Monthly Archives: June 2015

En de tv-dandy van het seizoen is…

Sven Kockelmann, toonbeeld van verfijning.
Sven Kockelmann, toonbeeld van verfijning.

Opmerkelijk hoe snel de drie terroristische aanslagen van vrijdag uit het tv-nieuws verdwenen. Zaterdag ging ‘Nieuwsuur’ al weer over Grexit, en ‘EenVandaag’ had het over eenzaamheid. Zou het komen doordat twee van die drie terreuracties buiten Europa plaatsvonden? En die in Lyon ‘slechts’ één dode tot gevolg had?

Zo werkt dat met nieuws. Hoe verder van huis, hoe kleiner de importantie. Die regel geldt niet alleen voor verslaggevers, maar ook voor overheden. Zembla’ (Vara) herinnerde ons er  pijnlijk aan dat de WHO de Afrikaanse ebola-epidemie pas aanpakte nadat twee Amerikaanse zendelingen ziek waren geworden. Het was toen dag 225 van de humanitaire ramp.

Nu draait alles dus om het Griekse bankroet. Pas zagen we dat land door de ogen van George Harinck in ‘Om de oude wereldzee’. Die Ikon-reis, in de voetsporen van Abraham Kuyper, is inhoudelijk op deze plek al besproken. Daarom nu tijd voor een leuk detail, iets zomers, iets frivools: Harincks hoed. De presentator draagt zijn hoofddeksel werkelijk overal. Op straat, en bij de mensen thuis. Zelfs in de Heilig Grafkerk in Jeruzalem ging de hoed niet af. En om zijn hals bungelt steeds een sjaaltje.

Omdat ik de serie in haar opzet te weinig coherent vind, ben ik steeds meer op dat sjaaltje gaan letten. En spoedig gebeurde er iets vreemds met mij. Ik zag Harinck plots voor me toen hij veertig jaar jonger was. Ook weer met zo’n leuk sjaaltje. Een boerenbont exemplaar, als ik me niet vergis. Het was medio jaren zeventig op het atheneum in Kralingen, waar we beiden student waren, hij een klas hoger dan ik! Als ik me goed herinner werd zijn klas ‘Children of the Revolution’ genoemd, naar de hit van T. Rex. Een hoofddeksel droeg hij in die jaren nog niet. Maar ‘sjaalverslaafd’ was hij dus wel al.

De Harinck-hoed is tot en met de slotaflevering van gisteren een gimmick gebleven. Die enkele keer dat hij hem af had, raakte je in paniek. Waar is ‘ie? Oh gelukkig, hij ligt op het dashboard. Een ware tv-dandy is Harinck echter nog niet. Die ambitie heeft hij waarschijnlijk ook geenszins, anders had hij niet steeds met die rare bruine tas over z’n schouder gelopen. Een dandy let op elk detail. Zelfs zijn nonchalance is bestudeerd.

Veel dandyesker is Michael Schaap. In zijn prachtige VPRO-serie ‘De hokjesman’ (nu in de herhaling)  wandelt hij in driedelig bruin pak en een rood vlinderstrikje onze huiskamers binnen. Als een echte, traditionele antropoloog, à la Harrison Ford in ‘Raiders of the lost ark’.

Maar Sven Kockelmann (KRO) spant natuurlijk de kroon. Wat zou hij vanavond weer dragen bij de herstart van zijn ‘Oog in oog’? Zou ’t weer het grijs geruite pak met licht overhemd, bijpassend pochet, donkerblauw vest en blauwe stippeldas zijn? Een elegante combinatie, waarmee hij afgelopen maart zelfs zijn gast Jort Kelder, toch ook een heer, overtroefde. Kockelmann is, vermoed ik, een dandy in de oorspronkelijke zin van het woord: kleding als esthetisch statement tegen de gevestigde (burgerlijke) cultuur . Ook in zijn métier. Hij provoceert graag.

Daarmee is de KRO-ster onbetwist Hilversums dandy nummer één. En dat vrolijke nieuws mag in een tijd van Grexit en terreur ook wel eens worden verteld.

Liever gaan jodelen als je je teen stoot

De eenzame, uitzichtloze strijd van de Bond tegen Vloeken.
De eenzame, uitzichtloze strijd van de Bond tegen Vloeken.

Toen ik in 2010 met deze rubriek begon, zei toenmalig hoofdredacteur Willem Schoonen: “Je mag alles schrijven, zolang je maar niet vloekt.”Nu houd ik niet zo van vloeken, dus dat komt mooi uit, al moet ik eerlijk zeggen dat er mij wel eens eentje ontglipt, bijvoorbeeld als ik een heel erg tv-programma zie.

Eva Jinek doet het ook wel eens. “Ik ben zelfs berispt door de Bond tegen Vloeken”, bekende de KRO-NCRV-host. Bij haar te gast waren drie mannen van de Bond. Keurige heren uiteraard, één droeg zelfs een oranje das. “Wat moet ik zeggen als ik mijn teen stoot?”, vroeg Jinek. “Ik ga in zo’n geval jodelen”, antwoordde de das-man. De hele zaal lachtte. Musicalkoning Joop van den Ende riep zelfs euforisch: “Vanaf nu ga ik alleen nog maar jodelen.”

Beelden kwamen voorbij van een EO-documentaire over de Bond. We zagen een vrouw in een blauw t-shirt met daarop levensgroot: Fuck you very much. “Wilt u een rolletje pepermunt voor respect?”, vroeg een jonge medewerker van de Bond. “Nee, hoor”, antwoordde de vrouw, en maakte zich uit de voeten. “Ze lopen door, maar ze hébben het wel over ons”, zei de jongen optimistisch.

Ik kreeg sympathie voor de Bondsman. Zo’n uitzichtloze strijd en dan toch nog zó hoopvol. Maar er was nóg een reden waarom ik me vast voornam de documentaire, die enkele dagen later zou worden uitgezonden, te gaan bekijken: de tongue-in-cheek-achtige toon van de makers. Die klankkleur proefde je al uit dat ene fragment.

Ik werd niet teleurgesteld. De docu ‘De Bond tegen Vloeken’ is één prachtige mengeling van milde spot mét en empathie vóór de underdog. En dat terwijl het zo makkelijk was geweest om dit clubje orthodoxe-protestanten, die nog zingen op hele noten, weg te zetten als achterlijk, fundamentalistisch of  gevaarlijk voor de vrijheid van meningsuiting. Het had een pesterig, clichématig en vooral gemakzuchtig portret opgeleverd. Ongeveer zoals ‘PowNews’ het zou aanpakken, en het in de EO-docu overigens ook doet door een Bonds-medewerker toe te voegen: “Jezus Christus, wat is het koud!” Dat is kwetsen om het kwetsen. Zoals ook Geert Wilders het deze week weer niet kon nalaten met zijn Mohammed-cartoons. Zogenaamd allemaal vanwege de vrijheid van meningsuiting, jaja. (Geen hond overigens die deze zoveelste Wilders-provocatie serieus nam: het ‘Journaal’niet, noch ‘EenVandaag’ en ‘Nieuwsuur’).

Maar ik dwaal af. ‘De Bond tegen Vloeken’ dus. Niet alleen knap dat de makers (Luuk Bouwman en Maurice Trouwborst) de valkuil van het cynisme hebben vermeden, maar ook dat ze niet zijn doorgeschoten in het andere uiterste: propaganda (immers, bij de EO kan alles tegenwoordig). Het duo bewandelt een respectvol middenpad. Aan de ene kant: een Bond waar geen passant of journalist echt interesse voor heeft, en die kampt met een slinkende aanhang. Aan de andere kant: een blijvend heilig geloof in de eigen missie, en flexibel genoeg om de moderniteit te begrijpen; ook het tegengaan van pesten en discriminatie behoort nu tot het takenpakket. En verwijzingen naar de Bijbel worden schaars.

Wie de docu heeft gezien, kan alleen nog maar vol verwondering uitroepen: dat er nog zulke brave, goeiige lieden bestaan in deze lompe, onverschillige wereld!

De kerk in al haar glorie en zwakte

IJzersterke dialogen in 'Churchmen'. Hier kardinaal Roman.
IJzersterke dialogen in ‘Churchmen’. Hier kardinaal Roman.

Zondagavond na elven – lekker laat zodat niemand er ‘last’ van heeft – zendt de AvroTros een mooi Frans drama uit over de rooms-katholieke kerk. Waarom mooi? Omdat het de kerk laat zien in zowel haar grootsheid als kleinheid, en dat verpakt in ijzersterke dialogen.

‘Churchmen’ heet het drama, en het volgt vijf jongemannen die priester willen worden. Ze treden toe tot de kapucijnen in Parijs – de elite van de Franse Kerk -, waar de progressieve prior Étienne Fromenger de baas is. Rond hem ontspint zich een belangrijke dramatische verhaallijn. Hij ligt voortdurend overhoop met de geslepen, ijdele kardinaal Joseph Roman. De heren voeren ijzige gesprekken in de trant van: “Iedereen weet dat het kardinaalsgewaad u een maatje te groot is.” Waarop Roman: “Ik zal bidden dat God u niet te hard zal treffen.”

Waar gaat deze ruzie over? Fromenger, charismatisch en bot tegelijk, wil zijn Dag van de Roeping niet verplaatsen ten bate van Romans Actie voor de Armen. Het conflict loopt zo hoog op dat de kardinaal afreist naar de Eeuwige Stad om Fromenger te laten ‘wegpromoveren’ (‘laten we een onderzoek starten, we vinden altijd wel wat’). Zelf kan hij Fromenger niet aanpakken, omdat deze als prior van een kloosterorde direct onder Rome valt.

Gekonkel in het Vaticaan, ach we kennen het uit de media. Hier toont de serie de kerk in al haar kleinmenselijkheid. Maar tussen die benepenheid door schittert toch ook iets groots: belangenloze hulp aan de armen. Met dit laatste past ‘Churchmen’ geheel in de geest van Franciscus I, die bij de totstandkoming van de reeks (2012) overigens nog geen paus was.

Die glans blijkt ook uit de acceptatie van José als priesterstudent. Hij heeft een moord gepleegd en in de bak gezeten. Toch laat Fromenger hem toe tot de opleiding. José is tot nu toe mijn favoriete seminarist. Dat komt door zijn kwetsbaarheid en, hoe gek het in zijn geval wellicht ook klinkt, zijn oprechtheid. Eigenschappen die excellent tot uiting komen tijdens de gezamenlijke filosofie-colleges met seculiere studenten. Een aantal van hen wil, geheel in lijn met de Franse laïcité, de ‘zwartrokken’ eruit gooien. Maar dan staat José op en zegt: “Wat moeten wij als de echte wereld zich steeds aan ons onttrekt? Wij willen deeluitmaken van die wereld en ons door haar laten overweldigen.” José toont zich daarmee bewust van de marginale rol van de kerk in de moderne maatschappij. En tegelijkertijd laat hij de kerk op haar Paasbest zien: nederig, open, en menselijk in de nobele zin van het woord. Datzelfde beeld doemt op wanneer de depressieve seminarist Emmanuel opbiecht dat hij een mannelijke prostitué heeft bezocht. Het wordt hem vergeven.

De kracht van de serie is dat ze van de kerk en haar dienaren geen heiligen maakt: Raphaël tracht de rechtsgang rond zijn superrijke, frauderende familie te beïnvloeden, Yann heeft gevoelens voor een meisje en Guillaume is de zoon van een promiscue moeder. Vanuit die wirwar van menselijke emoties, en ondergedompeld in prachtige beelden van de katholieke rituelen en de studentikoze romantiek van Parijs, proberen de vijf hun persoonlijke weg naar God te vinden. Het is die eenzame worsteling die ‘Churchmen’ tot een pareltje maakt op de (te late) zondagavond.

Ook ik heb een bank, zoals ooit Eva Jinek

De tv-recensent van Trouw in vol bedrijf. Beeld: 'EenVandaag'.
De tv-recensent van Trouw in vol bedrijf. Beeld: ‘EenVandaag’.

Het is weinig soeps op tv deze zomermaand. Bovendien voelde ik me afgelopen weekend niet lekker. Daarom deze keer geen tv-kritiek, maar een blik achter de schermen van deze beroepskijker.

Welnu, ik kijk elke avond drie à vier uur televisie. Met het schrijven van een recensie ben ik minstens zo lang bezig. Dat komt doordat het verdraaid niet eenvoudig is om een dieper liggend verband te detecteren tussen ‘Zon, zuipen, ziekenhuis’ en ‘Nederland zingt’.

En toch probeer ik dat, want ik wil geen keutelige stukjes schrijven in de trant van dit en dat was op tv. Ik tracht in zo’n tv-avond een rode draad ontdekken, in de hoop u en mezelf iets nieuws te vertellen. Bijvoorbeeld: waarom komen deze programma’s  juist op dit moment, waarom passen ze  wel of niet bij de uitzendende omroep, welke nieuwe talenten moeten we in de gaten houden, wat zegt het tv-aanbod over Hilversum of over de tijdgeest? Vooral dat laatste vind ik interessant: de tijdgeest proberen op te sporen via de kleurentelevisie. Soms kom ik al schrijvende tot een andere slotsom dan ik aanvankelijk in gedachten had. Kan ik het hiermee eens zijn, vraag ik me dan bij de laatste zin af? Meestal wel,  gelukkig.

Er is nog een andere reden waarom deze stukjes met enige moeite het licht zien, en die ligt meer in het prozaïsche vlak. Vaak kan ik mijn eigen notities de volgende dag niet meer lezen. De oorzaak is dat ik niet voor de tv zít, maar lig (of zoals ze in mijn woonplaats Rotterdam zeggen: leg). Ik leg dus al schrijvend voor het toestel, en wel op een chaise longue die nog langer is dan ik: zo’n 2 meter 20. Eigenlijk een miskoop, want de rugleuning is zo laag dat je niet eens lekker rechtop kán zitten. Alleen mijn hoofd staat rechtop, de rest is plat. Ongeveer zoals je op een brancard ligt.

In die houding krabbel ik af en toe wat venijnige oprispingen op papier, zoals: ‘Oh, wat is dit weer vréselijk!’ of ‘wat een ongelooflijke ijdeltuit!’ Maar ook: ‘Hier moet ik van huilen’ en ‘zelden zulke prachtige tv gezien.’ De volgende ochtend lijkt mijn handschrift op Chinees. Dat betekent programma’s terugkijken op internet. Maar omdat niet alleen mijn ogen, maar ook mijn oren slechter worden (ik loop tegen de 60, daarenboven heb ik in mijn jonge, vruchtbare jaren te veel in discotheken gezeten) is het geluid van mijn laptop voor mij te zacht. Nog even en ik moet jonge collega’s vragen mee te luisteren. Een voorland zo gênant dat ik me telkens voorneem een nieuw koptelefoontje te kopen. Wat ik steeds weer vergeet.

Selecteren gaat nog steeds goed: Nederlandse zenders gaan voor buitenlandse, en publiek  gaat voor commercieel. In het geval van drama kies ik eerder voor Nederlands- dan voor Engelstalig drama. En bij documentaires vind ik het aardig u uit te leggen om wat voor genre het gaat: een historische docu, een auteursdocumentaire of een docusoap.

Als ik rond middernacht naar bed ga, weet ik zelden waarover ik de volgende dag zal schrijven. En die enkele keer dat ik het wel weet, teistert meteen Prediker 7:16 mijn hersenpan: ‘Gedraagt u niet al te wijs, waarom zoudt ge uzelf tot verbijstering brengen?’U begrijpt, het is een wonder dat het iedere keer weer lukt. Al vijf jaar lang.

De EO is een heel erg rare omroep geworden

Sylvia Voogel overstuur nadat de EO haar ten onrechte had uitgemaakt voor racist.
Sylvia Voogel overstuur nadat de EO haar ten onrechte had uitgemaakt voor racist.

Geen omroep die zo dol is op sensatie en ophef als de Evangelische Omroep. ‘The Passion’ serveert het geloof commercieel uit als patat met pindasaus, ‘Zo zijn we niet getrouwd’ levert naïeve en laaggeletterde (v)echtparen over aan de ondeskundigheid van Bastiaan en Tooske Ragas , en ‘Hufterproef’ zet een goedbedoelende vrouw te kijk als racist.

Belangrijke rol in de EO-verloedering speelt Skyhigh Tv, een productiebedrijf opgericht door vier (oud-) EO’ers, dat onder meer de twee laatstgenoemde programma’s maakt. De nieuwste rel gaat over ‘Hufterproef’, een realityshow die acteurs aanzet tot schofterig gedrag, waarna een verborgen camera de reacties van omstanders registreert.

Op 3 juni kwam ‘Hufterproef’uit een kledingshop in Almere, waar de verkoper (een acteur) een winkelende moslima (actrice) onverbloemd discrimineerde (‘doe die hoofddoek eens af’, ‘kom je hier stelen?’, enz.) Een echte klant, Sylvia Voogel, viel de verkoper ogenschijnlijk bij. “Je hebt gelijk”, zei ze. Maar die bijval bleek het resultaat van een uiterst foute montage.

Dertien dagen lang probeerde Voogel (51) haar recht te halen bij de makers. Tevergeefs. Uiteindelijk verscheen ze deze week huilend in ‘RTL Boulevard’, waar ze vertelde: “Dat ik die winkelier gelijk gaf ging over heel iets anders: over strengere maatregelen tegen diefstal.” Op de sociale media was de vrouw inmiddels bedreigd en uitgemaakt voor ‘vuile hoer’. “Heel mijn leven staat op z’n kop”, zei ze. “Het is zo gemeen allemaal. Ik ben helemaal geen racist. Ik heb het juist voor die moslima opgenomen, en haar getroost.”

Maar dát zond de EO niet uit. Heeft Skyhigh Tv de beelden bewust gemanipuleerd? Zou zomaar kunnen. Waarom anders wilde noch de EO noch Skyhigh Tv reageren in ‘RTL Boulevard’? Presentator Albert Verlinde meldde: “Ik heb Skyhigh Tv gebeld en kreeg te horen: we geven geen commentaar, want dan moeten  we medewerkers gaan beschadigen.” Hij concludeerde: “Ze hebben het opzettelijk zo gemonteerd.”

Het heeft er alle schijn van. Immers, waarom laat je, als het een vergissing is, die vergissing twee weken lang voortduren op internet? Voogels zoon Marcel deed direct na uitzending zijn beklag bij de EO en Skyhigh Tv. Maar dat hielp niets. ‘RTL Boulevard’onthulde waarom. “We halen het van internet af als u de zaak verder laat rusten. Wilt u dat schriftelijk aan ons bevestigen?”, citeerde Verlinde uit een mail van de makers op 4 juni. Maar Voogel bleek niet van zins zich het zwijgen te laten opleggen. Ook niet nadat een dag later, 5 juni, de gewraakte EO-uitzending, compleet met de  gemanipuleerde beelden, werd herhaald.

Pas afgelopen dinsdag, 16 juni, haalde de EO de ‘montagefout’van internet. En weer een dag later kwam de EO ten slotte met verontschuldigingen. EO-directeur Arjan Lock zei op Radio 1: “Skyhigh Tv heeft de klacht niet serieus genomen. Het valt wel mee, zeiden ze. Maar dit is echt een grote fout. Deze mevrouw verdient onze welgemeende excuses.” Als programma blijft ‘Hufterproef’ echter gewoon gehandhaafd. Soms vraag je je af of de EO zelf wel hufterproof is.

Ik kijk alleen nog naar de EO vanwege Tijs van den Brink, die ik zeer waardeer. Voor de rest is het een heel erg rare omroep geworden.

Hou toch eens op over dat homo-zijn van Rutte

Premier Rutte, altijd vlot en vrolijk.
Premier Rutte, altijd vlot en vrolijk.

Het begon al met het intro: Meer dan ooit is de vraag of Mark Rutte de rit zal uitzitten. Hoezo is dat ‘meer dan ooit’de vraag? Is het vandaag meer de vraag dan gisteren? En zo ja, wat is er dan gebeurd dat het nú meer de vraag is dan toen? Zo zie je maar, één zin in ‘Brandpunt Profiel’ is al goed voor een ongebreidelde hersenpijniging.

En daar kwam de tweede vraag al: Waarom weten we zo weinig van hem? Je zou net zo goed kunnen zeggen: Is het erg dat we zo weinig van hem weten? Immers, wie interesseert het dat Rutte in restaurant Saur graag een tongetje deelt met zijn vriend Koen Petersen, dat hij op wintersportvakantie altijd in een heel armoedig hotel zat met afbrokkelende muren en de wc op de gang, en dat hij nu naar een ander hotel gaat met karrenwiel-lampjes aan het plafond en gekookte eieren uitgeserveerd op formica tafeltjes?

Is dat écht wat we willen weten van onze premier? Wel als het aan Fons de Poel ligt. De ronkende KRO-anchor is er een ster in om van niets iets te maken. Hij ‘detecteerde’ al eens een ‘SGP-kalifaat’  in het Zeeuwse Reimerswaal, omdat daar een vloekverbod heerst en het zwembad ’s winters op zondag dicht is (die reportage maakt nu onderdeel uit van het digitale NPO-dossier ‘radicalisering’  – hoe belachelijk kun je je maken als publieke omroep?) Ook ontdekte hij dat GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver een snotneus is.

En nu dus dat Rutte een mens is die visjes in tweeën snijdt. En dat hij een ‘Tefal-politicus’ is, die met iedereen kan samenwerken. Maar dat wisten we al. En we wisten ook al dat hij vriendelijk is en menselijk en een ongeëvenaard debater. Het lijkt wel of bij De Poel de uitkomst van elk programma vantevoren vaststaat. Verrassingsloos vragen naar de bekende weg, en als dat niet volstaat dan hebben we altijd nog de dilemma’s: allemansvriend of solist, hard of zacht, sociaal dier of sluwe vos? Ziezo, die etiketten waren weer geplakt.

Ook hoorden we nog eens dat Rutte visieloos is. Of toch niet? Hier gebeurde iets geks. Het programma toonde recente opnamen van een Rutte orerend tegen het ‘grote, dikke ik’, en concludeerde dat de premier vast zo van leer trok omdat hij was geschrokken van zijn eigen visieloosheid. Grappig toch. Je plakt wat beelden aan elkaar en slaat ins blaue hinein aan het interpreteren.

Natuurlijk kwam ook nog even het ‘homo-dilemma’ om de hoek. “Homo, hetero of iets anders?”, poneerde De Poel (hoezo ‘iets anders’? Wil De Poel soms suggereren dat Rutte ’s nachts in dusters rondscharrelt?) “Geen idee, het doet niet ter zake”, antwoordde Telegraaf-commentator Paul Jansen. Geheel terecht. Die vraag gold twee decennia geleden nog als uiterst ongepast. Uit de kast komen of niet, het was een privé-zaak. Nu behoort de kwestie zo’n beetje tot het journalistieke standaard-repertoire.

Daarbij, hoe lang moet onze premier nog blijven ontkennen? Tegen Peter van der Vorst (RTL 4) zei hij in september 2012: “Ik ben geen homo.”Van der Vorst: “Toch blijven ze het beweren.”Rutte: “Alleen omdat ik geen vrouw heb.””En je broer?”, luidde Van der Vorst zijn vraag in, “die is immers aan aids gestorven?” “M’n broer waarschijnlijk wel”, dacht Rutte. Maar hij dus niet.

Ik zou zeggen: Duidelijk zo?

 

Oh, ‘Koefnoen’, wat doe je nu?

'Koefnoen'op comedytoer in Dubai.
‘Koefnoen’op comedytoer in Dubai.

Op het Nipkowfeestje vorige week liep ik Pieter Klok van Human Factor TV tegen het lijf. Hij produceert populaire programma’s zoals ‘Zondag met Lubach’(VPRO) , dat een eervolle Nipkow-vermelding kreeg. Maar ook Avro’s ‘Koefnoen’, winnaar van de Zilveren Nipkowschijf in 2006.

“Koefnoen stapt toch niet van de typetjes af, hè?”, vroeg ik Klok een beetje ongerust. Mijn zorg  was ingegeven door een bericht over concurrentie van ‘De Tv Kantine’(RTL 4). De producent stelde mij gerust. “Bij RTL 4 zijn de typetjes leidend en bij ons het verhaal eráchter. In die zin dus geen concurrentie.” “Maar”, voegde hij eraan toe, “scriptschrijvers en acteurs waren wel toe aan iets anders.” En dat is ‘Koefnoen presenteert’geworden. De producent legde uit: “In zo’n comedy-reeks met telkens één thema kun je de karakters beter uit de verf laten komen.”

Daarmee zal het oude ‘Koefnoen’niet verdwijnen, verzekerde Klok mij. En dat is maar gelukkig ook, want de spin-off valt tegen.  De aanblik is duur en verzorgd – gelikte computer-animaties, prachtige kostuums en mooi gefilmde locaties – maar waar zijn de grappen? Neem de uitzending van dit weekend. Eén keer kunnen lachen.  Om een wel heel erg slechte cabaretier, in een klucht losjes gebaseerd op Shakespeare’s ‘The merry wives of Windsor’.

Als er weinig grappen zijn, kunnen alleen amusante karakters een comedy nog redden. Klok had het op de Nipkow-party over karakterontwikkeling. Maar juist daar gaat het nieuwe ‘Koefnoen’ mank.  Om een sterke karakter-gedreven comedy te maken, moet je de personages elke aflevering laten terugkeren, zodat je, bij gebrek aan grappen, in elk geval met hén iets krijgt. Maar nee, we zien elke week andere personages. Hierdoor blijven het flat characters en is de kans op een goede character-driven comedy verkeken.

Jammer, want als idee is ‘Koefnoen presenteert’ prima:  een zedenschets van het moderne Nederland (eigenlijk wat de makers altijd al deden).  Af en toe veer je zelfs op uit je stoel als je een bizarre actualiteit herkent (eervorige week bijvoorbeeld de toyboy van Onno Hoes). Ook leuk is de vermenging van genres: comedy met ‘echte’programma’s als ‘SBS Shownieuws’ en het ‘Journaal’(eveneens eervorige week).  Maar de uitwerking is vaak te plat. En te geïmiteerd.  Bij de toyboy-uitzending had ik het idee dat ik naar een slechte kopie van ‘Little Britain’keek.

Laten Owen Schumacher en Paul Groot maar snel terugkeren naar hun typetjes uit ‘Koefnoen’. Dáár ligt hun talent: gelaagde satire op de tijdgeest in korte, rake sketches. Juist díe kracht zijn ze nu aan het verspillen.

Ook de Goereese cabaretier Richard Groenendijk is nieuwe wegen ingeslagen. Althans op tv. Zijn theatercreatie Jopie Parlevliet is nu elke zaterdagavond te zien bij RTL 4. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet iedereen in een jurk grappig vind, zelfs niet als het een man is. Maar Jopie geef ik het voordeel van de twijfel. Ze is niet zo vals, glamoureus en showy als de ‘Australische huisvrouw’Dame Edna, op wier shows Jopie duidelijk is gebaseerd, maar Groenendijk komt met zijn/haar in Rotterdams accent gegoten pikante grappen over echtgenoot Anton,  Viola Holt en ‘Vijftig tinten grijs’ een heel eind.

 

Teheran wint van Holland en Madrid

 

De Zilveren Nipkowschijf voor Thomas Erdbrink, hier samen met zijn vrouw Niusha Tavakolian.
De Zilveren Nipkowschijf voor Thomas Erdbrink, hier samen met zijn vrouw Niusha Tavakolian.

Het was een nek-aan-nek-race, maar uiteindelijk ging ‘Onze man in Teheran’(VPRO) deze week met de Zilveren Nipkowschijf, de jaarlijkse prijs van tv-critici, naar huis. De reportagereeks van Iran-correspondent Thomas Erdbrink won nipt van de twee andere genomineerden: ‘Hollands hoop’(NTR/Vara/VPRO) en het ‘Sinterklaasjournaal’(NTR). Een beetje appels met peren vergelijken misschien, maar toch kun je, denk ik, elke kandidaat ook op zijn eigen kwaliteiten en in zijn eigen genre beoordelen.

Zo viel ‘Onze man…’als documentaire op doordat de makers (naast Erdbrink regisseur Roel van Broekhoven) ‘al onze vooroordelen en vaststaande beelden aan flarden scheurden’, zoals het juryrapport meldt. Ik citeer: “In een knappe verweving van reality-tv – Erbrink met zijn Iraanse vrouw, zijn schoonfamilie en vrienden – en journalistiek zien we een Iran zoals we dat nog nooit hebben aanschouwd: het land waar niets mag, maar alles kan, zoals de ondertitel luidt.”

Om maar eens wat te noemen: vrouwen scheiden en vinden daarna een eigen huis, mannen in het zwembad praten niet over de Koran, maar over dames (zoals vermoedelijk de meeste mannen in de meeste zwembaden) en niet alle inwoners van Teheran wensen Israël en de VS naar de hel. Onvrede en frustratie over het eigen bestaan spelen in de haat-ideologie een grote rol mee, “Bovendien”, vertelt Erdbrink in zijn serie, “roepen ‘slechts’vijfduizend mensen dood aan de VS, en die zien we telkens op tv, terwijl Teheran twaalf miljoen inwoners telt.”

‘Onze man…’was ook mijn eigen keuze als jurylid. Waarmee niets ten nadele van ‘Hollands hoop’of het ‘Sinterklaasjournaal’. ‘Hollands hoop’is als drama-productie ‘bijzonder rijk en gelaagd’, vindt de jury. “Een psychothriller, scènes uit een huwelijk, een coming of age-comedy, een vader-zoon-buddy-movie, een streekroman en een Balkanmusical tegelijk.” Of, in een notendop samengevat: “Een enerverende en gelijktijdig absurde tocht in een dramatische achtbaan.” Mag ik een persoonlijke noot toevoegen? Vermoedelijk bedwelmd door de spanning recenseerde ik dat zelfs achter het gemanoeuvreer van Machteld (Kim van Kooten) met haar mobieltje onheil zou kunnen schuilgaan. Maar dat onhandige gehannes was slechts een poging om op het uitgestorven Groningse platteland bereik te zoeken, zo werd mij later duidelijk.

De derde kandidaat, het ‘Sinterklaasjournaal’, ontstijgt, vind ik, ruimschoots het kinderamusement door de vermenging met het maatschappelijk debat over Zwarte Piet. Speels en ogenschijnlijk terloops heeft Dieuwertje Blok afgelopen najaar via de kinderen de Pieten-discussie in de huiskamer gekregen. Met witte Pieten en zwarte Sinterklazen (‘opa Piet’), maar nooit irritant opdringerig of avantgardistisch. Kijk, zo kan het ook, lijkt Blok veeleer te willen zeggen, zonder de ouders voor te schrijven hoe ze het kinderfeest moeten vieren. Het mag zwart/wit, maar ook veelkleurig als de regenboog. Blok verwoordde het in ‘DWDD’zo: “Kinderen geloven dat alles kan, dus ook clownspieten of opa Pieten. Het ‘Sinterklaasjournaal’heeft licht en ruimte gebracht in de discussie en getoond wat je met een beetje creativiteit kunt bereiken.” Beter dan de presentatrice zelf kan ik het niet verwoorden.

 

 

Alles beter dan Groningen

Projectleider Roelof Noorda bidt met zijn vrouw Willy voor de toekomst van Ulrum.
Projectleider Roelof Noorda bidt met zijn vrouw Willy voor de toekomst van Ulrum.

Tv werkt als de Wet van Murphy. Is er eenmaal een defect geconstateerd in een organisatie, dan moet álles wel mis zijn. En zo volgen berichten over weer nieuwe problemen elkaar in hoog tempo op. Door zo eenzijdig in te zoomen op haperingen, lijkt er na verloop van tijd niets meer te deugen van een organisatie. Terwijl er toch ook genoeg goed moet gaan.

Groningen zit op het moment gevangen in zo’n journalistieke tunnelvisie. Sinds de aardbevingen zien we over die provincie alleen nog maar ellende. Niet alleen trillingen, nee ook armoede, werkloosheid en misdaad tieren er welig. En inteelt en ongezonde leefstijlen, voegde de EO daar in januari nog aan toe. Twee verslaggevers streken niet minder dan een half jaar neer in Oude Pekela. Het resultaat was pover: een wietplantage en een ingegooid ruitje (bij het EO-duo zelf), dat bleek zo’n beetje de enig zichtbare criminaliteit.

En dat kapotte raam had het EO-tweetal vermoedelijk nog aan zijn eigen gedrag te wijten ook. Wanneer louter probleemlijstjes je leidraad zijn en je slechts op zoek lijkt naar ‘bewijzen’die de nare cijfers ondersteunen, maak je je natuurlijk niet geliefd. De EO’ers werden subiet het dorpscafé uitgegooid. Terecht waren burgemeester en inwoners woedend op de Evangelische Omroep.

Minder vooringenomen was ‘De brief van de burgemeester’(NCRV) in oktober vorig jaar. Maar ook hier ging het weer over problemen, en wel zéér vergezochte: een bewoner in Finsterwolde die nooit opendeed en een andere dorpeling die alles en iedereen filmde. Zit een provincie eenmaal in een negatieve spiraal, dan wordt álles nieuws, zo bleek ook hier weer. Gelukkig had maakster Marlou van den Berge gevoel voor ironie. De Eigen Kracht Conferentie, georganiseerd en betaald door burgemeester Pieter Smit, filmde ze met tongue in cheek. De bewoners bleken verdraaid moeilijk bij hun eigen kracht te kunnen komen.

Nieuwste strofe in de Groningen-litanie is ‘Koppig dorp’. Andermaal een EO-productie, maar dit keer gefilmd met open blik en daardoor een mooie genoegdoening voor ‘Oude Pekela’. We zagen de inwoners van Ulrum in gevecht voor het behoud van hun supermarkt. Natuurlijk ook weer gegoten in een gesubsidieerd project: ‘Ulrum 2034’. De Spar had er weinig aan. Want, wat deden de Ulrummers – projectleider Roelof Noorda voorop? Ze haalden hun boodschappen massaal in het naburige Leens.

Zelfs een sokkenbrei-plan van een Amsterdamse kunstenares (‘voor elk verkocht paar sokken een Spar-tegoedbon’) kon de winkel niet redden. We zagen beelden van een macabere schoonheid. De alleenstaande supermarktbaas Marcel Vogelzang, ’s avonds zijn frustraties afreagerend met een agressief computerspel: winkelier wordt doodgeschoten en beroofd  door overvaller. “Ik moet toch ergens mijn negatieve energie kwijt?!”

‘Koppig dorp’nam ons mee naar een voorbij gewaande wereld van (vergeefs) tikkende breinaalden  (sokken in de kleur van de Ulrummer vlag), wandkleedjes met ‘Uw koninkrijk kome’ en een gospels neuriënde projectleider Noorda. Filmisch prachtig gemaakt, maar het ging wel weer over leegloop en verval in Groningen. Problemen waarmee vele provincies kampen, maar waar het noorden, dankzij Hilversum, nu even het patent op heeft.