Monthly Archives: March 2015

Altijd weer die angst

Ter ere van Frank Houtappels, scriptschrijver van ‘Schaep ahoy’ (KRO), hierbij een interview dat ik in april 2009 met hem hield voor Broadcast Magazine.
Riek (Jenny Arean) en scheepsjongen Barend (Guy Clemens) in de stuurhut.
‘t Schaep Ahoy’, morgenavond weer op tv.

Hij groeide op in Noord-Limburg, maar wist als puber al dat hij naar de grote stad wilde. In Amsterdam groeide hij uit tot een begenadigd toneel-, film-  en tv-schrijver. Frank Houtappels:  “Altijd weer die angst dat het compleet uit je handen klettert.”

Frank Houtappels (1968) schiep samen met Joan Nederlof  Hertenkamp (VPRO),  bewerkte het script van ’t Schaep met de vijf pooten (KRO) en schreef daarna ’t Vrije schaep. Tevens is hij een van de tekstschrijvers van Gooische Vrouwen (RTL 4) en Koefnoen (AVRO). Maar hij begon ooit als toneel- en tv-acteur. Het interview vindt plaats kort na de première van Houtappels nieuwste toneelstuk Hotel Atlantico over vier homoseksuele boezemvrienden op vakantie in Portugal..

Wanneer wist je zeker dat je acteur wilde worden?

“Dat is nooit een bewuste keuze geweest. Ik ben opgegroeid in Weert en was als puber maar met één ding bezig: zo gauw mogelijk naar de grote stad. Ik heb daar mijn studie op uitgezocht.  Het moest iets creatiefs zijn, dat stond vast. Uiteindelijk werd het de toneelschool.”

Waarom wilde je zo graag weg uit Weert?

“Ik was homo en dacht: I’m the only gay in the village. Een eenzaam gevoel, hoewel ik niet kan zeggen dat ik een ongelukkige jeugd heb gehad. Ik kom uit een warm nest. Mijn ouders maakten van mijn homoseksualiteit geen probleem.”

Misschien werd je acteur omdat je na je `onzichtbare’ homo-jeugd wilde opvallen?

“Ik wilde zeker in the spotlights staan, maar of dat daarmee te maken heeft…  Het acteurschap vloeide meer voort uit mijn voorliefde voor zingen.  Als jongen zat ik op het kerkkoor en bij Johnny Hoes, die in Weert zijn studio had, zong ik voor het schlagerfestival de kinderstemmetjes in.  In het Duits, jawel.  We zongen met drie kinderen, maar onze stemmetjes werden gedubt zodat het leek of er een compleet kinderkoor optrad. Ken je Wij zijn twee vrienden van Dennie Christiaan met de Marsipulami?  Dat ‘hoebahoebahoebahophophop’  ben ik.”

Je hebt aardig wat toneel- en tv-rollen gespeeld, maar bent geen acteur gebleven. Was je niet goed genoeg?

“Ik maak mezelf heel graag wijs dat als ik me ertoe had gezet,  ik een groot acteur had kunnen worden, maar ik vond schrijven interessanter.  Ik kon me met mijn pen ook beter onderscheiden, vermoedde ik. Bovendien was het heel vervelend om altijd maar te moeten wachten op telefoontjes. Je had in die tijd één groot castingbureau, Kemna Casting. Speciaal voor hen schafte je een antwoordapparaat aan.  Mijn debuut  – ik zat nog op de toneelschool –  was overigens niet onverdienstelijk. Het was een mimevoorstelling van Nieuw West en tijdens het repeteren viel voor mij langzamerhand alles op zijn plek.  De repetitieperiode was aanvankelijk rampzalig.  Schrijver Rob de Graaf had zijn stuk niet op tijd af voor de eerste try out en mij werd steeds verweten dat ik `niets van mezelf liet zien’.  Bij de  try out dacht ik: dikke schijt, ik doe gewoon alsóf ik mime kan spelen en alsóf ik kan dansen.  En het lukte. Voor mij stond vanaf dat moment vast: Als je acteert hoef je niet per se het hele drama te herleven.”

Terwijl ik  nou juist altijd dacht dat je je diepste zelf moest laten zien.

“Ik ken die verhalen. Op de toneelschool  maakten we kennis met  method acting van de Russische regisseur Stanislavski, waarbij je als acteur moet putten uit zelf ervaren belevenissen en stemmingen.  Ik ben niet van die school. Acteren begint met gêne overwinnen en jezelf aanpraten dat je het kan.  Ach, over de kunst van acteren is eigenlijk geen zinnig woord te zeggen.  De één doet maar wat en het ziet er altijd beeldig uit en de ander moet honderd toeren uithalen en het is nog niets. Mijn leraar op de toneelschool Ton Lutz zei altijd:  Acteren is denken.  Je moet je rol denken. ”

Je had graag klassiek toneel gedaan, met name Tsjechov.

“Klopt. Ik baal ontzettend dat het er nooit van is gekomen, want ik heb een heel  goede tekstbehandeling.”

Je hebt een voorliefde voor de rol van Trepljov, de jonge toneelschrijver uit De Meeuw van Tsjechov. Trepljov worstelt in dat stuk met zijn schrijverschap. Herkenbaar?

“Nee. Het schrijven gaat me vrij makkelijk af. Natuurlijk moet je, nadat je een eerste versie op papier hebt gezet, voortdurend schaven en bijpunten, maar dat vind ik alleen maar leuk. “

Mis je de spotlights van het acteren?

“Geheel niet. Ik hoef niet herkend te worden op straat. Liever niet zelfs. Wat ik veel belangrijker vind is dat ik waardering krijg als vakman. Dat men na het zien van een tv-serie of toneelstuk zegt: Dat was een echte Houtappels. Zoals een echte Maria Goos wordt herkend.”

Is er ooit een moment dat je tevreden bent over een script?

“Niet als je het inlevert, dan ben je altijd onzeker.  Maar als het eenmaal  wordt gerepeteerd en je ziet dat de regisseur je tekst intact laat en erop vertrouwt, zoals Kees Prins bij mijn laatste toneelstuk Hotel Atlantico heeft gedaan, dan ben je tevreden. Maar er komt steeds weer een moment dat je denkt:  Kut, ik had het anders moeten doen.  Ik zorg er altijd voor dat ik tijdens de eerste twee weken van de repetitie op vakantie ben.  Dan kunnen ze rustig zeggen: wat een rotstuk, wat moeten we hier mee? Ja, zo gaat dat, ik ben zelf acteur geweest.  Bij de eerste lezing vinden acteurs het stuk prachtig, maar dan moeten ze het gaan veroveren en blijkt het toch taaier dan ze hadden gedacht. Als ze na een paar weken vragen om veranderingen, hebben ze meestal gelijk.  Van schrappen wordt een stuk bijna altijd beter.“

Hotel Atlantico geeft een nogal triest beeld van het homoleven: vier eenzame, narcistische homo’s van middelbare leeftijd die maar zitten te piekeren over zichzelf.

“Misschien zit er wel een heel treurige kant aan het homoleven, hoewel, wat mij betreft,  niet treuriger dan aan het hetero-leven.  Een verschil is wel dat ouder wordende homo’s heel erg moeten oppassen voor blikvernauwing.  Ze hebben over het algemeen geen kinderen en kunnen daardoor hun leven helemaal inrichten naar hun eigen wensen. Ik heb ervoor gekozen om die egocentrische kant uit te vergroten. Het stuk is gebaseerd op een vriendenclubje van mij. Pas zijn we gaan skieën en  vroegen ze: Heb je het niet wat overdreven? Nou, ammehoela.  Ik denk dat achter Hotel Atlantico de existentiële angst van veel homo’s  schuilgaat: eenzaam oud worden.  Hoewel ik al jaren dezelfde vriend heb, is dat ook míjn angst.”

En je  grootste angst als schrijver?

“Dat je een première hebt en er niets gebeurt in de zaal, dat wat in de repetitieruimte er zo mooi uitzag  op het moment suprème totaal niet overkomt. Bij de première van Uit liefde had ik het idee: het klettert compleet uit mijn handen. Achteraf bleek dat reuze mee te vallen. Iedereen was enthousiast. Maar toch heb je altijd weer die angst. Bij de première van Hotel Atlantico was ik aan de diarree van de zenuwen. Ik ben op een plek gaan zitten waar ik direct de zaal kon verlaten. Waar ik ook niet goed tegenkan is slechte kritieken. Een mevrouw van de Volkskrant had in een recensie, die zo te zien in een kwartier was geschreven, opgemerkt dat Hotel Atlantico het niveau van een gemiddelde comedy niet overstijgt. Zoiets maakt me onzeker.  Je krijgt acht goede kritieken en één mindere. Die laatste blijft hangen. Het is bijna masochistisch.”

Wat is het grote verschil tussen schrijven voor toneel en  tv?

“Als ik een script schrijf voor tv ben ik me altijd veel meer bewust van het publiek dan voor toneel. Kijk, toneelpubliek heeft een kaartje gekocht en blijft wel zitten, een televisiekijker kan elk moment wegzappen.  In élke tv-scène moet daarom iets gebeuren:  spanning, een grap, ruzie. Bij toneel kun je scènes veel meer uitspinnen.  Het grappige is:  Bij toneel gaat het om gecomprimeerde tijd, maar je hoeft nooit een tijdsaanduiding te geven.  Niemand die zich bij het zien van Hotel Atlantico afvraagt hoe lang die mannen op dat vakantie-adres in Portugal hebben doorgebracht, maar in `t Vrije schaep moet ik wel uitleggen dat Doortje de vorige zomer in Spanje heeft  gezeten, anders raakt de kijker de draad van het verhaal kwijt.  Bij tv, waar je door het aantal afleveringen `eeuwig’  de tijd hebt, moet je voor de kijker dus steeds duidelijk maken `hoe laat’ het is. ”

Wanneer is een dialoog goed?

“Als het erop lijkt dat de acteur hem ter plekke verzint.  Een groter compliment, zoals ik pas ontving van een echtpaar van ver in de tachtig dat naar Hotel Atlantico was geweest, kan men mij niet maken.”

De eerste reeks van ’t Schaep met de vijf pooten was gebaseerd op de oorspronkelijke serie eind jaren zestig van Eli Asser.  In hoeverre heb je door jouw bewerking je eigen stempel erop kunnen drukken?

“Ik heb dat eerste Schaep heel erg naar me toe getrokken. Je moet je voorstellen dat de serie destijds maar eens per maand werd uitgezonden. Er zaten daardoor veel minder doorlopende verhaallijnen in dan in de serie die ik ervan heb gemaakt.  Zo kwam Opoe Withof maar in één aflevering voor.  Bij mij in alle. Dat heb ik vooral gedaan omdat Carry Tefsen die rol ging spelen.  Ook de sluimerende liefde tussen Doortje en Kootje, die maar geen liefde wil worden,  is in elke aflevering aanwezig. ”

En Lukas Blijdschap, gespeeld door Marc-Marie Huijbregts, is,  zeker in de tweede reeks, veel explicieter homoseksueel dan Leen Jongewaard in de oorspronkelijke reeks ooit is geweest.  Frederik Fluweel wordt Blijdschap genoemd.

“Ja, of meid met een handvat, zoals Kootje hem betitelt. Het Bargoens is voor mij een rijke bron geweest bij het schrijven.  Avonden lang heb ik me ermee vermaakt. Wat dacht je van stangenpoetser, Bargoens voor hoer? Voor mij is ’t Vrije schaep echt een ode aan taal. Ik heb met woordenboeken in de hand de serie geschreven.”

Er is natuurlijk ook een groot verschil in liedjes?

“Zeker. In de eerste reeks zaten we vast aan de liedjes die Eli Asser en Harry Bannink hadden uitgekozen.  Daar zaten prachtige nummers bij, maar ook liedjes die we geen van allen om te pruimen vonden zoals Waar vind je tegenwoordig nog een goede timmerman?  Nu konden we zelf de liedjes uitzoeken. Een mer à boire. De jaren zeventig waren rijk aan mooie nummers.”

De eerste reeks van ’t Schaep trok gemiddeld 1,4 miljoen kijkers, de tweede zelfs vaak meer dan twee miljoen. Wat doen zulke getallen met jou?

“Niet zo heel veel.  Wat ik wel leuk vind is dat als ik op maandagochtend naar de Noordermarkt ga het kan gebeuren dat ik twee vrouwen achter mij letterlijk hele gedeelten uit de laatste aflevering hoor navertellen, in de trant van: Toen zei Kootje zus en daarop reageerde Doortje zo.  Of een martkoopman roept mij toe: ‘Als je iets over de Jordaan wilt weten, moet je mij bellen , hoor. Ik ben een echte Jordanees.’ Wat echt Jordanees is?  Elkaar keihard de waarheid vertellen, maar  je ook gedragen als een warm mens.  Beide zie je terug in ’t Schaep.”

Waar doe jij je inspiratie op?

“Het kan uit de eigen vriendenkring komen,  zoals bij Hotel Atlantico, maar ik laat me ook inspireren door wat ik hoor op straat, of door een boek of film.  Zo heb ik voor mijn nieuwe toneelstuk Hulp voor alle dagen, dat ik voor Kitty Courbois wil schrijven, inspiratie opgedaan bij Michiel van Erp, een goede vriend van mij. Zijn nieuwste film, die nog niet uit is, heet Angst en gaat over mensen met een angststoornis.  Kitty Courbois wordt, als ze in mijn stuk wil spelen, nu een vrouw die binnen zit met een angststoornis. Bij Gooische vrouwen is Linda de Mol een geweldige inspiratiebron. Zij vertelt wat zij of mensen in haar omgeving hebben meegemaakt. Daar hoef je soms niets meer bij te verzinnen. ”

Toch een eenzaam beroep: je schrijft alleen en als het script eenmaal af is, gaat het buiten jou om een geheel eigen leven leiden.

“Klopt. De leden van de cast bouwen tijdens de opnames een enorme band met elkaar op en jij bent er niet bij. Dat vind ik wel jammer van mijn vak.  Soms heb je het gevoel dat ze jouw verjaardag vieren en jij achter een dikke ruit staat. Aan de andere kant: ik werk graag in mijn eentje, zonder een baas boven me. Toen ik twee jaar geleden een uitstapje maakte naar het toneel, bij Mugmetdegoudentand, en ik de regisseur hoorde zeggen doe dat ‘es zus en dat ‘es zo, dacht ik: Nee, dat ben ik toch geheel ontwend. En dan dat eeuwige wachten als acteur…”

Wat is het overkoepelende thema in jouw werk?

“Ik denk eenzaamheid of, beter gezegd, de angst voor eenzaamheid, zoals ik die zelf ook voel. Ik ben dol op mijn vriend, maar als hij onder de tram komt, ga ik wel door met leven.”

Zoals Loes Luca na de plotselinge dood van haar geliefde gewoon moest doorgaan als Doortje Lefèvre in ’t Vrije schaep?

“Op dat moment moest de laatste aflevering nog gedeeltelijk worden opgenomen. Loes heeft stralend-blij ’t Is weer voorbij die mooie zomer meegezongen. Hoe moeilijk moet dat voor haar zijn geweest, zo kort na de begrafenis. Op zo’n moment is het een gruwelijk vak:  the show must go on. “

Is er verschil of je voor de VPRO schrijft (Hertenkamp) of voor RTL 4 (Gooische vrouwen)?

“Nee, eigenlijk niet. Hooguit had je bij de publieke omroep meer geld tot je beschikking, maar dat is nu ook niet meer het geval. Vroeger groeiden bij de VPRO de bomen tot in de hemel. Met Hertenkamp zaten we voortdurend in België, waar we voor de hele ploeg een hotel afhuurden . Dat is nu geheel ondenkbaar.  Bij het eerste Schaep merkte ik dat ik een extra set nodig had voor Riek en Arie. Er was geen geld meer, dus verzon ik een heel goedkope oplossing: een slaapkamerachterwand met een bedhoofd. Dat zijn mijn dierbaarste scènes geworden. ”

Wat is er mislukt in je carrière?

Bergen binnen, de opvolger van Oppassen.  Sigrid Koetse en Ingeborg Elzevier speelden bejaarden die in huis woonden bij een jonger stel.  Het wilde maar niet leuk worden. Het script was wel aardig, maar op de één of andere manier zat overal het Oppassen-sausje overheen.”

En nu?

“Ik hoop dat we door mogen met ‘t Schaep. Ik heb er zo’n zin in. De netmanager hoeft alleen maar groen licht te geven.”

Naschrift 27 maart 2015: Over dat laatste hoeft Frank Houtappels zich geen zorgen te maken. ‘Schaep ahoy’is  inmiddels zijn vijfde ‘Schaep’-serie voor de KRO.

En die Ratelband ratelt maar door

Ruziënde Emile Ratelband verklaart zich nader in 'RTL late night'.
Ruziënde Emile Ratelband verklaart zich nader in ‘RTL late night’.

Avro-achtiger dan ‘Tussen kunst en kitsch’kan een programma niet zijn. Immers, waar elders vind je zulk beschaafd volk dat met kunstveurwerpen onder de arm op weg gaat naar cultuurpausen, gekleed  in afgunst opwekkende pakken met pochet. Een klassiek muziekje eronder, en een werkelijk koninklijke locatie: dit keer Paleis ’t Loo. Nelleke van der Krogt trapte deze week af voor haar laatste seizoen, want ze gaat met pensioen.

Van der Krogt is in haar 12,5 jaar trouwe dienst uitgegroeid tot een vaak amusante dissonant in een verder vlekkeloze compositie. Haar kunstkennis houdt ze goed verborgen – die rol is voor de experts, dat weet ze. Nee, zij zit er om in heel korte tijd de gasten op hun gemak te stellen. Dat doet ze met een grap en een grol. Vaak haalt ze met haar bubbels ‘De wereld draait door’. Alleen al met het oog op die gratis reclame, floept ze er zo nu en dan expres iets extra geks uit, gaf de presentatrice ooit toe.

Deze week draaide het om een zeventiende eeuws ebbenhouten juwelenkastje. “Van m’n tante Bep”, zei de aanbiedster. “Dacht ik al”, reageerde Van der Krogt. Expert Martijn Akkerman legde uit dat bruidegommen zo’n kastje gebruikten om er na de huwelijksnacht de bruidsschat in op te bergen. Van der Krogt: “Je moest dus eerst presteren?” Gelach in het paleis. Onverstoorbaar ging Akkerman door: “Die bruidsschat heette de morgengave.” Van der Krogt: “En als ‘t ’s nachts niks was, werd het zeker een boekenbon?” Akkerman: “Het was ook een vorm van pensioen.” Van der Krogt: “Dus een aanmoedigingsprijs?”Weer gelach. Akkerman, ietwat geïrriteerd: “Zijn we er nog bij?” Benieuwd of Van der Krogts opvolger Frits Sissing ook die rol van vrolijke stoorzender op zich gaat nemen.

Een stoorzender van formaat was Emile Ratelband in ‘Jouw vrouw, mijn vrouw VIPS’(RTL 4). Een programma waarvan ik nooit heb kunnen ontdekken waarom je ernaar zou kijken (immers, dat interesseert toch geen mens: BN’ers die tijdelijk van vrouw wisselen?), maar toen ik in mijn gids las dat de uitzending zou eindigen in een daverende ruzie, dacht ik: toch maar even uitzitten.

Ratelband moest het zien te rooien met Jara van Kesteren, vrouw van ex-voetballer Glenn Helder. Ratelband noemde haar een ‘lekker wijf’ (‘een vrouw moet toch een beetje ordinair zijn, lekker geil’), maar die man van haar, vond hij niets. Die ligt de hele dag maar in bed, en steekt geen vinger uit, dacht de goeroe met een giro.

Nou, dat viel helemaal verkeerd bij Glenn Helder, die tijdelijk had gebivakkeerd met Ratelbands vrouw Gitta de Wit. Bij het ‘evaluatie-gesprek’tussen de twee echtparen brieste Helder: “Ik moet me nu echt inhouden.”Waarop Ratelband: “Het is toch te gek voor woorden dat jij mij zit te bedreigen.”Helder: “Je kan de vinken-tering krijgen!”

Diezelfde avond mochten de twee stellen het conflict uitpraten in ‘RTL late night’. “Ik denk: wat een lamlul”, gooide Ratelband er nog een schepje bovenop. Maar Helder bleef ditmaal rustig. “Het is tenenkrommend hoe ik tekeer ben gegaan.” Zijn vrouw stipte aan dat het programma helemaal naar de ruzie toe was gemonteerd, en daar had ze natuurlijk gelijk in. Nooit meer kijken naar die ridicule show. ‘Jouw vrouw, mijn vrouw VIPS’is geen kunst maar kitsch.

Michiel van Erp ziet het bijzondere in het gewone

Ter ere van Michiel van Erp, elke donderdag op de VPRO-tv met ‘Hollands welvaren’ (en afgelopen maandag bij de Ikon met ‘De dingen die voorbij gaan’), hierbij een interview dat ik in november 2004 met de filmer en programmamaker hield. Gepubliceerd in Broadcast Magazine. 

Met de oprichting van productiebedrijf De Familie is programmamaker Michiel van Erp (41) een nieuw leven begonnen. Maar onveranderd blijft zijn liefde voor het alledaagse. “Liever een spruitjes schillende moeder dan een arrivé.”

Waarom drinken we koffie uit Alexander en Máxima-kopjes?

“Puur toeval. Ik weet niet waar dit servies vandaan komt. Het is geen statement.”

Toch moet je iets hebben met royalty. Je maakte Op handen gedragen over de begrafenis van prins Claus, filmde aan de vooravond van koninginnedag in Katwijk en bent nu bezig met een portret van prins Bernhard.

“Ik vind het heel erg leuk om kennis te maken met werelden waarvan ik vroeger altijd dacht dat ik er nooit in zou kunnen komen. Om me binnen alle regels en afspraken die daar gelden staande te kunnen houden. Of het nu gaat om het schlagerfestival of het koninklijk huis, maakt me in principe weinig uit.”

Heb je een hang naar het sprookje?

“Nee, want ik probeer juist door het sprookje heen te prikken. Ik maak het leven niet heiliger dan het is. In Op handen gedragen liet ik zien dat de begrafenis van prins Claus voor veel mensen uiteindelijk aanleiding was om te reflecteren op doden in de eigen familie. En de broodjeszaak, die tijdens de begrafenis dichtgaat, verkoopt de volgende dag weer gewoon kroketten. Zo zit het leven ook in elkaar.”

Een pure registratie van de werkelijkheid?

“Nee, meer een zorgvuldig uitgekozen versie van de werkelijkheid. Ik laat de werkelijkheid zien zoals ik hem ervaar.”

Jouw werk valt op door het ontbreken van cynisme.

“Dat vind ik leuk om te horen, want sommigen vinden mij juist wel cynisch. Wat ik probeer is een onbevangen, optimistische visie op het leven te tonen. Zelfs in Afrika waar ik pas heb gefilmd voor een inzamelingsactie tegen aids probeer ik die optimistische blik te behouden.”

Jouw programma’s stralen een soort knusheid uit: huiskamer, potkachel, vriendelijkheid.

“Dat heeft met mijn afkomst te maken.Ik kom uit een Brabants middenstandsgezin met vier kinderen. Mijn vader had een muziekwinkeltje, heel klein. Die winkel was onderdeel van onze huiskamer. Het woongedeelte was afgescheiden met een kartonnen wand. Boven hadden we een muziekschool, waar mijn ouders les gaven in accordeon, gitaar, mandoline en blokfluit. De leerlingen liepen de hele dag door ons huis. Een gezellige, vrolijke drukte.”

Houd je van tuttigheid?

“Ja. Ik houd er niet zo van om mensen te filmen die arrivé zijn.” Liever mensen in een rijtjeshuis met een kabouter in de tuin? “Ja, maar dan zonder close up van de kabouter.”

Wat wilde je worden als jongen?

“Ik wist pas op mijn 24ste wat ik wilde gaan doen. Ik heb eerst industriële vormgeving gestudeerd in Delft, vooral omdat een vriend van mij dat deed. Vervolgens heb ik een paar jaar als acteur gewerkt en daarna ben ik gaan filmen.”

Hoe is je acteurscarrière verlopen?

“Ik ben begonnen bij het studententoneel en dat ging goed. Na mijn afstuderen op de TH ben ik auditie gaan doen bij een jeugdtheatergroep in Den Haag en aangenomen.”

Als spermacel, als ik goed geïnformeerd ben?

‘Nee, eerst heb ik gespeeld in De Wijze Kater van Herman Heijermans en daarna kreeg ik een rol als spermacel.”

Was dat een promotie of een degradatie?

Lachend: “Ik vond het een achteruitgang en daarom ben ik bij die groep weggegaan. Daarna heb ik nog bij een Fries gezelschap gezeten. Uiteindelijk ben ik er maar mee opgehouden, want ik geloof niet dat ik een groot acteur was. Ik kon mezelf niet helemaal geven, bleef meer mezelf observeren dan dat ik mij in mijn rol stortte. Ik geloof dat ik geschikter ben als regisseur: mijn eigen verhaal vertellen in plaats van dat van een ander.”

Wat trok je aan in het acteren?

“De magie van het theater.”

Of de aandacht?

“Die krijg je alleen als je heel goed bent.”

Was de televisie een middel om in het aandachtsveld te staan?

“Nee. Het gaat niet om mezelf, maar om de dingen die ik maak.”

Wat wil je vertellen met je programma’s?

“Ik geloof dat ik wil laten zien hoe mensen proberen gelukkig te worden. Het zijn nooit super-gelukkige mensen die ik portretteer, maar wel mensen die eraan werken om het te worden. Het leven als een heuvel die je moet beklimmen. Volgens mij zit dat in bijna alles wat ik doe. Ik heb bewondering voor mensen die ver gaan in die klimtocht.”

Hoe kwam je bij de VARA terecht?

“Ik zat bij de VPRO en stelde hoofdredacteur Roelof Kiers voor een serie te maken over Lang leve de vereniging. Maar Kiers was op dat moment niet geïnteresseerd in gewone mensen, zoals hij het uitdrukte. De VARA wel.”

Heb jij de gewone man ontdekt voor de tv?

“Ik heb hem herontdekt, als je het zo zou willen formuleren. In de jaren zeventig zag je ook gewone mensen op de tv, maar op een gegeven moment zijn ze verdwenen. Ik zou niet weten wat daarvan de oorzaak is.”

Wat is het leuke aan gewone mensen?

“Ze zijn nog niet gekneed door mediatrainingen en dergelijke, zoals veel mensen aan de top. Ik wil de top ook wel volgen, maar dan bij voorkeur via secretaresses. Helaas is de authenticiteit van de gewone man vaak ook al verdwenen, omdat heel Nederland inmiddels op de tv is geweest. Ik probeer die authenticiteit terug te krijgen door mensen te filmen tijdens hun dagelijkse bezigheden. In mijn programma’s zijn mensen altijd wat aan het doen. In Op handen gedragen reageren ze op de beelden van de begrafenis van prins Claus. Ondertussen stel ik vragen. Stel, we zijn nu aan het filmen. Mijn collega komt hier dadelijk de koffiekopjes weghalen. Tijdens het weglopen zou ik haar kunnen verrassen met een moeilijke vraag. De verwarring die zich door die vraag op jouw gezicht aftekent, zou het shot kunnen zijn dat ik op de televisie vertoon. Beelden zeggen vaak meer dan woorden. Ik probeer altijd niet te voldoen aan de verwachtingen van mensen die worden gefilmd. En de tijd nemen, het allemaal niet zo officieel maken.”

Jij haalt het bijzondere uit het gewone?

“Ja. Ik praat liever over een gestorven kind als de moeder spruitjes aan het schoonmaken is dan dat we aan tafel zitten met een foto van dat kind voor onze neus.”

Waarom werkt het beter met spruitjes?

“Wat er ook gebeurt, die vrouw zal toch elke dag moeten eten en koken. Bovendien heb ik het idee dat mensen zich vrijer voelen als ze tijdens het filmen iets doen. Om een voorbeeld te noemen. Bij het programma over koninginnedag in Katwijk ben ik bij een echtpaar thuis geweest tijdens het eten. Ik zei: u moet gewoon praten waarover u wilt. Af en toe zal ik een vraag stellen, maar misschien ook niet. Die mensen gingen bidden voor het eten. We hebben het gefilmd als iets terloops. Niet pontificaal er bovenop, maar met afstand. Dat levert mooiere televisie op dan wanneer je zegt: gaat u nu maar bidden, dan gaan wij filmen.”

In de Lang leve-serie was je observator, in het vervolg – Op avontuur – koos je bewust voor een participerende rol. Waarom?

“Je moet jezelf blijven vernieuwen. Bovendien wilde ik mensen de kans geven om een discussie met mij aan te gaan. Toch blijf ik ook in Op avontuur tevens een observator c.q. regisseur. Ik wil dingen altijd naar mijn hand zetten. Dat zit nou eenmaal in me.”

Je toog met Gretta Duisenberg naar de Palestijnse gebieden. Een moeilijke tante?

“We zaten in hetzelfde hotel en konden ’s avonds niet naar buiten omdat we in een heel rare buurt in Jeruzalem verbleven. We verkeerden dus zo’n beetje dag en nacht in elkaars nabijheid. Dat geeft sowieso irritaties. Op een gegeven moment stelde ik haar voor Israëliërs te gaan filmen in de bezette gebieden. Wat zou je daar willen filmen?, vroeg ze. Ik zei: ik wil de twijfels van die mensen in beeld brengen, bijvoorbeeld van moeders die ’s ochtends hun kinderen door soldaten naar school laten brengen, omdat die kinderen anders gekielhaald worden door de Palestijnen. Gretta vond het een belachelijk idee. Je gaat daar niet wonen als je twijfelt, riep ze. Ik denk dat dat niet waar is. Iedereen twijfelt. Ik ben eerder nieuwsgierig naar iemands twijfel dan naar iemands schurkachtigheid. Maar goed, dit idee paste niet in de boodschap die Gretta wilde overbrengen. We hebben er flinke ruzie over gehad. Zelfs in beeld. Zij wil iedere Palestijn als slachtoffer laten zien en iedere Israëliër als dader. Dat gaat mij te ver.”

Heb jij nog contact met haar?

“Nu al een tijdje niet. Ik heb nog gedacht om haar te bellen toen Yasser Arafat was overleden. Ik vind haar een heel leuke, spannende vrouw, alleen ze mist nuance.”

Ben jij voldoende overeind gebleven naast deze krachtige dame?

“Nee, maar dat is toch geen must?! Ik hoef niet als winnaar uit een programma te komen. Mensen mogen best mijn twijfels en onzekerheden zien.”

Ben jij een twijfelaar?

“Een aartstwijfelaar. Ik lig wakker van mijn werk. Of een montage wel klopt, of de kijker zal snappen wat ik bedoel of iedereen tevreden zal zijn over het resultaat. Ik vaar eigenlijk nooit op routine. Ik ben net terug uit Afrika voor dat VARA-programma over die inzamelingsactie tegen aids, maar als ik het resultaat zie, denk ik: is dit wel fondswervend genoeg?”

Die twijfel is misschien wel een motor om goede dingen te maken?

“Denk je? Dat betwijfel ik. Ik ben sinds twee jaar ook actief als theaterregisseur. Daar heb je iedere seconde onder controle omdat alles afgesproken werk is. Dat is ook wel eens lekker, die zekerheid.”

Je liet je twijfels goed zien in die uitzending van Op avontuur waarin je een bezoek bracht aan Amerikaanse christenen die homo’s willen `genezen’. Op een gegeven moment dacht ik: die Van Erp wordt én christen én hetero.

“Waar het mij om ging, is te laten zien dat het niet alleen maar een geluk is om homo te zijn. Die indruk zou je kunnen krijgen als je het homowereldje op de televisie ziet. Het is in Nederland taboe om je homoseksualiteit in twijfel te trekken of te zeggen dat je eigenlijk liever hetero zou zijn.”

Wilde je werkelijk hetero worden?

“Vroeger kwam die gedachte vaak bij mij op, nu minder. Ik heb per slot van rekening sinds 22 jaar een vaste vriend. Ik ging naar Amerika om een programma te maken waarin ik mij volledig open, eerlijk en kwetsbaar zou kunnen opstellen. Natuurlijk zitten aan mijn homo-zijn ook genoeg zekere kanten, maar daar ging het nu even niet om.”

Je leek diep onder de indruk. Je sprak zelfs een soort gebed uit en vroeg je af: wat heb ik allemaal gemist door mijn homo-zijn?

“Ik ben iemand die makkelijk is te beïnvloeden. Die Amerikaanse christenen vertelden dat als je als zoon te weinig vaderliefde hebt gehad, je die later gaat zoeken bij een man. In de uitzending heb ik mijn vriend gebeld om te vertellen dat ik weinig ben geknuffeld door mijn vader. Hij had er gewoon geen tijd voor. In het homo-zijn zit ook pijn. Ik word tot op de dag van vandaag benaderd door homo’s, die zich in de uitzending hebben herkend.”

Je hebt sinds een paar maanden je eigen productiebedrijf De Familie. Waarom ben je weg bij de VARA?

“Om met het eerste te beginnen: ik wilde de mensen met wie ik graag werk vast om me heen verzamelen. Investeren in elkaar en elkaar motiveren. De oprichting van De Familie liep ongeveer synchroon met mijn vertrek bij de VARA dit voorjaar. Volgens de VARA was er op Nederland 3 minder ruimte voor documentaire-achtige programma’s. Ze hadden er al een paar, zoals Zembla, en dat was genoeg. Maar, zoals je weet, in Hilversum verandert voortdurend alles. Ik heb inmiddels weer contact met de VARA en ben bezig met twee programma’s. Het ene houd ik nog even voor me, het andere gaat over Marc-Marie Huijbregts. Een soort Op avontuur vanuit Marc Maries blik op de wereld. Verder maak ik voor de VPRO SOS Noodservices, een dramaserie over een bureau dat problemen oplost. Zo zit er een aflevering tussen over twee homo’s, van wie geen van beiden tijd heeft om zoonlief van school te halen. De vraag is dan: zijn homo’s geschikt om kinderen te adopteren? Het is een soort normen- en waardenprogramma met een vrolijke ondertoon.”

Je hebt je vaker op dramagebied begeven: TV7, een parodie op de commerciële televisie, en De Koekoeksclub, waarin fictie en non-fictie door elkaar liepen. De laatste serie is niet door iedereen begrepen.

“Klopt. Ik dacht dat het leuk zou zijn om de werkelijkheid te beïnvloeden door acteurs er een plaats in te geven. Probleem was dat we dat niet duidelijk genoeg aan de kijker hebben uitgelegd. Jammer, want er zaten een paar heel goede afleveringen bij. Bijvoorbeeld die in dat hotel in Limburg waar tegelijkertijd een optreden van BZN en een bijeenkomst van de Arabisch Europese Liga was. Het hotelpersoneel, gespeeld door acteurs van Mugmetdegoudentand, pendelde tussen die twee bijeenkomsten heen en weer. Omdat niemand wist dat het acteurs waren, ontstond er een bizarre mengeling van werelden. Vooral toen NOVA ook nog eens kwam filmen vanwege die AEL. Zagen wij ’s avonds de acteurs van Mugmetdegoudentand figureren in de NOVA-uitzending. Hilarisch natuurlijk. Die beelden hebben wij weer gemonteerd in De Koekoeksclub. Inderdaad, een soort Droste-effect. Erg leuk voor de makers, maar voor de rest begreep niemand er geloof ik iets van.”

Wat is het mooiste wat je hebt gemaakt?

“Vergeet mij niet, een film over het leven van de Zangeres zonder Naam. De zangeres wilde een heel gewoon leven, nam haar vrienden mee naar de Chinees en dat soort dingen. Maar haar vrienden hebben geroken aan de faam en laten na haar dood doorschemeren dat zij nu beroemd zijn omdat ze de zangeres hebben gekend. Het mooie vond ik dat de film in feite over Brabant ging. De onbevangenheid waarmee Brabanders tegen het leven aankijken. Zo van: mijn moeder is gisteren dood gegaan, maar morgen weer aan het werk. Brabanders hebben een grote onbeholpenheid om over hun gevoelens te praten. Ze geven nauwelijks duiding aan het leven, maar hun lichaamstaal verraadt hun gevoelens. Ik film graag in het zuiden. Je zult mij zelden met de camera in Amsterdam aantreffen. Ik vind daar geen mensen die ik wil filmen.”

Niets dooier dan een dode acteur

Ellen Vogel en Cas Enklaar: De dingen die voorbij gaan.
Ellen Vogel en Cas Enklaar: De dingen die voorbij gaan.

Een schrijver laat boeken na, een schilder schilderijen en een filmer films. Maar wat blijft er over van een toneelcarrière? Met die vraag bezocht Michiel van Erp onze oudste spelers (of eleganter geformuleerd: de oude adel van het toneel, copyright: Matthijs van Nieuwkerk). Cas Enklaar, Jules Croiset, Sigrid Koetse, Kitty Courbois, Ingeborg Elzevier en Ellen Vogel (met haar 93 de alleroudste), hoe zullen zij herinnerd worden?

Het antwoord in ‘De dingen die voorbij gaan’- parafrasering op Louis Couperus – stemde tot weemoed. “Je hoopt dat je een scène hebt gespeeld waar bepaalde mensen op bepaalde momenten iets aan hebben gehad”, mijmerde Vogel. Terloops en met zelfspot liet ze haar onderscheidingen zien na 55 jaar toneel. “Dit is van de theaterdirecteuren, dit van de gemeente Amsterdam en dit is de Theo d’Or. Mager hè?” En die Theo d’Or is nog gestolen ook, vertelde ze in ‘DWDD’(‘die dief dacht zeker dat het écht goud was’).

Zoals meestal in het oeuvre van Van Erp, ook in zijn VPRO-serie ‘Hollands welvaren’, zien we mensen  worstelend met hun levensgeluk. Maar hij filmt het met een ontroerd én ontroerend oog. Soms op het randje van ironie, maar nooit cynisch. Begaan, maar nooit klef. Wel nabij. Er zit troost in Van Erps werk; iedereen zit in hetzelfde schuitje. En dat stemt, hoe gek het wellicht ook klinkt, tot optimisme.

Al moet Van Erp wel oppassen dat zijn methode om ándermans gezichtsuitdrukking te filmen als illustratie van wat een derde zegt, zoals ook weer toegepast in ‘Hollands welvaren’, niet ontaardt in routine.

Maar los van die filmische truc: nooit betreedt Van Erp gebaande paden. Iedere documentaire van zijn hand is een verrassing, misschien niet in de laatste plaats ook voor hemzelf. Zo begint ‘De dingen die voorbij gaan’(Ikon) met drie dozen die de filmer in handen krijgt gedrukt van actrice Ineke Cohen: de nalatenschap van Carol van Herwijnen. Hij mag er ‘iets moois’ mee doen. Maar al bladerend door de oude paperassen, zinkt Van Erp de moed in de schoenen. Er zit niets bruikbaars tussen. Dus besluit hij met andere acteurs te praten over vergetelheid.

En wrange ironie, Van Herwijnen, die zich bij leven al miskend voelde, verdwijnt in de documentaire langzaam op de achtergrond. Wat we over hem te horen krijgen, is niet onverdeeld positief (groot talent, maar ook ouderwets spel, met een enorme tong-r), en verder gaat het vooral over de geïnterviewden zelf. Over hoe ze herinnerd zullen worden, en dat ze daar niet al te hoopvol over zijn. Croiset weet al hoe zijn necrologie zal beginnen: “De acteur die vooral bekend werd door zijn in scène gezette ontvoering in 1987.. “ Zoals Van Herwijnen, ondanks al zijn mooie rollen,na zijn dood in 2008 werd gememoreerd als de toneelspeler die Volkskrant-criticus Hein Janssen een klap in het gezicht gaf.

Elzevier maakt zich al helemaal geen illusies over haar onsterfelijkheid als actrice. Haar plakboek telt precies drie foto’s – ‘door mijn moeder ingeplakt’- en op haar begrafenis zal het stil zijn, omdat ‘iedereen’al dood is. Vogel vatte de vergankelijkheid van de toneelroem het mooist samen: “Al wat we doen, is spelen met rook. Niets dooier dan een dode acteur.”Ze leek het niet erg te vinden.

Weinig grappen maar veel plezier

Riek (Jenny Arean) en scheepsjongen Barend (Guy Clemens) in de stuurhut.
Riek (Jenny Arean) en scheepsjongen Barend (Guy Clemens) in de stuurhut.

Het zit in zee en je kan het frituren. Een raadsel van Daphne Deckers. Gordon antwoordde: “Kaasoufflé.”En dat was niet eens grappig bedoeld. ‘Alles mag op vrijdag’heet de RTL 4-show met z’n BN’ers (Gordon, Joling en Jandino Asporaat) en z’n snelle spelletjes. Alleen als je héél erg aan je weekend toe bent,  moet je er naar kijken. Finaal onderuit op de bank met het verstand op nul.

En als je je weer wat fitter voelt, schakel je in op ‘Schaep ahoy’(KRO).  Ik dacht dat ik er zo zoetjesaan wel klaar mee was, maar sinds de tweede aflevering van de nieuwe reeks afgelopen weekend zit ik er weer helemaal in. Frank Houtappels, een van onze beste scenarioschrijvers, blijft boeien. Niet door daverende grappen, maar door teksten en situaties die grappig wórden dankzij de karakters.  Voorbeeld:  dat een van de spelers commissie weet af te troggelen van een colporteur aan boord, zoals zaterdag, is op zich niet zo geestig. Maar als Riek (Jenny Arean) het doet – altijd in voor een sneaky deal – wórdt het dat wel. Leer ons Riek kennen! Houtappels’vakmanschap is dat hij heel dicht op de huid van z’n karakters schrijft. Je hóórt hem bijna denken: écht iets voor Riek. ’t Schaep’is meer character-driven dan joke-driven.

Ofwel een intelligente muzikale comedy, een genre dat op zich al zeldzaam is in ons land. We beleven nu de vijfde serie. Na de kroeg, de camping, de costa’s, en weer de kroeg zijn we nu op het water. We zien weliswaar geen druppel, maar dat geeft niets. Op en neer bewegende camera’s, patrijspoortjes, ligstoelen aan dek en een cast die zich stevig vasthoudt aan de reling, geven je toch een beetje het idee dat je naar een riviercruise zit te kijken in plaats van naar een bordkartonnen studio-decor.

Een hele prestatie dat ’t Schaep’ondanks die steeds wisselende locaties nog steeds zo populair is (zaterdag 1,3 miljoen kijkers).  Niet elke serie overleeft een dergelijke verhuisdrang. Toen ‘Wordt u al geholpen?’wegtrok  uit z’n warenhuis naar een plattelands-pension bleef er weinig van de oude glans over. Het verschil met ’t Schaep’ is dat de Britse comedy zich dertien jaar lang op één plek afspeelde en daarna plots verhuisde, terwijl  ’t Schaep’élk seizoen in een andere omgeving zit. En de kijkers verkassen trouw mee. Bovendien blijft de cast nagenoeg hetzelfde. Allemaal  net wel  of net niet over the top.

Een verschil met eerdere ‘Schaepen’is wel dat je het tijdsbeeld niet meer duidelijk herkent. We hebben de jaren zeventig (langzame acceptatie van homo’s) en tachtig (krakers, schoudervullingen) gehad , maar ‘Schaep ahoy’kan zich in elke periode afspelen. Want laten we eerlijk wezen, een plat pratende colporteur op een rivierschip (mooie gastrol van Peter Blok: “Griep je kans voor innerlijke balans”) is van alle tijden.

Een ander verschil is dat de versjes niet meer speciaal voor ’t Schaep’zijn geschreven. Het zijn bestaande teksten, en dat is jammer. Soms lijken de liedjes niet erg bij de spelscènes te passen. ‘Terug naar de kust’bijvoorbeeld werd er vorige keer nogal met de haren bijgesleept. En nu ik toch aan het jammeren ben: ik mis Opoe Withof (Carry Tefsen) met haar waarzeggerij. Wat spijtig toch dat ze háár hebben laten hemelen.

Even slapen, en er is een politiek wonder

Toen we gingen slapen was het CDA de grootste, toen we ontwaakten de VVD. Ziehier tot welke  wonderen de provinciale kiezer in staat is. De hele avond vertoonde hij zijn toverkunsten. Rond negen uur liet hij CDA en VVD gelijk uitkomen op elk twaalf Eerste Kamerzetels, om half twaalf gaf hij het CDA veertien zetels en de VVD dertien. De PVV zou gelijk blijven op tien, terwijl die partij aan het begin van de avond op negen zetels stond.

Een spannende tv-avond.  NOS-verslaggever Michiel Breedveld bevond zich in een schemerig Kamergebouw, waar hij met gevoel voor drama de trap aanwees waar Geert Wilders later die avond van zou kunnen afdalen. Je moest wel even weten dat je naar provinciale verkiezingen keek, anders zou het net zo goed om een ziekenhuis-opname kunnen gaan. Luister maar eens naar hoe presentator Rob Trip ons verwelkomde: “Om 21.30 uur een update, om 22.00 uur aanvullend onderzoek, rond 23.00 uur de prognose en om 24.00 uur eindgesprek.”

De avond was rijk aan woordspelingen. Verslaggever Kees van Dam verwachtte een ‘politieke aardverschuiving’in Groningen, en Chris Ostendorf vertelde dat hij voor de zekerheid had gecheckt of er op het PvdA-podium een nooduitgang was voor Diederik Samsom. Trip riep om kwart over elf olijk: “Op naar Slob.” Kort daarna kreeg hij die opmerking als een boemerang terug van de nieuwe ‘schermvrouw’ Dionne Stax (deed ze trouwens charmant, dat swipen, al klonk het een beetje als een zweepslag). Het was vlak na de uitslag Enschede, toen Stax jubelde: “Op naar Rob.” Waarop Trip ad rem: ”Die houden we erin.”

Een ontspannen sfeer, daar bij de NOS. Henrik-Willem Hofs streelde vertederd een paar stembussen in Rotterdam (inclusief die van het waterschap, ja die deden ook mee) en zei: “Om deze jongens gaat het.” Ach, neem de NOS die luchtigheid eens kwalijk, als Pechtold onder de tonen van zijn favoriete dans, de ‘Macarena’, opkomt in Leiden en de andere winnaar, Roemer, over de nieuwe scheiding in zijn haar begint. Al hoopte de SP’er dat het op de uitslagenavond ook eens over inhoud zou gaan. Poppenkast, noemde 58 procent van de Nederlanders de verkiezingen in een peiling van ‘Opiniemakers’(WNL).

En natuurlijk was daar het eindeloos duiden van de voorlopige uitslag. Waarbij ieder wanhopig probeerde het resultaat synchroon te krijgen met het eigen wensdenken. SGP’er Kees Van der Staaij: “Het verlies van PvdA en VVD is geen afrekening met het coalitiebeleid, alleen met de coalitiepartners.”En een eufemistische Wouter Bos: “Dat de PvdA meer inlevert dan de VVD komt doordat onze achterban meer dan die van de VVD eraan moet wennen als zekerheden anders worden georganiseerd. “Ronald Sorensen (PVV) bleef tot het bittere eind optimistisch (‘de grote steden moeten nog komen’).

Wouke van Scherrenburg spande de kroon in ‘RTL late night’. De winst van het CDA (één zetel) was helemaal geen winst, vond ze, omdat de provinciale verkiezingen van 2011 voor die partij beroerd waren verlopen. Het verlies daarentegen van GroenLinks was eigenlijk geen verlies, maar een heel behoorlijke score, gezien al het gedonder in de fractie (blijkbaar doelde ze op dat gedoe rond Jolande Sap drie (!) jaar geleden).

Toen zei deze kijker: welterusten!

In de kerk geschiedt het wonder

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zijn op bezoek bij de Deense koninklijke familie om uit te zoeken hoe het kan dat Denen het gelukkigste volk op aarde zijn. Dat doet me terugdenken aan een gelukkige gebeurtenis in 1995 in Hillerod, waarbij ik als journalist aanwezig mocht zijn: het huwelijk van prins Joachim van Denemarken en miss Alexandra Manley. Ondanks alle feestvertoon draaide de bruiloft bijna in de soep door het noodweer dat Scandinavië dat novemberweekend teisterde. In het Algemeen Dagblad van maandag 20 november deed ik er verslag van.   

Volgens de Denen heeft Alexandra Manley een glimlach die de sneeuw doet smelten. Gelukkig is dit maar beeldspraak, anders was Denemarken afgelopen weekend van de kaart gespoeld. Hillerǿd, 35 kilometer ten noorden van Kopenhagen, ligt onder een dikke witte deken als daar zaterdag het kerkelijk huwelijk wordt voltrokken tussen prins Joachim Glücksburg (26) en miss Alexandra Manley (31).

De sneeuw is vrijdag gevallen en zorgt samen met een krachtige wind voor noodweer in Denemarken en andere delen van Scandinavië. Het slechte weer schopt het feestprogramma van vrijdag behoorlijk in de war. Allereerst kan de tocht in een open rijtuig niet doorgaan. Prins Joachim en zijn geliefde gaan nu – voorafgegaan door 43 koninklijke gardisten te paard – in een overdekte koets van paleis Ameliënborg in het centrum van Kopenhagen naar het stadhuis. De portier van Hotel d’Angleterre, het duurste en meest prestigieuze hotel van de Deense hoofdstad, kijkt beteuterd als hij, vanwege die gesloten koets, het gelukkige paar geen boeket bloemen kan toewerpen.

Koningin Margrethe II van Denemarken en haar man prins Henrik verschijnen niet op het balkon van hun paleis om hun zoon en toekomstige schoondochter uit te zwaaien. Officieel heet het dat een dergelijk eerbetoon alleen wordt gebracht als de kroonprins (Frederik) gaat huwen, maar de gezondheid van de prins-gemaal zal vermoedelijk hebben meegespeeld bij die beslissing. Hij heeft recent een rugoperatie ondergaan en is nog steeds slecht ter been. Korte tijd na vertrek van zoon en aanstaande schoondochter begeeft prins Henrik zich leunend op een stok samen met zijn ‘madeliefje’(zijn koosnaam voor de koningin) naar buiten om per koets naar het stadhuis te gaan.

Daar vindt een feestelijke receptie plaats met vijfhonderd vips en warme pannenkoek. Het huwelijk wordt er niet voltrokken Dat gebeurt pas de volgende dag in de kapel van Kasteel Frederiksborg. Omdat de Deense Evangelisch-Lutherse kerk staatskerk is, heeft de huwelijksinzegening door een dominee een wettige status. Slechts weinigen trouwen in het stadhuis; meer dan negentig procent van de Denen is lid van de Lutherse kerk, waarvan de koningin hoofd is.

Door het noodweer begint vrijdagavond het feestelijke gala-diner in Kasteel Christiansborg drie kwartier later dan gepland. De 320 genodigden moeten wachten op onder anderen koning Harald en koningin Sonja van Noorwegen, die aanvankelijk niet kunnen opstijgen van het vliegveld in Oslo en daardoor te laat aankomen. Prinses Alexia (een nichtje van Joachim) uit Londen arriveert helemaal niet, en de Spaanse kroonprins Felipe brengt een groot deel van de avond in de lucht door. Het vliegtuig blijft maar boven Kopenhagen rondcirkelen omdat het niet verantwoord is om te landen.

Prinses Märtha Louise, dochter van het Noorse vorstenpaar, was al enkele dagen in Kopenhagen en had daarom makkelijk op tijd kunnen aanzitten aan het diner, ware het niet dat ze moest wachten op haar avondjurk, die zich bij haar moeder in de koffer bevond…

Ondanks het slechte weer hebben die dag 30.000 Denen zich met koude voeten, maar warme harten langs de met nationale vlaggen versierde route opgesteld om de tweede en jongste zoon van het koningspaar en zijn verloofde uit Hongkong toe te juichen. Onder hen is juwelier Anne Dragstad die de trouwringen van het paar heeft ontworpen. Informatie daarover geeft ze niet. Wel wil ze kwijt dat miss Alexandra met haar gratie en gevoel voor stijl – vrijdagochtend draagt ze een paars mantelpak met groene hoed en eveneens groene pumps, ’s avonds een rode avondjurk met de tiara alvast op het hoofd –  een aanwinst is voor Denemarken. Het merendeel van de Deense vrouwen loopt er nogal slordig bij, vindt Anne Dragstad, en misschien kan Alexandra met haar Chanel-pakjes en parelsnoeren daar verandering in brengen.

Zeker is wel dat de commercie gretig munt slaat uit het sprookje van de prins en zijn Aziatische schoonheid. Bij de kapper kunnen dames zich een coupe Manley laten aanmeten, in de straten van Kopenhagen hoor je ‘Alexandra-kastanjes te koop’, de bakker biedt  Alexandra-cake aan en de slijter in Hillerǿd vertelt dat hij de afgelopen twee weken drieduizend flessen Joachim & Alxandra-wijn heeft verkocht. Het verst in de Alex-manie gaat de bontindustrie. Deze heeft de aanstaande bruid een kostbare nertsmantel geschonken en daar in de media een schaamteloze publiciteitsstunt van gemaakt,

Alexandra wordt door de Denen op handen gedragen, dat is zeker. Niet alleen omdat ze stijl en charme heeft en de taal al aardig spreekt, maar vooral omdat ze een onafhankelijke, zakelijke, intelligente vrouw is, eigenschappen die de Denen al kennen van hun koningin. Parlementsvoorzitter Olsen denkt zelfs dat met de komst van de oosterse beauty het toenemende racisme kan worden beteugeld.

Alexandra heeft goed moeten nadenken voor ze prins Joachim, die in Hongkong stage liep bij het Deense transportconcern Maersk, haar ja-woord gaf. Ze geeft een goede baan in de Britse kroonkolonie – marketingmanager bij een grote beleggingsmaatschappij – op voor een bestaan als echtgenote/’boerin’op het afgelegen landgoed Schackenborg in Zuid-Jutland, waar het paar straks gaat wonen. Graag was ze gaan werken voor een Deens bedrijf, maar dat vindt koningin Margrethe niet passend voor een prinses.

Tijdens een televisie-interview vertelt Alexandra, die uit een Brits/Chinese vader en Oostenrijkse moeder is geboren, in keurig Oxdord-Engels dat de liefde uiteraard de doorslag heeft gegeven. Maar de toezegging dat de regering en de Deense Kamer van Koophandel haar zullen inzetten tijdens business-trips naar het Verre Oosten, heeft voor haar de keuze vergemakkelijkt. Prins Joachim en miss Alexandra hebben volgens het Franse persbureau AFP van het Deense parlement zelfs een reisbudget gekregen van jaarlijks een half miljoen gulden.

Zaterdag is het hele land in rep en roer vanwege het eerste koninklijke huwelijk sinds 28 jaar. Toch blijft de sfeer losjes en open. Hoe kan het ook anders met een koningin die zo informeel is dat ze zich ooit in een interview liet ontvallen: ‘Soms heb ik spijt wanneer ik iets heel doms zeg.’

Alle vorstenhuizen van Europa – behalve die van Monaco en Liechtenstein – zijn vertegenwoordigd  tijdens de sobere kerkdienst in de kapel van Kasteel Frederiksborg. Namens Nederland zijn kroonprins Willem-Alexander en zijn broer Constantijn aanwezig. Koningin Silvia schrijdt de kerk binnen in een felrode creatie aan de zijde van haar man koning Carl Gustav van Zweden; koningin Sonja stapt in een gele avondjurk uit haar Volvo met op haar hoofd een nieuwe tiara; de oude werd van de zomer tijdens een opknapbeurt in Londen gestolen. Koning Constantijn en Margrethes zuster koningin Anne-Marie (zo worden ze op de gastenlijst consequent aangeduid, ofschoon ze al sinds 1967 niet meer regeren over Griekenland) arriveren per Rolls Royce.

Koningin Margrethe verschijnt in een jurk van rood en goud brokaat, afgezet met bont. De bruidegom en zijn broer kroonprins Frederik (de getuige) hebben hun militaire gala-uniform aan. Maar het mooist is natuurlijk de bruid die aan de arm van haar vader en onder het hemelse gezang van het Copenhagen Boys Choir de met 10.000 bloemen versierde kerk betreedt.

De schoonheid van de bruidsjurk van witte Italiaanse zijde, afgezet met 8900 parels en met een sleep van vier meter, ontroert prins Joachim zichtbaar. Nadat ze een revérence heeft gemaakt voor de Deense vorstin, vraagt de bruid met een bijna Brits gevoel voor understatement aan haar droomprins: ‘Do I look allright?’

Niet de bisschop van Kopenhagen, de hoogste in de kerkelijke hiërarchie, gaat voor, maar hofpredikant Christian Todberg. Het zou koningin Margrethes persoonlijke keuze zijn geweest om haar eigen geestelijk adviseur het huwelijk te laten inzegenen. Alexandras overgang van het Anglicaanse naar het Lutherse geloof is nog niet eens het grootste wonder van deze dag. Dat is haar geruisloze transformatie van miss Manley – wat ze vóór het uitwisselen van de met diamanten en robijnen bezette trouwringen nog was – in prinses Alexandra.

Enkele uren later genieten 220 bruiloftsgasten in de koninklijke zomerresidentie Paleis Fredensborg van fazantenborst gevuld met truffels en Franse wijn; afkomstig van het château van het Deense vorstenpaar nabij Cahors. Tijdens haar tafelrede maakt koningin Margrethe nog één keer duidelijk wat het geheim van haar schoondochter is: ‘Hoe meer je haar ziet, hoe meer je van haar gaat houden.’

De oudste monarchie ter wereld kan tevreden zijn over de nieuwe aanwinst.

Naschrift 18 maart 2015: Helaas was het huwelijksgeluk van prins Joachim en prinses Alexandra geen lang leven beschoren. Na een kleine tien jaar, in april 2005, ging het paar officieel uit elkaar. Drie jaar later trouwde de prins met de Franse gravin Marie Cavallier.

Naar Amerika met dit geboren showtalent!

Alexander Pechtold danst de macarena voor Arjen Lubach.
Alexander Pechtold danst de macarena voor Arjen Lubach.

En ja hoor, daar was ‘ie weer: de dildo. Bij elk tv-debatje over ingedutte liefdes wordt de bromstaaf vroeg of laat (meestal vroeg) als wondermiddel uit de hoge hoed getoverd (en massages natuurlijk, ook zo’n hulpmiddel dat iedereen gewoon zelf kan bedenken en waar geen ‘tv-deskundigen’voor nodig zijn). Dit keer kwam het dildo-advies van Helene Baayen, die een website exploiteert voor buitenechtelijke relaties.

Ze gaf haar raad niet aan zomaar iemand, maar aan SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij. Die vond zo’n dildo maar niets (verrassing!). Hij zag meer in ‘echte aandacht en belangstelling voor elkaar’, vertelde hij in ‘Pauw’. De christen-politicus wil een campagne lanceren vóór huwelijkse trouw. Gek genoeg bleef het vrij rustig aan tafel, terwijl daar toch het smeulende kruitvat Ingeborg Beugel zat, beminster van twee mannen.  Misschien kwam de kalmte door Jeroen Pauw, die zorgde voor de hem vertrouwde lacherige sfeer zodra het over seks gaat. “Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan”, zei hij over polygamie.

Ook Martine Sandifort praat op luchtige toon over seks. In haar eerste ‘Dokter Corrie show’(NTR) ging het over zoenen. Gebruik je tong niet stekend als een zwaard, niet draaiend als een wasmachine of kwijlend als een hond, was haar advies aan schoolkinderen. Alexander Pechtold mocht vertellen over zijn eerste puberzoen. Dat was op een brugklasfeest, waar een ‘mooi opgemaakt’meisje Alexander de dansvloer op trok en met hem begon te zoenen. “Ik schrok me wild, maar het was ook spannend en lekker”, vatte het D66-boegbeeld de ‘mondelinge interpellatie’ bondig samen.

Spannend en lekker was ook zijn optreden in ‘Zondag met Lubach’(VPRO). Pechtold werd gevraagd een stemadvies te geven op rijm: “Het is toch niet zo lastig, stem op DeeZasenzastig.” Toen hij vervolgens via de macarena mocht verbeelden hoe hij over het kabinet Rutte dacht, ontstond in mijn huiskamer een ware jubelstemming: hierbij valt zelfs die vlotte Max-polonaise uit 2011 van Job Cohen in het niet! Naar Amerika met dit geboren showtalent! En toen hadden we het ‘EenVandaag’-debat met Geert Wilders nog niet eens gezien. Alwaar Pechtold zijn opponent met een wolf vergeleek en Wilders de D66-voorman met een terror-oehoe. Beeldend!

Maar niet zo beeldend als de ‘Close up’-documentaire over Marte Röling. Vier jaar lang volgde het Avro-programma de kunstenares in haar atelier in Groningen. Een tijdsinvestering die zich terugbetaalde in een prachtig portret van een beeldhouwende Röling , waarbij bijna tussen neus en lippen door de ménage à quatre uit de doeken werd gedaan die Rölings overleden man Henk Jurriaans onderhield.

De vier kunstenaressen – naast Röling de gezusters Alissa en Adrienne Morriën en Wanda Werner – wonen en werken eendrachtig samen in Uithuizen. Geen spoortje van onderlinge jaloezie of nijd. Ze houden nog steeds veel van Jurriaans. En onderling zijn ze ‘onontbeerlijk’ en hebben ze het gewoon ‘gezellig’, zoals Adrienne het uitdrukte. ‘s Avonds allemaal aan één kant van de eettafel om gezamenlijk ‘De wereld draait door’te kijken, dat soort werk. Dat heeft toch ook allemaal met wederzijdse trouw te maken, bedenk ik me ineens met  ‘Pauw’ nog in het achterhoofd.

Na zang en dans nu de echte pop

Rappende baby's in 'Popster!
Rappende baby’s in ‘Popster!’

Het heet een Britse reportageserie over André Rieu, maar dat ‘Britse’mag je, althans wat aflevering één betreft, wel met een korreltje zout nemen. Het idee is, blijkens de aftiteling, van Rieu’s vrouw Marjorie, de producer is Rieu’s jongste zoon Pierre en de uitvoerend producent Rieu zelf. De montage van ‘Welcome to my world’ligt in handen van het Rieu vertrouwde duo Rob Hamer en Hans Penders.

Maar er is toch wel een link met Engeland. Opdrachtgever is de Britse zender Sky Arts, die de reeks al in 2013 vertoonde. En in deel één figureerden alleen maar Britten. Een eyeopener. Dat Rieu niet alleen in eigen land, maar ook onder Engelsen razend populair is, zal voor veel kijkers toch nieuw zijn. Zo populair zelfs dat Ivo Niehe de serie, hier door AvroTros uitgezonden, aftrapte met een gesproken bijsluiter: “De superlatieven kunnen een tikje overdreven overkomen.”En Rieu zelf: “Engelsen zijn nu eenmaal pathetischer dan wij.”

Ik geloof direct dat Britten onze violist adoreren, en ik geloof ook dat als de familie Rieu géén stevige vinger in de pap had gehad het beeld positief zou zijn. Het gaat immers om fans. Maar toch fluisterde zo nu en dan een duivels stemmetje in mijn hoofd: wij van wc-eend adviseren wc-eend. Niettemin, een vreugde om zoveel blijdschap te zien onder de 3400 veelal met vlaggen zwaaiende Britten op het Vrijthof. En hilarisch om hen ‘Mestreech is neet breid’te zien meezingen. “Dat lied kennen ze van mijn dvd’s”, legde Rieu uit.

Uit de poppenwereld verwachtten we evenmin veel nieuws, maar ook dat bleek een ernstige misvatting. SBS 6 voegt met ‘Popster!’een nieuwe dimensie toe aan het turbulente leven van de hand-, stok- en vingerpop. En niet te vergeten de marionet! Na een vloed aan talentenjachten voor zangers en dansers is nu de pop ontdekt als nieuw doelwit van competitieshows.

In ‘SBS Shownieuws’sprak tv-producent John de Mol vertederd over zijn verse speeltje. “Sommige poppen zijn zo goed dat je denkt dat het mensen van vlees en bloed zijn.” Die conclusie is na deel één van ‘Popster!’zeker gerechtvaardigd, maar verrassender nog vond ik dat Nederland zo ontzettend veel poppenspelers telt. Wie wist dat?! De één kwam met een levensgrote Michael Jackson-pop (overigens afgeserveerd door jurylid Henkjan Smits vanwege een voorbindbeen), de ander met een heel koor van sokpoppen en de derde met een acrobatisch blauw gevalletje van plastic.

De vermakelijkste act was die van Terry en Firginio: rappende baby’s. De minst geslaagde: twee strippers die ieder twee ogen op hun blote bibs plakten. Jurylid Georgina Verbaan vond ‘het uitgangspunt leuk’, maar gaf geen ster. En terecht! Zelfs Jan Wijdbeens, die vanuit de coulissen steeds de kritische jury voor gek zet , had zijn twijfels. Een leuke rol van André van Duin, en goed voor het evenwicht in de show. Zoals het ook aardig is bedacht om naast Smits en Verbaan een sprekende pop in de jury te zetten: miss Izzy.

Al met al een geslaagde vernieuwing van het sleets geworden auditiegenre. Volgens De Mol wordt ‘Popster!’ de ‘nieuwe, ultieme familieshow’. Daar zou hij best eens gelijk in kunnen krijgen. Ik heb in elk geval anderhalf uur lang gefascineerd zitten kijken.

Na zo’n debat ben je weer helemaal kind

Goed ingestudeerde toneelstukjes tijdens 'Pauw'-debat.
Goed ingestudeerde toneelstukjes tijdens ‘Pauw’-debat.

Het leuke van verkiezingen is dat je je weer helemaal kind voelt. Neem dit spotje van de PvdA. “Sommige mensen zijn wit, andere mensen zwart”, legt PvdA-voorzitter Hans Spekman ons uit. “Sommigen zijn dik, anderen dun. Zoals sommigen rijk zijn en anderen arm.”

De eye-opener werd dinsdag vertoond in KRO’s ‘Brandpunt’. Een dag later zagen we in ‘DWDD’een verhelderende boodschap van het CDA Limburg. Een vrouw blaast met een bladblazer wat papieren opzij. En concludeert: Voor een frisse wind, stem Anne Thielen.

Met kinderlijk enthousiasme installeerden we ons die avond voor het verkiezingsdebat in ‘Pauw’. Welke verkwikkende marketingkreten zouden ons vanavond weer om de oren vliegen? En zou Jeroen Pauw erin slagen daar doorheen te prikken? We hadden toch een beetje die stille hoop. De Vara-presentator is een van de weinigen in Hilversum die door een unieke combinatie van scherpte en ironie politici klem kan zetten. Maar helaas, het zat hem niet mee.

De discussie startte met het zoekgeraakte bonnetje van Opstelten en Teeven. Op zich goed gekozen. Immers, hoe vaak gebeurt het dat twee VVD’ers samen één bonnetje kwijt zijn? “De rekening is uiteindelijk vanuit het ministerie van justitie terechtgekomen bij ‘Nieuwsuur’”, trapte Pauw af (iets wat zijn NOS-collega Ron Fresen eerder ook al suggereerde), “maar is deze man of vrouw een lek of een klokkenluider?” Goeie vraag van Pauw. Wat volgde was een spectaculaire onthulling van Diederik Samsom: “De onderzoekscommissie zal de waarheid boven tafel halen.”

Mooi zo. Op naar het volgende onderwerp. “Werk, werk, werk”, kondigde Pauw aan. “Er zijn per slot van rekening net weer twee werklozen bij gekomen.” (leuk grapje richting het afgetreden duo Opstelten/Teeven). Mark Rutte zei: “Als Emile Roemer aan het roer stond, hadden we veel meer werklozen.” Roemer lachte er zelf het hardst om. Maar zijn goeie humeur sloeg snel om toen de premier hem beschuldigde van de lust tot lastenverzwaring. “Nou wordt ‘ie mooi!”, riep het SP-boegbeeld beledigd.

Wat we vervolgens zagen was een alleraardigst door Rutte en Samsom ingestudeerd toneelstukje. Beide heren hakten tegelijk in op Alexander Pechtold. “Hoeveel wilt u nu bezuinigen?”, riepen ze om en om. Het D66-opperhoofd acteerde leuk mee. “Kunt u me nu eens drie woorden achter elkaar laten uitspreken?”, riep hij gespeeld boos. Roemer verzuchtte: “Ik kan er geen touw meer aan vastknopen.” Maar die indruk hadden we al.

Geert Wilders, voor het eerst bij de Vara te gast, slingerde een paar lekker bekkende oneliners de lucht in. “De crisis is niet voorbij, u bént de crisis”, jouwde hij naar de premier. En: “Pechtold en Buma hebben negen van de tien voorstellen van het kabinet gesteund. Hoezo oppositie?”

In de consternatie raakte Pauw zowaar z’n briefje met dilemma’s kwijt. Nadat hij eerst Pechtold had gevraagd of hij alleen ijdel was of tevens een politieke hebberd, waarop de D66’er naar waarheid antwoordde ‘allebei’, improviseerde Pauw tegenover Samsom: “Licht ontplofbaar of is het heilige vuur gedoofd?” “Licht ontplofbaar”, besloot de PvdA-leider. Wat een leuk spelletje toch.

Rond middernacht, na afloop van het debat, keek ik in de spiegel en zag ik de glimlach van een kind.