Monthly Archives: November 2014

Zin in een enkele reis naar Zuid-Frankrijk

Ilja Gort (r), rosé slobberend bij Franse wijnboer Bernard.
Ilja Gort (r), rosé slobberend bij Franse wijnboer Bernard.

Het is u misschien ontgaan, maar precies 51 jaar geleden werd president Kennedy in Dallas vermoord. Ofschoon geen herdenkingsjaar pakte de Vlaamse tv flink uit met een ‘nieuwe, onthullende’documentaire uit 2013. Typisch Belgisch, zou je kunnen zeggen, om zo’n raar getal als aanleiding te nemen. Ze zijn daar toch een beetje…, nou ja, u weet wel. Niettemin leek ‘Kennedy’me honderd keer interessanter dan wat de Nederlandse tv die avond had te bieden: de ridicule vacatureshow ‘Baanbrekers’en ‘Gort à la carte’.

Hoewel… Ik ben niet helemaal eerlijk. Dat ‘Gort à la carte’(Max) is als je van Frankrijk houdt eigenlijk best leuk. Ik had een licht vooroordeel tegen Ilja Gort ontwikkeld, nadat hij twee jaar geleden ‘Wijn aan Gort’presenteerde. Ik kon me maar niet aan de indruk onttrekken dat hij als wijnboer daar een graantje van meepikte, en dat mag niet bij de publieke omroep (vind ik). Ja, daar ben ik best streng in, bijna op z’n gereformeerds (artikel 31).

Maar goed, Gort trekt het nu breder. Hij zuigt en slurpt aan alles wat la douce France heeft te bieden. En als je eenmaal aan zijn buitenissige verschijning bent gewend (een sik uitmondend in twee spiraalvormige staartjes – natuurlijk altijd handig voor een wijnboer, zo’n extra kurkentrekker) zie je een levendig mensenmens, dat dwarrelend door de bergen zijn vriendin Régine aanroept voor olijfolie of binnenhuppelt bij chefkok Jules voor een smakelijke vinaigrette. Met de alpinopet bij de hand, komt men door het Franse land, lijkt het motto van deze altijd gehoofddekselde levenskunstenaar. Ditmaal wilde Gort zichzelf verlossen van zijn ‘azijnfobie’. Dat lukte maar ten dele, want hij zag hoe azijnboer Raphaël met een tuinslang wijn bij de azijn spoot. “Ik heb zin om die slang aan mijn mond te zetten”, kermde Gort.

Ik verdenk Gort ervan dat hij veel naar dramaseries als ‘Hollands hoop’kijkt, want pas had hij zomaar een flashforward. Aan het begin van de uitzending hoorden we dat een camembert altijd huilt, en pas twaalf minuten later vertelde Gort waarom. De spanning was bijna niet te dragen, maar dít is wat ik me ervan herinner: tijdens de Franse Revolutie was een priester uit Brie (!) gevlucht naar ene Marie in het dorpje Camembert. Als dank voor de onderduik gaf hij haar een geheim recept, alleen vergat ze het camembert te noemen. Vandaar die kaastranen. Zoiets.

Deze week schoof Gort aan bij wijnboer Bernard voor een lekker glas. Het moest er wel één zijn dat bij de vinaigrette paste, waarschuwde Gort. Bernard ontkurkte een fruitige, niet te volle rosé. Zijn gast perste de wijn gulzig door de mond, en toonde zich daarmee een onvervalst deskundige. Bernard nam een onopvallend slokje, zoals wijnboeren dat gewoon zijn. “Nou, ik mis de vinaigre niet”, joelde Gort guitig. In het Nederlands, maar Bernard snapte hem. Komt natuurlijk door dat ‘vinaigre’. Hè, wat  een genoeglijk samenzijn. Het Franse landschap, Bernard met zijn bruine kop, een sprankelende rosé op de terrastafel, het geslobber van Gort . En niet te vergeten die handzame sik! Je krijgt gewoon zin in een enkele reis Zuid-Frankrijk.

Maar ik dwaal een beetje af, want ik wilde het met u over die Kennedy-documentaire hebben. Wel, die viel tegen.

 

Die Arjen Lubach heeft het helemaal

Lubachs dubbele satire: op Starbucks'belastinbgtrucs en infantilisering van het nieuws.
Lubachs dubbele satire: op Starbucks’belastinbgtrucs en infantilisering van het nieuws.

Toen ik op de radio hoorde dat een Nederlander mogelijk besmet is met ebola, dacht ik: als dát geen dingetje wordt (zoals dat tegenwoordig heet). Of zeg maar gerust: een ding. De hele dag zouden álle nieuws- en actualiteitenrubrieken er bol van staan: ebola of geen ebola? En om twaalf uur ’s nachts zou de kijker naar bed gaan met nog steeds dezelfde vraag: was het nu ebola of geen ebola? Maar wat een wonder, de hype bleef uit. Het ‘Journaal’maakte zelfs geen enkele melding van de ziekenhuis-opname. De tv hield zich in, en ook dat mag wel eens gezegd.  Of zou die zwijgzaamheid alleen maar te danken zijn aan de privacymuur die (terecht) om de patiënt is heengebouwd? En dus niet aan een afname van Hiversumse hijgerigheid? In dat geval trek ik mijn compliment meteen weer in.

Over ebola maak je geen grappen. Wel over vogelgriep. Arjen Lubach had er een leuke sketch over in ‘Zondag met Lubach’ (VPRO). “Die trekvogels krijgen overal maar de schuld van. De Tros werkt zelfs aan een nieuw programma: Ik vertrekvogel.” Een satirische nieuwsshow naar Amerikaans model: de cabaretier ‘verkleed’als presentator achter een desk. Het is al vaak geprobeerd en even vaak mislukt. Maar deze man lijkt er geknipt voor. Lubachs mimiek en fysiek zijn levendig en z’n grappen zinderen van hete actualiteit. “Het Amerikaanse concept is dé manier van nu is om iets over het nieuws te zeggen”, vertelt Lubach in de VPRO Gids. En daarmee is geen woord te veel gezegd.

Meesterlijk nam hij de belastingontwijking van Starbucks op de korrel, door een  NOS-interview met staatssecretaris Wiebes zodanig te verknippen dat hij een keer of honderd zei dat ‘alles binnen de wet’was. Achter die sketch over ‘Nederland belastingparadijs’zat nog een andere satire verborgen. Op de infantilisering van nieuwsrubrieken. Zei Lubach ‘brievenbusfirma’dan kwam een brievenbus in beeld, zei hij ‘winst’dan verscheen een levensgroot euro-teken. “Over die winst moet Starbucks belasting betalen, maar dat vinden ze daar stom”, meldde de cabaretier in kleutertaal, waarna het Starbucks-logo, een zeemeermin, rood  kleurde van woede. Lubach zelf verdween langzaam achter een zee van beeldillustraties.

Deze show is zowel qua beeld en tekst als timing een succes. Dat Lubachs grappen ook buiten de huiskamer aanslaan merk je aan de reacties van het live-publiek. In ‘Comedy Club Katendrecht’, direct na Lubach, zie je eveneens veel geamuseerde gezichten. De Vara, met haar lange cabaret-traditie, geeft in dit programma nieuwe talenten een kans. Telkens onder ‘begeleiding’van een gevestigde naam. Zondag was dat Roué Verveer.

Kees van Amstel (satire op GroenLinkse opvoeding) en de hindoestaan Rayen Panday (allochtonengrappen) waren het vermakelijkst. En niet te vergeten het damesduo Maartje & Kine, dat het voor elkaar kreeg een lied over het wereldleed van IS en Gaza te laten uitmonden in smartelijkheden die er voor een artiest pas écht toe doen, zoals je technicus zien overlopen naar Tineke Schouten. Een verrassend tragikomisch vers.

Edoch, waarom is Frank Evenblij de presentator? Hij is toch meer een sport- dan een cabaretman. Zijn vragen hebben nauwelijks toegevoegde waarde, en hij lacht als een boer met kiespijn.

 

Snakken naar een leven in omgekeerde volgorde

Seth Gaaikema een paar maanden voor zijn dood bij Hanneke Groenteman.
Seth Gaaikema een paar maanden voor zijn dood bij Hanneke Groenteman.

Een verrassend slot aan ‘Suspicious minds’. Of beter gezegd een verrassend begin. Dat dan wel weer aan het eind zat. Een beetje ingewikkeld misschien, maar de VPRO bracht vorige week een dramaserie over een studentenfeest in omgekeerde volgorde. Maandag zagen we dus het eind, met kotsende, dronken partypeople, en vrijdag de start, toen iedereen nog fris was. Maar wie gaf dat feest? Direct bij het begin, nadat de eerste gasten binnen waren, piepte een jong stel  dat in het huis bivakkeerde, er tussenuit.  Waren zij de ‘eigenaren’van het feest?  Gingen de jongeren de hele nacht los zonder dat de uitnodigende partij in huis was? Drank geregeld, hapjes en muziek ook,  maar zelf ervandoor? Wat  een vondst! En geen genodigde die zich afvroeg: zeg, waar zijn eigenlijk de feestgevers? Een mooi satirisch tijdsbeeld van de twintigers-cultuur.

Er werd goed geacteerd. Zo naturel, dat je niet het idee had dat het feest werd nagespeeld, nee, het was écht feest.  En de kijker was een van de geïnviteerden. Hoe herkenbaar uit je eigen studietijd waren die vage, quasi-filosofische ‘inzichten’ tegen het ochtendgloren: “Zijn we niet allemáál mensen, op een heel fundamenteel niveau?”

De omgedraaide chronologie was ingenieus bedacht, en meer dan een experiment om het experiment. Je ervoer een raar soort nieuwe nieuwsgierigheid. Niet naar wat zou gáán gebeuren, wat normaal is bij drama, maar naar wat al wás gebeurd, maar nog niet vertoond. Hoe begón die nare ruzie tussen Joris en Frans? Met een beetje fantasie zou je aan de gekozen opzet een wijsgerige draai kunnen geven: een metafoor voor een menselijk verlangen naar een leven dat oud begint en jong eindigt. Zodat je wijs én gezond de aarde verlaat.

Zouden de delinquenten van ‘Wij zitten vast’(BNN) ook naar zo’n omgekeerd leven snakken? Waardoor ze in hun jonge jaren zouden weten dat ze niet het verkeerde pad op moeten gaan? Sophie Hilbrand kreeg vrijdag tijdens haar indrukwekkende gesprek met Daniel, verdacht van afpersing, weinig spijt boven tafel.  De jonge crimineel was wel vroegwijs in die zin dat hij exact wist met welke antwoorden hij het best zou wegkomen bij de rechter. “Ik ben een oplichter, dus ik weet precies wat ik de rechter moet vertellen.” Hij kreeg vrijspraak en concludeerde: “Toch ziek zo’n systeem. Jeugd-TBS hing in de lucht, en nu ben ik vrij.”Een onthullende serie.

Seth Gaaikema zat er zaterdagavond bij alsof hij heel graag de klok wilde terugdraaien. Zichtbaar al ernstig ziek (broodmager, de dood in de ogen), zei hij: “Ik heb nog vijf jaar te gaan.” Het Max-interview met de in oktober overleden cabaretier dateerde van afgelopen zomer. Hanneke Groenteman (‘Sterren op het doek’) cirkelde een beetje om het d-woord heen. “Je bent broos” , zei ze. En: “Heeft je fysiek je niet een halt toegeroepen?”Gaaikema sprak ondanks zijn innerlijke kracht wel al in de voltooid tegenwoordige tijd: “Ik ben heel eenzaam geweest.” Maar ook: “Er komt een nieuw hoofdstuk.”

De portretten vertelden het ware verhaal. Droevige ogen, weemoedige blik. Gaaikema nam het  ‘zonnigste’van de drie schilderijen mee naar huis.  Wat zou je het hem gunnen:  die omgekeerde chronologie.

 

 

‘Sex Academy’is geschenk voor de porno-industrie

Nicolette Kluijver (m) met Omar en Bernice in de seksshop.
Nicolette Kluijver (m) met Omar en Bernice in de seksshop.

Je kunt de klok erop gelijk zetten. Zodra er een programma is over mensen met seksueel malheur, komen de makers vroeg of laat (meestal vroeg) op het idee ‘om iets met massage-olie te gaan doen. Of met speeltjes.’ Zo ook ‘Sex Academy’van RTL 5. Presentatrice Nicolette Kluijver: “Zullen we toys gaan halen tegen de sleur? Of ligt daar een taboe op?” “Dat gaat er wel af, hoor”, weet mede-presentatrice Goedele Liekens, “veertig procent van de vrouwen heeft een vibrator in huis.”

Na deze ‘wetenschappelijke onderbouwing’vertrekt Kluijver giechelend naar de Wallen. In haar kielzog Vincent en Alexandra, die het volgende probleem hebben. Hij: “Het is broek uit en beginnen maar.”Zij: “Gaan met die banaan!” Hij weer: “Een vrijpartij duurt bij ons net zo lang als een reclameblok.” Maar gelukkig weet tante Nicolette raad. In de sekswinkel gaat ze de hele voorraad af: vibrators, cockringen en zweepjes (‘is dit kittig of is dit kittig?’). Als microfoon gebruikt ze een dildo. Dikke lol natuurlijk.

Enfin, Vincent en Alexandra gaan met hun speeltje (‘vibratortjes die je op je vingers schuift’) naar huis en proberen het uit. Maar valt dát even tegen. “We zijn geen van beiden klaargekomen”, klaagt Alexandra na afloop. Hun seksleven gaat er door RTL 5 dus zelfs nog op achteruit! Bij Omar en Bernice (er doen zes stellen mee aan ‘Sex Academy’) dezelfde narigheid. “Zo’n speeltje is niet echt ons ding.”Een wit weggetrokken Cindy verzucht dat ze met haar toy vijftien orgasmes heeft gekregen. “Dat is echt killing, vooral in combinatie met mijn vriend.”

Zoals meestal in dit genre programma’s zijn de seksuele moeilijkheden, totdat de tv zich ermee gaat bemoeien, niet onoverkomelijk. De één wil wat langer, de ander wat vaker en de derde wat meer prikkeling. Delisa omschrijft haar probleem als volgt: “Mathijs en ik zijn een soort lui geworden. Ik zit altijd bovenop.” Je zou denken: dat valt thuis toch makkelijk op te lossen. Daar heb je de televisie niet voor nodig. En zeker geen programma waarin elke erotische verfijning, verleidingskunst of zelfs maar de suggestie van hartstocht ontbreekt. Omar en Bernice in ondergoed etend uit een bak sla. Close up van twee kroketten bij John en Feline op het aanrecht. Dat soort werk.

‘Sex Academy’stelt seksualiteit voor als een puur mechanisch, technisch spel, zonder enig gevoel. Richard doet (gekleed) zijn gebruikelijke standje voor. “Kijk, en dan gooi ik die benen omhoog”, zegt hij, sjorrend aan Cindy’s onderlichaam. Van de presentatrices krijg je de indruk dat ze de spelregels van ganzenbord staan voor te lezen. Liekens: “Je hoeft geen gekke, grote dingen te doen, hoor. Het gaat niet om een examen!” Volgende week komt pornoster Bobbi Eden een handje helpen. Ongetwijfeld goed voor haar portemonnee.

De enige reden dat ‘Sex Academy’wordt gemaakt is om de seks- en lingerie-industrie te promoten (kijk maar naar de aftiteling). De zogenaamde ‘probleemgevallen’hebben de tv helemaal niet nodig. Nee, het ligt omgekeerd: de tv heeft hén nodig. Als willig voertuig voor gratis reclame voor de porno-business. Mensen die graag op de buis willen, zijn altijd te vinden. Zelfs al hebben ze niets te melden. Dat weten ze in Hilversum als geen ander.

 

 

De lange arm van Ankara loopt via de VVD

Bij het gedwongen vertrek van de  Turkse Kamerleden Kuzu en Öztürk uit de PvdA klonk het weer: Ankara zou via vooraanstaande Nederlandse Turken negatieve invloed proberen uit te oefenen op de integratie. Niets nieuws onder de zon. In september 2005 slaagde de uiterst conservatieve Nederlandse Islamitische Omroep erin de moslimzendtijd in handen te krijgen. De lange arm van Ankara liep toen via het Turkse VVD-Kamerlid Fadime Örgü. Lees wat ik ten tijde van Örgü’s stille coup erover schreef in Broadcast Magazine van april 2005.
Tekening Joep Bertrams
Tekening Joep Bertrams

 

Het Turkse VVD-Kamerlid Fadime Örgü, tot 1998 redacteur bij de Nederlandse Moslim Omroep, doet haar best de islamitische zendtijd over te hevelen van haar voormalige werkgever naar het Contactorgaan Moslims en Overheid: een club die ze zelf heeft helpen oprichten en die banden onderhoudt met Ankara.

In haar c.v. staat dat ze tussen 1994 en 1998 televisiejournalist was, maar concreter geformuleerd werkte de Turkse moslima Fadime Örgü in die jaren als redacteur bij de Nederlandse Moslim Omroep (NMO). Nu probeert Örgü als kamerlid van de VVD de moslimzendtijd weg te halen bij haar voormalige broodheer.

Op 22 november diende Örgü een mede door D66 en het CDA ondertekende motie in waarin ze haar oud-werkgever afschilderde als `weinig representatief voor de Nederlandse moslimgemeenschap.’ Ze verzocht mediastaatssecretaris Medy van der Laan (D66) de zendmachtiging over te dragen aan het in februari 2004 opgerichte Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). Pikant detail: Örgü hielp in haar functie van vice-voorzitter van de Stichting Islam en Burgerschap dit orgaan zelf ter wereld.

Bij de Moslimomroep wordt volop gespeculeerd over de beweegredenen van de VVD-mediaspecialiste. “Als het CMO de zendmachtiging krijgt, wordt zíj de nieuwe televisiedirecteur. Mark my words”, zegt NMO-directeur Frank William. De Nederlandse Moslimraad (NMR), die tot nu toe de licentie in handen heeft en de zendtijd uitbesteedt aan de NMO, heeft evenzeer haar vermoedens. “Toen zij bij ons werkte, heeft Fadime Örgü zich zeer sterk gemaakt voor een dominantie van de Turkse programma’s. Via het CMO, waarvan het bestuur voor tweederde bestaat uit Turken, wil ze die Turkse invloed verder verstevigen”, denkt NMR-voorzitter Derwisj Maddoe. Hij herinnert zich dat Örgü met haar Turkse ambities de nodige spanningen veroorzaakte op de redactie. Pas zou ze zich tegenover een medewerkster van de moslimomroep hebben laten ontvallen dat ze met haar motie een bom heeft willen leggen onder de NMO.

Het VVD-Kamerlid reageert verbaasd. “Spanningen? Ik heb alleen maar met heel veel plezier bij de NMO gewerkt. Persoonlijke belangen? Ik heb bij de oprichting van het CMO slechts een coördinerende rol gespeeld.” Örgü beklemtoont de `werkelijke redenen’ van haar motie. “Ik ken zowel de NMR/NMO als het CMO van binnenuit en weet daardoor dat de NMR niet representatief is. De raad vertegenwoordigt hooguit enkele tienduizenden islamieten, het CMO al gauw zeshonderdduizend.”

De lobby van Örgü lijkt vruchten te gaan afwerpen. Het Commissariaat voor de Media, dat elke vijf jaar de zendtijd voor geestelijke stromingen opnieuw moet toewijzen, heeft officieel nog geen besluit genomen over wie de uren vanaf september mag gaan invullen, maar de narrige brief die voorzitter Jan van Cuilenburg op 18 maart aan de NMR schreef, spreekt boekdelen. ‘Het Commissariaat heeft overwogen dat de NMR niet loyaal wenst mee te werken aan de spoedige oprichting van een Stichting Verzorging Islamitische Zendtijd (waarin bij wijze van compromis beide kemphanen zouden moeten samenwerken, W.P.) en is daarmee in de positie gebracht dat het een keuze moet maken voor een van beide aanvragers.’ De schuldige is dus bekend, rara wie de zendtijd mag gaan vullen… De uiterst conservatieve Nederlandse Islamitische Omroep, verlengstuk van het CMO, staat al te trappelen.

Wat is het CMO? Een overlegclub, waarin (althans op de dag van oprichting) zes Marokkaanse, Surinaamse en Turkse moskeekoepelorganisaties samenwerken. Een belangrijke participant is de Islamitische Stichting Nederland (ISN), een organisatie die zich, blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel Haaglanden, bezighoudt met het verzorgen van uitvaarten, reizen, bouwactiviteiten en handel in levensmiddelen. Veertien van de éénentwintig ISN-bestuursleden (ofwel driekwart van het bestuur) zijn woonachtig in Turkije, zo blijkt uit datzelfde handelsregister. Op zich niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat de ISN in nauw overleg met het Turkse directoraat voor godsdienstzaken (Diyanet) imams benoemt voor de 140 Turkse moskeeën die de stichting in Nederland rijk is.

De kans is groot dat door Turkije benoemde imams een rol zullen spelen in de programmering van het CMO, zo beaamt voorzitter Ayhan Tonca. De lange arm van Ankara in Nederland? “Onzin! Wat maakt het uit of een Turkse imam de koran reciteert, een Duitse of een Britse? De koranverzen veranderen er niet door. Kijk, iedereen weet dat de ISN de poot van de Diyanet in Nederland is. Daar hoeven we helemaal niet geheimzinnig over te doen. Maar verder dan het reciteren van de koran, wat overigens nu ook al bij de NMO gebeurt, wil ik de imams niet laten gaan. Pas zodra Nederland zijn eigen imams opleidt, denk ik aan een bredere inzetbaarheid van moslimgeestelijken, bijvoorbeeld in programma’s over maatschappelijke onderwerpen.”

Het CMO is zeer ontevreden over de vrijzinnige wijze waarop de moslimzendtijd tot nu toe wordt ingevuld. `Het lijkt de NPS wel’, heeft Tonca zich ooit laten ontvallen. De NMO waarschuwt er op zijn beurt voor dat onder het bewind van het CMO de verlichte islam van het scherm zal verdwijnen. Liberale moslimstromingen als alevieten en ahmadiyya, hoeven bij het CMO niet op zendtijd te rekenen, “want”, zegt Tonca, “de islam kent maar twee stromingen: soennieten en sjiieten. Overigens woedt er al sinds mensenheugenis een dispuut over de vraag of de ahmadiyya überhaupt wel tot de islam behoort.”

Ofschoon er onder het CMO een andere wind zal gaan waaien door de moslimprogrammering  en de commissie Blok begin vorig jaar waarschuwde dat de Diyanet een steeds grotere invloed probeert uit te oefenen in Nederland, lijkt de staatssecretaris zich nog niet erg druk te maken. Kritische Kamervragen van de LPF over de buitenlandse bemoeienis met het CMO en het uitsluiten van liberale moslimstromingen lagen wekenlang onbeantwoord in haar postvakje. Vragen van de PvdA, gedateerd begin maart, troffen hetzelfde lot. De sociaal-democraten begrijpen niet hoe het mogelijk is dat een op initiatief van de Nederlandse overheid opgericht orgaan kan worden aangemerkt als een genootschap op geestelijke grondslag, een voorwaarde om voor de moslimzendtijd in aanmerking te komen.

Geïnformeerd naar het oordeel van de staatssecretaris, zegt haar woordvoerster dat de bewindsvrouw niet op de beantwoording van de Kamervragen vooruit wil lopen. Ondertussen staat het Commissariaat op het punt de moslimzendtijd voor de komende vijf jaar toe te kennen.

Laat het ene overheidsorgaan (het Commissariaat) zijn oren hangen naar het andere (het CMO)? Woordvoerder Bart Bijvank van het Commissariaat vindt de uitdrukking `oren laten hangen’ niet op zijn plaats, maar erkent wel dat het CMO een `belangrijk orgaan’ is. “Het is niet zomaar een club, maar gesprekspartner van minister Verdonk.”

Is het geen probleem dat het CMO liberale stromingen niet erkent? “Dat is zeker een probleem”, zegt Bijvank. “Vandaar dat wij van het begin af aan hebben aangedrongen op samenwerking van CMO en NMR in een gezamenlijke stichting, zodat alle stromingen aan bod zouden komen.” Hoe gaat het Commissariaat voorkomen dat de Diyanet straks de dienst uitmaakt bij de moslimomroep? “Van buitenlandse invloed mag natuurlijk geen sprake zijn. Van CMO-voorzitter Tonca hebben wij begrepen dat er geen vertegenwoordigers van de buitenlandse overheid in zijn bestuur zitten.”

Waarom heeft het Commissariaat niet van aanvang af gekozen voor de NMR, die de zendtijd immers al jaren verzorgt? “Heel veel moslims vinden de NMR te liberaal. Zij willen meer aandacht voor imams en de moskee. Aan die geluiden kan het Commissariaat bij het toewijzen van de zendtijd niet voorbijgaan.”

Als het Commissariaat kiest voor het CMO, zal de NMR zeker in beroep gaan, zegt William. Een soortgelijk geluid klinkt in een woning in Utrecht, waar de Samenwerkende Islamitische Koepel (SIK) kantoor houdt. De SIK was de derde gegadigde voor de moslimzendtijd, maar voorzitter Bea Lalmahomed vindt dat het Commissariaat haar stichting als oud vuil heeft behandeld. “Van het begin af aan was één ding duidelijk: de zendmachtiging moest en zou naar het CMO gaan. Het Commissariaat heeft ons voorgehouden dat we in de race zaten, maar het bleek allemaal bedrog”, zegt ze boos. “Ik heb daar op een hoorzitting gezeten, als enige vrouw tussen allemaal mannen met baarden. Dat die baardmannen vrouwen niet altijd serieus nemen weet ik, maar dat het bij het Commissariaat niet anders ligt, was voor mij een bittere verrassing.”

Ze wijst op een brief van het Commissariaat van 30 november waarin de `omroeppolitie’ schrijft dat niet de omvang maar de breedte van de achterban, alsmede het openstaan voor substromingen doorslaggevend zullen zijn bij het toekennen van moslimzendtijd. “Wat schetst mijn verbazing als ik op 17 maart, na wekenlang geen antwoord te hebben gekregen op mijn brieven, van het Commissariaat te horen krijg dat mijn aanvraag is afgewezen omdat ik niet heb kunnen aantonen hoe groot mijn achterban is. Dat is toch wel zeer in strijd met de brief van november. Het Commissariaat vertrapt zijn eigen wetten.”

Dat de SIK breed is, staat voor Lalmahomed als een paal boven water. “Wij verenigen soennieten, sjiieten, alevieten en ahmadiyya. Wij hadden de licentie moeten krijgen. In plaats daarvan lokt het Commissariaat twee moslimorganisaties uit tot een bloedig gevecht. En dat in een tijd dat islamieten in Nederland toch al zo’n slechte naam hebben. Het Commissariaat heeft er alles voor over om de zendtijd terecht te laten komen bij het CMO.”

Naschrift 19 november 2014: In september 2005 kwam de moslimzendtijd mede dankzij de VVD inderdaad terecht bij het CMO, preciezer gezegd bij zijn verlengstuk de uiterst conservatieve Nederlandse Islamitische Omroep.

 

Een vat boordevol dramatisch buskruit

Een glansrol voor Henriëtte Tol als Esther in 'Bloedverwanten'.
Een glansrol voor Henriëtte Tol als Esther in ‘Bloedverwanten’.

We worden verwend met mooi drama. ‘Hollands hoop’(VPRO) was bloedstollend en ook het derde seizoen van ‘Boedverwanten’(Avro) nagelt je aan je stoel. Dikke kans dat je door al die pracht zo blasé raakt dat je de tweede reeks ‘A’dam-E.V.A.’afdoet als een herhaling van zetten. En dat jezegt: ach,  die co-productie van Vara, VPRO en NTR is een mooie mozaïekvertelling met een originele hoofdrol voor de stad Amsterdam, maar als je in 2011 seizoen één hebt gezien, weet je het wel.  Net als toen is ook nu elke aflevering min of meer een afgerond geheel, waarin verschillende verhaallijnen zo’n beetje bij elkaar komen, maar de verrassing is er af. Hoe aandoenlijk Adam (Teun Luijkx), Eva (Eva van de Wijdeven) en hun pasgeboren Valentijn ook zijn.

Hoe anders is het gesteld met ‘Bloedverwanten’, de dramaserie over familiebedrijf ‘De Winter Flowers’, waarin Luijkx overigens ook een rol vervult. Deze reeks, geschreven door Haye van der Heyden, zit zo bomvol dramatische springstof dat de Avro er nog jaren mee vooruit kan. Om maar eens wat te noemen: de onderneming heeft een besmet oorlogsverleden (opgebouwd met nooit terugbetaald geld van omgekomen joodse zakenmannen), dat vanaf de eerste reeks steeds als een zwaard van Damocles boven het familiegeluk hangt.

Verder: de voortdurende vermenging van persoonlijke en zakelijke belangen. De werknemers van ‘De Winter Flowers’ hebben het zo druk met elkaar in bed lokken – met een vergiftigde werksfeer tot gevolg – dat  je je afvraagt hoe er ooit een tulpebol tot bloei komt. Luister maar eens naar wat Iris (Saskia Temmink) tegen haar vader Anton (Derek de Lint) vertelt. Het is één simpel zinnetje, maar er gaat een tijdbom aan wisselende contacten achter schuil: “Jouw ex doet het nu met mijn ex.” Het gaat om Mylene (Roos Ouwehand) die in bed is gedoken met Youssef (Khaldoun Elmecky). Dit wordt zelfs ‘De Winter Flowers’ te gecompliceerd. Mylene wordt ontslagen.

Maar is er ook jaloezie in het spel? Mylene krijgt haar ontslag aangezegd door een andere oud-geliefde van Anton, Fien (een niet altijd overtuigende rol van Tanja Jess), die er geen geheim van maakt dat ze wil snoeien in het aantal ex’en bij de bloemenkwekerij. Verantwoordelijk voor het desastreuze personeelsbeleid is Esther (Henriëtte Tol), bedrijfs-erfgenaam en eerste ex van Anton (volgt u mij nog?).

Met Esthers glansrol krijgt ‘Boedverwanten’ een diep-psychologische laag. Zij is degene die de familie ‘bij elkaar’houdt, maar ze doet dat op zo’n obsessief-egocentrische manier dat het bijna komisch is. Esthers verstikkende‘familieliefde’lijkt vooral een dekmantel voor controledrift en bemoeizorg, en een vlucht uit eigen eenzaamheid. En toch krijg je geen hekel aan haar. Al was het maar omdat ze al Antons ex’en (en ooit dus rivalen) in de armen sluit.

Spannend voor de kijker om te zien hoe Esther met veel geïntrigeer altijd haar zin krijgt in familie en bedrijf. Alhoewel het er nu voor haar wel heel donker uitziet: zowel Anton, Iris als Esthers homozoon Thomas (Eelco Smits) is het zat en wil het bedrijf verlaten. Als we dan ook nog vertellen dat Esthers halfzus Eva (Yvonne van den Hurk)ineens lesbisch is geworden, begrijpt u wel dat je je met ‘Bloedverwanten’geen moment hoeft te vervelen.

 

Waarom ‘Swiebertje’nog steeds bij de NCRV past

 

 

Iconisch afscheidsbeeld: Swiebertje vertrekt naar Canada.
Iconisch afscheidsbeeld: Swiebertje vertrekt naar Canada.

Voor het eerst sinds veertig jaar klonk het weer: ‘Daar komt Swiebertje, rare Swiebertje.’  Ongetwijfeld een nostalgisch moment voor veel kijkers. En zeker voor uw recensent, want hij woonde als Rotterdamse schooljongen bij ‘Swiebertje’ om de hoek. Als we Joop Doderer over straat zagen lopen, zeiden we: “Daar komt Swiebertje.” Of, als het tegen de avond liep : “Nou, die mag wel opschieten als hij straks nog bij Saartje op de koffie wil.”

De NCRV vertoonde zaterdagnacht vanwege haar negentig-jarig jubileum de allerlaatste aflevering uit 1975, waarin Swiebertje naar Canada emigreert. Wat ging zo’n comedy langzaam toen. De hele episode spitste zich toe op Swiebertjes afscheidsfuif in herberg ‘De vergulde kip’. Het feest zelf bleef minutenlang in beeld: een orkestje, een dansje, een cadeautje. Dat zou nu veel sneller gaan. En nu zou je het als acteur ook niet meer kunnen maken om in beeld uitgebreid sigaren te roken, zoals Swiebertje met zijn kompaan Malle Pietje (Piet Ekel).

Minder gedateerd waren de grappen. Schrijver John uit den Bogaard (1911-1993) stopte er naast lach-of-ik-schiet-humor ook tijdloze woordgrappen in. Zo laat hij de zelfingenomen veldwachter Bromsnor (Lou Geels) zeggen: “Ik met mijn capacitaten.” Waarop huishoudster Saartje (Riek Schagen): “Oh, u bedoelt capaciteiten?”Bromsnor: “Ach, een moeilijk woord voor een eenvoudige vrouw als u.”

Gewoon een aardige grap, of subtiele kritiek van Uit den Bogaard op de standenmaatschappij waarin hij zijn ‘Swiebertje’-boeken situeerde? Bij oppervlakkige beschouwing  zie je een dorp van vóór de Eerste Wereldoorlog, waarin, passend bij die tijd, de burgemeester edelachtbaar is,  Saartje slechts juffrouw, en Swiebertje alleen maar Swiebertje. Maar als je verder kijkt, lijkt het alsof Uit den Bogaard die hiërarchie een venijnig speldeprikje geeft. Saartje is stukken slimmer dan de ‘boven haar gestelde’veldwachter. En de laagste in rang, Swiebertje, is de populairste dorpsbewoner. Iedereen houdt van Swiebertje, ook Bromsnor diep in zijn hart. Op zijn afscheidsfeest danst de zwerver zelfs met de barones.

Ja, dat zag ik als schooljongen allemaal niet. Ook niet dat Swiebertje verliefd was op Saartje, wat me nu een waarheid als een koe lijkt. Zaterdagmiddag, in een NCRV-jubileumshow, vertelde Joris Linssen iets waardoor je ineens begreep dat ‘Swiebertje’ ook echt een NCRV-programma is. “Heel gewoon doen tegen bijzondere mensen en heel bijzonder tegen gewone mensen, dat is de kracht van de NCRV”, zei Linssen. Als voorbeeld van het eerste doelde hij op ‘Showroom’en ‘Man bijt hond’. En als voorbeeld van het tweede op zijn eigen NCRV-show ‘Hello goodbye.’

Maar de comedy ‘Swiebertje’ past net zo goed in die denkwijze: iedereen in het dorp doet normaal tegen een excentrieke landloper. Toen ik me ’s nachts onderdompelde in de jubileummarathon – de beste NCRV-programma’s volgens de kijker – begon ik die filosofie steeds vaker te ontwaren.  Majoor Bosshardt die in ‘Villa Felderhof’de rug schoonschrobt van Herman Brood. Of die ’s ochtends om kwart over twaalf op zijn slaapkamerdeur klopt met de vraag: “Herman, besta je nog?” Ook dat is normaal doen tegen een bijzonder iemand. Zou dát dan die ‘c’in NCRV zijn?

 

 

 

Thuis of thuisloos bij de AvroTros?

Plof, manlief glijdt van sofa. Thuis bij AvroTros!
Plof, manlief glijdt van sofa. Thuis bij AvroTros!

Een vrouw komt thuis van kantoor. Ze neemt plaats achter de piano en begint te spelen. Dan verschijnt een vriendin. So far, so good. Maar oh jee, wat nú?! Die vriendin gaat pontificaal met haar bibs op de toetsen zitten! Daarna de tekst: Thuis bij AvroTros. Ik pieker me al weken suf over de diepere gedachte achter dit reclamespotje.

Kijk, die pianiste kan ik nog thuisbrengen. Die past wel een beetje bij de Avro, onze nationale kunstomroep. Maar die andere dame, wat zou daar toch mee bedoeld zijn? Een verwijzing naar het volkse karakter van fusiepartner Tros? Iets in de zin van: piano spelen is leuk en aardig, maar als je net bent losgegaan in de polonaise van Frans Bauer heb je wel wat anders aan je hoofd, pardon, derrière? Zou dat het zijn?

De nieuwe fusie-omroep vertoont meer van die mysterieuze spotjes. Een man, zo te zien jurist, hangt zijn toga aan de kapstok. Dan zien we hem thuis en doet hij hetzelfde met zijn colbert. Hij gaat op de bank zitten naast zijn vrouw. Zij speelt gezellig met de hond, maar oei, wat gebeurt dáár? Onze togaloze jurist glijdt langzaam van de sofa af. Plof, daar zit hij al op de grond. Thuis bij AvroTros!

Mijn nieuwsgierigheid was nu onbedwingbaar. In de krochten van het internet vond ik het begin van een antwoord. Er hoort een liedje bij die reclame dat ik op tv nog niet heb gehoord. Het gaat zo: “Aan het eind van de dag, waar de rust op je wacht (…). Even tijd voor elkaar. Wat een heerlijk gevoel om weer thuis te zijn.” Dat is het dus: je hebt gewerkt en komt thuis. Heerlijk! En dan ook nog die zalige fusie-omroep erbij! AvroTros, waar zou ik zijn zonder U?

De eenvoud van de slogan deed me denken aan ‘Bij de Avro zit je goed’ uit de jaren zeventig. Het was in de periode dat Avro en Tros rivalen waren in plaats van gehuwden. Het was nog een heel gedoe geweest met die slogan, zo bleek mij toen ik me er voor de VPRO Gids in ‘mocht’ verdiepen. De Tros zou de slagzin eerder hebben bedacht dan de Avro, maar was vergeten hem wettelijk vast te leggen. En dat terwijl de kussentjes ‘Bij de Tros zit je goed’ al waren genaaid.  Welk een drama! Toen het  verhaal in 2005 in de gids verscheen, mailde de Avro dat het juist omgekeerd lag: de Tros had gejat, al die mooie kussentjes ten spijt. Enfin, u begrijpt dat ik me destijds discreet uit het kussengevecht heb teruggetrokken.

Toch heeft de Avro wel eens spotjes verzonnen die wat meer om het lijf hadden. ‘Voor een breder beeld’bijvoorbeeld (2006). Dan kon je nog prakkiseren: ben ik wel ruimdenkend genoeg op de Avro-schaal?  Of ‘Je komt elkaar tegen bij de Avro’ (1999). Daar zat iets in van ontmoeting, gedachtewisseling. Al pakte die slogan wel heel cynisch uit toen de Avro-directeuren ’s-Gravesande en Maréchal vechtend over straat gingen. Inderdaad, je komt elkaar tegen bij de Avro.

Het was de tijd dat de Avro afwilde van haar stempel ‘algemeen’. De omroep moest weer worden wat hij ten  diepste altijd was geweest: een vrijhaven voor onafhankelijk denkende geesten. In de nieuwe feelgood-campagne is van dat streven niets meer te merken. Het is een Trossige reclame, die als twee druppels water lijkt op de voormalige Tros-slogan: Samen thuis, samen Tros. Avro, waar zijt gij?

 

 

 

 

 

 

 

 

Moeten hier nou echt televisie-camera’s bij?

Nabestaande Anton Kotte spreekt tijdens de Nationale Herdenking.
Nabestaande Anton Kotte spreekt tijdens de Nationale Herdenking.

Ik weet het niet hoor, met die MH17-herdenking op tv. Kun je als kijker betrokkenheid voelen door de beeldbuis heen? Kun je je werkelijk inleven in de droefenis van nabestaanden van de vliegramp als je zelf niet in de zaal zit? Ik zag koningin Máxima een traan wegpinken, maar hoe was het in de huiskamer? Ik vind het moeilijk om te zeggen, maar ik ervoer nauwelijks verbondenheid, een woord dat in bijna alle toespraken terugkwam – van premier Rutte tot theologe Jacobine Geel.

Alles was erop gericht het tv-publiek erbij te halen: de opstelling van de banken in de zaal (in een ronde vorm, zodat de kijker er als het ware middenin zat), een empathische Maartje van Weegen, die soms met gebroken stem de NOS-uitzending leidde, en seculiere rituelen als een bloemengroet door schoolkinderen in het midden van de Rai. En toch was ik er niet bij. Ben ik een koude kikker? Zo sta ik in mijn omgeving, geloof ik, niet bekend.

Het moet iets anders zijn geweest waardoor de afstand tussen huiskamer en Rai maar niet werd overbrugd. Niet alleen die beeldbuis tussen de nabestaanden en mij in. En ook niet de sfeerloze steriliteit van de locatie. Nee, er is meer. Een soort ongemakkelijkheid.

Mensen zoeken woorden voor hun diepste gevoelens, en willen die delen met een anoniem tv-publiek (één miljoen kijkers). Dat past in de moderne emo-cultuur. ‘EenVandaag’, ‘Pauw’, ‘Nieuwsuur’ en ‘RTL Late Night’ gingen allemaal over de nabestaanden. Soms dagenlang. Maar zij kennen ons niet en wij hen niet. En dan toch die uiterst intieme ontboezemingen.

Een van hen, Anton Kotte, verloor zijn zoon, schoondochter en kleinzoon. Het leek een man die gewend was om in het openbaar te spreken. Hij citeerde de dagelijkse omgangstaal van zijn omgekomen naasten: “Hoi, met mij. Ha moeders. Ha ma. Ha pa. Dag allemaal. Dag opa. Hoi oma. Dat klinkt maar door.“ En hij herhaalde: “En door, en door.” Ik voelde me als kijker een schenner van vertrouwelijkheid, een gluurder in de ziel.

Het is hetzelfde wanneer een onbekende in de trein de drama’s uit z’n leven voor je op tafel legt. Je gaat wiebelen in je stoel. Je voelt je schuldig en opgelaten tegelijk. En je weet ook dat de man tegenover je z’n verhaal kwijt moet, al kan hij daar amper woorden voor vinden.

Het is al zo ingewikkeld om het verdriet van je dierbaren aan te raken. Laat staan van mensen die vreemden voor je zijn. Is het de onmacht van de gesproken taal? Is het de wankele zoektocht in een seculiere cultuur naar nieuwe rituelen die ons doen uitstijgen boven ons eigen ik, en die daardoor troostend zijn? Het noemen van alle 298 namen was in elk geval een poging daartoe.

En de muziek. Wellicht zijn klanken beter dan woorden in staat de ziel te bereiken. ‘Lacrimosa’ uit het ‘Requiem’van Mozart was indrukwekkend. Het ‘Pie Jesu’van Andrew Lloyd Webber ook. Marco Borsato en Douwe Bob wisten deze kijker minder te ontroeren. Vrijdag in ‘Pauw’hadden nabestaanden zich al afgevraagd waarom al die optredens van BN’ers nodig waren. Ik ben dus niet de enige.

Maar goed, vermoedelijk hebben de meeste nabestaanden veel aan de herdenkingsdienst gehad. Die was after all in de eerste plaats voor hén bedoeld. Daarom hadden de tv-camera’s thuis mogen blijven.

 

Een muur nestelt zich in je hoofd

Oud-Stasi-topman Werner Grossmann gelooft nog steeds heilig in de DDR.
Oud-Stasi-topman Werner Grossmann gelooft nog steeds heilig in de DDR.

 

Kun je aan iemands gezicht zien of hij katholiek of protestant is? Een retorische vraag van presentator Menno Bentveld in de nieuwe, veelbelovende Vara-serie ‘De Muur’. Bentveld was in Belfast en constateerde dat Noord-Ieren veel op elkaar lijken. Misschien een weinig verrassende conclusie, maar in deze eerste aflevering was ze wel degelijk van belang. Want: hoe kun je als Belfastenaar die gelijkheid beamen en tegelijkertijd blij zijn met de 99 muren die katholieken en protestanten zestien jaar na het tekenen van de vrede nog steeds gescheiden houden?

Of zoals een jonge katholieke moeder het verwoordde: “Ik denk dat protestanten niet heel anders leven dan wij, hoewel ik ze niet ken. Toch wil ik dat de muur blijft. Anders ga ik verhuizen.” Het is niet makkelijk om dergelijke contradicties te begrijpen, maar door Bentvelds historische context en zijn gave om een soort filosofische sprongetjes te maken, komt de kijker een heel eind.

Een muur nestelt zich, volgens de presentator, niet alleen in de aarde, maar ook in iemands hoofd. Breek je de echte muur af, dan verdwijnt ook de denkbeeldige muur. Je kunt het wijsbegeerte van de koude grond noemen, maar toch heeft Bentveld deze kijker overtuigd van de juistheid van zijn denken. Hij ziet iets wat de Belfastenaar zelf niet ziet. Deze serie over muren wereldwijd zou dankzij die genadevolle blik van de buitenstaander wel eens heel mooi kunnen uitpakken.

Bij ‘Pauw’ging het over de muur die wél werd afgebroken. Hoogleraar Beatrice de Graaf, gepromoveerd op de relatie tussen kerken en de DDR, herinnerde zich hoe ze in de jaren negentig aan de onbewogen gezichten van Oost-Duitsers nog steeds kon aflezen dat ze onder een dictatuur hadden geleefd. “En Angela Merkel?”, informeerde Jeroen Pauw, “kun je het aan haar ook zien?” “Jazeker”, antwoordde De Graaf, “ook zij heeft een pokerface.”

Pauw was goed op dreef en voldeed exact aan de perceptie van de kijker. Vooral toen De Graaf begon over hoe Stasi-mannen westerse vrouwen verleidden. “Hoe deden ze dat dan?”, vroeg hij gretig. “Nou”, zei De Graaf, “ze kozen vaak een beetje zielig uitziende vrouwen van het ministerie van Defensie.” Toen ze vertelde dat Nederlandse christenen bijbels en bananen naar de DDR smokkelden, en ‘verlichtere geesten’zelfs porno, leken die bijbels Pauw maar matig te interesseren. De bananen al ietsje meer. Maar pas bij porno schoot hij recht overeind. “Mocht dat niet in de socialistische heilstaat?” “Nou ja”, antwoordde de hoogleraar, “het was niet verboden, maar wel lastig te verkrijgen.” Kortom, een geanimeerd gesprek, en misschien mag dat ook wel een kwart eeuw na de Muur.

In ‘Nieuwsuur’zaterdag een ex-Stasi-topman die geen reden tot feest zag. “De DDR was geen onrechtstaat”, zei deze Werner Grossmann, “en de Muur was niet bedoeld om reizen onmogelijk te maken.”Hij vond het doodzonde dat de DDR niet meer bestond. Weerwoord kreeg hij nauwelijks. Een ongelukkige keuze. Alsof er in de DDR weinig mis was. Hoe zou het zijn als de publieke omroep een Chileense generaal onweersproken zou laten leeglopen over de glorie van Pinochet? Je moet er niet aan denken. Waarom zo’n oud-Stasi dan wel? Het was eerlijk gezegd geen gezicht.