Monthly Archives: December 2014

Het mooiste en ergste van tv-jaar 2014

Het was het jaar waarin Philip Freriks met een vies gezicht de natuur in trok voor ‘Leve de lente’(EO), Arie Boomsma (KRO) toch weer een nieuwe troost-doelgroep ontdekte (‘Hij is een zij’), en Sunny Bergman met ‘Zwart als roet’ (VPRO) een definitieve draai gaf aan het Zwarte Pieten-debat. Het jaar ook waarin het 25-jarige ‘Lingo’van het scherm verdween (jammer), evenals ‘Pauw & Witteman’(minder jammer), ‘Knevel & Van den Brink’(’t werd tijd) en ‘PowNews’(vlag uit). Het jaar waarin ‘Eén op één’ (KRO) mislukte – geen wonder wanneer je, zoals Sven Kockelmann en Eva Jinek als een sprinkhaan in je stoel zit en zelfs de meest onschuldige gast aankijkt of hij iets van je aan heeft  – we het eerste soap-homohuwelijk meemaakten (Menno en Lucas in ‘GTST’) en Erica Terpstra prinses Beatrix op haar afscheidsfeestje een ‘kanjer’noemde.

Verder zagen we een kijkcijfer-meltdown op NPO 3 (na het vertrek van ‘DWDD’naar NPO 1), de grootste komkommer van de hele zomer in het ‘Journaal’ (schrijfster Marion Bloem zit zonder pinpas) en een mislukte tv-actie tegen ebola (opbrengst 7,4 miljoen, slechtste resultaat sinds jaren). Maar er was ook veel prachtigs: ‘Zomergasten’met Reinbert de Leeuw – geen interview, maar een muziekcollege van drie uur ,- het verrassende VPRO-experiment ‘Suspicious minds’ over een studentenfeest in omgekeerde chronologie, en een hilarische reportage van Fons de Poel (KRO’s ‘Brandpunt’) over politie-agenten op cursussen koeien knuffelen en paarden spiegelen.

Mooiste documentaires: ‘14-18, dagboeken uit de Eerste Wereldoorlog’(o.a. VPRO). Met dagboekfragmenten en indrukwekkend acteerwerk krijgt een wereldbrand die uit het collectieve geheugen is weggezakt opnieuw een gezicht. ‘Oudtopia’(VPRO): jonge programmamakers Nicolaas Veul en Tim den Besten logeren een maandlang in een woonzorgcentrum, en tonen niet alleen de tragiek van ouderen (en die van henzelf), maar ook de wijsheid. ‘Houdt God van vrouwen?’(NCRV): Emile van Rouveroy van Nieuwaal duikt onder in refo-milieu en registreert pijnlijk scherp de emancipatiestrijd van SGP-vrouw Hilligje Kok uit Staphorst.

Beste drama: ‘Ramses’(Avro). Maarten Heijmans zingt, danst, drinkt en vrijt als Ramses Shaffy zelf: een vlinder in de nacht. Won terecht de Zilveren Nipkowschijf. ‘Hollands hoop’(NTR, Vara, VPRO): meeslepend drama over gedoogbeleid en poldermodel, waarin psychiater (Marcel Hensema) zijn gezin naar de rand van de afgrond sleept. ‘Nieuwe buren’(RTL 4): spannende thriller naar een boek van Saskia Noort over twee bevriende echtparen tussen wie het wel ontzettend mis móet gaan.

Slechtste drama: ‘The deal’(Vara): officieel een politieke thriller, maar inhoudelijk net zo spannend als een wasmiddelenreclame. Een reeks vol loze shots, wezenloze scènes en simplistische dialogen.

Presentator van het jaar: Henry Schut. Zowel tijdens Winterspelen als WK voetbal een verademing op tv. Unieke combinatie van zelfverzekerdheid en bescheidenheid. Met natuurlijk gezag en zonder ronkende retoriek of dwingende dominantie.

Mediaman van het jaar: Paus Franciscus I. Wordt zelfs in het kritische Hilversum op handen gedragen. Is met zijn onverbloemde uitspraken over kerkleer en curie een geschenk uit de hemel.

André van Duin is nu van ons allemaal

Een Amsterdamse onderscheiding voor Rotterdammer André van Duin.
Een Amsterdamse onderscheiding voor Rotterdammer André van Duin.

Toen André van Duin in 1975 de Gouden Televizier-Ring won, liep hij met een verzameling wc-rollen het podium op. “Op dit papier”, zei hij, “plak ik voortaan alle negatieve recensies.” De boodschap was duidelijk: ik veeg mijn achterwerk af met kritiek. Het publiek moest er smakelijk om lachen.

Mies Bouwman herinnerde zich zaterdagavond tijdens  het gala ‘50 jaar André van Duin’hoe ‘linkse mensen’ aanvankelijk neerkeken op de komiek. “Ze vonden jou helemaal niks, André, totdat ze met heel kleine groepjes naar Carré gingen. Toen waren ze verkocht.” Het Tros-feestje (2,4 miljoen kijkers) vanuit het Beatrixtheater in Utrecht was het levende bewijs van hoe heel Nederland, inclusief de progressieve elite, Van Duin inmiddels in het hart heeft gesloten.

Niet één, maar twee PvdA-burgemeesters kwamen de jubilaris huldigen. Allereerst Eberhard van der Laan, eerste burger van Van Duins woonplaats Amsterdam. “Lieve André”, zei hij, “je bent onweerstaanbaar geestig en hebt een prachtige zangstem.” Hij overhandigde het feestvarken de Frans Banning Cocq-penning.

Terwijl de komiek zichtbaar nog aan het peinzen was over wie dat toch zou zijn, die Frans Banning Cocq, floepte de tweede PvdA-prominent in beeld. Op een groot videoscherm vertelde Rotterdams burgervader Ahmed Aboutaleb dat Van Duins humor hem had geholpen bij zijn inburgering in de jaren zeventig. “Ik geef je geen onderscheiding”, zei hij, “want je mooiste onderscheiding staat in je paspoort: je bent Rotterdammer.” Grappig toch dat zelfs een artiestengala niet veilig is voor de eeuwige rivaliteit tussen 010 en 020.

Na de burgemeesters volgden geëngageerde artiesten als Youp van ’t Hek en Herman van Veen.  Die waren wat minder uitbundig. De eerste raadde de gelukkige aan nu maar te stoppen, en de tweede had het heel formeel over ‘mijnheer Van Duin’.

En verder waren er natuurlijk de usual suspects: Ron Brandsteder, André Rieu, Simone Kleinsma, Ria Valk, Corrie van Gorp, Joke Bruijs en al die anderen die nauw met Van Duin hebben samengewerkt. De videofelicitaties van Mark Rutte mochten gelden als kers op de taart. Hij had altijd erg genoten van ‘Animal crackers’, zei de premier. Dat vond presentator Ivo Niehe een ‘politiek interessante uitspraak’, omdat Ruttes partijgenoot staatssecretaris Dekker juist afwil van programma’s als’Animal crackers’.

Het was het enige beetje spannende moment in de galashow. We zagen feelgood-tv, zoals we van Niehe gewend zijn: gezellig, gemoedelijk en sfeervol. Maar hoe Van Duin echt in elkaar zit, daarover kwamen we weinig aan de weet. Om maar eens wat te noemen: deed die felle kritiek in zijn beginperiode hem écht helemaal niets? Ook over de ontwikkeling van zijn vakmanschap werd nauwelijks gerept, terwijl Van Duin met zijn lach-of-ik-schiet-grappen en zijn gekke bekken toch uniek is in Nederland.

Wat gaat er in de jubilaris om? Zelfs tijdens het gevoelige lied ‘Daarboven in de hemel’van Herman Finkers – met in beeld foto’s van allerlei dierbaren die de jubilaris zijn ontvallen – viel er uit Van Duins gezichtsuitdrukking niet veel op te maken. Waarschijnlijk is hij gewoon een nuchtere Rotterdammer: what you see is what you get.

Lees wijzer

Ooit dacht ik: wat zou het leuk zijn om schrijvers te lezen die zijn uitverkoren door jouw favoriete auteur.  Of jouw favoriete acteur. Ik begon met ‘De kleine prins’van Antoine de Saint-Exupéry omdat  het bovenaan het lijstje stond van de door mij bewonderde filmster James Dean. Later volgde ‘De weg van alle vlees’van Samuel Butler, lievelingsboek van Gerard Reve. Toergenjev las ik om verschillende redenen, maar óók omdat Reve er verzot op was.

Het aardige van deze leesmethode is dat je eigenlijk twee schrijvers tegelijk bestudeert. Zo meende ik in het werk van Toergenjev dezelfde ironie te bespeuren als in dat van Reve (en omgekeerd). Ik had het idee niet alleen de grote Rus maar ook onze volksschrijver beter te leren kennen. Ander voordeel van deze manier van lezen is dat je op vrij overzichtelijke wijze ordening kunt aanbrengen in het enorme boekenaanbod. Het is een kwestie van vertrouwen: iemand die jij hoogacht zal best een goed kompas zijn. Tot nu toe heeft deze ‘leeswijzer’me nooit teleurgesteld.

Je kunt de boekenstroom ook kanaliseren door je keuze te laten afhangen van de plaats waar je verblijft. Op vakantie lees je bijvoorbeeld alleen schrijvers uit die stad of streek. Zo’n tien jaar geleden reisde ik af naar de Britse Rivièra met in mijn bagage detectives van de in Zuid-Engeland geboren auteur Agatha Christie. Ik kan u verzekeren dat het een spannende ervaring is om ‘Sleeping murder’te lezen op het terras van het Imperial Hotel in Torquay, waar de plot van dat boek zich afspeelt. Je wordt nóg meer onderdeel van het verhaal van de schrijver.

Dat gevoel had ik afgelopen najaar ook in Rome, toen ik op aanraden van romanschrijver Bas van Putten een werk van Alessandro Baricco kocht: ‘De barbaren’. Deze essaybundel over maatschappelijke neergang bladert heerlijk weg wanneer je zelf deeluitmaakt van dat verval, namelijk als dagjesmens op de Aventijn. Temidden van het massatoerisme worden de schrikbeelden die de Romeinse auteur en journalist (La Repubblica) schildert plots nóg aanschouwelijker. “I’m in Rome to see the poop”(in plaats van ‘pope’), hoor je een toerist zeggen, terwijl je leest over culturele verloedering. Ter voorkoming van misverstand: Baricco veroordeelt ‘barbarij’niet. Sterker, er is, volgens hem, niet eens  een grens tussen beschaving en barbarij. We zitten allen in een overgangsgebied, waarin culturele verworvenheden een nieuwe inhoud en betekenis krijgen.

Eén keer heb ik heel dicht tegen het verhaal van de schrijver mogen aanschurken. Dat was in 1998 toen mijn bevriende collega Renate van der Zee en ik in Londen Merlin Holland, kleinzoon van Oscar Wilde, interviewden over diens Wilde-biografie. Centraal in dat boek stond  uiteraard de homo-erotische vriendschap van Wilde met lord Alfred Douglas, een verhouding die de auteur door toedoen van Douglas’vader, de markies van Queensberry, in de cel deed belanden. Tijdens het interview ging de telefoon. “Dat was de kleinzoon van de markies van Queensberry”, vertelde Holland nadat hij had opgelegd. “We gaan zaterdag samen eten.” De grootvaders waren aartsvijanden, de kleinzoons vrienden. Even voelde ik me gelukzalig opgenomen in een klein stukje Britse schrijvershistorie.

Niet-rode SP’er

20141223_123058Tussen de kerstbomen en de feestelijke stoffen staat een bakfiets met een tomaat . Het is weekmarkt, dus flyertime voor de SP. Partijgetrouwen delen ‘Rooie Rotterdammers’uit, krantjes die de armoe in de stad aan de kaak stellen. ‘Er is genoeg voor iedereen!’schreeuwt de voorpagina in Telegraaf-letters. Kerst of geen kerst, het socialisme strijdt onverdroten en kloekmoedig voort.

Een van de colporteurs is een meisje in een bruine winterjas. “Hallo, ik ben Ike”, zegt ze. “Wij zijn de enige partij die hier altijd staat. De andere zie je alleen rond de verkiezingen.” Het resultaat mag er zijn: van twee naar vijf zetels in de gemeenteraad.

Marktbezoekers trekken voorbij met een zak patat van Bram Ladage. Een enkeling pakt een krantje aan, de meesten lopen door. “Misschien kunnen we voortaan beter bij de nieuwe Martkhal gaan staan, daar is meer publiek”, oppert Ike. “Kijk,  met die man dáár kunt u ook praten. Dat is Leo de Kleijn, onze fractievoorzitter.”

Hij is van middelbare leeftijd, met vriendelijke blauwe ogen. En een al even vriendelijke blauwe sjaal.  “Die heb ik van fractieleden gekregen voor mijn verjaardag”, legt de SP-voorman uit. Waarom geen rooie? “Ik ben niet zo van de rode attributen. Ik draag ook nooit SP-speldjes. Mij te carnavalesk.” Is hij wel een echte socialist? Hij was daareven ook al zo positief over de vrije ondernemers van de weekmarkt ( “Ik ben voorstander van particulier initiatief, zolang het niet ten koste gaat van de maatschappij.”) En zie, nu krijgt hij zelfs een aai van een passerende oud-fractiemedewerkster van de VVD. “Ik heb wél  gehoord dat ze geen VVD-lid meer is”, zegt De Kleijn.

Hij rolt een shaggie. Een arbeiderssigaret, dat stelt gerust. “Ik ben de zoon van een katholieke kolenboer uit Venray, en  op mijn zestiende werd ik lid van de PSP.” Een pacifist dus? “Nou, nee. Ik heb zelfs in het leger gediend. Ik ben niet principieel tegen gebruik van geweld, mits democratisch gelegitimeerd.”

Een niet-rode SP’er en ooit een gehelmde PSP’er. We moeten nu toch echt een test gaan doen. “Kent u de Internationale?”, vragen we bezorgd. “Eh, eens even kijken…  Ontwaakt, verworpenen der aarde… En nu moet ik heel diep nadenken. Ja, dat komt zo: wij zingen dat lied zelden bij de SP. Bij ons spelen altijd bands. De Internationale is meer iets voor de PvdA. Maar ja, daar betekent het niks, want dat is dé regentenpartij.”

Ike komt erbij staan. Ook zij kent alleen de eerste zin. Een derde SP’er voegt zich bij ons. Het is een oudere heer, met een waardig voorkomen. Een dominee, zo blijkt, Bob ter Haar. Hij zingt: “Mensen, noem elkaar geen mietje. Eenmaal zing je allemaal het ouwe liedje.” Maar, dat is toch een heel ander vers? “Rustig maar”, beduidt de emeritus-predikant, “ik moet even oefenen.” Na een korte stilte komt het: “Makkers, ten laatste male tot de strijd ons geschaard, en de Internationale zal morgen heersen op aard.” Zijn stem klinkt over de Binnenrotte. Wij applaudisseren eerbiedig. Het socialisme is nog lang niet dood in Rotterdam.

De glastas

20141222_132419

‘s Ochtends in alle vroegte steek ik twee wijnflessen in mijn werktas. Maakt u zich geen zorgen, het is niet mijn dagelijkse gewoonte, maar ditmaal kom ik er niet onderuit. Want ik wil naar Leerdam voor de opvoedcursus ‘Glas in ’t bakkie’. Als je slaagt, krijg je als beloning een glastas, las ik op internet. En wees eens eerlijk: wie wil dat nou niet, een gratis glastas uit de glasstad?

Reeds in de trein bekruipt mij een feestelijk voorgevoel.  Maar dat is snel voorbij. “U heeft niet ingecheckt”, zegt de conducteur. “In Rotterdam toch?”, reageer ik. “Nee, hoor, u bent in Dordrecht overgestapt en had daar opnieuw moeten uit- en inchecken. U kwam namelijk uit een NS-trein en dit is een Arriva-trein. Maar goed, ik zal u geen boete geven. ik ga voor u wel even inchecken bij de volgende halte.”

Een minuut later is de conducteur terug. “Zo, dat is in orde”, zwaait hij met mijn ov-chipkaart. “Maar nu nog dit. U heeft nog steeds niet uitgecheckt in Dordt. Daarom moet u dat nu met terugwerkende kracht op de thuisreis doen. Dat wil zeggen: nadat u straks heeft ingecheckt in Leerdam moet u bij het overstappen in Dordrecht eerst uitchecken voor Arriva, bij de rode paal, en daarna voor de NS, bij de gele, vervolgens  twee minuten wachten en ten slotte weer inchecken voor Rotterdam, ook weer bij de gele paal. Begrijpt u?”

“Tuurlijk”, roep ik, terwijl ik hem glazig aankijk. Mijn hemel, wat is mijn glastas-voorpret al bedorven. En nu moet ik nog plassen ook, terwijl er geen wc aan boord is. Dan maar in de stationsrestauratie van Leerdam.  Om de uitbater te bedanken bestel ik een koffie. “Ik ga dadelijk naar een cursus glas in een glasbak werpen”, vertel ik. “Is ‘t werkelijk?”, stamelt hij.

Aangekomen aan de Westwal word ik hartelijk welkom geheten door vier (!) glasbak-beambten. Een oudere heer in  knalgele regenjas zegt:  “Ik ben Willem van ’t Geloof, projectleider van Glas in ‘t bakkie. Er verdwijnt jaarlijks nog altijd 150 miljoen kilo glas in de vuilnis, in plaats van in de glasbak. Vandaar dit initiatief.” Ik haal mijn twee lege wijnflessen tevoorschijn en vraag of ik ze met de hals of met de bodem naar beneden in de bak moet gooien. “Maakt niet uit”, antwoordt Van ’t Geloof. “Doppen en kurken mogen ook gewoon mee.””Het is, denk ik, vooral een kwestie van van je áf werpen?”, vraag ik.

Tien minuten later. “Heb je je diploma?”, roept de stationsrestaurateur. Bij wijze van antwoord  zwaai ik enthousiast met mijn mooie gele glastas. Een man met een ijsmuts mengt zich in het gesprek. “Ach, ik heb wel gekkere cursussen gedaan”, vertelt hij. “Bijvoorbeeld hoe je je veiligheidsriem moet vastdoen in een vrachtwagen.”

De trein arriveert. Wat was het ook al weer? Inchecken, uitchecken, gele palen, rode palen, nog eens inchecken, twee minuten wachten… Ik ben het kwijt.  Maar die glastas neemt niemand me meer af.  Ik klem  mijn trofee extra stevig in m’n knuistjes. Niemand!

Johannes de Doper was een echte tokkie

Een diertje verschijnt in beeld. Het krabt aan z’n kontje. Victoria Koblenko en Dione de Graaff aanschouwen het tafereel ademloos. Victoria: “Wat een gaaf beest, een soort grote poes!”Dione: “Het lijkt wel een kruising tussen een konijn en een otter. Een zwijntje zie ik er ook in.”

We zijn in de buurt van Jericho, voor een Bijbelse tocht met BN’ers. Programmaatje van de EO. Hoe zou het zijn, vroeg die omroep zich af, om met zes tv-sterren in het voetspoor te treden van Maria en Jozef, toen zij van Nazareth naar Bethlehem trokken? Op zich een aardig idee, zij het dat je zo’n club wel met ferme hand moet dirigeren, anders wordt het een warboel. Nou, dat is het dus geworden.

En dat is jammer, want de eerste aflevering van ‘Sterren van Bethlehem’was veelbelovend. EO-presentator Bert van Leeuwen wist de grotendeels ‘ongelovige’groep zo ver te krijgen om te reflecteren op Jezus’wonderbare  broodvermenigvuldiging. En die gesprekken gingen dieper dan een eenvoudigweg ‘ik geloof het wél ‘(Roué Verveer) of ‘ik geloof het niet’(Filemon Wesslink). Zo zei Wouke van Scherrenburg: “Waarom zou je wonderen kapot redeneren?” Een verstandige opmerking. Immers, misschien gaat het niet zozeer om ‘echt’gebeurd of niet, maar om iets anders: het inzicht dat als mensen delen er altijd genoeg is voor iedereen? Niet dat dit er op tv zo expliciet uit kwam, maar Woukes opmerking leidde bij deze kijker in elk geval tot enige ernst onder de kerstboom  over de fúnctie van geloof.

Dat gemijmer is nu voorbij, want  het gezelschap is sinds het plotselinge vertrek van Van Leeuwen (zieke vader) vervallen in een soort Babbelonië. Het evangelie ligt vanaf nu in handen van de ploeg. Nou, da’s wennen, kan ik u vertellen. “Johannes de Doper was een rare”, verkondigt BNN’er Filemon in de ‘pelgrimsbus’. “Hij zag er niet uit, maar Jezus wilde uitgerekend door hém worden gedoopt.” Wouke: “Ja, een echte tokkie, die Johannes.” Victoria barst in lachen uit.

De bestemming is bereikt: Auja. “Ze hebben hier vast geen wifi”, moppert Wouke. De ‘bedevaartgangers’ verkennen een ecocentrum en een kruidenier. Filemon: “Wisten jullie dat negerzoenen heel populair zijn in Palestina?”Victoria: “Jongens, ik wil een mango. Ik heb zo’n trek in een mango.” (De kijker kermt in stilte: Bert, als het weer enigszins gaat met je vader, wil je dan alsjeblieft onmiddellijk terugkomen?!)

Volgende halte: de Berg der Verzoekingen. Dat moet per kabelbaan. Maar wat een ellende! Dione heeft hoogtevrees, en in de cabine van Kluun is geen airco. Eindelijk is de top bereikt. “Holy Mozes”, roept een van de dames-pelgrims. Dat is dan weer wél toepasselijk.

Eerst een terrasje. Wouke bestelt een witte wijn. “Wat? Geen witte wijn? Ik wil naar huis.” Tja, de zes discipelen zijn een beetje van het padje af. We horen weinig meer over Jozef, Maria en hun zoon (behalve dan dat Jezus een rebel was – Wouke: “Daarom ben ik dol op hem”-  en dat hij een coupe soleil had, alweer volgens Wouke). Meer tijd is er voor een van Filemons prangende dilemma’s: “Wouke, als je moest kiezen tussen tien kinderen of nooit meer seks, wat zou je dan doen?” Wouke: “Wat een belachelijk dilemma!”

‘Sterren van Bethlehem’, je krijgt er een kind van!

‘t Gaat slecht met PvdA, maar niet met PvdA’ers

Winnaar Frans Timmermans verzon ter plekke nieuwe slogan.
Winnaar Frans Timmermans verzon ter plekke een nieuwe slogan.

Eigenlijk wist je het al vanaf de eerste minuut: Frans Timmermans politicus van het jaar. Eerder hadden de parlementaire pers en Maurice de Hond hem die titel al gegeven – vooral dankzij zijn VN-speech – en nu kwam ‘EenVandaag’er nog eens achteraan. Verrassender dan de uitslag waren de politieke interviews.

Immers, je maakt niet elke dag mee dat op de buis onenigheid ontstaat over het aantal ouderenfracties in de Kamer. “Dat zijn er toch twee?”, vroeg Suzanne Bosman. “Welke is dan de tweede?”, reageerde Norbert Klein (ex-50Plus) pissig.

Al even hallucinerend was het gesprek met het uit de PVV vertrokken duo Bontes en Van Klaveren. Bosman: “De heer Van Klaveren komt straks natuurlijk in de nieuwe fractie?”Bontes: “Dat is helemaal niet zeker, hoor. Daar zijn geen afspraken over, we komen er later op terug.” En die Van Klaveren stond er maar naast te grijnzen.

Ik  zal maar eerlijk toegeven dat ik er geen bal van begreep. Van de hele uitzending niet (behalve de eindtune). Waarom legde niemand bijvoorbeeld even uit waarom Sybrand Buma – die niet was genomineerd, net zo min een van zijn partijgenoten – hoofdgast was? En hoe kon het dat drie PvdA’ers in de race waren voor de titel (Timmermans, Dijsselbloem en Asscher), terwijl die partij op elf zetels staat in de peilingen? Opiniepeiler Gijs Rademaker kwam er zelf ook niet helemaal uit. Timmermans trok slim de conclusie dat het publiek misschien niet de partij maar wel haar bewindslieden waardeert. “En dat werkt straks hopelijk door in het stemhokje: PvdA zo gek nog niet.” De PvdA-verkiezingsslogan lijkt geboren.

Ik denk dat Roland Duong de titel blind had weggegeven aan Herman van Rompuy. En dan niet alleen ‘politicus van het jaar’, maar vermoedelijk ook ‘van het decennium’en waarschijnlijk zelfs ‘van het hele universum’. De presentator van ‘Slag om Europa’(VPRO) snakte naar adem om de oud-voorzitter van de Europese Raad te bejubelen. Een bescheiden man, sympathiek bovendien en een toppoliticus boven alles, vond de verslaggever. Ja, waar de Romeinen keizer Augustus hadden, hebben wij Van Rompuy, zei hij met droge ogen. Het decor was Forum Romanum in Rome –  Duong zal toch niet voor dat éne zinnetje naar de Eeuwige Stad zijn afgereisd? – en de boodschap was duidelijk: Van Rompuy heeft de Europese beschaving voor de ondergang behoed.

Nu zal de man best veel goeds hebben gedaan – niet in het minst het redden van de euro -, maar dan hoef je er toch nog geen hagiografie van te maken? Waarom hoorden we niets over Rutte’s vermeende dreiging de Eurozone te verlaten? Ja, daar kon Van Rompuy zich niets van herinneren, zei Duong, maar in beeld vroeg hij de EU-politicus er niets over. Evenmin over de rol van Nederland als ‘meest recalcitrante jongetje van de klas’(historicus Mathieu Segers). Wel wilde Duong weten ‘hoe pijnlijk het was dat Van Rompuys’s huzarenstukje’werd bedreigd door populisten. “Is er nog iets dat u kwijt wil?”, rondde hij zijn schoolkrant-interview af.

En daarna volgde ineens een gesprek met priester Don Pino de Masi over het migranten-probleem in Calabrië. Een rare, rommelige uitzending. De laatste ‘Slag om Europa’bovendien. Jammer, deze afsluiting. Duong kan beter, zo heeft hij eerder bewezen.

Toespraken die de wereld veranderden

Toen ik vrijdagavond Onno Hoes bij ‘Nieuwsuur’ zag, dacht ik: díe zou nu eens een speech moeten houden. Live op tv. Over zijn val als burgemeester van Maastricht na de ‘PowNews’-affaire. Een gloedvol betoog zou het moeten zijn. Over zijn idealen als eerste burger, het recht op een privé-leven en journalistiek fatsoen. Maar nee, hij zat bij Joost Karhof. Om zinnen uit te spreken als: “Ik heb het er niet op laten aankomen om unanieme steun van de raad te vragen.”

Tja, met oreren zal het in Nederland wel nooit wat worden. Dat constateren ook de makers van ‘Speeches’, een nieuwe VPRO-serie over historische toespraken. Bij de selectie was een van de criteria dat zo’n rede iets in de wereld teweeg moest hebben gebracht. “Hup, daar gingen in één keer zowat alle speeches van Nederlandse makelij”, spotten Roel van Broekhoven en David Kleijwegt in de VPRO Gids.

Jezus Christus viel trouwens ook af, want daar was geen beeld van. En dus moesten we het doen met  Margaret Thatcher (‘the lady’s not for turning’, 1980). Maar ook Martin Luther King (‘I have a dream’, 1963). Opnames die hoe dan ook blijven boeien. Wat je verder ook van Thatcher mag vinden, ze had een grote eloquentie. En King raakt je nog altijd in je ziel met zijn ‘free at last, free at last, thank God Almighty, we are free at last.’

Maar er is meer waarom we van deze reeks veel mogen verwachten. Dat is te danken aan de aanpak van de makers. Niet de kunst van het speechschrijven staat centraal – wat in een zesdelige serie als deze al snel op herhalingen zou uitdraaien – maar de effecten van zo’n lezing op het publiek. Zo leidde de welsprekendheid van Thatcher tot de ironische poppenserie ‘Spitting image’. We zagen stemacteur Steve Nallon die aan de Thatcher-satire ‘een mooi huis en een goed leven’had overgehouden. Gevaar van zo’n helicopterview is weer wel dat je te ver afdrijft van de hoofdpersoon. Zo was het onnodig te weten dat een Britse kijker dankzij ‘Spitting image’geen zelfmoord had gepleegd, hoe verblijdend  ook.  Zeer verrassend daarentegen was de vriendschap die IRA-terrorist Patrick Magee en Thatchers spindoctor Harvey Thomas hadden gesloten in de jaren na Magees bomaanslag op Thatcher in 1984.

Die surprise, zij het een niet onverdeeld gelukkige, zat gisteravond ook in de aflevering over King. Gefocust werd op het plaatsje Philadelphia, Mississippi, waar de speech grote gevolgen had. Drie dorpsjongens gingen vechten voor burgerrechten, een strijd die ze met hun leven moesten bekopen. Na de lynchpartij, georganiseerd door de plaatselijke sherrif Cecil Price, hulde het dorp zich in stilzwijgen. Alleen door het veertigjarige (!) spitwerk van de lokale journalist Stanley Dearman kwam het brein achter de moord, Edgar Ray Killen, in de cel.

En nu de ‘verrassing’: In Philadelphia wordt nog steeds niet over de moord gesproken, zwarten vrezen nog altijd geweld van blanken en Dearman is zijn leven niet zeker en moet verhuizen naar Florida. Maar ook: de zoon van de sherrif is bevriend geraakt met de zwarte football-speler Marcus Dupree, wiens moeder een gedenkteken heeft opgericht voor de drie gedode activisten. Zo leidt een halve eeuw na dato Kings speech toch nog tot verzoening.

De vlag kan uit: ‘PowNews’stopt!

Onno Hoes stiekem gefilmd in allerlaatste 'PowNews'.
Onno Hoes stiekem gefilmd in allerlaatste ‘PowNews’.

In de affaire Onno Hoes komen twee verborgen agenda’s bijeen: ‘PowNews’wil zijn vierjarig bestaan afsluiten met een daverende uitsmijter en een jonge ‘lokhomo’zoekt televisie-roem. Dat daarvoor de burgemeester van Maastricht moest sneuvelen is toeval. Het had net zo goed een andere gezagsdrager kunnen zijn. Maar de naïeve Hoes was veruit de makkelijkste prooi. Hij was immers al eerder door de mand gevallen met een ‘toyboy’.

De actie past geheel in de stijl van omroep PowNed: hufterig, verloederend en journalistiek beschamend. De vlag uit dat ‘PowNews’stopt! Maar voorlopig hebben ze hun einddoel bereikt: iedereen heeft het nu over die fatale laatste uitzending. Of ‘lokhomo’Robbie Hasselt óók  tevreden kan zijn, is de vraag. De producer in opleiding – aan het MBO-college Hilversum – krijgt nooit een tv-job, hebben de ‘RTL Boulevard’-sterren Peter van der Vorst en Winston Gerschtanowitz pas geroepen.

Opvallend dat uitgerekend de roddeljournalistiek de ethische kaart trekt. Op de avond van het aftreden hoorde je er verder niemand over. Ja,  hooguit dat het stiekeme gefilm van ‘PowNews’walgelijk is, maar daar bleef het bij. Het ging over homorechten (Ferry Mingelen in ‘Pauw’), het onderscheid tussen privé en publiek voor een bestuurder (weinig verschil, volgens Job Cohen in ‘Nieuwsuur’) en de vraag of de Maastrichtse raad zijn burgemeester voldoende had gesteund (ook ‘Pauw’).

‘PowNews’-presentator Dominique Weesie had moeten verschijnen. Om antwoord te geven op de vraag: Zeg, sinds wanneer is het hameren op seksueel fatsoen een speerpunt in jullie programmering? Is dat vóór- of nádat jullie onze vrijgezelle premier hadden gevraagd: “Nog geneukt vannacht?” En hoe ligt de relatie tussen jullie blijkbaar nieuwe moreel-ethische code en het gebruik van verborgen camera’s? Maar Weesie gaf nergens thuis. We hoorden alleen dat ‘PowNews niet highfivend’ over de werkvloer ging nu Hoes was opgestapt (‘RTL Boulevard’). Zou het werkelijk? Niet highfivend? Wat dan wel? Bedroefd? Gegeneerd?

Na Weesie had NPO-baas Henk Hagoort moeten opdraven. Wat maakt ‘PowNews’ met z’n geheime camera tot een publiek programma?, hadden ze hem moeten voorleggen. En: Mag PowNed maatregelen verwachten? Maar ook die vragen werden niet gesteld. Het enige ‘ethische’wat we zagen waren de krokodillentranen van Hoes’ex-man Albert Verlinde. Tranen zo groot dat je een vochtvreter onder je tv-toestel moest plaatsen.

“Je moet toch een privé-afspraak kunnen maken?!”, verzuchtte het ‘Boulevard’-boegbeeld. “Logisch dat Onno juridische stappen wil ondernemen.” Omdat hij zelf natuurlijk ook wel doorhad dat het een beetje hypocriet klonk, ging Verlinde meteen over op de verdediging van zijn eigen programma. “Ik hoor de kijker al zeggen: daar heb je ‘Boulevard’met z’n beelden uit de parkeergarage.” (gedoeld werd op een uitzending uit 2009 met een stiekem zoenende Yolanthe Cabau van Kasbergen en Wesley Sneijder, W.P.). “Nou”, vervolgde de presentator, “Iedereen weet dat in een parkeergarage camera’s hangen. Bovendien hadden we ’s middags gebeld dat we de beelden gingen uitzenden, en er is niemand vóór gaan liggen.”

Tot zo ver de ethiek van de commerciële omroep. Nu nog die van de publieke.

Weinig voorspoed in de Voorstraat

Een blonde vrouw verschijnt in beeld en zegt: “Ik heb ADHD en ODD. ODD is opstandigheid. Als iemand ‘nee’zegt, wil ik ‘ja’. Ik heb twee jongens met ook allebei ADHD en ODD. De jongste heeft verder een visuele en verstandelijke beperking. Dan heb ik nog een meisje, een schatje.”

Zo begon enkele weken geleden ‘De Voorstraat’, een VPRO-docuserie van Hans Pool over een straat in Utrecht. Met deel één bleek meteen de toon gezet. We zijn nu vier afleveringen verder, en wat zien we? Werkloosheid, ziekte, drugs- en drankgebruik, eenzaamheid, verdriet en dakloosheid.

Vorige week passeerde een jongen die na twee jaar werken zijn baan had opgezegd vanwege de stress. Daarna een vrouw bij wie een tumor in de long was ontdekt met uitzaaiingen naar de lymfen. Vervolgens een man die drie herseninfarcten achter de rug had. ‘Doe wat met je leven’was de titel. Dat deden ze ook wel. De jongen wilde drie maanden naar Indonesië, maar ging eerst naar Auschwitz. De vrouw doekte haar bruidsatelier op (“ik ben helemaal uitgenaaid”) en de man was gaan schilderen. Aan het eind leken de drie levens op een diepe, onzegbare manier met elkaar verbonden. Dat was prachtig.

Het waren sowieso mooie, indrukwekkende verhalen – en dat geldt voor de complete reeks -, maar het is nauwelijks voorstelbaar dat deze bewoners representatief zijn voor de hele Voorstraat. Heeft de filmploeg in het half jaar dat ze in de buurt bivakkeerde zo weinig mensen kunnen vinden met een gelukkig leven of een leuke baan? Of is voorspoed dramatisch minder interessant dan tegenspoed? Als je de inleidende tekst hoort, lijkt dat wel het geval: ‘Achter de gevels, koesteren de bewoners hun ongeluk of ze leveren een persoonlijke strijd.’

In ‘Rondkomen in de Schilderswijk’(RTL 4) is het menselijk leed eveneens hoog opgestapeld, maar toch breekt daar wat vaker de zon door.  Marian is achter haar bingomolentje in buurthuis De Mussen een ware attractie. In plat Haags neemt ze al draaiend de deelnemers op de hak (“trek je b.h. een beetje op Co, hij zakt af”). Als ik bij RTL 4 iets te zeggen had, zou ik Marian meteen een eigen show geven. Omdat ze zo authentiek is, zoals dat in tv-jargon heet.

Maar niet alles is echt. Soms krijg je de indruk dat er flink is gescript (in scène gezet). Bijvoorbeeld bij Rien (50). Een ‘klein crimineeltje’met een straatverbod, en tijdelijk woonachtig bij zijn moeder. Hij lijkt, voorzichtig uitgedrukt, niet het type dat spontaan raadsvergaderingen bezoekt om te protesteren tegen de PVV. Zeker niet nadat hij zich eerder nogal negatief had uitgelaten over buitenlanders (“we betalen voor hen zeventigduizend euro per persoon, maar voor mij is er geen werk”).

Natuurlijk, dan kan Rien best nog tegen Geert Wilders zijn, maar het is 99 procent zeker dat de makers hem hebben aangespoord om bij de PvdA te gaan klagen over ‘die PVC-rotzooi’(“kunnen die niet oprotten uit Den Haag?”).

Kijk, en dat heb jij bij ‘De Voorstraat’nu nooit, dat vermoeden van enscenering. De jongeren die in de laatste aflevering een illegaal dancefeest organiseerden in het bos, deden dat volledig uit zichzelf. Daarvan ben ik overtuigd. Maar helaas, ook dat feest werd geen succes. De politie maakte er subiet een eind aan.