Monthly Archives: November 2015

Gleneagles verdwijnt, ‘Fawlty Towers’ blijft

Al veertig jaar genieten van 'Fawlty Towers'.
Al veertig jaar genieten van ‘Fawlty Towers’.

Het was maar een klein berichtje in de krant: Hotel Gleneagles in Torquay tegen de vlakte. Toch is het aan dit logement te danken dat we al veertig jaar kunnen genieten van de beste Britse comedy ooit. John Cleese logeerde er in 1971 en werd zo bruut behandeld dat hij en zijn vrouw Connie Booth het idee kregen voor een hilarische comedy: ‘Fawlty Towers’.

De eerste aflevering was in 1975 bij de BBC te zien. In Nederland kocht de KRO de rechten. Nog steeds worden de twaalf delen wereldwijd herhaald. Gisteren nog op ouderenzender ONS: ‘The Germans’.

En nu dus de sloop van de Zuid-Engelse herberg. Jeroen Pauw had acteur en Cleese-fan Patrick Stoof uitgenodigd voor een vrolijke overpeinzing. “Een briljante comedy”, vond hij, “dankzij de kluchtige setting en de schitterende grappen.” We zagen flitsen uit ‘The Germans’, waarin hotelbaas Basil (Cleese) neurotisch de oorlog probeert te vermijden met zijn Duitse gasten. Dat gaat dan zo: “Would you like a drink before the war…eh before dinner?” En bij het noteren van de bestelling: “One nazi-göring.”

Een puur Engelse sitcom: tongue in cheek, spelen met klassenverschillen (‘Fawlty Towers’ gaat door het stof voor de hogere standen) en een hoofdrolspeler met een tiranniek karakter. Dat laatste zul je in een Amerikaanse comedy zelden zien. Daar is de hoofdpersoon in de regel sympathiek.

Op en tot Brits dus, maar toch wereldwijd populair. Hoe kan dat? Dat is voor een groot deel te danken aan de overvloed van woordloze grappen. Om de rare passen van Cleese kan elke nationaliteit lachen. En als Basil zijn ober Manuel (‘I know nothing, I’m from Barcelona’) met een koekenpan op z’n kop slaat, vindt ook iedereen dat leuk. ‘Fawlty Towers’ is een perfect getimede mix van slapstick, fysieke en verbale humor.

De afbraak van Gleneagles inspireerde het Radio 2-programma ‘Grand Café Kranenbarg’ zaterdag tot een aaneenschakeling van vreselijke hotelverhalen. De ene luisteraar had in Antwerpen gelogeerd, waar de spinnenwebben aan de zoldering hingen en ’s nachts het alarm afging. De ander sprak over een goedkoop hotelletje in Valkenburg waar het plafond van de eetzaal zo lek was dat de kastelein met emmers kwam aanzetten. NCRV-presentator Bert Kranenbarg deed ook een duit in het zakje. “Ik was van de zomer in Atlanta. Gaten in de vloerbedekking, muren die vijftig jaar niet waren geschilderd, en bedden te kort en te smal.”

Maar Gleneagles was veel erger. Tijdens een vakantie aan de Engelse Rivièra tien jaar geleden ontmoette ik de gids Joan Nott die in Torquay ooit woonruimte had verhuurd aan Cleese en zijn Monty Python-team. “Cleese vertelde mij dat de eigenaar van Gleneagles, Donald Sinclair, ’s avonds in pyjama naar de bar kwam, ten teken dat de gasten naar bed moesten”, herinnerde ze zich. “En de koffer van Eric Idle werd het raam uit gesmeten omdat er een bom in zou zitten.”

Uiterst nieuwsgierig bestelde ik die avond een tafel bij Gleneagles waar de toenmalige uitbater, Terrence Taylor, mij toevertrouwde dat hij sommige gasten gaarne zou willen wurgen. “Als ik daar niet te beleefd voor was.”

Die tijd is nu voorbij, Gleneagles verdwijnt. Maar ‘Fawlty Towers’ blijft gelukkig altijd bestaan.

Leuk jubileumfeest, daar bij die KRO

Het bleef maar in mijn hoofd rondspoken: Waar was Hans van Willigenburg in ‘De Reünie’? Waarom vierde de KRO zijn 90-jarig jubileum zonder de man die 26 jaar lang hét vlaggenschip was van de katholieke omroep? Enfin, de KRO gebeld. “Van Willigenburg was uitgenodigd, maar had geen belangstelling”, luidt daar het antwoord.

Misschien niet zo verwonderlijk. De presentator (‘Rondje Theater’, ‘Klassewerk’, enz.) werd in 1993 bruusk en zonder salaris aan de kant gezet wegens de ‘verjonging’. Daarna zweeg de KRO hem in alle talen dood. Van Willigenburg  herinnert zich: “Bij het 75-jarig bestaan heeft de KRO mij overal uitgeknipt en zelfs mijn naam niet genoemd.  Daarom had ik nu niet zo’n zin om op het jubileumfeestje te komen.” Ook in ‘De Reünie’ van afgelopen zondag waren tv-beelden van de oud-KRO-coryfee met chirurgische precisie weggemonteerd. “Niet expres, hoor”, zegt de KRO. Jaja.

De KRO had zijn tijd beter kunnen besteden aan een behoorlijke reportage over het nieuwe Rotterdam in ‘Brandpunt’. Wat we  daar zagen was rammelend en vooringenomen. Rotterdam smijt met geld om maar in de populaire lijstjes te komen (Lonely Planet, New York Times), en ondertussen verpauperen de achterstandswijken in Zuid.

‘Brandpunt’ had niemand minder dan een oud-stads-voorlichter opgespoord (lang moeten zoeken?) om haar loze aannames te stutten, maar enige uitleg van bijvoorbeeld burgemeester Aboutaleb over de werkelijke achtergrond van de Rotterdamse bouwplannen ontbrak. Zou het stadsbestuur met ambitieuze projecten als de Markthal wellicht de lokale economie willen stimuleren? Natuurlijk! Maar dat paste niet in deze reportage. Het enige wat ‘Brandpunt’ ons toewierp was een vaag citaat van wethouder Adriaan Visser: “Een gemeente moet nu eenmaal vooruit kijken.”

En we kregen te horen (van die oud-voorlichter) dat in Zuid de Carnissetuin moet verdwijnen. Het beeld dat gevestigd moest worden was duidelijk: Rotterdam is alleen maar uit op glamour en de arme sloeber is daarvan de dupe. Zou het echt? Aan het miljoenenplan om Zuid op te knappen werd nauwelijks aandacht besteed.

Onthullender was ‘Niet lullen maar poetsen’ van Rutger Castricum (PowNed). We kregen een kijkje in het ‘rijke’ deel van Rotterdam – de wijk Hillegersberg – en dat was schrikken. Als geboren en getogen Maasstedeling weet ik uiteraard dat er zoiets bestaat als Rotterdamse chic, maar dat dat leidt tot botox-injecties op je 22ste was nieuw voor mij. Twee jongens, Koen en Gigi (inderdaad een naam die je slechts in zeer bepaalde Rotterdamse straten tegenkomt), halen geregeld een spuitje in de beauty-kliniek. “We werken voor het geld, en voor de rest is het leven een feest”, zei Koen.

Tja, Rotterdamse chic, je hoort toch altijd weer die natte ‘t’. En aandoenlijk eenvoudige filosofietjes als: Succes is een keuze. We zagen ook een familie die van A tot Z functioneert volgens het businessmodel. Zelfs vakanties worden daar voorbereid via power point presentaties.

Zo raakte ik in twee tv-avonden driemaal ontgoocheld: één keer over het wegmoffelen van Hans van Willigenburg, vervolgens over het eenzijdige beeld van wereldstad Rotterdam en ten slotte vanwege de ondraaglijke rijkdom in Hillegersberg.

Een eerherstel voor Willibrord Frequin

Willibrord Frequin, werk ging vóór het meisje: 'KRO heeft me drie huwelijken gekost.'
Willibrord Frequin, werk ging vóór het meisje: ‘KRO heeft me drie huwelijken gekost.’

Een bewieroking van de eigen programma’s – taboedoorbrekend zus, best bekeken zo -, een kat naar VVD-staatssecretaris Sander Dekker en een rehabilitatie van Willibrord Frequin. En dat alles in 65 minuten. De 90-jarige KRO kreeg het onmogelijke voor elkaar in een speciale uitzending van ‘De Reünie’. Een programma waar alles in zat. Behalve dan dat de jarige omroep katholiek is. Dat mocht de kijker er zelf bij denken.

KRO’s ‘dochteronderneming’  RKK, inmiddels volledig geadopteerd, bleef zorgvuldig buiten beeld. Wel zat de studio vol met oud-KRO-coryfeeën uit de wereld van amusement en informatie. En  iedereen had zijn eigen agenda. Zo deed Henny Huisman een vertwijfelde poging om terug te keren als presentator. “Ik mis de tv elke dag, het mooiste vak dat er is.” Aad van den Heuvel serveerde de open sollicitatie meedogenloos af. “Is dat nou niet zielig dat je maar niet kan stoppen als je 90 bent of 80?” “Maar ik ben 64!”, riep Huisman. “Ja, hij is 64”, herhaalde ‘Reünie’-presentatrice Anita Witzier.

Joop van den Ende, vader van vele KRO-successen, gebruikte de uitzending om uit te halen naar Den Haag. “Dat de publieke omroep geen amusement meer zou mogen uitzenden, is belachelijk en krankzinnig.” Rémi van der Elzen (voor het geval u haar niet meer kent: zij was die interviewster die iedereen aanraakte) hield daarop een pleidooi voor infotainment. Wie het was, weet ik niet, maar buiten beeld reageerde een van de aanwezigen dat hij niet goed werd van dat genre.

Was het dan zó ongezellig in de KRO-studio? Dat niet. Dieuwertje Blok, die eerder moest vertrekken vanwege haar ‘Sinterklaasjournaal’, werd zelfs vrolijk uitgeluid met ‘Dag Sinterklaasje, dáág, dáág!’. En Willibrord Frequin zat gebroederlijk naast zijn leermeester Aad van den Heuvel. Frequin werd in 1989 ontslagen bij ‘KRO’s Brandpunt’, maar die kwestie bleef onvermeld. Naar verluidt op aandrang van Frequin zelf. De jubileum-uitzending werd zelfs een soort eerherstel. We zagen Frequin brutaal afstappen op  premier Van Agt en prins Bernhard. “Hij trok autoriteiten uit het pak”, complimenteerde Fons de Poel. Frequin in het vliegtuig met Johannes Paulus II: “Was halten Sie von der Situation in Holland?” Waarop de paus de gedenkwaardige woorden mompelt: “Es ist so wie ist.”

Naast Frequin verschenen nog enkele andere in ongenade gevallen KRO-sterren. Zoals Giel Beelen, die in een interview had gezegd dat hij Mein Kampf het indrukwekkendste boek vond. Dat hij daarnaast ook de Bijbel had genoemd, maakte op de KRO geen indruk. Exit Beelen. Rob Fruithof mopperde dat hij bij de KRO niets anders mocht doen dan ‘Waku Waku’. Ik miste Hans van Willigenburg, die in 1993 naar de uitgang werd begeleid vanwege de verjonging. Na 26 jaar trouwe dienst.

De eerste KRO-omroepster Mies Bouwman kon zelfs na drie jaar al haar biezen pakken. De reden: ze kreeg een verhouding met de getrouwde cameraman Leen Timp. Mies (85), nog altijd mooi en stralend, blikte er kort op terug. “Ik moest bij voorzitter pater Kors komen en beloven dat ik met Leen zou breken. Toen ben ik maar opgestapt.”

Mijn hemel, wat heeft de KRO veel medewerkers tot afscheid gedwongen. Een wonder in de Lourdes-categorie dat die omroep nog in leven is!

Ze zijn er, de eerste grappen over Parijs

Nabil Alouad Ayad grapt over Pray for Paris in 'Baas Raymann'.
Nabil Alouad Ayad grapt over Pray for Paris in ‘Baas Raymann’.

Hoe dichter bij huis, hoe belangrijker het nieuws. Zo werkt dat in de journalistiek. Daarom was Brussel zaterdag de opening van ‘RTL Nieuws’ en niet Mali. En dat terwijl in Mali terreur-doden werden betreurd en de noodtoestand van kracht was. Brussel was ‘alleen maar’ in de hoogste staat van paraatheid wegens dreigende IS-aanslagen.

Maar ja, België is nu eenmaal ons buurland. Dus wandelde Jaap van Deurzen zaterdag, opgewekt als altijd, door Brussel. “Hoe is de sfeer daar?”, stelde nieuwslezer Antoin Peeters de onvermijdelijke vraag. “Niet gezellig”, wist de verslaggever, terwijl we achter hem een tank zagen opdoemen. “Het is grimmig hier, de kerstgedachte is ver te zoeken. Je kijkt steeds achterom of er een terrorist opduikt.” Gelukkig deed Manneken Pis  nog altijd z’n plasje, had Van Deurzen geconstateerd. Een hele opluchting.

Hannover, Mali, Brussel.  De IS-terreur in Parijs lijkt inmiddels een eeuw geleden. ‘Mijlpalen voor Parijs’ gaat allang weer over de komende VN-Klimaattop in de Franse hoofdstad.  En Jeroen Pauw stak  vrijdag, samen met zijn gasten, een joint op – een unicum op tv -, ter nagedachtenis van de overleden protestzanger Armand.  Zo blijkt, ook in ‘Pauw’ gaat het ‘gewone leven’ door, al moet gezegd dat de talkshow afgelopen dagen excelleerde in uitstekende berichtgeving over  moslimterrorisme (Beatrice de Graaf, Stefan de Vries  en ‘vredespianist’ Davide Martello – ‘Imagine’).

Ondertussen doen de eerste terreur-grappen over Parijs de ronde. Zoals in ‘Baas Raymann’, een nogal rommelig, nieuw NTR-programma dat volgens mijn tv-gids een cabaretshow is, maar in de praktijk een lappendeken blijkt van daten, straatinterviews, een quiz , een gast van de week, en een beetje cabaret.

Maar nu de grap: “Weet je waar de hashtag Pray for Paris vandaan komt?”, vroeg Nabil Aoulad Ayad. “Charlie Sheen heeft hiv, en seks gehad met Paris Hilton.” De jonge cabaretiers komen vaak niet goed uit de verf, en vrijdagavond lag dat vooral aan het woeste gedrag van één van hen: Soundous El Ahmadi. Ze stond maar te schreeuwen en met haar handen te zwaaien, zozeer zelfs dat je bang was dat haar buurman Rayen Panday van de buis werd gemaaid. Die Panday kreeg  nauwelijks een kans. Steeds was het  Soundos:  “Je suis er potverdorie een beetje klaar mee om steeds maar afstand te moeten nemen van moslimterreur.”

In de zaal wordt wél gelachen. Misschien moet je dáár zitten om je te amuseren. Dat denk ik ook bij ‘Alpacas’ (BNN), de opvolger van ‘De Lama’s’. Grappig zijn met een scherm er tussen is op zich al moeilijk genoeg, en als het dan ook nog improviserend moet, vraag je wel heel veel van zes, merendeels onbekende stand-up comedians. Pas moesten ze zich verplaatsen in een onbekwame taxi-chauffeur. “Lady Di, are you ready?”, improviseerde Ruud Smulders.  De stand-uppers moesten er  zelf hard om lachen, en de zaal ook wel.

Eerlijk gezegd heb ik me meer vermaakt met ‘Gesprek met de minister-president’ (NOS). Premier Rutte had nog geen drie woorden gezegd over de ‘IS-griezels’ of interviewer Sven Kockelmann begon al weer te interrumperen. Maar er was iets mis met het geluid, waardoor het net leek of Kockelmann naar lucht zat te happen. Dat was geestig.

Ook onder dieren heb je terroristen

De harpij is met haar berenklauwen kampioen luchtaanval.
De harpij is met haar berenklauwen kampioen luchtaanval.

‘Jan rijdt rond’ heet het nieuwe programma. Klinkt als ‘Man bijt hond’, en dat is niet voor niets. De opvolger van het NCRV-succes doet precies hetzelfde als  wat we al zestien jaar lang zagen: (on) gewone mensen een podium bieden. Alleen in vorm verschilt het human interest-magazine (gegarandeerd BN’er-vrij) van ‘Man bijt hond’. De verslaggevers crossen in een rode Cadillac door het land en blijven nadrukkelijk met hun gezicht buiten beeld.

Best een aardig programma, alleen vraag je je af wat Hilversum bezielt. Het populaire ‘Man bijt hond’ moest en zou worden vernieuwd, en wat krijgen we er voor terug? Precies hetzelfde, maar dan een stuk slechter bekeken (400.000 tegen gemiddeld 85.000 kijkers). Ja maar, zegt Hilversum, we richten ons nu op jongeren. En daarom staat ‘Jan rijdt rond’ (KRO-NCRV) geprogrammeerd op de marge-zender NPO 3.

Het handjevol kijkers kon deze week zien hoe de ‘Jannen’ een fles champagne ontkurkten ‘om het leven te vieren.’ Aanleiding was de nieuwste cover van Charlie Hebdo na de IS-terreur in Parijs: ‘Zij hebben wapens, wij champagne.’

Vermoeid van alle terrorisme zapte ik naar ‘The Hunt’, een nieuwe BBC-natuurserie van Sir David Attenborough. Heerlijk die weldadige rust van de jungle. Hoewel… In het oerwoud tiert de terreur  eigenlijk nog weliger dan in de mensenwereld. Luister maar eens: “De springspin beschikt over drie superwapens: driedimensionale aanvalsplannen, grote snelheid en ogen die alles zien.” Of deze: “De harpij is met klauwen zo groot als die van een beer en een spanwijdte van twee meter de kampioen van de luchtaanval.” Het ergst is de trekmier. “Elke dag baant een aanvalsleger trekmieren zich een weg door het bos, onderweg alles verslindend wat ze tegenkomen. Wanneer de mieren terugkeren op hun nest hebben ze 30.000 insekten aan stukken gereten. De massaalste jacht op aarde.”

Gruwelijk-spannend, vooral omdat de beelden niets van doen hebben met hoe wij de natuur ervaren. Pas was ik op de Veluwe waar ik achter wat bomen een ree ontwaarde die, zodra ze mij in het oog kreeg, niet wist hoe snel  ze zich uit de voeten moest maken. Nooit aanschouwen we een dier jagend op zijn prooi, compleet met intro, middenstuk en ontknoping. Laat staan begeleid door onheilspellende noten. “Als een gitarist plukt de springspin aan het spinrag”, luidt het commentaar. We zien een friemelende spin en horen een tokkelende gitaar.

‘The Hunt’, hier uitgezonden door de EO, is opgebouwd als een Hitchcock-drama, inclusief suggestieve camerastandpunten en, als extraatje, bloedstollende adempauzes à la Fons de Poel (KRO). Een tijger sluipt likkebaardend over dorre takken en bladeren. In de verte een kudde herten. Mjammie. De voice over jaagt de spanning verder op: “Een kudde heeft vele ogen.” Helaas voor de tijger mislukt de aanval. De afstand is te groot. Dan een tweede poging. Het onweert. “De tijger maakt van het kabaal gebruik om onopgemerkt dichterbij het hert te komen”, klinkt het samenzweerderig. Nu heeft hij succes. De episode sluit af met de tijger smikkelend achter zijn prooi.

Tevreden kijkt hij ons aan. Ooit zelf zoiets meegemaakt in de wildernis? Ach, in feite heeft ‘The Hunt’ geen barst met de natuur te maken.

Britta Hosman wil te veel tegelijk

Britta Hosman met tolk Sasha op zoek naar haar familiewortels.
Britta Hosman met tolk Sasha op zoek naar haar familiewortels.

Na twee delen ‘Het Duitsland van mijn moeder’ ben ik het spoor een beetje bijster. Wat wil VPRO-programmamaakster Britta Hosman ons vertellen? Veel. Ik denk eerlijk gezegd té veel. Hosman probeert een familiekroniek te verbinden met de geschiedenis van heel naoorlogs Duitsland, en daarbij tevens een parallel te trekken met de huidige vluchtelingencrisis en het ruimhartige asielbeleid van Angela Merkel. En, oh ja, ook het slachtofferschap van Duitsers komt nog om de hoek kijken. Ze waren niet alleen daders tijdens WO II.

Hosman zal zelf het verhaal wel goed in haar hoofd hebben, maar ze krijgt het niet in óns hoofd. Ze rent te hard, hijgend ga je haar achterna, af en toe terugspoelend om de draad weer op te pakken. Met wie praat ze hier, waar gaat het over, wat is de relatie met haar eigen familiegeschiedenis? Er is te weinig focus.

Op zich lijkt de historie van haar voorouders geschikt voor een documentairereeks. Gegoede lieden, naar het schijnt, met een landgoed in het Oost-Pruisische Kringitten, toen Duits grondgebied. “Een wereld van bontjassen, gestreken witte blouses, porseleinen servies en zilveren bestek”, vertelde Hosman. Na een lange zoektocht vond ze slechts een serviesscherf terug.

Hosmans voorouders vluchtten begin 1945 voor de Sovjet-‘bevrijders’ richting westen. De aanhalingstekens staan er niet voor niets. “Alles wat op twee benen liep werd door de Russen verkracht, alles werd geroofd, de soldaten hadden de vrije hand”, hoorden we van de Poolse tolk Sasha. De familie probeerde te ontkomen met het Duitse cruiseschip Wilhelm Gustloff, maar dat mislukte. Gelukkig maar, want het vaartuig werd door de Russen tot zinken gebracht, met 9000 doden tot gevolg.  De familie koos uiteindelijk een ander schip en meerde af in Dantzig. Op zo’n moment zit je op het puntje van je stoel.

Maar helaas, dat duurt niet lang. Al snel wordt weer een geforceerde overeenkomst gezocht met het  Rusland van Poetin. “Heb jij je vrienden in Moskou zien veranderen?”, vraagt Hosman aan Sasha. Een ‘link’ die voor mij volledig uit de lucht kwam vallen. Waarom beperkt Hosman zich niet tot haar eigen familiegeschiedenis? Die is weliswaar niet urgent, maar boeiend genoeg. Het lijkt alsof Hosman de actualiteit er met de haren bijsleept om haar tv-reeks een zweem van noodzakelijkheid te geven.

Nergens voor nodig – we hoeven niet allemaal zo dicht op het nieuws te zitten als Jelle Brandt Corstius -, en jammer bovendien. Door de veelheid aan verhaallijnen dreigt de familiekroniek hopeloos te verbrokkelen. Dat heeft deels ook met haperende verteltechniek en slordige montage te maken. Vaak worden verhalen niet goed afgehecht en personages slechts tussen neus en lippen door geïntroduceerd, waardoor je nauwelijks weet met wie we van doen hebben. Zelfs bij Hosmans moeder duurde het even voordat je doorhad dat het inderdaad om haar moeder ging. Het had ook een tante kunnen zijn. Waarom geen gebruik gemaakt van zoiets simpels als ondertitels?

‘Het Duitsland van mijn moeder’ houdt te weinig rekening met de kijker. Geïnterviewden komen onvoldoende tot leven, en er zijn niet genoeg signalen om te hopen dat het met de rest van deze serie (nog vier delen) wel goed zal komen.

We laten ons niet gek maken door IS

Ooggetuige Ferry Zandvliet vertelt over het bloedbad in theater Bataclan.
Ooggetuige Ferry Zandvliet vertelt over het bloedbad in theater Bataclan.

De hele zaterdag extra nieuwsbulletins, zowel op de publieke als de commerciële omroep. En telkens viel op hoe beheerst, verdoofd bijna, iedereen praatte over de IS-aanslagen in Parijs. De verslaggevers voorop. “Nog wat reacties?”, stelde een flegmatieke Xander van der Wulp voor toen premier Rutte nog niet klaar bleek voor zijn persconferentie.

Zijn Journaal-collega Ron Linker sprak vanuit de Franse hoofdstad bedaard over mogelijk nóg een terreuraanslag. Het bleek uiteindelijk om wat vuurwerk te gaan bij een bruiloft. Nu kun je zeggen: we verwachten van reporters niets anders dan kalmte, want het zijn professionals.  Maar ook de Fransen zelf gedroegen zich uiterst gelaten. “Ze maken een verslagen indruk”, aldus Saskia Dekkers in ‘Nieuwsuur’. ‘EenVandaag’-verslaggeefster Maaike Kempkes meldde dat veel Fransen naar de Bloedbank waren gegaan om bloed te geven voor de slachtoffers. Geen demonstraties, geen opstootjes, wel een pianist die ‘Imagine’ van John Lennon speelde bij  theater Bataclan, waar 89 doden vielen.

Geert Gordijn had het in ‘RTL Nieuws’ over Parijzenaars die kaarsjes brandden en huilden op straat.  Een Nederlandse ooggetuige vertelde in alle rust hoe hij het bloedbad in Bataclan had overleefd. “Eerst dacht ik dat het een rotje was, misschien hoorde het bij de show”, sprak deze Ferry Zandvliet. “Maar toen ging iedereen op de grond liggen, en zag ik drie gewapende Noord-Afrikaanse mannen. We zijn over dode mensen heengeklommen naar de nooduitgang.” Een Franҫaise had de Rotterdammer een slaapplaats aangeboden. “We hebben nog wat tv gekeken.”

Minister Koenders zei in een extra ‘Pauw’ dat drie Nederlanders gewond waren geraakt, van wie twee zwaar. Hij vermoedde dat ze er allemaal wel bovenop zouden komen. “Onze ambassadeur is inmiddels bij hen op bezoek geweest.” Suzan Yücel uit Amsterdam  zat er ook. Ik heb  haar wel in drie programma’s gezien. Ze wilde gaan eten in een van de restaurants die even later doelwit werden.  “Er was geen plaats, we moesten twintig minuten wachten. Toen zijn we maar aan de overkant wat gaan drinken.” Bij Jeroen Pauw maakte ze een opgeluchte indruk. Maar wellicht was ze ook een beetje bedwelmd door de shock.

De ferme taal kwam dit weekend van politici. President Hollande toonde zich vastberaden tegenover de moslim-terreur. En Mark Rutte verklaarde IS de oorlog. Met enige dramatiek memoreerde Frits Wester in ‘RTL Nieuws’ dat ’t voor het eerst sinds 1940 was dat een Nederlandse premier dat woord in de mond nam. Zijn NOS-collega Ron Fresen voorspelde dat over die ‘oorlogsverklaring’ nog wel een pittige Kamer-discussie zou volgen. Evenals over het bombarderen van IS in Irak. Zelf vermoedde hij dat het parlement meer dan ooit gemotiveerd zou zijn om die aanvallen te continueren.

De intocht van Sinterklaas in Meppel ging gewoon door.  Wel onthulde het Journaal dat vanwege Parijs de beveiliging was verhoogd. En die was sowieso  al hoog als gevolg van het Zwarte Pieten-debat, kun je nagaan. Safer dan zaterdag is de kindervriend waarschijnlijk nooit in Nederland gearriveerd. “Ik heb me geen moment onveilig gevoeld”, zei de Sint stoïcijns in ‘RTL Nieuws’. Ook de goedheiligman liet zich door IS niet gek maken.

Leven zonder privacy is een regelrechte hel

Begluurd tot op de wc. Tim wordt er gek van.
Begluurd tot op de wc, Tim wordt er gek van.

‘RTL Nieuws’ toonde een nieuw beveiligingssysteem dat kan achterhalen of we kwade bedoelingen hebben. De installatie hangt sinds kort in het uitgaansgebied van Eindhoven. Politie, gemeente en een IT-bedrijf houden het publiek aldaar constant in de gaten met als doel relschoppers vroegtijdig op te sporen.

De IT-baas legde uit dat de camera’s onder meer registreren of iemands loopgedrag afwijkt. Geluidsdetectoren meten daarnaast of iemand te hard zingt of schreeuwt. “En via de sociale media controleren we ten slotte wie met wie afspreekt”, vertelde de IT’er vrolijk. Is de optelsom verdacht dan zendt de computer meteen een alarmsignaal naar de politie.

Als kijker denk je: hoe kon het zover komen dat we geen greintje privacy meer over hebben? Wie heeft daarmee ingestemd? U? Ik? Zijn we straks al potentiële criminelen als we te hard lachen op straat, zoals een privacy-activist het in ‘RTL Nieuws’ formuleerde?

De schending van ons privé-leven is verder dan we in onze akeligste nachtmerries durfden dromen. En we hebben dat deels aan onszelf te danken. “Al die boodschappen op sociale media en apps zorgen ervoor dat we voortdurend zijn te monitoren”, sprak filosoof Marjolein Lanzing in ‘Super Stream Me’.

In die tv-reeks zien we een samenvatting van het experiment dat de VPRO’ers Tim den Besten en Nicolaas Veul met zichzelf uithaalden: twee weken lang dag en nacht online. Niets blijft ongezien: ontwaken, poepen, douchen, boodschappen doen, koken, op visite gaan, slapen. Gisteren in aflevering twee (van de vier) was het duo er al beroerd aan toe. Bij Tim was de vervreemding toegeslagen. “Mensen zwaaien naar de livestream. Over wie gaat dit? Ben ik de stream of ook nog iemand anders?”

Een Vara-journaliste die hem kwam interviewen wekte bij Tim regelrechte paranoia. “Jij komt binnen met een plan. Jij bent geïnstrueerd.” Meer dan Tim, die zoveel mogelijk met z’n normale leven probeert door te gaan, is Nicolaas de kijkers aan het pleasen. Hij is inmiddels gebroken. Huilend zat hij bij de therapeut. “Eigenlijk kijk je naar jezelf door de ogen van de kijkers. Je haalt allerlei toeren uit om bij hen in de smaak te vallen”, analyseerde de therapeut.

Een interessant experiment omdat, anders dan bij commerciële reality (waar we alleen stompzinnig gebabbel en geruzie zien), deskundigen ons bijpraten over het proces dat de deelnemers doormaken. “Er is voor deze jongens geen veilige plek meer waar ze rustig kunnen recupereren”, legde jeugdpsychiater  Theo Compernolle uit. “Daardoor zijn ze chronisch gestresst,  steeds in de alarmfase.”

Een andere deskundige haalde zelfs Primo Levi’s Auschwitz-ervaring erbij, wat natuurlijk vele bruggen te ver ging, al was de bedoeling duidelijk: privacy is meer waard dan het leven zelf.

Twitteraars maken het bestaan van Tim en Nicolaas er niet makkelijker op. Ze eisen meteen beeld als dat per ongeluk wegvalt of komen met holle frasen als: ‘doe gewoon je ding.’ Ik ben benieuwd of in de komende delen iets wordt gemeld over hoe ook het leven van de twitteraars verandert door het continu volgen van de livestreams.

Los daarvan krijgen we een indringend beeld van de hel die ons te wachten staat als onze privacy nog verder wordt opgeofferd.

Eerst nadenken, dan pas filmen

Meisje vertelt dat ze klaarkomen 'vet' vindt in 'Seks? Yes please!'
Meisje vertelt dat ze klaarkomen ‘vet’ vindt in ‘Seks? Yes please!’

Als ik het woord ‘steeds’ lees, ben ik altijd op mijn hoede. Zo ook bij het persbericht over de VPRO-docu ‘Sex? Yes please!’ “Het lijkt of de seksuele moraal steeds preutser en conservatiever wordt”, luidt de openingszin. Mijn eerste reflex is: waar halen ze dit vandaan, is er een onderzoek geweest? Het wordt niet uitgelegd. Het persbericht vervolgt met: “De maatschappij legt zichzelf met restricties van beeldtaal zelfcensuur op.” Weer die vraag: waar is deze conclusie op gestoeld? Immers, met internetporno en blootselfies op Facebook lijkt er juist meer seksuele ‘beeldtaal’ beschikbaar dan ooit.

Het heeft er alle schijn van dat de makers wat aannames uit de duim hebben gezogen om een rechtvaardiging te vinden voor hun documentaire. Echter, wat we te zien krijgen, zijn geen kuise jongeren, maar – zoals de titel al suggereert – precies het tegenovergestelde. Zou de boodschap zijn: zie deze jongeren eens in opstand komen tegen die ‘steeds preutser wordende’ maatschappij? Ook als dát de opzet was, is die mislukt. Nergens in de film wordt gerefereerd aan de aannames die de makers als basis presenteren.

Waarom doen ze zo moeilijk? Waarom zeggen ze niet gewoon: hierbij een documentaire over hoe hoger opgeleide, artistiekerige, deels uit subculturen afkomstige jongeren seks beleven? Helaas, die hele sociologische inkadering ontbreekt. We weten zelfs de namen van de jongens en meisjes niet. Wat daardoor resteert is een nogal willekeurige greep uit de veelkleurige seksuele ervaringswereld van jongeren. De één gebruikt een vibrator, de ander niet. De één is hetero, de ander gender-fluid. Aardig om te weten, maar wat moet je er mee?

Blijkbaar hebben de makers in een helder ogenblik ook zelf in de gaten gekregen dat hun aannames wel heel erg botsen met de praktijk. Het persbericht eindigt met een noot voor de redactie: “Toen we met filmen begonnen dachten we dat jongeren steeds preutser en conservatiever zouden zijn geworden, maar wat blijkt? Ze zijn juist vrijer dan ooit. Vrijwel alles kan en mag.” Tja, je kan natuurlijk ook eerst nadenken en researchen voordat je een documentaire maakt.

Waar wel goed over is gepeinst, is ‘Volgens Jacqueline’ (Vara). De opvolger van ‘Volgens Robert’ heeft een nogal pijnlijke voorgeschiedenis. De eerste reeks werd geschreven door Maria Goos en haar man Peter Blok, die tevens de hoofdrol (dokter Robert Finkelstein) speelde. Toen de Vara Goos om een vervolg vroeg, had Blok haar inmiddels verlaten. “We hebben nog geprobeerd ook de tweede serie samen op papier te zetten, maar dat ging niet”, vertelde Goos in ‘Pauw’.

Begrijpelijk, temeer daar beide reeksen draaien om huwelijksleed van de hoofdrolspelers (naast Blok Jacqueline Blom). Tot Goos’ geluk mocht ze de tweede serie schrijven vanuit het perspectief van de vrouw, Jacqueline dus. “Kon je zeker lekker wraak nemen op Peter”, suggereerde Jeroen Pauw. Dat was niet de bedoeling, verzekerde Goos. Ik ben geneigd deze begenadigde scenariste meteen te geloven. En na het zien van de eerste aflevering, waarin niet Peter maar Jacqueline voor schut staat (zo dronken als een Maleier), weet ik het zeker: Goos behoudt, ondanks alle persoonlijke leed, haar professionaliteit.

Geef dakloze Marc een baan bij de tv

Dakloze versus plaatsbekleder van Christus: interview in Rome.
Dakloze versus plaatsbekleder van Christus: interview in Rome.

Rob Trip zei het met verbazing: “Straatverkoper interviewt paus Franciscus.” ’Nieuwsuur’ deed er nog een schepje bovenop: “Wat geen journalist lukt, krijgt dakloze voor elkaar.” Het was het weekend van Marc, straatkrantventer te Utrecht, maar bovenal interviewer van de Heilige Vader. Binnen enkele uren groeide hij uit van anonieme thuisloze tot BN’er. En het ging hem nog goed af ook.

Tegen Lidwien Gevers (Journaal) bekende hij wel dat hij een beetje zenuwachtig was. “Bij de paus niet?”, wilde Gevers weten . “Nee, hij is een heel lieve man.” Maar ook bij de NOS sloeg Marc zich er goed doorheen. “Was je onder de indruk van de paus?”, vroeg Gevers. “Nee”, zei Marc, “eigenlijk niet. Hij stelt je heel erg op je gemak.” Met commercieel talent ventte Marc zijn krantjes uit: “Zonet in het Journaal en nu op straat: interview met de paus.” Volgens Trip waren de verkoopcijfers enorm.

Misschien komt dat ook door de kop boven Marcs coververhaal: Onze vriend in Rome. Goed gekozen, al is Marc, zo vertelde hij in het Journaal, zelf niet katholiek. Bij Jeroen Pauw nuanceerde hij die uitspraak. “Ik ben een klein beetje katholieker gewórden.” Hoe heet zoiets in de media? Voortschrijdend inzicht? In elk geval gaf Marc er blijk van razendsnel door te hebben waar het in Hilversum om draait: Geef ons heden onze dagelijkse quote.

En dat lukte dus zonder enige mediatraining. Kijk, dat Utrechts burgemeester Jan van Zanen, die het eerste paus-exemplaar in ontvangst nam, de tv weet te bespelen, dat snappen we. In ‘Hallo Nederland’ (Max) maakte hij meteen van de gelegenheid gebruik om te jammeren dat hij vier euro voor de straatkrant had betaald, terwijl die bij hem in de wijk maar 2,5 euro kost.

En dat Trouw-collega Stijn Fens als ex-KRO’er goed uit zijn woorden komt op tv, is ook logisch, maar een dakloze zonder achternaam uit Utrecht… Fens, die het interview mede mogelijk maakte, roemde de goede sfeer tijdens het vraaggesprek, en dat was voor een groot deel aan Marc te danken. “Ik denk dat de paus zich beter op zijn gemak voelt met een dakloze dan met een president”, sprak hij in ‘Hallo Nederland’. Kortom, het was gezellig geweest in het Vaticaan (en dat mag natuurlijk ook wel eens).

Wat exact in het interview staat, weet ik nog steeds niet, want het is niet online gezet (logisch, want dat remt de krantenverkoop) en Straatnieuws heb ik nog in bestelling. Marc maakte ons niet veel wijzer over de inhoud. Alles wat hij in het Journaal kwijt wilde was dat hij de kerkvorst had gevraagd of hij als kind al paus wilde worden. ‘Hallo Nederland’ wimpelde hij slim af met: “Als je alles wilt weten, moet je Straatnieuws kopen.”

Aan het eind van de avond dacht ik: deze man moeten ze een baan geven bij de tv. Marc heeft alles wat Hilversum nodig heeft: authenticiteit, veel levenservaring, geen autoriteitenvrees en een groot commercieel inzicht (RTL 4 of SBS 6 kunnen dus ook). Marc stelt de juiste vragen (misschien een beetje voor de hand liggend, maar dat zijn vaak de beste) en heeft contacten tot op het allerhoogste niveau. “Als de paus naar Nederland komt, ga ik pizza met hem eten”, zei hij. Op zo’n moment jubel ik: Gloria in excelsis Deo! Aannemen die man!