Monthly Archives: July 2015

Een Monument van Beschaving

Al bijna dertig jaar lang is ‘Zomergasten’in juli en augustus hét gesprek van de dag. Is het niet de gast, dan is het wel de presentator die de tongen losmaakt. Over de betoverende kracht van dit VPRO-programma schreef ik in oktober 2005 op verzoek van priester-dichter Huub Oosterhuis onderstaand verhaal in diens magazine Roodkoper.

De huidige presentator van Zomergasten, Wilfried de Jong.
De huidige presentator van Zomergasten, Wilfried de Jong.

Een televisie-gesprek van drie uur, wie zit dat nog uit in de zap-cultuur? Toch is Zomergasten al sinds de start in 1988 populair bij honderdduizenden kijkers. Wat is het geheim van dit VPRO-monument?

De kijkers van ‘Zomergasten’lijken gezegend met een subliem geheugen. Toen de VPRO-afdeling Backstage enkele maanden geleden peilde welke van de 80 Zomergasten die sinds 1988 de revue zijn gepasseerd op hen de meeste indruk hebben gemaakt, kwamen er al snel drie namen uit de bus: Pierre Janssen, Piet Vroon en Ischa Meyer. Kunstkenner en oud-AVRO-presentator Janssen trad in 1988 aan als de allereerste Zomergast, hoogleraar psychologie Vroon volgde in 1991 en Meyer was in 1992 aan de beurt. Welk mysterie gaat schuil achter een programma waarvan de gasten zelfs vijftien à twintig jaar na dato nog op het netvlies van de kijker staan gebrand?

De kracht van het programma zit allereerst in de unieke formule. Voorzover bekend bestaan nergens ter wereld programma’s die beeldfragmenten als uitgangspunt nemen voor een gesprek. Juist die fragmenten leggen dikwijls onvermoede kanten van de Zomergast bloot. Zijn keuzes ‘verraden’ een karaktertrek, een visie, een passie. Als strafrechtpleiter Wim Anker, een van de gasten van Connie Palmen afgelopen seizoen, eenvoudigweg had verteld dat hij fan is van Marianne Weber, waren de kijkers die ontboezeming een dag later waarschijnlijk al weer vergeten. Maar de combinatie van een ontroerde Friese advocaat bij beelden van een droevig lied over rode rozen beklijft, ofschoon er op de VPRO-burelen enig gemurmel viel te beluisteren over deze promotie van het levenslied in ‘vrijzinnige’ zendtijd.

Een minder recent voorbeeld. Pierre Janssen, een begenadigd vertelller, liet beelden zien van de Tour de France. Op zich niet bijzonder, maar ze wérden het door het bijbehorende verhaal. Janssen bekijkt het wielerevenement vooral om te genieten van het Franse landschap. Hij zoekt er zelfs zijn vakanties op uit.

Onder de 120 VPRO-leden die afgelopen juni een speciaal Backstage-evenement rond de drie populairste Zomergasten allertijden bezochten, waren er velen die zich de combinatie van dit beeld en dit verhaal feilloos wisten te herinneren. Ze waren blij dat ze het nu eens aan hun kinderen konden laten zien. De kijkers van ‘Zomergasten’zijn langzamerhand uitgegroeid tot een familie met eigen uitstapjes tijdens welke de favoriete gast opnieuw wordt bekeken, bediscussieerd en bewierookt.

Dat is nauwelijks verwonderlijk als men weet met hoeveel zorgvuldigheid de Zomergasten worden uitgekozen. Waarmee we zijn aangeland bij de tweede factor die dit programma tot een succes maakt. Reeds in het vroege voorjaar stelt de redactie – bestaande uit drie researchers, één beeld-, één eind-, één webredacteur en de presentator – lijstjes samen met mogelijke gasten. Daarna volgen vergaderingen waarin de kandidaten worden besproken. Bij de uiteindelijke keuze zijn drie vragen van belang: heeft de betreffende man of vrouw voldoende ‘beeldgeheugen’, beschikt hij over een eigen universum en is hij in staat om op een zeker abstractieniveau en met enige diepgang te spreken over zichzelf en zijn wereldbeeld? ‘In bijna ieder mens schuilt een Zomergast, maar niet ieder heeft een houdbaarheid van drie uur’, is een constatering die geregeld op de redactie valt te beluisteren.

Houdbaar of niet, elk jaar melden zich spontaan bekende Nederlanders die graag in het prestigieuze programma willen gloriëren. Dit seizoen waren het er een stuk of vijftien. De één loopt in de kroeg ‘toevallig’ een redactielid tegen het lijf, de ander pakt het omzichtiger aan door zijn uitgever ‘voor heel iets anders’ naar de redactie te laten bellen, waarbij tussen neus en lippen door zijn naam als mogelijke Zomergast moet worden opgeworpen. Helaas voor de gretigen, de keuze valt meestal niet op hen. Beter af zijn die getalenteerde Nederlanders, die in alle eenzaamheid hunkeren naar het verlossende telefoontje uit Hilversum en al jaren hun lijst met beeldfragmenten stilletjes op hun nachtkastje hebben klaarliggen, zoals Paul de Leeuw (Zomergast in 2003).

Paul de Leeuw, Zomergast in 2003.
Paul de Leeuw, Zomergast in 2003.

Aan de andere kant zijn er ook gasten die de redactie dolgraag wil hebben, maar die weigeren. Prinses Irene bijvoorbeeld. Dit seizoen nog bedankte de Belgische kardinaal Danneels, een van de papabili tijdens het afgelopen conclaaf. Danneels is overigens een van de weinige geestelijken die door ‘Zomergasten’is benaderd. Het programma lijkt vooral geïnteresseerd in auteurs en journalisten. Van alle 87 gasten die tussen 1988 en dit jaar hun opwachting maakten, vallen er 36 in die categorie. Wellicht zijn zij als geen ander in staat te reflecteren op Het Leven, ‘Zomergasten’dankt aan de oververtegenwoordiging van schrijvers wel de naam een entre-nous van de grachtengordel te zijn. Op nummer twee staan wetenschappers (14), waarbij de voorkeur uitgaat naar de alfa-richting. Op nummer drie prijken musici (6). Onderaan bungelen ondernemers (4), beeldend kunstenaars (3) en architecten (1). Ook politici (6) zijn niet razend populair. Omdat de redactie wil voorkomen dat kostbare zendtijd wordt gebruikt voor partijpropaganda, zijn slechts onafhankelijke politieke denkers welkom

Wie eenmaal genood is geweest in ‘Zomergasten’, mag rekenen op wekenlange post- en emailexplosies. Hirsi Ali (2004) ontving honderden reacties en het optreden van Van Agt (2003) genereerde een publiciteit als ware hij nog minister-president. Vooral Van Agts verhaal over Wim Kan hield dagenlang de vaderlandse media bezig. De cabaretier zou begin jaren tachtig in het diepste geheim de CDA-leider hebben gevraagd langs te komen in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag om zodoende een goede imitatie van Van Agt te kunnen instuderen. ‘Onzin’, riep meteen de volgende dag Frans Rühl, oud-medewerker van de cabaretier. Kan zou die imitatie begin jaren tachtig allang onder de knie hebben gehad. Van Agt heeft zich in die discussie nooit meer gemengd. Een mooie gelegenheid om een uitstapje te maken naar de Heilig Land Stichting. Van Agt, telefonisch: “Ik heb de waarheid gesproken en niets dan de waarheid. Ik ben uit de ellenlange formatie-onderhandelingen met Den Uyl en Terlouw geglipt om Wim Kan van dienst te zijn. Om niet op te vallen heb ik de achteringang van de schouwburg genomen. Corry Vonk heeft foto’s gemaakt en Kan bandopnamen.” De oud-premier is nog steeds verbaasd over de felle reacties die zijn onthulling teweeg bracht. “Zelfs al zou ik mijn verhaal hebben voorzien van krullen en arabesken, wat niet het geval is, dan nog valt mij het venijn in de media op. Wellicht mág het niet zo zijn dat Wim Kan en ik op goede voet stonden.”

Niet alleen de gasten, ook de presentatoren zijn vaak doelwit van felle kritiek. Freek de Jonge (1996) maakte er een ‘one man show van’, Wim T. Schippers (1997) ‘sprong van de hak op de tak’ en over Joost Zwagerman (2003) merkte een briefschrijver in de VPRO Gids sarcastisch op: ‘Leuk om te zien hoe Zwagerman zes avonden lang steeds door een andere presentator werd geïnterviewd.’ Waarmee we zijn aangekomen bij de derde factor die het kijken naar ‘Zomergasten’ tot een geliefd tijdverdrijf maakt: de gastheer/-vrouw.

Velen mogen zich geroepen voelen tot dit hoge ambt, slechts een enkeling is uitverkoren. Bij de selectie gaat het er niet eens zozeer om of de man of vrouw over journalistieke vaardigheden beschikt. Belangrijker is de vraag of hij de kunst van het converseren verstaat. Sommige presentatoren, zoals founding father Peter van Ingen – gastheer van 1988 tot 1995 -, beschikken over beide kwaliteiten. Connie Palmen daarentegen ‘onthulde’ in de voorgesprekken met de redactie dat ze van interviewen de ballen verstand had. Geen probleem voor ‘Zomergasten’. Het programma pretendeert veel meer te zijn dan een journalistiek product, waarin actuele vragenlijstjes van A tot Z worden afgewerkt. ‘Zomergasten’ is een ontmoeting van persoonlijkheden, een inkijkje in twee zielen, waarbij de actualiteit alleen wordt besproken voorzover de vertoonde fragmenten daartoe uitnodigen.

Peter van Ingen, founding father van 'Zomergasten'.
Peter van Ingen, founding father van ‘Zomergasten’.

Zo kon het gebeuren dat Connie Palmen het bekritiseerde TBS-beleid van minister Donner niet aan de orde stelde in haar gesprek met Wim Anker (720.000 kijkers), maar wel de scheidingen die Anker in zijn leven aanbrengt: het ‘abnormale’ van zijn werk (het verdedigen van moordenaars) en het normale van zijn dagelijkse leven (al 47 jaar met vakantie naar Slenaken), het loskoppelen van de persoon van de misdadiger en de misdaad, en het adoreren van Wiegel zonder VVD te stemmen. “Ben jij goed in het aanbrengen van scheidingen omdat jij je om je te ontwikkelen tot individuele persoonlijkheid hebt moeten loskoppelen van je tweelingbroer?”, vroeg Palmen zich af. Met dit soort vragen gaf de filosofe/schrijfster het programma een diepgang, die een puur journalistieke aanpak moeilijk had kunnen evenaren.

‘Zomergasten’ staat bij veel kijkers en programmamakers bekend als een Monument van Beschaving. De kijker kan zich eindelijk laven aan gesprekken die langer duren dan drie minuten en voor presentatoren en gasten betekent een optreden in deze avondvullende VPRO-show dat hun namen definitief worden bijgeschreven in de annalen van de televisiegeschiedenis. Ze mogen in hun vakgebied hun sporen dan al ruimschoots hebben verdiend, ‘Zomergasten’ is voor hen de kers op de slagroomtaart.

Met dank aan ‘Zomergasten’-redacteur Carine Eijsbouts en eindredacteur Peter van Ingen.

Bent u een hij, een zij of misschien een ‘fij’?

Carolien (l), 'vrouw sinds 2003': alleen lesbisch in het man/vrouw-spectrum.
Carolien (l), ‘vrouw sinds 2003’: alleen lesbisch in het man/vrouw-spectrum.

Het zou best eens een heel erg gecompliceerde uitzending kunnen worden, dat merkte je direct. Luister maar eens. “Er zijn vrouwen die man willen worden”, stak Cees Grimbergen van wal, “maar ook mannen die vrouw willen worden. En mensen die zich man noch vrouw of juist man én vrouw voelen.” De presentator van ‘Hollandse zaken’, keek ons ernstig aan, en wierp ons de vraag toe: “Zijn dit allemaal verrijkingen of is het bizar?”

Op de tribune zat een aantal kleurrijke figuren. Zoals Irina, in het roze gekleed, grijsblond lang haar, zorgvuldig opgemaakt. “Irina”, sprak Grimbergen, “jij schreef vorige week op Facebook: Ik presenteer me voortaan uitsluitend nog als vrouw.” “Zeker”, beaamde de oud-Wallstreet-bankier, “het gebeurde min of meer spontaan.”

Verder zat er Vreer. Vreer vindt zichzelf man noch vrouw en heeft zijn voornaam daaraan aangepast: een verbastering van ‘mevrouw’ plus ‘meneer’. Hij/zij had rood geverfd haar, droeg twee verschillende oorbellen en een korte broek. En we hadden Tanja, ‘een sekseneutrale studente journalistiek.’ Ze mocht vroeger niet basketballen. Vandaar. “Terreur!”, riep Vreer.

“Vreer, wat ben jij biologisch?”, probeerde Grimbergen. “Verkeerde vraag”, kapte Vreer hem af. “Nou ja”, herstelde de Max-presentator zich, “hoe ben je geboren?” Vreer: “Bij de geboorte is mij het mannelijk geslacht toegekend.” Een mededeling die in de studio insloeg als een bom, dat voelde je meteen.

Niettemin hield psychiater/columnist Esther van Fenema het hoofd koel. “Feiten worden tegenwoordig als aanstootgevend ervaren, maar heus, ik ben vrouw, dat is een biologisch feit, en ik ben er blij mee.”Dit zorgde toch voor enige verwarring onder het publiek. Je zag het aan Vreers gezicht. “Niemand wordt als man of vrouw geboren”, had hij even daarvoor nog gezegd. Zelfs Grimbergen, een zeer ervaren journalist, moest zijn best doen om niet te verdrinken in het genderneutrale moeras. “Ik ben een beetje bang dat ik vanavond hij en zij door elkaar ga gooien.”

En ja hoor, daar ging hij al. “Hoe is het met de seks bij mensen die zijn omgebouwd? Mag ik dat zeggen?”Nee, dat mocht hij niet zeggen. Carolien, ‘vrouw sinds 2003’: “Dingen zijn omgebouwd, mensen niet.” “Maar eh, je was vroeger toch een heteroman?”, zette Grimbergen door. “Dat ben ik nog steeds, als vrouw.” Van Fenema verzuchtte: “Oh, wat ingewikkeld!” En Irina: “Carolien, ben je niet gewoon lesbisch?”Carolien: “Alleen in het man/vrouw-spectrum.”

Grimbergen greep in: “Irina, wat ben jíj eigenlijk?”Irina: “Lesbisch.” Grimbergen: “Maar je hebt toch alles nog van een man?”Irina: “Klopt.”Grimbergen: “Dat vind ik nu zo verwarrend. Je bent vrouw geworden, hebt het mannelijk geslacht en noemt jezelf lesbisch.” Van Fenema: “Nu word ik duizelig.”

En toen moesten de genderneutrale wc’s, het schrappen van m/v uit het paspoort, het al dan niet plaatsen van tampon-automaten bij staan-/zittoiletten, en het verzinnen van een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord (‘fij’, suggereerde Carolien) nog aan de orde komen. “Kan een minderheid zulke aanpassingen afdwingen?”, riep psychiater Van Fenema ten einde raad. “Nog even, en we moeten Romeo en Julia gaan herschrijven!”Ja, wat zou ze denken van: Homeo en Julia?

Is er eigenlijk een mevrouw Aboutaleb?

Ahmed Aboutaleb te gast bij Wilfried de Jong.
Ahmed Aboutaleb te gast bij Wilfried de Jong.

We zouden de mens achter Ahmed Aboutaleb te zien krijgen, was ons toegezegd. Bij dat soort aankondigingen vraag ik me altijd af: waarom toch? Niets tegen de mens Aboutaleb uiteraard, maar is zijn publieke functioneren voor ons burgers niet vele malen belangrijker? Waarom toch steeds die ‘verhuman-interesting’ van politiek verantwoordelijken?

Maar goed, de keuze was gemaakt, en ‘Zomergasten’ beloofde ons ‘een Aboutaleb zoals we die nog nóóit hadden gezien.’ Aboutaleb zou wel een heel slechte politicus zijn als hij ondanks al zijn mens-zijn toch niet wat politieke uitspraken rondstrooide. En inderdaad: niet meer bouwen in Midden-Delfland, randgemeenten naar de gemeente Rotterdam en geen Nationale Politie. Internationaal pleitte hij voor herstelbetalingen aan Afrika.

En oh ja, hij zei ook nog iets over het gewicht van de stad als bestuursorgaan. Dat zou het belang van de staat gaan overschaduwen. De stadseconomie zou leidend worden met recyclebaar afval en maatpakken regelrecht uit de 3D-printer. De burgemeester van Rotterdam was overal op voorbereid, zei hij. En zo zag hij er ook uit: spits, alert en rap van de tong. Zelfs zijn imitatie van Simon Carmiggelt (’een helaas vergeten schrijver’) leek ingestudeerd.

Waar houdt de mens Aboutaleb zoal van? Nou, dat loopt nogal uiteen. Van Vader Abraham tot Arabische poëzie. We maakten kennis met de bloemrijke Arabische dichtkunst bij monde van de Syriër Adonis (door Aboutaleb in het Nederlands vertaald) en een Soedanese dichteres. De laatste trad op tijdens ‘Prince of Poets’, een soort Arabische ‘Idols’ voor dichters. “Ik ben voor de helft vervuld van duisternis”, declameerde ze. Een protest tegen de dictatuur in Soedan. Als kijker besefte je weer hoe prachtig verzetspoëzie kan zijn, een dichtvorm die we in het Nederland van na WO II zijn ontwend.

Aboutaleb gelooft erg in deze verzetspoëzie, vooral van vrouwen. De zachte krachten zullen volgens hem uiteindelijk winnen. Het Arabische feminisme moet daartoe nog wel krachtiger worden. De Arabische wereld wemelt immers nog van de dictators, wist Aboutaleb, en de culturele en wetenschappelijke ontwikkeling liggen er zo goed als stil. Ook zijn eigen geboorteland Marokko spaarde hij niet: een zeer gebrekkig parlement.

Ach, echte natuurlijke leiders waren er niet meer, vond Aboutaleb. Die waren met Gandhi en Mandela wel uitgestorven. Waarop een hele reeks open deuren volgde, van het belang van geweldloos verzet tot de veel te late erkenning van de Srebrenica-genocide.

En zo kabbelde het gesprek met gastheer Wilfried de Jong voort. Slechts heel af en toe veerde je op uit je stoel. Bijvoorbeeld toen Aboutaleb zich heel persoonlijk richtte tot Wilders. “Minder Marokkanen, zegt hij, maar betekent dat dat Wilders mijn vader gaat ophalen? Mijn vader is bang, en blij dat hij een tweede huisje heeft in Marokko.”

Hebben we de mens Aboutaleb beter leren kennen? Zeer ten dele. Hij is een ‘diepgelovig moslim’, met veel respect voor het christendom, maar we hoorden niet of zijn religie een rol speelt in zijn politieke handelen. Zelfs niet of de feministisch-gezinde burgervader een vrouw heeft. Of nageslacht. Wel heeft hij een zus. Die is arts.

Obama en Clinton: tv als emancipator

Obama pleit in Kenia, geboorteland van zijn vader, voor homorechten.
Obama pleit in Kenia, geboorteland van zijn vader, voor homorechten.

Een van de opvallendste politieke bekeringen van de afgelopen jaren is wel die van president Obama tot het homohuwelijk. Lange tijd wees hij zo’n verbintenis als belijdend christen af, daarna begon hij te aarzelen en in mei 2012 – tegen het einde van zijn eerste ambtstermijn – maakte Obama bij ABC News bekend dat hij om was.

En hoe? Eind vorige maand zette hij het Witte Huis zelfs in de kleuren van de regenboog, zoals de NOS ons liet zien. Obama vierde daarmee de uitspraak van het Hooggerechtshof dat het homohuwelijk in alle staten van de VS legaal is. Zaterdag toonde het Journaal de VS-president in Kenia. Ook daar pleitte Obama weer voor gelijke rechten. Hij vergeleek discriminatie van homo’s met racisme. Het 8 Uur Journaal zond er weinig van uit, maar Obama zei dit: “Wanneer een regering de gewoonte heeft mensen anders te behandelen, dan kunnen dat soort gewoontes worden overgenomen. Dat is het moment waarop vrijheid wordt aangetast.”

De toespraak werd live uitgezonden en door miljoenen Kenianen bekeken. President Kenyatta wees Obama’s oproep meteen van de hand. “Homoseksualiteit past niet onze cultuur”, zei hij, “gayrights zijn hier geen issue.”

Zoals Obama zich inspant voor homo’s zo doet zijn Democratische collega (en wellicht opvolger) Hillary Clinton dat voor vrouwen. Het Vlaamse actualiteitenprogramma ‘Terzake’ zond vrijdag een BBC-reportage uit over haar strijd, en nam daarbij als beginpunt het jaar 1995. Toen hield Clinton, destijds nog als first lady, op de Wereldvrouwenconferentie in Peking een vurig pleidooi voor vrouwenrechten.

Dat was dapper van haar – net zo dapper als Obama’s optreden in Kenia – omdat vooraf op de presidentsvrouw enorme druk was uitgeoefend om haar mond te houden. Clinton: “Het Congres wilde geen diplomatieke rel met China. Maar ik zei: ik ga hoe dan ook naar Peking.” Haar VN-rede werd historisch omdat niemand eerder in de geschiedenis vrouwenrechten zo duidelijk had gelijkgesteld met mensenrechten. “Nee tegen verkrachting, genitale verminking en gedwongen prostitutie”, riep Clinton. En daarmee doelde ze niet alleen op de Derde Wereld. “Want”, zegt ze tegen de BBC, “onrecht komt overal voor.”

Hoe is het nu, twintig jaar na dato, gesteld met de vrouwenrechten, vraagt de BBC zich af. Clinton is positief. “De VS let bij het verlenen van buitenlandse hulp erop of er wetten tegen mensenhandel zijn.”

Dat mag zo zijn, de politieke praktijk is weerbarstiger. Activiste Mona Eltahawy beschuldigt Clinton ervan in 2011 de opstandelingen op het Tahirplein in Caïro te hebben laten vallen. “Vrouwen eisten de publieke ruimte op die tot dan toe alleen aan mannen was voorbehouden, maar minister Clinton steunde hen niet.” De Democratische presidentskandidate ziet dat anders: “De betogers waren alleen klaar voor revolutie, niet voor het landsbestuur.”

Wat wel goed is gegaan: kraambedsterfte is gehalveerd, en net zoveel meisjes gaan naar school als jongens. Dat zal ongetwijfeld niet louter zijn te danken aan de tv-speech van Clinton, maar zeker is wel dat zij, net als Obama, de televisie gebruikt als voertuig voor emancipatie. Onderdrukte minderheden in de wereld zullen het meer dan ooit moeten hebben van de Democratische Partij van Amerika.

 

Prachtig monument voor Frank Sinatra

 

Frank Sinatra met Ava Gardner: "De seks droop van zijn gezicht af."
Frank Sinatra met Ava Gardner: “De seks droop van zijn gezicht af.”

Wat een heerlijke verwennerij: ‘Sinatra – All or nothing at all’. Gisteravond al zo’n kleine twee uur kijk- en luistergenot, en dan hebben we donderdag de tweede helft nog tegoed. Frank Sinatra zou dit jaar 100 zijn geworden, een mooie aanleiding voor een monument, moet documentairemaker Alex Gibney hebben gedacht.

In die missie is de Amerikaanse regisseur wonderwel geslaagd. Hij maakte een meerlagige film, die aan de hand van leven en carrière van Ol’ Blue Eyes tevens de geschiedenis van de VS in de twintigste eeuw belicht (racisme, WO II, Korea-crisis, Kennedy, burgerrechten), en daarbovenop van de Amerikaanse populaire muziek: van Sinatra’s inspirator Bing Crosby tot en met Bruce Springsteen. Alsjeblieft!

Maar laten we beginnen met Sinatra zelf. Ingenieus hoe Gibney diens leven eigenlijk twee keer beschrijft. Allereerst door collega’s, familie en vrienden over hem te laten vertellen (allemaal buiten beeld en volledig uit archief gecomponeerd). Daarnaast door synchroon Sinatra’s ‘afscheidsconcert’uit 1971 mee te laten lopen, dat de facto een samenvatting is van zijn hele (artiesten-) bestaan: van het prille ‘You make me feel so young’ tot het doorleefde ‘My way’.

‘All or nothing at all’, hier uitgezonden door de NTR, is geen hagiografie geworden. Sinatra’s drankzucht, overspel, driftbuien en maffia-banden, niets ontbreekt. De crooner windt er zelf geen doekjes om. “Soms was ik hele dagen in de lorum.” En over zijn woede: “Die heb ik nodig, maar ik bied altijd mijn excuses aan.” Over de maffia is hij minder open: allemaal niet waar. Dochter Tina doet niet zo geheimzinnig: pa zette de maffia in om Kennedy aan zijn zege te helpen.

Zijn legendarische rokkenjagerij ontlokt Sinatra’s eerste vrouw Nancy de ontboezeming: “Hij wilde elke aantrekkelijke vrouw bezitten. En hoe meer succes hij kreeg, hoe erger het werd.” Ava Gardner, een van Sinatra’s veroveringen, noemt ze een ‘rotwijf’. Verrassende openhartigheid, die je op de punt van je stoel brengt, maar die gelukkig niet leidt tot een human interest-achtige docu waarin de artiest langzaam achter de mens verdwijnt.

We leren iets over Sinatra’s zangontwikkeling: eerst een stem als een ‘sirene’ – woorden van The Voice zelf – , later een timing waarbij elk woord voor jou alleen gezongen lijkt. “Je moet geen haast hebben als je zingt”, leerde Charles Aznavour van zijn Amerikaanse collega. Zelf doceert Sinatra: “Nooit ‘ah’zingen, altijd ‘uh’. ‘Ah’doet niks.”

Het is een fijngevoeligheid die in scherp contrast lijkt te staan met Sinatra’s groffe taalgebruik (‘steek die hele Korea-oorlog maar in jullie aller reet’, schreeuwt hij tegen Washington). Aldus komt de entertainer uit de documentaire tevoorschijn als een vat vol tegenstrijdigheden: tegelijk bruut en ‘hofdichter van de eenzaamheid’ (zoals het zo mooi wordt geformuleerd), maffiamaatje en onrecht-bestrijder.

Over dat laatste: niet iedereen zal weten dat Sinatra in 1945 in een korte film waarschuwde tegen discriminatie. Als zoon van Italiaanse ouders wist hij daar alles van. Of dat hij een steunpilaar was van Martin Luther King. Ook deze eyeopeners maken Gibney’s muziekdocumentaire meer dan simpelweg een trip down memory lane. Wat ‘ie zeker óók is.

 

Nazi-groet suddert voort in Britse media

 

'Nazi-filmpje'leidt tot roep om openbaarmaking van alle Windsor-correspondentie.
‘Nazi-filmpje’leidt tot roep om openbaarmaking van alle Windsor-correspondentie.

In ons land was de Hitlergroet van de jonge prinses Elizabeth slechts een rimpeling in de nieuwsvijver: zaterdag een klein item in het ‘Journaal’. ‘RTL Boulevard’ wijdde er maandag zelfs geen woord aan.

In Engeland daarentegen raken de media er niet over uitgepraat. Het begon met de BBC. Die ging zaterdag uitgebreid in op de primeur van boulevardblad The Sun: een familiefilmpje van de Windsors uit 1933 waarin Elizabeth, toen zeven jaar oud, haar moeder en haar oom prins Edward de nazi-groet brengen.

Iedereen zag: dit is een dolletje van de Britse royals, in het jaar waarin Hitler aan de macht kwam. Dat was ook het commentaar van Buckingham Palace tegenover de BBC: “Een jong meisje, spelend met haar familie.” Maar nee, dat hadden we volgens Sun-baas Stig Abell helemaal verkeerd gezien. De man sprak over een onthulling van historische betekenis. “Niets ten nadele van de queen of de queen-mum, maar deze opnamen zeggen wel iets over de nazi-sympathieën van prins Edward.”

Maar daar hadden we dat filmpje natuurlijk niet voor nodig. Iedereen wist immers allang dat Edward en zijn vrouw Wallis Simpson de nazi’s bewonderden. Zou de scoop niet enkel en alleen draaien om de verkoopcijfers van The Sun? Gek toch dat zo’n voor de hand liggende vraag bij geen enkele BBC-journalist opkwam. In tegendeel. BBC’s royal correspondent Peter Hunt hielp The Sun zelfs nog een handje door te suggereren dat Elizabeth destijds weliswaar een kind was, maar haar moeder toch niet.

Interessanter dan dit gespeculeer, is de vraag hoe deze privé-opnames konden uitlekken. The Sunday Times kwam met een spannende theorie: Mohamed al-Fayed, vader van Diana’s minnaar Dodi, en outcast van de Windsors, zou ermee te maken hebben. Het zit zo: het filmpje (geschoten door Elizabeths vader George, maar met de camera van Edward) zou niet afkomstig zijn uit het privé-archief van Elizabeth – het was immers legaal verkregen, zei The Sun -, maar uit Wallis Simpsons Parijse villa, waarvan de inboedel, na haar dood in 1986, in handen kwam van Al-Fayed. De Harrods-baas veilde Simpsons bezittingen in 1998, en zou nu tevreden toezien welke schade het Heil Hitler-filmpje oplevert voor de familie die hij medeverantwoordelijk acht voor de dood van Dodi en Diana in 1997.

Onzin, riep een dag later Al Fayeds vertrouweling Michael Cole in The Guardian. Het filmpje had geen onderdeel uitgemaakt van de veiling. Hoe het dan wel zat? Niemand minder dan onze ‘eigen’ Evert Santegoeds suggereerde maandagavond de oplossing in ‘SBS Shownieuws’: “Het paleis heeft het fimpje vermoedelijk zelf per ongeluk naar buitengebracht. Er is veel vraag naar oude opnames omdat Elizabeth in 2016 90 jaar wordt. Tussen dat materiaal heeft het filmpje gezeten.”Zou het werkelijk?

Ondertussen gaat het in de Britse media steeds meer over de aristocratie die Hitler ‘a jolly good thing’vond. Had ook wijlen prinses Sophie, zus van prins Philip, en getrouwd met een SS’er, Hitler niet ‘geëntertaind’? Op 30 juli een docu over (o.a.) haar op Channel 4. Inmiddels klinkt de roep om openbaarmaking van alle correspondentie tussen de Windsors en de nazi’s luider en luider. Waartoe een speels familiefilmpje al niet kan leiden.

Herhalen is soms zo gek nog niet

'Dokter Deen', in de herhaling nog altijd goed voor een kleine hallf miljoen kijkers.
‘Dokter Deen’, in de herhaling nog altijd goed voor een kleine hallf miljoen kijkers.

Een lezer uit Bergen op Zoom alarmeerde mij over de vele herhalingen op tv. Hij telde zondag 14 juni op een totale publieke zendtijd van 58 uur maar liefst 27,5 uur aan reprises. “Dat is 47,5 procent”, schreef deze Trouw-lezer. “En het had nog erger gekund, aangezien NPO 3 die avond acht uur (!) besteedde aan Pinkpop.”

Je komt er zomers inderdaad in om: herhalingen. Zaterdag konden we op NPO 1 oude afleveringen zien van achtereenvolgens ‘Ik vertrek’(Tros), ‘Dokter Deen’(Max) en ‘Heer & Meester’ (ook Max). Op NPO 2 een herhaling van een VPRO-docu over Het Loo en van een EO-drama over Vincent van Gogh. Nieuw was wel het dilemma van Tijs van den Brink: maagverkleining of niet? Gezellig op de zaterdagavond wanneer je juist je eigen maag zit te vergroten met chips en bier.

Maar goed, is het erg al die herhalingen? Hooguit een beetje lastig. Omdat gidsen en omroepen het zelden aankondigen, krijg je vaak pas halverwege in de gaten dat je het programma al eerder hebt gezien (en, in mijn geval, gerecenseerd). Het overkwam mij eervorige zaterdag met een mooie Max-docu over Hotel Des Indes. Na twintig minuten ging het mij dagen en gooide ik het roer resoluut om: het wordt Mart Smeets.

Dat zijn zo de ‘probleempjes’ van de tv-recensent, maar ik vermoed dat de gewone kijker er minder mee zit. Want de publieke omroep komt al jaren ook tijdens de zomer met verse programma’s, waardoor er toch altijd iets nieuws te beleven valt (ook fijn voor de beroepskijker trouwens). Zo lanceerde KRO-NCRV deze maand op NPO 3 de serie ‘4JIM’. Het is een mix tussen reality en drama over zes jonge vrienden die de hele zomer feesten, nadat een van hen is behandeld voor kanker.

Inhoudelijk stelt de soap weinig voor (party’s en festivals), en de dialogen zijn van een aandoenlijke leegte (‘Kut, zeg!’, ‘Ja, ik ben fucking kwaad’), maar aardig is wel de experimentele opzet: kijkers mogen via de app filmpjes insturen, die in de reeks terecht kunnen komen. Vooralsnog kijken er weinig mensen: minder dan 100.000. Is dat de reden waarom de eerste vier afleveringen van deze kersverse soap al zijn herhaald?

Zou zomaar kunnen, want achter de Hilversumse herhaallust schuilt beleid. Het komt niet (alleen) door vakantie of geldgebrek. Evenmin door te weinig creativiteit of een teveel aan zendtijd. Nee, ze doen het bewust, voor u en mij. En dat niet alleen zomers, maar het hele jaar door.

Ooit babbelde ik erover met de NOS, en daar kreeg ik te horen dat in de overvloed van het aanbod (via tv en internet) menige serie verzuipt, waardoor een rerun voor veel kijkers helemaal geen rerun is. Sommige reeksen zijn, vertelde de NOS mij toen, in de tweede ronde zelfs populairder dan in de eerste. Of ze vinden nieuwe fans (‘Keeping up appearances’). Of, voeg ik daaraan toe, trekken nog steeds bijna een half miljoen kijkers, zoals eergisteren ‘Dokter Deen’(was ruim 1,5 miljoen bij de première).

Iedereen herhaalt, van BBC tot ITV, zei destijds NOS-netmanager Joop Daalmeijer. Anders gezegd: Hilversum wil verantwoord omgaan met uw belastinggeld. Een duur drama tegenover voetbal verdient in die visie een tweede kans. Als dat echt het denken is, doet de tv met haar reprises veel goeds.

Waar is de politiek in pensioenjungle?

Cees Grimbergen in de wereld van het grote geld.
Cees Grimbergen in de wereld van het grote geld.

In het kapitalisme worden winsten geprivatiseerd en verliezen gesocialiseerd, citeerde filosoof Ad Verbrugge pas Karl Marx in ‘Het filosofisch kwintet’. In ‘Zwarte zwanen’ , een tweeluik van Cees Grimbergen over onze pensioenen, werd de marxistische analyse herhaald. “Als het goed loopt met pensioenbeleggingen, dan krijgen de geldschieters hoge bonussen. Loopt het mis, dan draaien de gepensioneerden er voor op.”

Ik wil dat direct geloven, alleen kreeg ik maar geen vinger achter het tweede deel van Marx’ analyse. Immers, waar werd zonneklaar dat riskant gespeculeer met premies per definitie leidt tot lagere uitkeringen? Zijn er misschien andere, wél geslaagde beleggingen waarmee de tegenslagen zijn opgevangen?

Waarmee we meteen zijn aangekomen bij de zwakte van ‘Zwarte zwanen’ : we zagen alleen de mislukkingen. En Grimbergens wanhopige pogen om zich door de rijstebrijberg van beleggerstaal heen te eten. De nadruk op de onnavolgbaarheid van dat jargon haalde helaas af en toe de vaart uit de uitzending. Ondertussen weet ik nog steeds niet wat een swap is. En de belastingontwijking van beleggers bleef in de lucht hangen.

Toch ben ik blij met Grimbergens spitwerk, een vervolg op zijn eerste ‘Zwarte zwanen’ uit 2013. Ondanks een bijna volledig gebrek aan medewerking (steeds opnieuw werd de Max-journalist weggestuurd bij al die glimmende kantoren waar transparantie en ethiek zo hoog in het vaandel staan) haalde ‘Zwarte zwanen’ met zeer beperkte bronnen een aantal onwelriekende transacties boven water.

Zoals: Goldman Sachs (VS) fraudeerde met 5,4 miljard van Pensioenfonds Vervoer, waardoor het fonds uiteindelijk zo’n 250 miljoen euro verloor. Grimbergen wapperde trots met stukken die hij bij de Londense rechtbank had opgeduikeld. Gek genoeg deed ‘Vervoer’ geen aangifte. “Goldman Sachs is een respectabele partij”, verklaarde het fonds.

Verder: pensioengeld van Nederlandse meubelmakers – zeker zo’n 300 miljoen – is verdampt in het faillissement van Lehman Brothers. En dat terwijl Price Waterhouse Coopers aan dat faillissement één miljard pond verdiende en Lehman zelf na het bankroet voor 44 miljoen dollar aan bonussen uitdeelde. Maar ook hier is weer de vraag: wat betekende dit nu concreet voor de pensioenen van de meubelmakers?

De naakte waarheid is: veel van deze kunstjes zijn niet verboden. En beleggers hebben geen moraal. Zo is het de gewoonste zaak van de wereld om met pensioenpremies (goedlopende) bedrijven leeg te zuigen, daar veel geld aan te verdienen en de werknemers vervolgens te vertellen dat ze ‘helaas’ werkloos worden of loon moeten inleveren. Dat is wat er gebeurt wanneer private equity-fondsen zich met jouw business gaan bemoeien, iets wat V & D onlangs meemaakte. Grimbergen toonde schrijnende voorbeelden van de inmenging van deze ‘durfkapitalisten’.

Wat echter ontbrak, was de vraag: kan iemand hier iets tegen doen? Dat de vakbonden niets in de gaten hebben – iets wat ‘Zwarte zwanen’ glashard aantoonde – is al erg genoeg, maar waarom hoorden we niets uit de politiek? Grimbergen meent dat het aan de premiebetalers zelf is om met kritische vragen hun fondsen op het rechte pad te krijgen. Maar dat klinkt wat al te optimistisch.

Een uitzonderlijk wreed rouwproces

Ouders en zus van de bij vliegramp omgekomen Kim Verhaegh.
Ouders en zus van de bij vliegramp omgekomen Kim Verhaegh.

Veel herdenkingen dit jaar: 70 jaar Tweede Wereldoorlog, 20 jaar Srebrenica en één jaar MH17. De tv kiest daarbij veelal voor de menselijke invalshoek. Niet politieke kwesties staan centraal – uitgezonderd in de recente Argos-documentaire over Srebrenica – , maar de persoonlijke tragedie. Zo zagen we rond vijf mei films over kampslachtoffer Jules Schelvis,  de Joodse Raadvoorzitters Asscher en Cohen, en goochelaar Ben Ali Libi.

Nu, met de MH17, is het niet anders. ‘EenVandaag’ ging dinsdag over een Australische journalist die nabestaanden over de hele wereld zonnnebloemzaadjes stuurt. Hij deed destijds voor The Sydney Morning Herald verslag van de catastrofe, en ervoer de zonnebloemen op de rampplek als troost. Nu probeert hij die troost te verspreiden door zaadjes weg te geven. Gisteravond bezocht ‘EenVandaag’ de ontvangende partij.

Je zou kunnen zeggen: lekker makkelijk. Geen geopolitiek of schuldvraag, maar zonnebloempitten. Toch heeft deze werkwijze ook iets moois. Ze brengt  het drama, dat 196 Nederlanders het leven kostte, rechtstreeks in ons hart, via een medium dat daartoe als geen ander in staat is.

Michiel van Erp doet morgen, aan de vooravond van de officiële herdenking in Nieuwegein, precies hetzelfde. In zijn documentaire ‘MH17: Het verdriet van Nederland’, die ik dankzij de Vara vooraf kon zien, volgt hij drie families in hun rouwverwerking. Aanvankelijk had ik mijn twijfels of één jaar na dato niet te kort zou zijn voor een terugblik, maar die scepsis verdween snel. Want dankzij Van Erp dringt nu definitief de unieke gruwelijkheid van dit rouwproces tot de huiskamer door.

Het is afscheid nemen zónder, of met slechts enkele lichaamsdelen ván, de overledene. Dát, gevoegd bij een zeldzaam vertoon van massaal verdriet – wat we misschien voor het laatst bij het sterven van prinses Juliana zagen – dát maakt dit rouwproces zo onalledaags. Het zijn die twee elementen  – collectieve rouw en pijnigend wachten op lichaamsdelen uit Oekraïne – die Van Erp in zijn film heeft willen behandelen, zo begreep ik uit wat hij pas bij Eva Jinek vertelde.

Hij is daarin ruimschoots geslaagd. Waarom? Allereerst omdat Van Erp niet uit is op goedkoop sentiment. Uiteraard valt hier en daar een traan, maar als kijker krijg je het idee dat het om natuurlijk verdriet gaat, niet door de camera uitgelokt. Zo zien we een Aziatische man die zijn dochter verloor en bij wie biddend tot Allah een langgerekte snottebel onder de neus verschijnt.

Dat de man zich in de intimiteit van zijn gebed laat filmen, zegt veel over de methode Van Erp: het vertrouwen dat hij bij nabestaanden weet te kweken, maar ook op exact het juiste moment voldoende afstand nemen, zodat mensen zich niet begluurd voelen. Het lijkt op filmen in het voorbijgaan. Dat is het natuurlijk niet, maar zo komt het wel over, en daarom is het zo goed. Het liefst interviewt Van Erp mensen als ze doende zijn. Dat maakt het wat minder statig.

Toch heeft hij in deze docu, misschien meer dan in eerder werk, ook wel ‘officiële’ interviews. Een schoonmoeder vertelt: “We wachten nog op een aanvulling van Dave. Er is weinig van hem terug.” Op zo’n moment besef je dat Van Erp weer een monument heeft gemaakt.

Jazeker, het kan: heimwee naar Mart

'Studio Tour': praten in een steriele studio. Weg Franse sfeer.
‘Studio Tour’: praten in een steriele studio. Weg Franse sfeer.

Je mag het geloof ik niet hardop zeggen, maar ik heb heimwee naar Mart Smeets.  Ja, ga maar gillen, ga maar slaan. Ik zal u tegemoet komen. A: Smeets heeft een ego groter dan de hele Griekse staatsschuld bij elkaar. En B: zijn gedrag (en dat van Bert Wagendorp) in 2013 tegenover David Walsh, de Ierse journalist die Armstrongs dopinggebruik onthulde, was onheus en klein. Maar verder: wat een presentator!

Daarmee bedoel ik niet dat Gert van ’t Hof en Dione de Graaff de Tour de France slecht verslaan. Zij hebben hun eigen manier:  zakelijker, journalistieker, actueler.  Zweet op het voorhoofd, heet dat in NOS-taal. Niets voor niets zit het uitzendtijdstip van ‘Studio Tour’ (19.00 uur) veel dichter op de koers dan vroeger ‘De Avondetappe’ van Smeets (22.30 uur). Maar waar is het Franse chanson gebleven, dat eertijds zo rijkelijk klonk, waar zijn de glazen op tafel, de Franse landschappen, de châteaux, ja, waar is Frankrijk überhaupt? Beetje rare vraag misschien als het over een tourtalkshow gaat, maar ik moet hem wel stellen sinds ik elke avond een steriele Hilversumse studio zie met een bank vol pratende hoofden in plaats van een schilderachtige kasteeltuin gevuld met Smeets.

Weg is de Franse sfeer, weg de neiging om samen met Smeets een goede fles rode wijn open te trekken, weg de wielerromantiek met anekdotes en cultuur-historische context.  Ik heb een ‘Avondetappe’ van vorig jaar doorgekeken: Smeets voor de Nederlandse residentie in Parijs,  vertellend over de Franse film ‘Intochables’, die daar deels was opgenomen. Later een vooruitblik op het leven van Dalida, geboren in Egypte, groot geworden in Frankrijk. Ook als je geen sportfanaticus was, maar bijvoorbeeld wel francofiel, had je met Smeets een genoeglijk uur. Het enige wat nu nog van hem over is, is zijn rubriek ‘Vergeelde herinneringen.’

Het pijnlijke is dat de concurrentie wel uit Frankrijk komt.  Het Vlaamse ‘Vive le vélo’ bijvoorbeeld zond vrijdagavond uit vanaf Château de Vitré. We zagen mensen jeu-de-boulen en hoorden het chanson ‘Paris sera toujours Paris’ (oorspronkelijk Maurice Chevalier). ‘Tour du jour’ van RTL 7 had gekozen voor camping Indigo les Molières in Sillé le Guillaume, al bleek het voor presentator Wilfred Genee nog een hele toer om die namen goed uit zijn mond te krijgen. Misschien spreekt hij slecht Frans, of hij maakte een grap. Dat kan natuurlijk ook.

Erg informatief is die talkshow overigens niet. Veel gebabbel, en meer vragen dan antwoorden. Genee: “Renners worden steeds lichter. Waar ligt de grens?” Gast Frank Evenblij: “Geen idee.” Enzovoort. En Genee is natuurlijk geen Smeets.

Ik ben niet de enige die De Mart mist. Niemand minder dan mijn favoriete tv-predikant ds. Gremdaat heeft op YouTube een noodkreet geplaatst. “Mart kom terug!”, roept het alter ego van Paul Haenen. “Studio Tour’ is alleen maar vraag en antwoord, en gespeeld enthousiasme, terwijl ‘De Avondetappe’ ging over het leven zelf. Over hoop en verwachting, incasseren en verwerken, blijdschap en troost ”, vindt de dominee. “Bij jou, Mart, geen gladde talkshow, maar een echt mensen-programma. Je bent mens onder de mensen. En dat onder alle weersomstandigheden.”

Op zo’n preek zeg ik volmondig: Amen.