Monthly Archives: January 2015

Op Winston Churchill raak je niet uitgekeken

In de week dat de bevrijding van Auschwitz werd herdacht, vertoonde de BBC een documentaire-vierluik over Winston Churchill, dat om meer dan één reden indruk maakte. Het was een oude reeks,  uit 1992, maar dat deed niets af aan de zeggingskracht en actualiteitswaarde. In tegendeel. Als je Churchill anno 2015 hoort spreken met zijn rustige maar gedragen stem, kun je je nog steeds voorstellen hoe de conservatieve oorlogspremier het Britse volk inspireerde.

We shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields.” Het is hoopvol, bemoedigend en door de stijlfiguur van de herhaling dramatisch tegelijk. Of zoals Barbara Castle (oud-Labour-parlementslid) het uitdrukte: “Hij had de uiterste wil om te vechten, ongeacht de offers. Die boodschap hadden we nodig in de frontlinie.”

Castle is, evenals veel andere deelnemers aan de documentaire, allang overleden. Dat hun getuigenissen tijdig op beeld zijn vastgelegd, bewijst eenstemeer hoe belangrijk de rol van tv-verslaggeving is als secondewijzer van de geschiedenis. Goede journalistiek is niets meer of minder dan op het juiste moment alert zijn.

Dankzij die waakzaamheid konden we Churchills schoondochter Pamela Harriman (overleden 1997) met gebeeldhouwd kapsel zien vertellen over hoe het toeging aan familiediners. De zware stem van haar schoonvader imiterend: “Jullie moeten allemaal met een dode Duitser thuiskomen.””Maar pa, ik kan helemaal niet schieten”, had Harriman daarop gezegd. Waarna Churchill: “Dan neem je maar een keukenmes.”

Of wijlen Elliott Roosevelt, zoon van de Amerikaanse president, die een ooggetuigeverslag gaf van de eerste ontmoeting van zijn vader met Churchill in augustus 1941. “Ze hadden elkaar nooit gezien, maar het leken oude vrienden die elkaar na lange tijd weer troffen.” Het waren deze ontboezemingen die de documentaire zo rijk maakten: de historie van WO II, vervat in persoonlijke observaties en beeldende herinneringen van direct betrokkenen.

Zoals sir Ian Jacob (overleden 1993), lid van Churchills oorlogskabinet. Hij memoreerde hoe Stalin ‘de gekste dingen uitkraamde.’ “Als je de Duitsers wat beter had bestreden, was je er nu niet zo bang voor”, zou hij Churchill hebben toegebeten. Waarop de Britse premier ’s avonds vanuit zijn logeerkamer met luide stem een telegram dicteerde aan zijn vervanger Atllee: “Stalin is wreed en ondankbaar.” De Engelse ambasssadeur Clark Kerr waarschuwde: “Niet zo hard, we worden afgeluisterd.” Waarna Churchill nog feller van leer trok: “Als Stalin zo doorgaat, zijn we morgen weer thuis.” De volgende dag was de Russische dictator poeslief, nou ja voor zijn doen dan.

Je kan zeggen, het is anekdotiek. Maar juist deze verhalen zijn onontbeerlijk om een geschiedenis die in grote lijnen bekend is steeds opnieuw te blijven vertellen. Zo weet een beetje Churchill-kenner dat de Britse oorlogsheld vóór 1940 allesbehalve bekend stond als een bekwaam, betrouwbaar politicus, en dat pas tijdens de wereldbrand zijn ware capaciteiten opbloeiden. Maar een uitdrukking als ‘Churchill was an old warhorse, sniffing powder’, zoals oud-veteraan sir Edgar Williams bezigde, zal je toch in weinig geschiedenisboeken tegenkomen.

Ook in Iran wordt gelachen, soms

Thomas Erdbrink (l) organiseert een cola-test in Iran.
Thomas Erdbrink (l) organiseert een cola-test in Iran.

De VPRO heeft een lange traditie in verhalende journalistiek – van Van Dis tot O’Hanlon – maar zo persoonlijk als nu met Thomas Erdbrink in Iran is het nog nooit geweest. Nou ja, niet helemaal waar. Vorig jaar zagen we VS-correspondent Michiel Vos, die probeerde uit te vinden hoe Amerikaans hij inmiddels was geworden. In ‘My America’ liet hij zijn beroemde schoonmoeder Nancy  Pelosi opdraven om die vraag kracht bij te zetten.

Ook Erdbrink neemt zichzelf als vertrekpunt, maar toch draait ‘Onze man in Teheran’(vier jaar voorbereiding) niet in de eerste plaats om hém. Soms is dat jammer. Zo zou ik graag willen weten hoe Erdbrink zijn eigen rol in de islam ervaart, nu hij is getrouwd met een moslimvrouw. Maar wie weet, komt dat nog.

Vaak echter pakt dat uitzoomen goed uit. Waar de serie van Vos soms wel erg in clichés bleef hangen, toont Erdbrink – correspondent voor o.a. de NOS – ons een onthullend beeld van Iran. Dat is   deels natuurlijk te danken aan de gelukkige omstandigheid  dat Iran voor de meesten van ons stukken onbekender, en daardoor spannender is dan de VS.

De ondertitel ‘Iran, het land waar niets mag, maar alles kan’ komt tot nu toe niet erg uit de verf. Je krijgt juist het idee dat er helemaal niets kan: 91 voorwaardelijke zweepslagen voor de makers van de Iraanse versie van het Amerikaanse liedje ‘Happy’! En een arrestatie van Erdbrinks collega Jason Rezaian. Maar nu moet ik mezelf al weer nuanceren. Er kan juist vrij veel in Iran, ten minste als ik het afzet tegen mijn (onze?) vooroordelen. Zo zien we een gescheiden vrouw, die nog een eigen huis heeft gevonden ook (na lang zoeken, dat wel).  Een macroverhaal (over emancipatie), gevat in een microverhaal (over een single-vrouw). Dat is steeds de werkwijze van Erdbrink.

Zo ook als hij met zijn schoonvader en diens vrienden naar het zwembad gaat. Daar praten ze niet over de Koran maar over dames (vermoedelijk net als de meeste mannen in zwembaden). “Een man hoort altijd het laatste woord te hebben”, vindt één van hen, “en dat is: vrouw, je hebt gelijk.”

Ja, er valt wat te lachen in deze nieuwe VPRO-reeks, en ook dat verwacht je niet in Iran. Vermakelijk, en voor velen wellicht herkenbaar, is het voortdurende gekibbel tussen Erdbrink en zijn vrouw Newsha, een succesrijk fotografe. “Ach”, zegt Erdbrink, “jij groeide op in Teheran en ik in Leiden, dat is het verschil.” Waarop zij ironisch: “Maar je bent geboren in Leiderdorp, dat vertel je er nooit bij.” Verrassend om deze gedetailleerde kennis van de Nederlandse kaart te vernemen vanuit het verre Oosten.

De serie (regie Roel van Broekhoven) is speels en creatief, en laveert tussen door Erdbrink georganiseerde cola-testen (de ‘islamitische’variant heet zam-zam) en bezoeken aan het vrijdaggebed, waar de VS en Israël dood moeten. Die ideologie van haat kenden we, maar toch is ‘Onze man’verfrissend. Dat komt doordat Erdbrink steeds wijst op de andere kant van de medaille. “Vijfduizend mensen roepen dood aan de VS, en dát zien we steeds in het westen, maar Teheran telt twaalf miljoen inwoners.”

Een pro-Amerikaanse Iraniër hebben we echter nog niet gezien.  Maar dat is misschien ook wel een beetje te veel gevraagd in een ayatollah-rijk.

Nu nog een therapie tegen tv-depressies

Martine Sandifort in een doodskist voor EO-programma 'De kist'.
Martine Sandifort in een doodskist voor EO-programma ‘De kist’.

Januari schijnt de deprimerendste maand van het jaar te zijn, en als ik mijn tv-gids mag geloven, zal de publieke omroep daarin weinig verandering brengen. Dan heb ik het natuurlijk niet over de herdenking van de Hongerwinter en zeventig jaar Auschwitz , want dat hoort gewoon bij de taak van de NOS. Maar waarom tegelijk met ‘Auschwitz’ op NPO 3 ‘Je zal het maar hebben’, over Pieter die op z’n 26ste een hersenbloeding kreeg, en Shanna die lijdt aan een darmkwaal en jeugdreuma?  Direct erna: ‘Jojanneke in de prostitutie’ met als thema mensenhandel op de Wallen. En op NPO 1 ‘Vinger aan de pols’, ook al over jeugdreuma. Dat is morgen.

En we waren nog maar net bekomen van de zondag, toen ‘Kruispunt’ Ria filmde, die al negen jaar haar dementerende man verzorgt, en Kefah Allush die aanbelde bij Martine Sandifort met een doodskist. En de zaterdag met ‘Ik laat je gaan’over borderline-patiënte Sanne,  die ‘na negen uitputtende jaren van chronische depressies en slapeloosheid’een einde maakte aan haar leven, gevolgd door ‘Zwaailicht’, dat de impact van rampen op mensenlevens belichtte. ’s Avonds konden we ‘genieten’ van ‘Rot op naar je eigen land’.

Vanavond gaat de waaier aan menselijke pijn verder open. Arie Boomsma wandelt met Alex die vroeger een meisje was, tv-maker Mark Bos, met uitgezaaide prostaatkanker, verhaalt over zijn zoektocht naar genezing, en Bert van Leeuwen nestelt zich gewoontegetrouw tussen ruziënde families. En zo gaat het maar door. De publieke omroep heeft een morbide hang naar alles wat riekt naar ziekte, gebrek, verdriet en verval.

Hoe zit dat in het buitenland? Ik heb de weekprogrammering van België, Engeland en Duitsland er eens naast gelegd, en wat blijkt? Daar hebben ze het bijna nooit over menselijke ellende. Ziektes zijn er al helemáál geen item. In tegendeel. De Belgen verrassen ons met ‘het tweede leven van uw kleerkast’en met een zoektocht naar echte vriendschap. De BBC toont een goochelprogramma met goede en (nog leuker) slechte trucs. Het bekende ‘Countryfile’ neemt ons mee naar het weldadige Britse platteland en ‘The big allotment challenge’ naar een spannende wedstrijd tussen amateurtuiniers (nu halve finale). Verder: de geneugten van rijkdom in ‘Billionaire’s paradise’.

Zelfs de ‘altijd zo serieuze Duitsers’zijn minder bedrukt dan wij. Vanavond op de ARD een man die pleegvader is van twee bruine beertjes, en donderdag de komische talkshow ‘Alfons und Gäste’. Alle buitenlandse publieke omroepen verblijden ons ‘s avonds met een paar aardige dramaseries, wat (luchtige) talkshows, en hier en daar een quizje. Nauwelijks dood en verderf.

Het verschil  met ónze publieke omroep is op z’n minst opvallend. Waar zou Hilversum aan lijden? Tobberig calvinisme? Te veel zendtijd om te vullen? Of zou het komen doordat wij, in tegenstelling tot het buitenland, omroepen hebben die voortdurend het ledental op peil moeten houden?  En iedereen weet: leed verkoopt. Hoe dan ook, de farmaceutische industrie wrijft in haar handen. Zolang er geen reclame mag worden gemaakt voor medicijnen, dan in elk geval voor ziektes . Maar laat Hilversum ons dan ook een therapie-show aanbieden voor televisie-gerelateerde winterdepressies.

Hèhè, we zijn erachter: vluchten valt niet mee

Sandra (l) en Willeke als vluchteling in 'Rot op naar je eigen land'.
Sandra (l) en Willeke als vluchteling in ‘Rot op naar je eigen land’.

Bjj sommige programma’s heb je nog voordat ze op tv zijn al duizend vragen. Bij ‘Rot op naar je eigen land’bijvoorbeeld. De EO laat een groep Nederlanders, onder leiding van oud-judoka Dennis van der Geest, ervaren wat het is om vluchteling te zijn. Hun geld, paspoorten en mobiele telefoons worden afgenomen, en ze leven drie weken lang als asielzoeker, begreep ik uit de voorpubliciteit.

Vraag één: als de publieke omroep ons al elke avond in films, documentaires, en nieuws- en actualiteiten-rubrieken laat zien hoe asielzoekers stranden en sterven, bedelen en verdrinken hoe kan het dan dat sommige mensen nog steeds niet op de hoogte zijn van het vluchtelingenprobleem? Mensen die zonodig eerst alles zélf moeten meemaken voordat ze iets willen geloven? Dat geldt in elk geval voor het viertal deelnemers (van de zes) dat er een nogal PVV-achtig gedachtegoed opnahoudt

Vraag twee: als al die programma’s niet overtuigend genoeg zijn, waarom meld je je dan niet aan als vrijwilliger in een asielzoekerscentrum? Dan zit je er met je neus bovenop. Nadeel is dan natuurlijk wel dat je niet met je hoofd op tv komt. Mijn overige 998 vragen bespaar ik u.

Ik keek naar deel één en twee. Wat allereerst opviel was de vorm. Het is een mal die je in tal van programma’s terugziet. Maakt niet uit waarover het gaat – feestende jongeren, homo’s in het ‘wild’ of, zoals in dit geval, namaak-vluchtelingen – het procedé is telkens hetzelfde: er gebeurt iets (of niets), en vervolgens blikken de deelnemers daar oeverloos in close ups op terug. Voorbeeld: het zestal belandt in een detentiecel. Meteen daarna mijmert Martin: “Ik heb geen moeite met zo’n cel. Ik heb al eens vastgezeten.” En Yernaz: “Ik vind het niet onterecht dat asielzoekers in detentiecentra worden opgeborgen.” Het is een format dat elke artistieke eigenheid vernietigt en de kijker opzadelt met bloedeloze eenvormigheid.

Dan de inhoud. Afgezien van mijn bedenkingen tegen de moderne belevingscultuur, waarin iets pas bestaat als je het zélf hebt ondergaan, is de vraag: is het echt mogelijk het leven van asielzoekers na te bootsen? Het lijkt er niet op. De kandidaten zien er fris gewassen uit, wisselen geregeld van kleding en de ‘dames-vluchtelingen’zijn keurig opgemaakt. Er wordt veel geklaagd over het voedsel dat op tafel komt en het oncomfortabele vervoer in een vrachtauto. Zouden echte vluchtelingen ook zulke luxe-discussies voeren? En zouden er veel asielzoekers zijn die, zoals Willeke (PVV-tatoeage op haar arm), klagen dat ze het sleuteltje van hun koffer kwijt zijn, waardoor ze niet bij hun elektrische (?)tandenborstel en schone ondergoed kunnen?

‘Rot op naar je eigen land’heeft één lichtpuntje: Sandra, aanvankelijk de radicaalste van het stel (‘alle vluchtelingen opsluiten op een onbewoond eiland’), lijkt langzaam bij te draaien. Je hoort haar steeds minder over ‘habbibabbies’, als ze het over asielzoekers heeft, en schaamt zich nu zelfs over haar vooroordelen sinds ze een nachtje heeft geslapen bij Iraakse vluchtelingen. Wie weet, komt straks de hele groep wel uit de verf als humaan. Dan heeft de EO, met zijn ongetwijfeld nobele bedoelingen, ondanks alle bezwaren, toch nog iets goeds bereikt.

Weinig spanning bij die Vrijzinnige Partij

Hoofdrolspelers Tim Snel en Marise Collee in 'De fractie'.
Hoofdrolspelers Tim Snel en Marise Collee (r) in ‘De fractie’.

In ‘DWDD’zei Alexander Pechtold: “De reden dat politici zo dol zijn op politiek drama is omdat het op tv veel spannender is dan in het echt.”De D66-voorman doelde op de nieuwe VPRO-serie ‘De fractie’ over de fictieve Vrijzinnige Partij Nederland (VPN). Helaas kan ik Pechtold (nog) geen gelijk geven. Met twee delen achter de rug, is er van spanning nauwelijks sprake. De VPN-fractie spettert noch vonkt, je zit niet op de punt van je stoel.

Fractieleidster Marise Collee (Sandra Mattie) is niet de stevige politica die je zou wensen en lijkt nu al de regie kwijt. In de VPRO Gids vertelde Femke Halsema –  samen met Gijs van de Westelaken het brein achter de serie – dat het juist gáát om de politieke neergang van Collee, maar dan zou je haar toch éérst willen zien vlammen?! Dat is niet het geval. Collees déconfiture begint al in aflevering één, wanneer het nieuwe ambitieuze fractielid Tim Snel, type: slimste jongetje van de klas, haar overvleugelt.

Misschien een beetje flauw, maar de verleiding is groot ‘De fractie’te vergelijken met buitenlands politiek drama als ‘Borgen’. Waarschijnlijk had die Deense serie een groter budget, in elk geval komt de cast een stuk ervarener over en is hoofdrolspeelster Birgitte Nyborg een vrouw van stavast. Daar komt bij dat in ‘Borgen’de politieke en journalistieke omgeving van Nyborgs Middenpartij een veel grotere rol speelt dan (tot nu toe) bij Collees VPN. Het is net of de VPN alleen op de wereld is. Je hoort over deals met andere politici, maar je ziet hen nooit. Daardoor blijven boeiende politieke confrontaties, zoals in ‘Borgen’ tussen Nyborg en Labourleider (later hoofdredacteur) Michael Laugesen, buiten beeld. Maar wie weet, staat ons dat allemaal nog te wachten. We hebben immers nog maar twee delen van ‘De fractie’ achter de kiezen.

Af en toe duiken Ron  Fresen en Ferry Mingelen op in een bijrol, en dat is leuk. Wat ik echt knap vind, is hoe de hete politieke actualiteit door de serie is heen geweven. De aanslag op Charlie Hebdo is  op het allerlaatste moment in de dialogen gemonteerd, en ook de recente visite van de bejubelde linkse Franse econoom Thomas Piketty aan Den Haag zit er in. Snel (Joris Smit) komt à la Piketty zelfs met een voorstel om vermogensbelasting te heffen, maar wordt daarbij publiekelijk pootje gelicht door partijvoorzitter Jan Leusingh (Han Kerkhoffs). Van die Leusingh heb ik hoge verwachtingen. Hij draagt de belofte in zich van cynische, politieke rat.

Ander positief punt van ‘De fractie’tot nu toe is dat de acteurs een vrij getrouw beeld geven van hoe de massa grosso modo de Haagse mores ervaart. Het gekonkel, het voortdurend herhalen van  dezelfde politieke mantra’s (op welke vraag ook), waar vooral Collee een ster in is, en het ‘uitruilen’van onderwerpen, zoals dat tegenwoordig gaat: de VVD mag Groningers deporteren uit het gaswinningsgebied als de VPN maar gratis kinderopvang krijgt. De volstrekte illusieloosheid, het gebrek aan idealen en visie, de kleinheid en alledaagsheid van de Hollandse polder, dát brengt ‘De fractie’ genadeloos in de huiskamer. Als dat een realistische afspiegeling is van de échte politiek, dan is dit drama in dat opzicht nú al ruimschoots geslaagd.

Pauls kookshow is een gatenkaas

Paul de Leeuw met rechts zijn zoontje Toby.
Paul de Leeuw met rechts zijn zoontje Toby.

Dat bakken en babbelen prima kunnen samengaan, bewijst al twaalf jaar lang ‘Taarten van Abel’ (VPRO). Banketbakker Siemon de Jong (‘Abel’) ontvangt elke zondagochtend een kind met wie hij al pratende een bijzondere taart maakt. Die kan bestemd zijn voor een gepeste klasgenoot, een vader die heelhuids terugkeert uit Afghanistan, of, zoals laatst, voor een moeder die haar rug brak tijdens een vakantie in geboorteland Colombia.

Haar zoontje Alveiro bleek een leuk, wereldwijs joch met een hoedje op. Hij deed aan theater en breakdance, en demonstreerde een dansje voor de bakker en de kijkers. Het programma is dáárom zo goed omdat zowel het bakproces als het gesprek alle aandacht krijgt. Tussen beide bestaat een uitgekiende balans, een perfecte harmonie, die De Jong weet samen te ballen in symbiotische zinnen als: “Chocolade mag nooit met water in contact komen, want dan wordt ‘ie hard. Dus, Alveiro, je bent nog nooit in Colombia geweest?”

Hoe zwaar het onderwerp ook, ‘Taarten van Abel’is nooit triest. Geen wonder, wie kan een appeltaart afbakken met betraand gelaat? Ontroerend daarentegen is de uitzending bijna altijd. Zoals ditmaal, wanneer Alveiro praat over de ophanden zijnde scheiding van zijn ouders. “Er is een andere sfeer in huis”, weet hij. De Jong: “Heb je partij gekozen?”Alveiro: “Nee, want ze zijn allebei even lief.” Tot slot biedt hij zijn moeder de taart aan met de woorden: “Alsjeblieft, ma. Omdat je uit Colombia komt, heel lief bent, en omdat ik je heb gemist.”

Het is een kinderprogramma, maar menig volwassene kijkt stiekem mee, wist de Nipkowjury in 2012. De tv-critici bekroonden ‘Taarten van Abel’met een Ere  Zilveren Nipkowschijf, ‘vanwege De Jongs respect, zijn empathie zonder slijmerigheid, en zijn juwelen van gesprekken over het kleine en het grote.’

Het is de vraag of ‘Pauls puber kookshow’ het ooit zover zal schoppen. Het nieuwe Vara-programma op zaterdagavond (met waanzinnig mooie decors, dát wel) lijkt geënt op ‘Abel’, maar ontbeert precies het evenwicht dat de VPRO-productie zo aantrekkelijk maakt. Om koken draait het bij Paul de Leeuw in elk geval niet. Van het frietbakken afgelopen keer zal de kijker zich eerder de bekende schuine grapjes van de presentator herinneren (‘Aardappelhoer?’, vraagt hij de kok. ‘Oh, je bedoelt aardappelbóer’) dan het geheim van goede patat. En van de mayonaise zal bij de kijker vooral blijven hangen dat die in één minuut klaar was. En aan het eind van de show op De Leeuws overhemd werd gespoten.

Als het niet om koken gaat, zoals in de voorpubliciteit al rondgebazuind, waar dan wél om? Om de gesprekken met pubers (dit keer met De Leeuws zoontje Toby en een paar vriendjes)? Een kwartier na uitzending schoot me van die conversaties al niets meer te binnen. Wel een aantal van De Leeuws  adviezen uit de oude doos, zoals: nooit met z’n drieën naast elkaar fietsen. En, oh ja, een meisje vertelde dat je een mandarijn moet eten nadat je hebt gedronken, dan merken je ouders niets.

Zoals wel vaker met nieuwe programma’s van De Leeuw, gaat ook dit mank aan een teveel van alles wat: een muziekje, een praatje, een potje koken, een gebbetje.  Kortom, een rommeltje: meer gatenkaas dan gestampte pot.

Wat een vreselijk saaie jungletocht!

Arie Boomsma met vaders en homozonen in de Argentijnse wildernis.
Arie Boomsma met vaders en homozonen in de Argentijnse wildernis.

Verbijsterend hoe Hilversum er steeds maar weer in slaagt om op kosten van de kijker ‘maatschappelijke kwesties’ te verzinnen die zogenaamd alleen in het  verre buitenland zijn op te lossen. Nu de KRO weer. Die heeft ontdekt dat sommige hetero-vaders en homo-zonen ruis op de lijn hebben. ‘Dus’trekt Arie Boomsma met in zijn kielzog vier vaders en vier zonen naar de Argentijnse jungle. Immers, waar elders moet je dit relatie-probleem aanpakken? “Einddoel is de Gay Pride in Buenos Aires”, jubelt Boomsma.

Volgens mij kom je als twistend hetero-/homokoppel ook een heel eind in Ponypark Slagharen. Bovendien, wat is er mis met onze éigen Gay Pride? En als die Argentijnse pampa nu nog een spannend verhaal opleverde, maar nee. Sterker, in ‘De roze wildernis’gebeurt eigenlijk helemaal niets. En op dat niets wordt vervolgens oeverloos in close up gereflecteerd.

Neem afgelopen week. De ‘therapiegroep’(mag ik niet zeggen van de KRO, want het is officieel een ‘avonturensoap’) komt onderweg wat lama’s tegen. Tijd voor contemplatie. “Toen ik die lama’s zag, dacht ik: ik spring er op”, zegt Guno sr. “Grappige beesten om te zien”, vindt vader Henk. “Ik dacht: die gaan spugen”, vertelt homo Sietse.

Volgende shot: ploeg slentert met lama’s de berg op. Na drie meter: terugblikken! Homo Danley: “Ik was moe en had geen zin meer.”Vader Jan: “Normaal zie je dit alleen in cowboyfilms.” En zo volgt de ene reeks nietszeggende quotes de andere op. Als na een, volgens Boomsma, ‘enerverende lama-tocht’de top van de berg is bereikt, zien we een dorpskind een tekening maken van een politie-agent. Alweer tijd voor bezinning. Guno jr. : “Wel bijzonder dat ze zo’n tekening maakt.”Vader Leo: “Wat zijn die kinderen toch vrolijk.”Zoon Roy: “Ik houd van kinderen, vooral als ze van een ander zijn.”

‘De roze wildernis’is één lange, tergend duffe jungletocht. Het is een format dat je overal terugziet: van MTV tot RTL en van SBS tot KRO. En steeds dezelfde saaiheid. Zelfs de verrassingen zijn voorspelbaar, want (hoogstwaarschijnlijk) geregisseerd. Zo eindigt uitgerekend de ergste deelnemer, potenrammer Henk, in roze slip in de Argentijnse Gay Pride, las ik in een vooruitblik. Als dát  geen doorgestoken kaart is! U bent gewaarschuwd.

Van ‘De roze wildernis’ in Argentinië naar de rosse in Amsterdam. Jojanneke van den Berge bewijst dat een dienstverband bij PowNed niet per se betekent dat er ook daarná niets zinnigs meer uit je handen komt. Nu ze bij de EO zit, maakt Van den Berge een onthullende reeks over prostitutie op de Wallen. Het ‘romantische’ sfeertje dat de tv ons meestal voorspiegelt – diffuus rood licht, accordeonnetje eronder, ohlala, ohlala  – gaat in ‘Jojanneke in de prostitutie’vakkundig aan diggelen. Ditmaal zagen we ex-prostituee Wendy die een boekje opendeed over de mishandelingen door haar pooier: “Mes op m’n keel, slaan met een riem, peuken uitdrukken.”

Een onherkenbaar gefilmde pooier vertelde: “Ach, het is met vrouwen net als met honden. Die geef je ook een flinke trap als ze niet doen wat jij wilt.” Van den Berge sloot af met: “Wendy had in tien jaar tijd 66.000 klanten. Ze stond met blauwe plekken achter het raam. En nooit sloeg ook maar één van die 66.000 alarm.”

Een terrorist met louter goede bedoelingen

Terreur-verdachte Abou Llias vraagt begrip voor zichzelf in het 'Journaal'.
Terreur-verdachte Abou Llias vraagt begrip voor zichzelf in het ‘Journaal’.

Het laatste wat ik voor mijn kerstvakantie zag was een prachtig programma van Mike Boddé over het verschil tussen ‘The Messiah’van Händel en het ‘Weihnachtsoratorium’van Bach.  Het ging erover dat Bachs werk zoveel ingenieuzer in elkaar zit dan dat van Händel. De eerste was John Lennon, de tweede Cliff Richard, vond Boddé. Deze week was al weer de laatste aflevering van ‘NTR Academie’. Die ging over Wagner, wiens muziek vaak hoorbaar is bij oorlogsfilms, zoals ‘Apocalypse Now’.

De échte oorlog – de terroristische aanslag in Parijs – woedt ondertussen voort op het scherm. Het ‘Journaal’interviewde maandag een terreurverdachte uit de Schilderwijk, wat een wel erg stuurloze opvatting lijkt van hoor en wederhoor. De man waarschuwde dat terroristen niet te streng moeten worden behandeld, want daar komen maar brokken van. Dus terroristen niet meer bij elkaar opsluiten onder zwaar regime, was zijn boodschap. “We mogen nu maar drie keer per week tien  minuten bellen”, klaagde hij.

Wie bij het ‘Journaal’heeft dit bespottelijke item bedacht? Een terreur-verdachte die het ‘goed’met ons voorheeft? En die ons komt alarmeren dat hij wel eens gevaarlijk kan worden als hij straf krijgt? Dat is toch, dacht ik, juist de core-business van terrorisme: agressiviteit? De onvermijdelijke deskundige die vervolgens in beeld kwam, maakte het verhaal er niet geloofwaardiger op. “Ze komen alleen maar bozer uit de cel”, zei deze Daan Weggemans. En wie waren zijn bronnen? Juist, terroristen. Is dit wetenschap? Lijkt me niet.

We zijn allemaal in de war door ‘Parijs’, maar het ‘Journaal’leek deze avond gehéél de kluts kwijt. Luister maar eens naar dit interviewtje met minster Opstelten over hoe veilig het is in Nederland. “De bestaande plannen en instrumenten doen hier en daar een tandje bij, en we proberen het sneller te doen.”Wat is ‘het’, denk je dan? Maar daar kwam alweer de volgende lading gebakken lucht. “De informatie-positie naar elkaar toe is ook erg belangrijk.” Zend dan niets uit, zou ik zeggen.

Dat denk ik ook wel eens als ik Stine Jensen bezig zie aan haar zoveelste filosofische Human-experiment. Voor het geval u haar nog niet kent, ze lijkt een beetje op de presentatrice van ‘Boer zoekt vrouw’. Daarmee wil ik niet zeggen dat Jensen de Yvon Jaspers is onder de wijsgeren, maar iets van een eigen filosofie heb ik na die ontelbare ‘Dus ik ben’-uitzendingen nog steeds niet kunnen ontdekken. Wel gaat ze altijd op zoek naar haar eigen ik, maar dat blijkt redelijk onvindbaar. Nu wilde ze weer non-dualistisch worden. Wat dat is? “Moeilijk uit te leggen”, verklaarde boeddhistisch hoogleraar André van der Braak. “Het heeft te maken met de afwezigheid van dingen, en dat je daardoor in een open ruimte komt.”

Het moet gezegd: Jensen deed haar uiterste best die open ruimte te bereiken. Uiteindelijk lukte het haar met een hallucinerende drug. Dat werd niet gefilmd, maar achteraf sprak de filosofe gelukzalig: “Het was een reis van zes uur. Een helende, therapeutische ervaring, met veel nieuwe inzichten, groot en klein.” Jensen was ontzettend non-duaal geworden, zoveel was duidelijk. Was het maar weer kerst, met een mooi ‘Weihnachtsoratorium’, zucht je op zo’n moment.

Propagandist van God

Vijftien jaar geleden overleed Toon Hermans. Ter nagedachtenis hierbij het verhaal dat ik op 30 mei 1998 over hem publiceerde in het Algemeen dagblad. Het was Hermans’ laatste kranten-interview.

“Kijk”, zegt Toon, gezeten op het zonnige terras van zijn villa in Bosch en Duin, “zie je die grashalm daar bewegen? Dat is God. Een acrobaat in het circus, een clown, God is in alles, en in alles is God. Toen ik dat van de week aan een kloosterzuster vertelde, zei ze: ‘Dan bid je zeker de hele dag.’Maar mijn gebed is heel beperkt. Zodra ik het wil formuleren, kan ik het al niet meer. Het is een gevoel. Zoals liefde een gevoel is.”

In zijn nieuwste boek ‘Gewoon God’- samengesteld door Mieke Mosmuller, een arts met dezelfde nieuwsgierigheid naar de zin van het leven als Toon – probeert de 81-jarige artiest dat Gods-gevoel onder woorden te brengen. Misschien kan hij andere mensen helpen in hun zoektocht naar de Waarheid, is zijn hoop. Niet dat Toon zelf alles zo goed weet. Integendeel. Verschillende keren onderbreekt hij het interview met de mededeling dat hij liever zwijgt, omdat hij eigenlijk niets weet. Het zijn geen zekerheden maar gewaarwordingen die hij verkondigt.

Een zwijgende Toon Hermans, dat zijn we niet gewend. “Door die verdomde publiciteit hebben de mensen een vertekend beeld van mij, waardoor niemand mij kent zoals ik ben! De grootheid van de theaterman Toon is piepklein. Als je de meetlat ernaast legt, dan bestaat die grootheid zelfs helemaal niet. Gezichtsbedrog. Er wordt bijna alleen maar gebabbeld in de wereld. Mijn spreken is altijd een parodie geweest op sprekers. Nogmaals: Ik weet niets.”

Ook in ‘Gewoon God’geeft hij volop de ruimte aan zijn vragen en twijfels, die hij verwoordt in tweegesprekken met Mieke Mosmuller. Toch zegt Toon: “Schrijven over God gaat mij makkelijker af dan praten. Als je schrijft, denk je dieper na.”

Eén positieve reactie op het boek is al binnen. “Een vrouw, hoogbegaafd en erudiet, kreeg een hersenbloeding, waarna ze een tijdlang wat timide en labiel was. Ze las ons boekje en zei: ‘Ik ben beter.’Het geloof in God had haar nieuwe kracht gegeven. Ik weet natuurlijk niet of die genezing echt door ons boekje komt, maar die vrouw heeft dat zo ervaren.”

Stilte. Secondenlang. Dan: “Alles wat wij over God zeggen, is nietig gewauwel. Wat ik zeker weet, is dat God geen Sinterklaas is die geeft wat je vraagt, maar verder… Alleen stilte is God. De mensen hebben altijd naar God gezocht. In het Oude Testament trokken ze de woestijn en de bergen in om daar waar het bloedstil is het bovennatuurlijke te treffen.”Glimlachend: “Nu spreek ik mezelf natuurlijk tegen. Eerst vertel ik dat God in alles aanwezig is, zelfs in die grashalm, en dan kun je één minuut later moeilijk beweren dat je de bergen in moet om God te zien. Maar ik kan niet anders dan in tegenspraak over God spreken. Iemand die zegt precies te weten wie of wat God is, is mesjogge.”

Een volgende ‘radio-stilte’valt. In de tuin van Toon zijn alleen de vogels nog te horen die vrolijk kwinkeleren en zich nergens druk over lijken te maken, al helemaal niet over God.

Toon: “Het maakt God geen fluit uit of we over hem praten of niet. Hij blijft toch wel bestaan. De zon houdt ook niet op met schijnen, evenmin de regen met regenen, wat wij daarvan ook mogen vinden. Ik ben een propagandist van God, een spreekbuisje, maar God heeft mijn propaganda niet nodig. Hij is geen Coco-Cola. In de jaren zestig heeft de wetenschap, sommige theologen incluis, geprobeerd God dood te verklaren. Het ging op een manier zoals Goebbels propaganda maakte tegen de joden. God leefde door, maar de God-is-dood-doctrine heeft wel de epoque van de afbraak ingeluid.”

In hun boek schrijven Toon Hermans en Mieke Mosmuller dat die ‘Godloosheid’heeft geleid tot een ernstig verloederde samenleving, waarin de moraal op allerlei gebied is verdwenen: liefde, huwelijk, vriendschap, cultuur. Het enige wat nog teltin de moderne maatschappij is geld. Zo verliezen we stilaan de joie de vivre.

Toon neemt een slokje van zijn mineraalwater. Prikkelhoest. Komt door de pollen in de tuin. “De tv is erger dan de atoombom. Dat er 220 miljoen mensen hebben gekeken naar het Eurovisie Songfestival, dat is toch te knullig en te lullig voor woorden! Weet je hoeveel mensen dat zijn, dat kun je je niet voostellen. En wat zien ze? Een Noors zangeresje van wie ze de taal niet eens verstaan! Het Songfestival is het grootste drama van deze tijd. Als ik naar de tv kijk, zie ik een zee die leegloopt. Er moet geestelijk voedsel de kamer binnenkomen, maar ze geven je zesendertig biefstukken. Daarvan krijg je indigestie. Eén op de duizend mensen zegt iets zinnigs, maar dat geeft de heren Philips en Sony toch niet het recht om zo’n wauwelbak in je huiskamer te zetten?! Ze verkopen je er alvast een afstandsbediening bij omdat ze veronderstellen dat de programma’s je toch niet zullen bevallen. Het water, de essentie van het leven, sijpelt weg. Er is geen waarheid meer over. God zegt: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ Mensen zijn, misschien in steeds grotere aantallen, op zoek naar die waarheid. Want de leegte is groot en de mens hulpeloos.”

Toon staat op en geeft een korte rondleiding door zijn woning. Op de televisie (jawel) een foto van Toon met Tony Bennett. Aan de muur de enige foto die Toon ooit heeft gemaakt: zijn vrouw Rietje in ‘gesprek’met een vogel die stukjes brood pikt uit de schotel in haar handen. ‘Ook dat is God’, hoor je Toon denken. Elders een portret dat Toon in zijn jeugdjaren maakte van de deken van Sittard, die de arme familie Hermans soms wat geld toestopte.

Katholiek noemt Toon Hermans zichzelf niet meer. “Het is te beperkt. Ik voel dat God bestaat, maar dat geloof hoeft geen naam te hebben. Van de katholieke God uit mijn opvoeding is weinig meer over. Islam, jodendom en christendom, ze hebben andere gebouwen en andere rituelen, maar het komt allemaal op hetzelfde neer: God is liefde en liefde is God. Ik wil niet zeggen dat de Kerk overbodig is. Ik ben niet zo’n fan van het Vaticaan, maar als er geen kerken zouden zijn, en ook geen moskeeën en synagogen, waren we ongelukkig. Het zijn verschillende wegen om tot God te komen.”

“God is niet christelijk, de oer-God is van ons allemaal. Denk maar aan het Bijbelverhaal over de kruisiging. Op Golgotha hing een moordenaar die zijn hele leven nog geen enkele seconde aan God had gedacht. En die zei één zinnetje… Het is me ontschoten. Nou, dat zei hij natuurlijk niet…. Hij brabbelde een paar woorden, zijn laatste woorden. En toen antwoordde Jezus: ‘Maak je niet ongerust, vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn.’Als je dát te horen krijgt wanneer je je laatste adem uitblaast, dan kun je vertrekken. Als God dat tegen mij zou zeggen, was ik de gelukkigste man op aarde.”

“Christus speelt een hoofdrol in mijn bestaan. Zoals je hebt kunnen zien, hangt zijn kruisbeeld bij mij boven de trap. Hij is de eerste die ik ’s morgen zie en de laatste als ik ’s avonds naar bed ga. Hij is mijn entree en sortie. Christus is steeds in mijn omgeving, dat voel ik. Ik zeg dat niet uit vroomheid, maar uit een gevoel van natuurlijke vriendschap. Ik heb zoveel respect voor die man dat ik hem zou willen omarmen. Ik probeer Christus na te volgen, maar toch voel ik mij geen christen. Ik ben het met lang niet alles eens wat de Kerk verkondigt. De enige reden dat ik wel eens naar de mis ga, is om de hostie,  het lichaam van Christus, te ontvangen.”

Is de Bijbel voor hem Het Boek of ‘slechts’een van de vele geschriften waaruit de mens wijsheid kan putten? “De Bijbel is prachtig, maar onvolledig. Ik heb verschillende boeken over de Bijbel gelezen – ik ben nu bezig met ‘De onbekende Jezus’van Joanne Klink – en langzaam maar zeker ontdekt dat er grote hiaten in de Schrift zitten. Hoe was Jezus als kwajongen, hoe was de relatie met zijn zuster? Is hij getrouwd geweest? Ik lees er helemaal niets over. Ik mis een heel stuk van zijn leven.”

“Voor de dood ben ik niet bang. Nee. Ik zou willen weten wie de dood is. Ik kreeg gisteren een bidprentje van een overledene en die stond er schaterlachend op. De dood is niet alleen luguber, maar heeft ook iets komisch, iets lachwekkends. Als je ziet hoe mensen met afgezakte smoelen rond zo’n groeve staan. Alsof er nog nooit iemand is overleden! We staan zo ver van de dood af. Daar komt ook het machtsbesef vandaan. Mensen voelen zich machtig omdat ze de dood niet kennen. Geen enkele menselijke macht is zo sterk dat hij de dood aankan: we zijn machtig uit onmacht. We lachen van verdriet.”

“Wat de hemel is? Dat weet ik niet.”Toon is stil, staat op en kucht. “Het zijn de pollen. De pollen.”