijtje

Een oudere heer naast ons vertelt dat hij ‘een bijzondere foto’ heeft. Hij scrolt door zijn mobiel en zegt: “Kijk, deze heb ik gemaakt in de koninklijke wachtkamer in Amsterdam.”We zien een levensgrote wc-pot. “Ja, normaal gesproken mag je die pot niet fotograferen, maar ik heb tijdens een rondleiding snel mijn kans gegrepen.” Eerbiedig staren we naar het scherm. “Mooi Delfts Blauw, hè?”, glundert hij. “Eh, dat is geen Delfts Blauw”, corrigeert op vriendelijke toon een Aziatisch uitziende man, “maar Makkumer aardewerk.”

We zijn met een groepje van twintig in het Rijksmuseum, waar we een exclusieve rondleiding krijgen door de tentoonstelling ‘Azië > Amsterdam, luxe in de Gouden Eeuw’. Onze gids is kunsthistoricus Max Put – de Aziatische man over wie we het zojuist hadden -, gespecialiseerd in japonisme. Begeesterd verhaalt hij over de grote impact van de VOC op kunst en cultuur in het Nederland van de zeventiende eeuw .

“Delftse aardewerkfabrieken werden door de komst van Oosters porselein geïnspireerd tot het ontwerpen van Delfts Blauw”, vertelt Put. De wc-potten-fotograaf hoort het met zichtbaar genoegen aan. Achter hem staat een grijs geklede heer. “Ik ben een handelsman”, introduceert hij zich aan de groep. We zijn niet verrast, we hadden zijn pientere blik al opgemerkt. “Mijn vraag is: wat waren de winstmarges van de handel met de Oost?” Put moet het antwoord schuldig blijven. “Wel weet ik dat een porseleinen kopje toen ongeveer 25 cent kostte.”

We staan voor een stilleven van Jan van der Heyden, voorstellende het interieur van een welgestelde Amsterdamse familie. De Aziatische invloeden zijn evident: een kleed van Chinese zijde, een ebbehouten kast met daar bovenop een opgezet gordeldier en een porseleinen kom uit Japan. “Ach, ijdelheid der ijdelheden”, citeert een bezoekster met rode sjaal Prediker.

We zijn een bont gezelschap. Er is een vouw die op de Nederlandse ambassade heeft gewerkt, en die ons vriendelijk wenkt als we te lang bij een Japans reisaltaar blijven zwijmelen, eentje met een artistieke rode bril en één met een indrukwekkende vlecht, zowel qua lengte als dikte. Bij het schilderij ‘Ontbijtje’ van Willem Claesz Heda, neemt de rode brillenvrouw de Aziatische invloeden voor lief en komt meteen to the point: “Wat doet die afgepelde citroen daar?”, priemt ze met haar wijsvinger. ”Wel”, antwoordt Put, “die staat symbool voor het leven dat wordt afgepeld, onze gang naar het Laatste Oordeel.”

Behendig legt de kunsthistoricus onverwachte historische verbanden. “Eigenlijk is in de zeventiende eeuw de multiculturele samenleving al begonnen. Kijk maar eens naar ‘Het kasteel van Batavia’ van Andries Beeckman. Die Nederlander daar draagt een Japanse kimono.” De handelsman heeft een ontnuchterende vraag: “Hoe werd er in Batavia gecommuniceerd?” Put: “in allerlei talen, onder meer lokale, die de Nederlandse ambtenaren aldaar aanleerden.”

“Werd er veel gemengd gehuwd?”, wil de vrouw met vlecht weten. “Oh ja, volop”, reageert Put. “Ik ben zelf het product van gemende huwelijken. Mijn grootmoeder is Chinees, mijn moeder Indonesisch en mijn vader Fries.” Tja, dat kan niemand van het gezelschap hem nazeggen: de rode brillenvrouw niet, noch de handelsman, de vrouw met sjaal , de dame van de ambassade en de vrouw met vlecht. En de wc-potten-man ook niet.

Nu dat kaarsvet nog

We gaan met z’n vieren naar de nachtmis: twee vrienden, mijn verkoudheid en ik. De kerk is mij vertrouwd. Ooit was ik hier acoliet en lector. Nu ben ik er eenmalig passant tijdens de kerstviering. Bij de ingang krijgen we de liturgie en een kaars. “Na afloop boekje en kaars inleveren s.v.p.”, luidt de opdracht op de achterflap. Hoezo die kaars? Die is straks toch een stomp? Kwestie één is geboren: de wonderbare kaars-teruggave.

We schuiven de banken in van de Paradijskerk. Het is nog vroeg. Tijd te over om het barokke interieur te bewonderen. We zijn in Rotterdam, maar de rijkdom doet denken Oostenrijk en Beieren. Uit eikenhout gesneden communiebanken, zo lezen we, met aan weerszijden twee levensgrote engelen. Een gemarmerd altaar, met daarboven een imposante koperen kroonluchter. Achter het altaar een schilderij van Christus’ verheerlijking op de berg, geflankeerd door beelden van Petrus en Paulus.

De processie van priester en misdienaren schrijdt binnen. Een van de dienaren draagt feestelijk een zilverkleurige staf. Omdat het de geboorte van Jezus is, horen we achteraf. Met hun rug staan ze naar ons toegekeerd, verzonken in stil gebed. Dan draait de priester zich om, opent wijd zijn armen en zegt: “Welkom allen, gelovigen en ongelovigen.”

Hij heeft een mooie stem, citypastor Hans de Rie. Gelukkig maar, want de hele kerstliturgie wordt gezongen. Ook het Evangelie. De priester beklimt daartoe het preekgestoelte, zo barok als was het rococo. Nu mogen we onze kaarsen aansteken. De rook slaat op mijn zere keel. Ik kuch en met een onnavolgbare zwaai valt een flinke klodder kaarsvet op mijn jas. Kwestie twee is geboren: de curieuze kaarsvet-val. Termen die niet geheel passen bij de Kerstgedachte borrelen in me op. Ik bezweer ze met tellen tot tien.

Uitgeteld arriveer ik bij de preek. Priester De Rie kent ons door en door. “Lieve mensen”, zegt hij, “we zijn afgelopen dagen winkel in en uit gegaan, en dan komen we thuis en zijn we toch nog wat vergeten. Maar hier mag je alles loslaten. Leg je zorgen maar neer bij het Kerstkind, laat maar los.” Een prettig losse sfeer. Én oud-katholiek, dus ook los van de paus.

Maar heiligen hebben ze hier wel. Ze worden herdacht tijdens het eucharistisch gebed. Hoe zat dat ook al weer, heiligen zonder Rome? Kwestie drie is geboren: mysterieuze Sinten. Tijdens de communie eren organist Wouter Blacquière en hoboïst Peter Hendriksz de allerbelangrijkste heilige: Avé Maria . Toch sympathiek dat ze niet alleen de Zoon, maar ook de Moeder bejubelen, denk ik nog, waarna ik met een hoofd vol vragen en virussen naar de uitgang wankel.

Daar krijgen we te horen dat een halve kaars ook een kaars is, en dat alles duur is tegenwoordig. Een nobele overweging. Kwestie één opgelost. Tijdens de kerstborrel na afloop verdwijnt ook kwestie drie. “Wij hebben alle heiligen van de rooms-katholieke kerk tot onze afscheiding in de achttiende eeuw”, legt kerkbestuurder Teun van Dam uit. Daarna kwam er een heiligenstop.

Al met al een mooie, verhelderende nachtmis. Nu alleen dat kaarsvet nog.

 

Mooi en minder mooi in 2015

 

Het beste drama van 2015: 'Vechtershart' (BNN) met Waldemar Torenstra.
Het beste drama van 2015: ‘Vechtershart’ (BNN) met Waldemar Torenstra.

Het was het jaar waarin de Vara de MH17-ramp herdacht met een monumentale docu van Michiel van Erp, Geert Wilders politicus van het jaar werd in ‘EenVandaag ‘, de KRO zijn 90-jarig jubileum vierde (zonder Hans van Willigenburg), en‘DWDD’ zijn 10-jarig bestaan (mét Matthijs van Nieuwkerk, maar zonder Francisco van Jole).

Het jaar ook waarin ‘Man bijt hond’ (NCRV) na 16 jaar van het scherm verdween, de laatste hoofdrolspeler uit de originele cast van ‘Are you being served?’, Nicholas Smith (mr. Rumbold), overleed, we de eerste Tour beleefden zonder Mart Smeets, de BBC-quiz ‘Pointless’ mislukte bij AvroTros, een Utrechtse dakloze de paus interviewde, Jan Slagter (Max) nog steeds buiten de boot viel bij de Televizier-Ring, de Pieten-discussie ontaardde in totale tv-chaos (blote tieten-Pieten bij Paul de Leeuw en alternatief gekleurde Pieten geschrapt bij RTL) en Fons de Poel als ‘Brandpunt’-anchor moest vertrekken na het snotneus-incident rond Jesse Klaver

Er waren ook tv-relletjes die niet tot volle wasdom kwamen, zoals de Hitler-groet van de jonge Elizabeth, en de ontdekking door ‘Brandpunt’ van een ‘SGP-kalifaat’ in Reimerswaal (zwembad zondags dicht, vandaar kalifaat).

Dezelfde zwakke insteek kleefde aan ‘Medialogica’ bij de reconstructie van de gewapende Journaal-overval door Tarik Z. Terwijl journalisten in Nederland niet eerder zo ernstig waren bedreigd, zoomde de researchrubriek van Human/VPRO in op de vraag of de NOS Tarik Z. niet een balkje over zijn ogen had moeten plakken. Was dát het drama?

Nee, dan ‘Vechtershart’ (BNN), het beste drama van 2015. Een serie met een overvloed aan spannende ruzies: tussen twee boksscholen, twee liefdes-rivalen en tussen een vader en zoon. Waldemar Torenstra speelt als kickbokser Nick Roest een glansrol.

Verder een nogal mager jaar wat betreft nieuw publiek kwaliteitsdrama, uitgezonderd het hilarische ‘Missie Aarde’ (VPRO) en het ontroerend-grappige ‘Volgens Jacqueline’ (Vara). ‘De Fractie’ (VPRO) was matig, en ‘Tessa’ (BNN) leuk, maar een regelrechte kopie van het Deense ‘Rita’.

De beste comedy: Bagels & Bubbels’, een romantische Net 5-serie zonder cliché’s, met Egbert-Jan Weeber en Bracha van Doesburgh als exponenten van twee tegengestelde milieus (bakkerij en modellenwereld) die het toch opvallend goed met elkaar kunnen vinden.

Het beste tv-experiment was ‘Super Stream Me’ (VPRO): Tim den Besten en Nicolaas Veul twee weken lang dag en nacht online. De kijker was getuige van de hel waarin een mens terechtkomt, wanneer zijn privacy volledig wordt opgeofferd. ‘TreurTeeVee’(VPRO, 3Lab) was eveneens een boeiend experiment. Ontregelende, vervreemdende tv, in een gestileerd geheel van muziek, acteerwerk en animaties.

De beste Nederlandse documentaire-serie was ‘Onze man in Teheran’ (VPRO), bekroond met de Zilveren Nipkowschijf. Thomas Erdbrink liet ons een Iran zien dat al onze vooroordelen en vaststaande beelden aan flarden scheurde: het land waar niets mag, maar alles kan.

De beste kunstreportage: ‘Krabbé zoekt Van Gogh’ (AvroTros). Jeroen Krabbé maakte door het tv-scherm heen voelbaar hoe Van Gogh, doodongelukkig en berooid als hij was, moest blijven schilderen, als een innerlijke noodzaak.

De liefde blijft iets ongrijpbaars

Pierre Bokma: een tv-portret voor zijn 60ste verjaardag.
Pierre Bokma: een tv-portret voor zijn 60ste verjaardag.

De VPRO blijft nog even reizen. Na ‘Het Duitsland van mijn moeder’ van Britta Hosman, een serie die wat langzaam op gang kwam – eigenlijk pas na deel drie -, zwermt de omroep nu uit over de hele aardbol. In ‘De wereld in zeven dagen’ brengen regisseur/cameraman Hans Pool en journalist Koos de Wilt telkens een thema in beeld. Het begon deze week met de liefde.

Stellen worden steeds in dezelfde ‘When Harry met Sally’-achtige setting gefilmd: naast elkaar op de bank. Behalve dan in Kenia, waar we Ken heen en weer zien banjeren. Misschien wel toepasselijk voor iemand die polygamie als principe heeft. Dan is hij bij Rosie, dan bij Phena. Of bij zijn twee moeders  (zijn derde moeder, de biologische, is overleden). Kens vader was blijkbaar ook al een liefhebber.

Volgens voice over Adriaan van Dis leven polygame mannen twaalf procent langer dan monogame. Maar is dat wat de kijker wil weten? Eerlijk gezegd was ik nieuwsgieriger naar de vraag of de polygamiewet (anno 2014) ook geldt voor vrouwen. Dat blijkt, na even googelen, niet het geval. Wat vinden vrouwen daarvan? We horen er niets over.

Voice over en beeld sluiten in deze serie wel vaker gebrekkig op elkaar aan. De teksten van Van Dis zijn streng en beslist. Zoals: “Verliefdheid is een romantische illusie.”Of: “Liefde is niet origineel, maar doordrenkt van imitatie.” Dat moge allemaal waar zijn, wat we zien is heel wat anders: mensen die innig van elkaar houden, of dat althans proberen. Waar is het mis gegaan in de coördinatie tussen beeld en geluid?

En nu we toch aan het mopperen zijn: waarom wordt er zo weinig context geboden? Waarom moeten we soms gissen naar het land? Ja, waarom zien we zelfs geen namen? De kijker krijgt geen enkele greep op al die verhalen van China tot Rusland. Een rommelige start van deze zevendelige serie.

In ‘De vele namen van Pierre Bokma’ (Vara) ging het ook over de liefde. De 60-jarige acteur werd vrij laat vader, maar toen ging het ook rap, een beetje op z’n Keniaans: vier kinderen bij drie vrouwen. “Wat is liefde?”, vroeg Bokma zich af. “Ik denk dat bij mij de brandstof liefde was, alleen ging het voertuig af en toe de verkeerde kant op.” Prachtige beeldspraak. De film (van Coen Verbraak) zat er vol mee. Neem de openingszin: “Misschien stuur ik steeds een afgeleide van mezelf naar buiten en blijf ik in mezelf opgesloten.” Ja, dan blijf je wel kijken.

Een fijngevoelig psychologisch portret over een topacteur die als kind van pleeggezin naar internaat ging, en, naar eigen zeggen, aan die wortelloosheid zijn talent heeft te danken om zich steeds in andere rollen te kunnen inleven. En passant leerden we hoe method acting bij Bokma in zijn werk gaat. Voor zijn rol in ‘Tonio’ verplaatst hij zich in zijn vader die, weliswaar door eigen keus, zijn kind (Bokma dus) verloor.

Over zijn natuurlijke ouders had ik graag wat meer gehoord. Verbraak liet het er bij. Niettemin zag en proefde je Bokma’s worsteling. Ook over het acteren. Dat wordt alleen maar moeilijker bij het klimmen der jaren. Een steeds harder gevecht tegen de routine. “Om niet in herhaling te vallen, moet je voortdurend de wijzer verzetten. Maar daar heb je de hele klok voor.” Weer zo’n mooie, doorleefde uitspraak.

 

Jezus draagt net zo’n trui als Mart Smeets!

Jezus, in Noorse trui, geeft een boks in de kerk.
Jezus, in Noorse trui, geeft een box in de kerk.

Al een beetje in de kerstsfeer? Nou, Hilversum nog niet helemaal. “Ik stik van de hitte”, mopperde zaterdag ‘Serious Request’-presentator Tim Hofman. Hoe anders was het zes jaar geleden in Groningen, mijmerde de BNN-ster. “Toen lag er zoveel sneeuw dat niemand kon komen. Ik hield me warm in thermo ondergoed.”

In ‘EenVandaag’ klaagde Hans Dorrestijn dat hij om vier uur ’s ochtends zwetend was ontwaakt onder zijn winterdekbed. “En twee nachten geleden zoemde er zo’n verdomde mug om me heen. Te bar voor woorden.”

Weerman Marc Putto deed er nog een schepje bovenop. “Laatst zag ik een hommel langsvliegen. Ik werd er depressief van.” Zijn Journaal-collega Gerrit Hiemstra vertelde dat er alleen in het noorden van Noorwegen sneeuw ligt. “In de rest van Europa niet.”

Het is volgens bioloog Arnold van Vliet de afgelopen drie eeuwen niet zo warm geweest in december. “Het is raar weer, maar ik heb wel een kerstboom”, onthulde hij in ‘EenVandaag’. Nederland probeert de moed erin te houden, zoveel is duidelijk. Bijvoorbeeld door zich heldhaftig vast te klampen aan oude tradities. Zo kunnen we u verzekeren dat het Vara-kerstbuffet, ondanks de warmte,  gewoon  is doorgegaan. Als bewijs toonde  Astrid Joosten in ‘De Kwis’ een zelfgemaakte foto van een worst.

Ook de laatste ‘Pauw’ van dit jaar diende zich feestelijk aan. Op de Vara-site een vrolijke Jeroen onder de confetti. De uitzending zelf was serieuzer: een terugblik op de vluchtelingencrisis. Wel een mooi kerstthema natuurlijk. ‘Nieuwsuur’-verslaggever Tom Kleijn ontsluierde hoe zijn interview met de Syrische president Assad was verlopen. “We werden opgehaald door een gepantserde auto. Die bracht ons naar Assads werkpaleis, een James Bond-achtig gebouw op een rots. ” De president was volgens Kleijn goed gebriefd. “Hij kende Wilders, en was ervan op de hoogte dat die politicus van het jaar was geworden.” Helaas kregen we niet te horen of Assad ook wist dat het de AvroTros was geweest die dat wedstrijdje had georganiseerd.

Wel zagen we Kleijn met zijn collega Roozbeh Kaboly het interview voorbereiden op het balkon van hun hotel. Die plek was gekozen om afluisteren te voorkomen, niet vanwege de ‘kersthitte’.

Ondanks de lente-achtige temperatuur hield de EO dapper stand met volkskerstzang in ‘Nederland zingt’. En in ‘Blauw bloed’, ook EO, kregen we hartelijke kerstwensen van het Zweedse prinsesje Estelle, terwijl haar ouders Victoria en Daniel (zogenaamd) de feestdis bereidden.

Tussendoor zag ik het nieuwe kerstspotje van de PKN. Ik moet eerlijk zeggen dat als ik in Trouw niet had gelezen waar die over ging ik er weinig van had begrepen. Een androgyn uitziende man wandelt over een parkeerplaats waar een paar ruziet over een kerstboom, dan door een supermarkt waar iemand iets uit z’n tengels laat vallen, en ten slotte langs een kokkin met een aangebrande kalkoen. Telkens kijken ze de androgyne man hemels aan. De boodschap, volgens Trouw: Jezus verlost je van kerststress.

Aan het eind van het STER-spotje zit Jezus vooraan in de kerk. Beetje raar natuurlijk: getuige zijn van je eigen geboorte. En nog gekker: Jezus draagt een Noorse trui.  Zo’n Mart Smeets-geval. Met deze temperatuur!

Ikon was een baken van hoop en troost

Homoseksuele onderwijzer in 'Hoera een homo!?'
Homoseksuele onderwijzer in ‘Hoera een homo!?’

Met de Ikon verdwijnt een omroep die bevrijding met hoofdletters schreef. Zo liep de ‘interkerkelijke’ in zijn hoogtijdagen, de jaren zeventig en tachtig, voorop in de homostrijd. ‘Hoera een homo!?’ uit 1978 maakte een minderheid zichtbaar die voor veel Nederlanders, zeker gelovige, verborgen was. Ja, we kenden Albert Mol en Jos Brink, maar daar hield het zo’n beetje mee op.

En toen was er plots een leraar die ook ‘zo’ bleek te zijn. Iemand met een doorsnee beroep dus, en nog knap om te zien ook. Voor veel (jonge) homo’s was het docudrama van Wouter van Praag een blijk van herkenning. Dat kwam ook doordat Van Praag werkte met ‘gewone mensen’ en niet met acteurs, een noviteit in die dagen.

‘Hoera een homo!?’ paste helemaal in de visie van ds. Wim Koole. De Ikon moest niet de kerk tonen aan de wereld, nee omgekeerd: de wereld aan de kerk. Vijfentwintig jaar lang, van 1964 tot 1989, zat Koole aan het roer en schudde hij de kerken wakker. En naast de kerken langzaamaan ook de hele maatschappij. ‘Kenmerk’, in 1963 begonnen als oecumenisch magazine, werd onder Kooles leiding een spraakmakende actualiteitenrubriek over vrijheidsstrijd en bevrijdingstheologie.

Niet alleen de homo’s moesten namelijk worden verlost, nee eigenlijk de hele wereld: van Zuid-Afrika tot El Salvador, overal waar onderdrukking heerste, was de Ikon present. Met soms een smartelijke afloop. Iedereen herinnert zich de tragische dood van Koos Koster, Hans ter Laag, Jan Kuiper en Joop Willemsen in 1982 in El Salvador. En van Cornel Lagrouw zeven jaar later, in hetzelfde land.

De Ikon was voor velen een baken van hoop. Radiopastor Alje Klamer bood bijna dertig jaar lang (van 1959 tot 1986) verdrukte minderheden een luisterend oor: van NSB-kinderen tot psychiatrische patiënten. Hij stimuleerde hen tot de oprichting van zelfhulpgroepen, een nieuw verschijnsel in die tijd.

Wim Neijman liet in 1977 in zijn ‘Geloof, Hoop en Liefde Show’ gewone mensen aan het woord over intieme problemen rond huwelijk, echtscheiding en seks. Dat was nog nooit vertoond op televisie. “U bent niet de enige met moeilijkheden”, sprak Neijman de kijker troostend toe. Zijn show was de oerknal van het talkshowgenre, gelukkig toen nog zonder verplichte tranentrekkerij.

Veel Ikon-medewerkers haalden inspiratie uit hun eigen leven. Achter een bureau gaan zitten en rare reality bedenken, wat nu soms het geval is, bestond toen nog niet. Zo greep Mary Michon de dood van haar jonge broer aan voor het docudrama ‘Een spannend bestaan’. Ze kreeg er een eervolle Nipkow-vermelding voor. In de Koole-jaren puilden de Ikon-kasten uit van de (internationale) prijzen.

Vanaf de jaren negentig werd de Ikon wat minder spraakmakend. Taboes geslecht, Apartheid verdwenen, vrede in Latijns-Amerika. Maar er kwamen nieuwe maatschappelijke kwesties. Met de documentaire ‘Dood op verzoek’ gaf de Ikon een belangrijke aanzet tot het euthanasiedebat en in ‘Ikon Live’ zagen we eenzame moslims in de angstige Nederlandse samenleving. “De Ikon is er altijd geweest voor de weduwe en de wees”, zei Ikon-directeur Martin Fröberg in 2004 in de VPRO Gids, “voor mensen van vlees en bloed die ook steeds weer in de oerverhalen van de Bijbel opduiken.”

Laat de tv ophouden met deze nepverkiezingen

Geert Wilders, politicus van het jaar bij 'EenVandaag'.
Geert Wilders, politicus van het jaar bij ‘EenVandaag’.

Als je net Angela Merkel hebt gezien op het CDU-congres , dan is het wel even een overgangetje naar de verkiezing van de Nederlandse politicus van het jaar. Daar in Karlsruhe stond een staatsvrouw. “Wir schaffen es”, zei ze weer over de vluchtelingencrisis. Ze had het over humanitaire tradities en de plicht van de christen-democraten. “Negen minuten ovationeel applaus”, noteerde Jeroen Wollaars in het zes uur-Journaal. “Na zeven minuten probeerde Merkel het tevergeefs te onderbreken.”

En dan verzeil je in ‘EenVandaag’. Allereerst tref je daar geen enkele vrouw, alleen maar mannen (zowel bij de politici als bij de presentatoren), en ten tweede, tja… Ik kom er maar niet achter waarom deze verkiezing altijd zo’n onnozele, tenenkrommende vertoning is. Ligt het aan onze politici of aan onze presentatoren? Waarschijnlijk aan beiden.

Pieter Jan Hagens, toch een vakman, zou je denken, leek te drijven op zijn routine. “Vindt u dat ook?”, vroeg hij aan Diederik Samsom, nadat Halbe Zijlstra had gezegd dat hij het opstappen van Kamervoorzitter Van Miltenburg respecteerde. “Ja”, zei Samsom, “dat vind ik ook.””Goed”, concludeerde Hagens, “dan hoeven we het daar niet meer over te hebben.”

Vervolgens ging het over terrorisme. “Zijn we bewust en daadkrachtig genoeg?”, vroeg Hagens. Dat was wél een goeie vraag. Maar dan het antwoord. Zijlstra: “We moeten nóg bewuster worden, maar je kunt natuurlijk niet alles voorkomen.” Samsom mocht ingaan op de bijna-kabinetscrisis dit voorjaar. We kregen te horen dat hij een boterham met pindakaas had gesmeerd voor Mark Rutte, omdat die nog niet had ontbeten.

Daarna was het tijd voor het lek in de commissie stiekem. ‘EenVandaag’ bracht dat ambtsmisdrijf als de finale van ‘Wie is de mol?’ Hagens positioneerde zich tegenover de trits politici en riep: “Zegt u het maar, wie is het lek?” Dat ging zelfs Zijlstra te ver. “U maakt er een spelletje van, dat moet u niet doen.”

Toen was het Jesse Klaver-effect aan de beurt. Een effect dat Hilversum zelf heeft geschapen door de nieuwe GroenLinks-leider driemaal per week uit te nodigen, maar dat werd er natuurlijk niet bij gezegd. “Hoe zit het toch met dat Jesse Klaver-effect?”, vroeg Bas van Werven quasi-naïef aan Jesse Klaver. Jesse Klaver had geen idee hoe het zat met het Jesse Klaver-effect. En zo houdt Hilversum zichzelf onledig met eindeloos ronddraaien in zelf gecreëerde hypes. Gert-Jan Segers (met vijf zetels net zo’n mini-partijtje als GroenLinks) kon alleen maar dromen van zoveel airplay toen hij de CU ging leiden. “Ik hoop dat wij de belichaming van de hoop zijn”, mocht hij nog net uitbrengen bij Van Werven aan de bar.

Emile Roemer zei jaloers dat er destijds ook sprake was geweest van een Roemer-effect, toen hij ‘new kid on the block’ was. Ach, het Roemer-effect, wie kent het nog?

Ten slotte werden we ‘getrakteerd’ op een asieldebat tussen Geert Wilders en Jesse Klaver, waarbij het meest verrassende was dat we niets verrassends te horen kregen: een voortdurende herhaling van zetten. Niettemin werd Wilders uitgeroepen tot politicus van het jaar 2015. Een lauw applausje van zijn collega’s volgde.

Wat een circus. Laat ‘EenVandaag’ alsjeblieft ophouden met deze nepverkiezingen!

Iedereen overleden, maar Grace Brothers blijft

Mr. Rumbold druk aan het werk in 'Are you being served?'
Mr. Rumbold druk aan het werk in ‘Are you being served?’

In ‘Shownieuws’ (SBS 6) was het maar een kort berichtje: “Nicholas Smith is op 81-jarige leeftijd in het ziekenhuis overleden.” Toch is het heengaan van Smith meer dan zomaar een sterfgeval van een Britse acteur. Hij was de laatst levende hoofdrolspeler van de originele cast van ‘Are you being served?’

Als mr. Rumbold gaf hij gezicht aan de compleet incompetente manager van warenhuis Grace Brothers. Voor die koddige rol had hij zijn uiterlijk mee: kaal hoofd en flaporen.  Zijn medewerkers pestten hem er graag mee.

Bij mr. Rumbold was het niet zozeer de tekst die je aan het lachen maakte – daar hadden we mrs. Slocombe, mr. Humphries en mr. Lucas voor – maar zijn gedrag. Ondanks een totaal  gebrek aan capaciteiten deed hij altijd op luide en opgewonden toon zijn nieuwste (mallotige) verkoopplannen uit de doeken.

Niettemin maakte hij wel eens een droge Engelse grap. Ik herinner me dat het voltallige personeel bij zijn kantoor aanklopte onder de uitroep: “Mr. Rumbold, we staan allemaal aan de andere kant van de deur.” Waarop Rumbold: “Dat is meestál het geval met mensen die een kamer binnen willen.”

Rumbold stond symbool voor waar de hele serie over ging: een parodie op de Britse klassenmaatschappij. Likken naar boven (young mr. Grace) kon hij als de beste. Het schoppen naar beneden was weggelegd voor Captain Peacock , een afdelingschef die daarnaast graag de katjes in het donker kneep.

Met seks had Rumbold niet zo veel. Net zo min als mr. Grainger. Die was er te oud en te moe voor. Maar de rest van het personeel lustte er wel pap van. ‘Are you being served?’ is naast een bespotting van de standenmaatschappij eigenlijk één grote een satire op de preutse Engelse moraal. Of beter gezegd, een satire op hoe kijkers die moraal het liefst zien: Victoriaans en conservatief.

Slocombe met haar ‘pussy’, Grace met zijn sexy secretaresses en Lucas die Dick als voornaam blijkt te hebben. Dit tot groot genoegen van Humphries, een über-nicht die desondanks nooit zo wordt benoemd. Schrijver David Croft zei zelfs dat hij Humphries helemaal niet als homo had willen neerzetten, maar als moederskindje. Zou het echt? Daarmee zou de seksuele satire compleet zijn: je mág zelfs geen homo zijn.

De BBC-reeks (1972 tot 1985) werd een internationaal succes. Bij ons zette de Tros de serie op de kaart (‘Wordt u al geholpen?) Recent begon de comedy zelfs aan een tweede leven in de Nederlandse theaters. En ‘De Tv Kantine’ (RTL 4) had een paar jaar geleden een aardige persiflage met Nelleke van der Krogt als mrs. Slocombe (“ik wil betere teksten dan m’n poesje dit en m’n poesje dat”) . In augustus nog herhaalde de BBC een aantal afleveringen.

Zo komisch als de serie is, zo tragisch de dood van de spelers: Debbie Linden (secretaresse van mr. Grace) overleed in 1997, 36 jaar oud, aan een overdosis heroïne, John Inman (Humphries) in 2007 aan hepatitis A, Wendy Richard (miss Brahms) in 2009 aan borstkanker en Mollie Sugden (Slocombe) in datzelfde jaar na een lang en slepend ziekbed. En nu dus Nicholas Smith, gestorven na zoiets prozaïsch als een val in zijn woning.

Een schrale troost: de hele cast van ‘Are you being served?’ mag nu dan zijn overleden, de comedy is en blijft wereldwijd een tv-klassieker.

Chatten over suïcide, de laatste strohalm

Lege achtbaan als metafoor voor isolatie van suïcidale denker.
Lege achtbaan als metafoor voor isolatie van suïcidale denker.

Waarrschijnlijk hebben u en ik iemand in onze directe omgeving die denkt aan zelfdoding, zonder dat we daar ook maar iets van merken. Die schokkende conclusie drong zich aan mij op na het zien van ‘Strohalm’. Een half miljoen Nederlanders loopt met suïcidale plannen rond, maar erover praten is taboe. We weten dus van niets. Maar dankzij ‘Strohalm’ nu wel iets meer.

De Human-documentaire, geproduceerd door Michiel van Erp, laat vier mensen aan het woord die een eind aan hun leven willen maken. We zien hen niet, horen slechts hun stem. Uit mijn tv-gids begrijp ik dat sommige geïnterviewden best gefilmd wilden worden, maar dat maakster Lian Priemus zelf koos voor onzichtbaarheid. De reden is dat de docu tevens gaat over 113Online, een chatservice die anonimiteit als principe heeft.

Priemus’ insteek doet niets af aan de zeggingskracht van de film. In tegendeel. Nu de kijker niet wordt afgeleid door gezichtsuitdrukkingen of kleding komt de geestelijke worsteling van de sprekers des te indringender over. Bij het ene verhaal zien we een lege achtbaan, bij het andere een flatgebouw. De associaties liggen voor de hand: eenzaamheid, isolatie, springen.

De sprekers hebben één ding gemeen: ze vechten al jaren tegen hun kwelgeest. Bij Anna (achtbaan) begon het rond haar elfde. “We gingen naar Euro Disney. Ik dacht: Oké, daarna maak ik er een eind aan.” Anna is nu 31 en wil nog steeds dood. Pijnlijk voor de kijker om te ervaren hoe iemand al twee decennia lang zit opgesloten in hetzelfde destructieve denkpatroon. Wordt die vicieuze cirkel verbeeld door de draaiende wasmachine, die bij het relaas van Inger (38) in beeld komt? Of is dat een net iets te gemakkelijke link? Het kan ook dat Priemus doelt op het dagelijkse leven, dat hoe dan ook altijd doorgaat. Daar zit weer troost in.

Waarom deze mensen niet meer willen leven, blijft onduidelijk. Slechts bij Erik (41) wordt een tip van de sluier opgelicht: failliet gegaan, van zijn vrouw af, een kind vroeg overleden, en geen contact meer met de andere kinderen. Bij Sylvia (18), Anna en Inger is het gissen naar hun verdriet. Misschien wordt de oorzaak expres in het vage gehouden, om anonimiteit te waarborgen. Of zit het (aangeboren?) lijden zo diep verstopt dat de slachtoffers er zelf niet bij kunnen? Terwijl sommigen toch ook weten hoe het wél moet. “Het leven is zo klein als een baby die zich uitrekt, maar wij maken het zo groot”, beschrijft Anna haar onontwarbare knoop.

Ze laat 113Online weten dat ze af en toe nog wel kan genieten, bijvoorbeeld van Vivaldi’s ‘Nisi Dominus’. “Maar het gaat dan echt om dát moment. Mijn leven blijft olie op water: het wil maar niet mengen.” De kijker krijgt de indruk dat het aan 113Online is te danken dat het viertal nog in leven is. Want met de eigen omgeving erover praten, lukt niet. Inger vertelt met overslaande stem dat ze er met haar ouders niet over wil spreken om hen voortijdige angst te besparen.

We zien hoe de vrijwilligers geïnstrueerd worden tot luisteren zonder oordelen. Een hoopvol teken dat niet alleen professionals, maar ook ‘gewone’ mensen zoveel kunnen betekenen voor chatters met een doodsverlangen. Voor hen is 113Online de laatste strohalm.

Laat de Ikon niet sterven!

 

Joris Vercammen op zoek naar de geest van Dag Hammarskjöld.
Joris Vercammen op zoek naar de geest van Dag Hammarskjöld.

Deze maand wordt de Ikon na zeventig jaar officieel ten grave gedragen. Wat er nog over is van de programmering gaat onder EO-vlag verder. Sympathiek van de EO, maar het is zeer de vraag of die ‘overname’ een succes wordt. EO en Ikon vertegenwoordigen twee uitersten binnen het christendom: van orthodox tot breed spiritueel. Hoe ga je die tegenpolen verenigen? Zullen de Ikon-kijkers, maar ook de EO-leden zich straks nog herkennen?

Dat de afgedwongen samenwerking wel tot verwarring móet leiden, is evident. De nieuwe serie ‘De Pelgrim’ wordt op tv geafficheerd als Ikon, in de gids als Ikon-EO en op de NPO-site als EO. De Evangelische Omroep lijkt zich nu al te verslikken in zijn eigen programmatische hutspot.

‘De Pelgrim’ heeft weinig met de EO te maken. Deel één ging over de royaal uitwaaierende mystiek van oud-VN-topman Dag Hammarskjöld. We zagen Joris Vercammen, aartsbisschop van de oud-katholieke kerk, in een mistroostig, besneeuwd Laps landschap. Alwaar hij raadselachtige passages voordroeg uit Hammarskjölds dagboek ‘Merkstenen’: “Aldoor vragend zal ik aankomen, daar waar het leven wegklinkt, een heldere, zuivere toon in de stilte.” Hoezo EO?

Het vervolg van de serie is nóg minder des EO’s: een bedevaart naar een Bahá’i-tempel in Haifa en naar het Festspielhaus in Bayreuth om de geest van Wagner te ervaren.

De EO zou zo’n pelgrimage heel anders aanpakken. We zouden een klooster zien vol gezellige BN’ers, verbijsterd oerkreten uitslaand over het aangetroffene. De EO zou daarbij stiekempjes bidden om bekering. Kijk, zo’n waarheidspretentie is de Ikon, in al z’n vrijzinnigheid, vreemd. Die hoopt hooguit op spirituele verdieping.

Om chaos in programmering en achterban te voorkomen, zou de EO er goed aan doen van de Ikon een inpandig productiehuis te maken, met behoud van eigen identiteit en Ikon-logo. Red de Ikon-naam. Dan weet de kijker ten minste waar hij aan toe is wanneer hij Vercammen heimelijk hoort peinzen: “Mij wordt in de stilte ingefluisterd: je moet je committeren.”

Wel mooi trouwens, van die mysterieuze teksten op de late zondagavond (23.35 uur, NPO 2). Vooral als je vlak daarvoor ‘Graf zonder naam’ hebt gezien. Dit nieuwe SBS 6-programma heeft één groot voordeel: het lijkt in niets op een SBS 6-programma. Het is rustig en ingetogen van toon, zonder schreeuwerige voice overs of zenuwslopende muziek. Presentator Kees van der Spek gaat op zoek naar de identiteit van anonieme doden, en hij doet dat respectvol en zonder effectbejag.

Deze zondag ging het over een man die zich in 2001 in Heemskerk voor de trein had gegooid. We zagen Van der Speks speurtocht van A tot Z. Beginnend bij het meisje dat als laatste tegenover de man in de trein had gezeten (hij schonk haar zijn mobiele telefoon, mooi detail), via het cold case team in Amsterdam, dat in het onderzoek was vastgelopen, tot en met de ontknoping in Turkije, waar familie van de overledene bleek te wonen. De uitzending sloot af met een DNA-test. De dode kreeg een gezicht: Zeki Bas, 33 jaar.

Het motto van deze reportageserie is een uitspraak van Jean Baptiste Racine: “In het geheel geen naam nalaten, dat betekent volkomen sterven.” Dat geldt zowel voor Zeki Bas als voor de Ikon.